Staar

Op een bepaald moment is het zover. Dan heb je staar (cataract): een vertroebeling van de ooglens, die direct achter de pupil in je oog zit. Je gaat steeds slechter zien en kleuren zijn ook niet meer wat ze vroeger waren.
Het is allemaal niet ernstig en de kwaal kan met een operatie gemakkelijk worden opgelost.

Staar treedt vaak op als je wat ouder wordt. Het gaat niet over, het is onomkeerbaar, en je kunt je daarom maar beter direct laten opereren. Dan ben je er vanaf en zie je weer scherp als een havik.
Dat klinkt allemaal heel eenvoudig en dat is het in feite ook, maar de angst dat er in je ogen wordt gesneden, voel je tot in je onderbuik. Je moet er toch echt niet aan denken. Bij mij begon de opkomende staar plotseling te verergeren, en ik besloot manhaftig mijn oogarts te consulteren, bij wie ik al een tijdje onder controle stond.

Voor mijn angst had mevrouw Patryn alle begrip, maar ze slaagde er moeiteloos in mij gerust te stellen. In gedachten, zo had ik haar toevertrouwd, zag ik een vlijmscherp mes op mijn oog afkomen: pure horror. Maar volgens haar was er niets aan de hand. De scherpe operatielampen zouden me volledig verblinden en daardoor alle zicht ontnemen. En bovendien, voegde ze er geruststellend aan toe, kón ik helemaal niets zien. ‘Ik val niet frontaal aan, maar van opzij.’ Ik zou haar snijwerktuig niet eens kunnen zien, hooguit een vage beweging ergens in mijn ooghoek. Ik liet me dolgraag overtuigen. De operatie, beloofde dr Patryn ook nog, zou pijnloos zijn. Er ging zelden wat mis en pijn na de behandeling kwam hoogst zelden voor.

Vroeger lag je een week voor een staaroperatie in het ziekenhuis. Tegenwoordig ben je hooguit twee uur binnen de muren van een kliniek, in mijn geval oogziekenhuis Zonnestraal in de Bijlmer. Als patiënt kun je kiezen tussen een monolens (die de verzekering vergoedt), of – tegen bijbetaling – een bi- of trifocale lens. Bij een monolens heb je vaak nog een (lees)bril nodig. Als je voor de luxe-oplossing kiest, ben je voorgoed van alle brillen of contactlenzen verlost. Die multifocale dingen kosten wel een paar cent, maar dan heb je ook wat.

De operatie stelt inderdaad niets voor. Je krijgt oogdruppels voor de verdoving; de ingreep zelf duurt een minuut of tien, soms iets langer. Na vijf minuten van absoluut pijnloos gepulk zei dr Patryn dat mijn eigen lensje al was verwijderd. Een paar minuten later meldde ze dat het kunstlensje (een wonder van optische techniek) al was ingebracht. Ik kreeg een torische lens ingebracht omdat ik geen mooie ronde oogbol heb, maar meer een eivormige. Een torische lens corrigeert een cilindrische afwijking. Dat ding moet daarom in de exact juiste positie worden geïmplanteerd, maar ook dat was slechts minutenwerk.

Oogkapje op en klaar. De volgende dag zag ik al weer goed en vooral veel kleur. Twee weken later kreeg mijn rechteroog een nieuwe lens in Zonnestraal. Weer in een mum van tijd geplaatst. Ik zie weer haarscherp en de kleuren zijn geweldig. Alle dagen feest. Staarlijders: op naar de oogarts!

Hofleverancier

Als ik de Volkskrant van 4 oktober goed heb begrepen zou Cees Fasseur me graag in elkaar willen slaan. Tijdens een interview onder de titel ‘Hofleverancier’ windt de schrijver van menig monarchistisch jubelschrift zich hevig over mij op. Dat doet ie gelukkig wel vaker, maar nooit zo agressief als deze keer. De aanleiding was dat de familie Van Maasdijk een civiele procedure tegen Fasseur had aangespannen omdat hij Gerrie van Maasdijk, kamerheer in buitengewone dienst van koningin Juliana, op een wijze had beschreven waarmee de familie – niet helemaal ten onterechte – geen genoegen nam.

Fasseur: ‘In die procedure heeft Aalders aan de erven-Van Maasdijk aangeboden om als getuige à charge tegen mij op te treden. Het verzoek is door de rechtbank in Amsterdam niet gehonoreerd.’ Foei toch Cees! Een rechtbank kan toch geen verzoek honoreren dat nooit is ingediend?

Wel heeft de advocaat van de familie Van Maasdijk mij verzocht een beoordeling te schrijven over Juliana & Bernhard, het boek waarmee de familie zo’n moeite had. Ik heb daarin toegestemd omdat ik Juliana & Bernhard een slecht boek vond met ondermaatse research

Fasseur doet daarin bijvoorbeeld een serie stukken die hij op het ministerie van Algemene Zaken had ingezien af met een achteloos schouderophalen. Hij vond het niet nodig om nader onderzoek te doen naar zakenlieden, bedrijven en bankiers waarvan de namen hem kennelijk niets zeiden. Want als Ik, Cees Fasseur, die mensen en ondernemingen niet ken, kunnen ze ook niet belangrijk zijn.

Ik kende die namen uit mijn eigen onderzoek  maar al te goed. Er zaten veel beruchte types tussen, met wie je maar beter niet gezien kon worden. De non-research van Fasseur was voor mij de directe aanleiding een boek te schrijven dat in 2011 als Bernhard Zakenprins. Illegale Wapenhandel, louche zakenlieden en dubieuze bankiers verscheen.

Ik ben, zoals gezegd, op het verzoek van de advocaat ingegaan en heb een beoordeling van Juliana & Bernhard op papier gezet. Fasseur vindt dat ‘oncollegiaal’  en in zijn ogen heb ik daarbij een grens overschreden ‘die je niet zou moeten willen overschrijden’. De Volkskrant : ‘Bent u echt zo kwetsbaar?’ Fasseur:  ‘Nou, ik weet niet of je het kwetsbaar moet noemen. Maar soms betreur ik het dat ik niet twee meter lang ben. En oud-karatekampioen.’

Cees ‘Karate’ Fasseur roept wel vaker wat. Zoals destijds bij de verschijning van mijn boek Leonie dat hem niet lekker zat omdat er wat over prins Bernhard instond, wat hem niet beviel. Niet dat hij het boek had gelezen, maar hij had er wel over gehoord, vertelde hij in een interview. Hij adviseerde de prins mij subiet voor de rechter te slepen. Over oncollegiaal gedrag gesproken. En puur afgaande op geruchten want het het boek had hij niet gelezen. Eigenlijk raar dat zo’n type nog enig aanzien geniet in historisch Nederland.

Fasseur tiert lekker voort in de Volkskrant: ‘Fair play, hè, daar gaat het om. Het kan me ontzettend boos maken als ik van die valse verhalen hoor over kennis die ik heb achtergehouden.’ Aldus ‘Karate’ Cees. Vervolgens klaagt hij:  ‘De verhalen van Aalders, om een bekend voorbeeld te noemen. Dan denk ik: gewoon niet eerlijk. Vermoedens, geruchten, loze beweringen en dat dan zo’n beetje aan elkaar schrijven – dat is de werkwijze-Aalders.’

Fasseur is nooit met één concreet bewijs gekomen voor wat hij mij in de schoenen schuift. Geen fair play dus en al helemaal niet collegiaal. De getergde Oranjehagiograaf roept maar wat. Je zult als beschuldigde maar voor zo`n rechter staan, want dat was ook een functie die hij bekleedde.
Ik zeg en schrijf ook wel eens wat over Karate Cees, maar nooit zonder mijn kritiek te onderbouwen. In Niets was wat het leek zijn daarvan tal van voorbeelden  te vinden. Net als in mijn kritiek op Fasseurs gelegenheidswerkje Een Dame van IJzer.

Historicus Coen Hilbrink vond dat de aanval van Cees Fasseur niet onbesproken mocht blijven en schreef een commentaar in de Volkskrant.

Dat liet Karate Cees niet over zijn kant gaan. Met kritiek kan hij moeilijk omgaan en dus moest Hilbrink het nu ontgelden. Dat ontlokte op zijn beurt weer een reactie van mijn kant in de Volkskrant van 11 oktober:

Cees Fasseur kan niet tegen kritiek en aangezien ik een van zijn meest uitgesproken criticasters ben, moest ik het in de Volkskrant van zaterdag jl. ontgelden. Fasseur is woedend op mij en zijn emotionele uitspraken (‘soms betreur ik het dat ik niet twee meter lang ben. En oud-karatekampioen’) suggereren dat hij mij graag in elkaar zou willen slaan.
In zijn reactie op het stuk van Coen Hilbrink van 8 oktober (waar hij inhoudelijk wijselijk niet op ingaat), trekt hij welbewust een zin uit zijn verband om toch maar zijn gelijk te halen. Hij suggereert (net als zaterdag) dat ik mij spontaan bij de rechtbank heb aangeboden om tegen hem te getuigen. De door Fasseur geciteerde zin waaruit dat zou moeten blijken is afkomstig uit een brief van mij aan de advocaat van de familie Van Maasdijk. Die had mij namelijk verzocht een beoordeling te schrijven over Fasseurs boek, Juliana & Bernhard, waarin Gerrie van Maasdijk als een intrigant (of erger) wordt afgeschilderd.

Mr  Kaaks richtte dat verzoek tot mij omdat ik een boek had geschreven (Bernhard Zakenprins) als reactie op J&B van Fasseur, dat m.i. getuigde van onvolledig onderzoek. Op de vraag van mr Kaaks of ik bereid was mijn beoordeling voor de rechtbank toe te lichten, heb ik uiteraard ja gezegd. De foute voorstelling van zaken van ‘Karate Cees’ – als zou ik mij oncollegiaal en spontaan bij de rechtbank hebben aangeboden – hoop ik hiermee te hebben rechtgezet. Mijn brief is na te lezen op https://www.gerardaalders.nl/2014/10/verklaring.html

Edwin de Roy van Zuydewijn

Hoe kan een belastingdienst in een rechtstaat beslag beleggen op de schadevergoeding van een advocaat? En waarom schrijft geen krant – afgezien van ThePostonline – over dit zeldzame staaltje van intimidatie? Er is toch alle reden tot verbijstering als de overheid op gronden die niet nader worden toegelicht tot zo’n daad overgaat? Het overkwam mr Gabriël Meyers, raadsman van Edwin de Roy van Zuydewijn.

Het Amsterdams gerechtshof had geoordeeld dat Meyers cliënt ten onrechte was vervolgd en kende de advocaat een schadevergoeding (kosten raadsman) toe van 16.000 euro. Toen Meijers informeerde waar zijn geld bleef, hoorde hij tot zijn stomme verbazing van het OM dat de belastingdienst beslag had gelegd. Absurd, want er ligt geen beslag op het inkomen van mr. Meijers.

Zou de naam van Meyers’ cliënt de reden zijn van het oorverdovende zwijgen in de media? De Roy van Zuydewijn, ooit getrouwd met prinses Margarita, een nichtje van onze voormalige vorstin, ligt al jaren met de koninklijke familie overhoop. Het heeft hem al zijn baan, zijn huwelijk, zijn carrière en zijn sociale leven gekost, maar dat is blijkbaar niet genoeg. Nog steeds wordt hij door of namens Nederlands eerste familie achtervolgd, dwarsgezeten en geïntimideerd.

Er zijn Kamervragen gesteld over wat De Roy van Zuydewijn is aangedaan. De minister-president heeft die `beantwoord’ met een beschamend smoesverhaal. En nu is het dan zover dat ook zijn raadsman wordt aangepakt, maar de meeste media doen er het zwijgen toe. NRC Handelsblad publiceerde wel een recensie van een toneelstuk (Anne Frank) over de volle breedte van de voorpagina en de Volkskrant vond het gegeven dat sportkoning Willem-Alexander op de voetbaltribune in Brazilië zou plaatsnemen buitengewoon nieuwswaardig. Maar een bericht dat het OM een niet te tolereren inbreuk had gemaakt op de verhouding advocaat-cliënt vinden die kranten kennelijk niet van belang. De andere dagbladen en nieuwsrubrieken op radio en tv trouwens ook niet.

Het is al vaker opgevallen dat berichten over De Roy van Zuydewijn worden geweerd, wanneer ze positief voor hem uitpakken. Hij heeft menige rechtszaak tegen leden van het koningshuis gewonnen, maar dat krijgt in de meeste gevallen geen of nauwelijks aandacht. Maar als er iets soms wat minder gunstig voor hem uitpakt, zijn ze er wel als de kippen bij om dat nieuws wereldkundig te maken.

Of het koninklijk huis in deze al jaren slepende kwestie zelf zijn invloed doet gelden of dat er lieden binnen het OM zijn die een wit voetje willen halen bij de enige familie van Nederland wier rechten exclusief in de Grondwet zijn geregeld, valt moeilijk na te gaan. Maar stel dat het uitslovers van het OM zijn: een seintje dat hun dienstbaarheid wel een tandje lager kan, krijgen ze evident niet.