Berichten

Bekend wangedrag in een nieuw jasje

 Uiteraard heb ik de vijf boeken die gisteren (3 oktober 2026) onder leiding van prof. Gert Oostindie over het koloniale verleden van de familie van Oranje-Nassau nog niet kunnen lezen. Daar heb ik dus geen oordeel over. Wél over de reacties in de media. Veelvuldig werd aangehaald dat de familie van koning Willem-Alexander omgerekend naar hedendaagse waarde circa € 576 miljoen euro had verdiend. Dat bedrag was nieuw voor mij maar absoluut geen nieuws was dat vrijwel al dat geld in het voormalig Nederlands-Indië was ‘verdiend’.

De reacties in de pers laten zien hoe gering de kennis van de geschiedenis is en zeker die over de Oranjes. Uit de historische literatuur is immers al lang bekend dat de Oranjes zich in de koloniale tijd schandalig hebben misdragen. Vooral koning Willem I. Trouwens niet alleen in de koloniën. Ook in Nederland heeft koning Willem I er een puinhoop van gemaakt al moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat hij een paar dingen wél goed heeft gedaan. Maar dat waren uitzonderingen.

Willem I maakte nauwelijks of geen onderscheid tussen privé- en landsbelang. Voor hem was dat een pot nat en ook hijzelf was het spoor in zijn boekhouding bijster geraakt. Maar in de reacties van gisteren zie je dat nergens terug. De geschiedenis van de Oranjes met betrekking tot de koloniën wordt al opzienbarend nieuws gepresenteerd.

Over koningin Wilhelmina was de verbazing eveneens alom. Volkomen onterecht, en het is al vaak opgeschreven. Aan het einde van de negentiende eeuw werden door luitenant-generaal J.B. van Heutsz zo’n 100.000 mensen op Atjeh, vooral vrouwen en kinderen, over de kling gejaagd. De ‘pacificatie’ van Atjeh – dat geen zin had zich aan de Oranjes te onderwerpen – had Wilhelmina’s volledige instemming. Over Van Heutsz, de ‘Slager van Atjeh’, noteerde ze in haar boek Eenzaam maar niet alleen: ‘Daarginds werd een waarlijk groots werk verricht.’

Ze stond eveneens pal achter de moorddadige ‘politionele acties’ die Nederland in de tweede helft van de jaren veertig tegen Indonesische onafhankelijkheidstrijders ondernam. Haar visie op de koloniën was sinds Atjeh niet veranderd. Ze vond dat de aanhang van Soekarno en de ‘broeinesten’ van opstandelingen keihard militair moesten worden aangepakt. Gewoon uitroeien. Nederland moest zo nodig uit de Verenigde Naties stappen wanneer de Veiligheidsraad Nederland (en dus haar) de voet dwars zou zetten. Het was haar een kabinetscrisis waard.

Dat de familie Van Oranje-Nassau geen moeite had – de huidige koning en zijn grootmoeder koningin Juliana daargelaten – met het kolonialisme is dus geen nieuws en dat ze er volop van hebben geprofiteerd al evenmin.

De Volkskrant beweerde op 3 oktober jl. in een artikel van Remco Meijer dat de kosten van het onderzoek (1,6 miljoen) zijn ‘opgebracht door het Koninklijk Huis.’ Dat is onzin. Als dat inderdaad zo was zou het – geheel op zijn Oranjes – een koopje zijn geweest. Zestig academische onderzoekers die drie jaar voor 1,6 miljoen euro werken? Dat komt neer op € 8.889 per onderzoeker per jaar, oftewel € 741 euro per maand.

Oostindie haalt ons in NRC van 3-10-2026 zelf uit de Volkskrantdroom als hij zegt:

‘De koning heeft een geoormerkte schenking gedaan, van 1,6 miljoen, aan het Leids Universiteitsfonds. Dat lijkt veel geld, maar er zijn zestig auteurs betrokken bij dit project. Het fonds heeft het geld doorgegeven aan de universiteit. En de universiteit weer aan het Instituut voor Geschiedenis. Ik beheerde het en legde verantwoording af aan de universiteit. Er zitten bewust allemaal schotten tussen.’

Willem-Alexander heeft dus met een schenking het onderzoek mogelijk gemaakt. Dat is wat anders dan betaald. Die ‘schotten’ waren nodig om de onafhankelijkheid van het onderzoek zoveel als mogelijk was te garanderen. Het ligt echter voor de hand dat een deel van de kosten (overhead enzovoort) voor rekening van de Universiteit van Leiden en het Instituut voor Geschiedenis zijn gekomen.

Nog even terug naar koning Willem I die als geen ander de koloniën heeft uitgezogen voor eigen gewin. In een opiniestuk in het Financieel Dagblad schreef ik enkele jaren geleden al dat de Koning Willem I Prijs een schande was en per direct zou moeten worden afgeschaft. Waarom? Hierom: ‘De Koning Willem I Prijs is de meest prestigieuze bekroning voor moedig, veerkrachtig en duurzaam ondernemerschap.’ Hoe verzin je het: Moedig, veerkrachtig en duurzaam. Het is zelfs de ‘Oscar’ voor bedrijven juicht het bestuur dat de prijs uitreikt.

Ondernemingen die de prijs accepteren zouden zich diep moeten schamen. Niet alleen nu – na de ‘onthullingen’ van Oostindie – maar altijd al sinds bekend is dat koning Willem I (1815-1840) zijn koninkrijk in een onoverzienbare, economische en financiële chaos heeft gestort en Nederlands-Indië tot op het bot heeft uitgemergeld en in misère gedompeld.

Het zou de huidige koning sieren als hij de naar zijn verre voorvader vernoemde prijs met onmiddellijke ingang bij het oud vuil zette.

Pesterijen van Wilhelmina

Koningin Wilhelmina had enorme waardering voor militairen. Zozeer soms, dat het op verering leek. Onvermoeibaar en onder alle omstandigheden pleitte ze voor meer geld voor de krijgsmacht. Ze dweepte met ijzervreters als generaal J.B. van Heutsz, die in haar naam op Atjeh niet alleen complete dorpen had platgebrand maar ook de inwoners vermoord.
Van Heutzs beschikte over militairen die deden wat hun was opgedragen. Discipline was alles, vond Hare Majesteit. Die kon  niet streng genoeg zijn.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak prezen veel mensen haar profetische gaven. Dat kwam door haar eeuwige gebedel om meer geld voor het leger. Die oorlog ging weliswaar aan Nederland voorbij, maar haar zogenaamd vooruitziende blik was een van de  mythes die rondom Wilhelmina bleef hangen. Bij de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog ging het niet anders. Ook die oorlog zou ze hebben zien aankomen. Daarom had ze steeds weer geld voor defensie gevraagd. Als haar ministers beter hadden geluisterd, zou Nederland  een fatsoenlijk leger hebben gehad, dat stand had kunnen houden tegen de Wehrmacht. Met een profetische blik had het allemaal evenwel niets van doen. Als je iedere dag voorspelt dat het zal gaan regenen, krijg je onvermijdelijk gelijk.
Wilhelmina was een verklaard tegenstander van de vredesconferenties in Den Haag (1899 en 1907) en de bouw van het Vredespaleis zag ze al evenmin zitten. Als dat gedoe voor vrede betekende in haar ogen simpelweg dat er minder geld naar het leger zou gaan, en dat mocht niet gebeuren. Haar grote held was generaal Van Heutsz, de man die Atjeh hardhandig in het gareel had gedwongen.
Atjeh wilde namelijk geen deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden en moest daarom worden’gepacificeerd’. Pacificeren is een eufemisme voor het platbranden van dorpen en het vermoorden van waarschijnlijk meer dan honderdduizend Atjeeërs. Mannen, vrouwen, kinderen; onderscheid maakte de generaal niet.

Wilhelmina heeft Van Heutsz persoonlijk bedankt voor zijn verdiensten. Zijn manschappen hadden gedaan wat hun was opgedragen. Wilhelmina hechtte aan kadaverdiscipline.

Als reactie op mijn boek Wilhelmina, mythe, fictie en werkelijkheid stuurden enkele lezers mij een mail over de pesterijen van Hare Majesteit. Het waren verhalen uit betrouwbare bron. Ten paleize had ze gelegenheid om hoogst persoonlijk de discipline te testen en ze heeft dat met overgave gedaan.
Je kunt je afvragen, net zoals haar ministers in Londense ballingschap dat hebben gedaan, of Hare Majesteit wel ‘helemaal normaal’ was.

Een lezer schreef dat zijn grootvader tijdens zijn diensttijd (het was in de Eerste Wereldoorlog) als gewoon soldaat regelmatig paleiswacht had gelopen op Huis ten Bosch.

Het was schildwachten streng verboden hun rug naar het paleis toe te keren. Vorsten hebben  geen zin om tegen een rug aan te kijken. Bezoekers moesten na een ontmoeting met de vorst  achterwaarts het vertrek verlaten. Wilhelmina wenste evenmin tegen een rug aan te kijken en ze hield daarom scherp in de gaten of soldaten zich wel aan dat voorschrift hielden.

De grootvader van mijn informant had die regel ooit eens overtreden. Toen Wilhelmina hem die verkeerde draai zag maken – ze had hem kennelijk in de gaten gehouden – sloeg ze meteen alarm.
Ze informeerde haar hofmaarschalk over deze ernstige schending der regels, die op zijn beurt de compagniecommandant belde om de klacht van de koningin over te brengen.
Bij terugkeer in de kazerne werd opa voor twee volle weken in het cachot gegooid. ‘Ook nog op hoge leeftijd’, stond in de mail, ‘was mijn opa woedend en verontwaardigd als er over koningin Wilhelmina werd gesproken.’

Volgens een andere mail lokt Hare Majesteit ook regelmatig incidenten uit door te proberen soldaten de regels te laten schenden. Discipline en voorschriften mochten in haar ogen onder geen enkele  omstandigheid worden verzaakt. Zo nu en dan testte ze dat  persoonlijk.
Het was de schildwachten bij paleis Het Loo ten strengste verboden enig woord te wisselen tijdens hun dienst. Zelfs als de koningin je wat vroeg moest je blijven zwijgen. Óók wanneer Hare Koninklijke Hoogheid bleef aandringen. Hij mocht uitsluitend, met de kaken stijf op elkaar, de gebruikelijke eerbewijzen brengen.

Schildwachten waren in de regel eenvoudige jongens die vrijwel zonder uitzondering diep onder de indruk waren van de koningin. Dat was er met de paplepel ingegoten.
In de ochtend maakte Wilhelmina graag een wandeling door de paleistuin. En passant mocht ze dan graag een schildwacht verleiden zijn mond open te doen. Het soldaatje treiteren van de koning verliep ongeveer zo:

‘Goedemorgen schildwacht’, begroette Wilhelmina de dienstdoende soldaat op wie ze het die dag had gemunt.
‘Schildwacht, ik zei goedemorgen en u hoort niet was ik zeg.’ Als de man bleef zwijgen, wat dat voor Hare Majesteit reden door te gaan met provoceren: ‘Goedemorgen schildwacht, bent u soms doof?’
Als de schildwacht zich dan gedwongen voelde haar groet te beantwoorden met een ‘Goedemorgen majesteit’ of iets dergelijks, ontstak ze in woede en eiste ze terstond passende maatregelen tegen de man die het had gewaagd de discipline met voeten te treden.

Wereldvreemd als ze was, had ze geen benul van wat ze bij die eenvoudige soldaten aanrichtte.

Het waren pesterijen van een bekrompen mens, die haar leven lang nooit enige spijt heeft betoond over de moordpartijen die haar troepen op Atjeh hadden aangericht. Dat waren soldaten die wisten wat discipline was en deden wat hun was opgedragen. Befehl ist Befehl.

Maar ook officieren waren niet veilig, zoals bleek uit een mail die ik van een reserve officier ontving die eind jaren vijftig dienst deed. Wilhelmina was toen al afgetreden als koningin, maar er deden nog steeds verhalen over haar narrige optreden de ronde. Een daarvan was dat ze graag te paard de troepen te velde inspecteerde. Een officier te paard die de troepen presenteerde mocht Hare Majesteit niet dichter dan zes paardbreedten naderen. Op die afstand aangekomen moest hij afstijgen en zich melden.

Op een dag zag Wilhelmina haar kans schoon en verzocht ze ‘mijnheer’ zijn paard zijdelings in haar richting te verplaatsen. Na vijf van die manoeuvres stond het paard van de officier bijna flank aan flank met de Hare. Dat was natuurlijk wat ze wilde en de arme man werd daarvoor door Haar persoonlijk gestraft. Uit de mail: ‘Ik hoorde in die tijd ook dat in diverse conduitestaten van militairen door Hare Majesteit persoonlijk uitgedeelde straffen stonden opgetekend.’ Het heeft de reserve-officier verbaasd dat daar ‘met een mengeling van scepsis en ontzag over werd gesproken.’