zaterdag 22 december 2018

Dwaalwegen van de Restitutiecommissie voor naziroofkunst

Blick auf Murnau mit Kirche



Verbijsterend werk van de Restitutiecommissie
Sinds 1951 hangt er in het Van Abbemuseum een Kandinsky. Hester Bergen (en haar familie) hebben het museum in Eindhoven ervan overtuigd dat 'Blick auf Murnau mit Kirche' afkomstig is uit de collectie van haar overgrootmoeder Johanna Margareta Stern-Lippmann, die in Auschwitz werd vermoord. Het schilderij is een glashelder geval van roofkunst.  Mevrouw Bergen en het Van Abbemuseum besloten in goed overleg de 'koninklijke weg' te bewandelen en de zaak voor te leggen aan de Restitutiecommissie van het Ministerie van OC&W in Den Haag. Tot verbijstering van beide partijen wees de commissie de claim af.
Er is overigens nog een Kansdinsky, waarover al jaren gesteggeld wordt: ‘Bild mit Häusern’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam.


De 'Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog' ('Restitutiecommissie') fungeert sinds 2002. Ze is in het leven geroepen om claims op roofkunst te beoordelen. De claimanten zijn meestal erfgenamen van joden die tijdens de oorlog, vóór hun deportatie naar de gaskamers, van al hun bezittingen werden beroofd.
Kunst viel daar ook onder.
De geallieerden hebben op 5 januari 1943 kopers en helers van roofkunst (ook in de neutrale landen) gewaarschuwd dat na de oorlog alles zou worden teruggevorderd. De Inter-Allied Declaration Against Acts of Dispossession Committed in Territories Under Enemy Occupation or Control stond niet op zich zelf. Er zouden nog meer Geallieerde verdragen volgen, die allemaal beoogden beroofde eigenaren in hun rechten te herstellen.

In Nederland is dat behoorlijk fout gegaan. De Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK), de verantwoordelijke instantie, leek vaak verdacht veel op een acquisitiebureau dat zijn kans schoon zag het nationaal Nederlands kunstbezit geheel gratis te verrijken.
De Goudstikker zaak is het beruchtste voorbeeld van de SNK-inhaligheid.
Op de golven van aandacht voor de nazi-roof, die sinds midden jaren negentig eerst de Verenigde Staten en daarna ook Europa overspoelde, kwam de zaak Goudstikker in 1999 voor het Haagse Gerechtshof. De landsadvocaten vroegen de rechter zich niet bevoegd te verklaren om over de zaak te oordelen. Ze kregen hun zin, al was er veel kritiek op het vonnis.

Het grootste probleem bij geroofde kunst is de bewijsvoering. Behalve kunst roofden de nazi's de gehele inboedel weg, zodat ook fotoalbums en verzekeringspapieren spoorloos verdwenen. Voor de weinig joden die terugkeerden uit de vernietigingskampen was het leveren van juridisch hard bewijs dat een schilderij of ander kunstvoorwerp aan hem of haar had toebehoord zo goed als onmogelijk. Geen foto's, geen papieren en vaak evenmin getuigen.
Hoewel de teruggaaf ('rechtsherstel') van de gestolen eigendommen in het algemeen redelijk is verlopen, bleef de teruggave van kunst een schandvlek op het restitutiebeleid.

Uit onvrede met de belabberde aanpak in veel Europese landen werden in 1998 op aandringen van Amerika de 'Washington Principles' opgesteld. Nederland was een van de landen die zich op de conferentie van Washington achter de Principles heeft geschaard. De deelnemende landen hebben beloofd alles te zullen doen wat in hun vermogen ligt om de rechtmatige eigenaren hun geroofde kunst terug te geven. Men was er van overtuigd geraakt dat juridische bewijslevering vrijwel niet rond te krijgen was. In plaats daarvan kwam er een meer realistische benadering. Wie aannemelijk kon maken dat hij aanspraak maakte op een kunstobject kreeg dat terug.

Toen Nederland in Washington de overeenkomst tekende, was het tegelijkertijd bezig via het peperdure communicatiebureau Hill & Knowlton alle publiciteit over Goudstikker tijdens de conferentie uit te bannen. Het was te pijnlijk.
Het State Department had mij uitgenodigd om als onafhankelijk expert op de conferentie te spreken. Door ingrijpen van de Nederlandse ambassade in Washington werd ik ter elfder ure als spreker van de lijst geschrapt. Dankzij een WOB-procedure weet ik dat de ambassade, om zijn doel te bereiken, achterklap en het geven van valse informatie niet heeft geschuwd. Stel je voor dat ik als onafhankelijk spreker Goudstikker had aangeroerd. Het geeft aan hoe de Nederlandse Staat destijds tegenover restitutie stond.

Gelukkig kwam er dankzij de Washington Principles een kentering in het beleid. De Restitutiecommissie werd ingesteld en de kans roofkunst terug te krijgen, verbeterde enorm. Men begreep dat onomstotelijk juridisch bewijs niet te leveren viel. De Goudstikker erven dienden een claim in en deze keer wonnen ze. De Restitutiecommissie adviseerde tot teruggave. In 2006 kregen de erfgenamen Goudstikker 202 schilderijen terug.

Jarenlang heeft de Restitutiecommissie bewonderenswaardig werk gedaan, dankzij een praktische aanpak van zaken. Maar in die werkwijze is verandering gekomen. Als lid van de International Advisory Board of Scholars and Experts van het Central Registry of Information on Looted Cultural Property in Londen hoor ik sinds enkele jaren weer alarmerende berichten over het Nederlandse teruggaafbeleid.
De Restitutiecommissie laat haar oude beleid varen en eist steeds vaker harde bewijzen waarvan ze weet dat die niet kunnen worden geleverd. Het concept van 'aannemelijk maken' dat iets aan jou of je familie toebehoort, wordt losgelaten en de juridische benadering - die in deze zaken nooit de oplossing kan zijn - wint terrein.

Stuart Eizenstat, een Amerikaanse diplomaat en destijds dé drijvende kracht achter de Washington Principles, verweet Nederland onlangs zich niet langer aan de Principles te houden. Tijdens de conferentie over de naleving van de Washington Principles in Berlijn, eind november, maande hij Nederland terug te keren op het goede pad en de claimanten weer voorop te stellen. Het gaat immers om hun belangen, niet om de eigendomsbelangen van de Staat of de Nederlandse musea.             

De beslissing over de Kandinsky in het Van Abbemuseum (maar ook die in het Stedelijk) past in de nieuwe trend van de Restitutiecommissie, die het 'aannemelijk maken' heeft ingeruild voor harde bewijsvoering die claimanten bij voorbaat zo goed als kansloos maakt. Een commissie volgepropt met juristen denkt nu eenmaal te veel langs juridisch patronen. En dat is tegen alle afspraken in.

Dit artikel verscheen eerder (18-12 -2018) in de Volkskrant  als 'Roofkunst terugkrijgen wordt steeds lastiger zonder “hard bewijs”’.  


0 reacties:

Een reactie posten