Goed nieuws uit Noorwegen

Het staatsbezoek van het koningspaar aan Noorwegen was om een aantal redenen opmerkelijk: de handelsmissie ontbrak, Willem-Alexander kondigde een nieuw ‘aandachtsgebied’ aan en hij liet weten tóch subsidie aan te vragen voor kroondomein Het Loo. Máxima ontmoette Mette-Marith, de echtgenote van de Noorse kroonprins; net als zij burgermeisje aan het hof.

Handelsmissies in het kielzog van een staatsbezoek leveren de Nederlandse economie miljoenen, zo niet miljarden, op. Deze keer echter was er, evenmin als in Duitsland afgelopen zomer, geen missie te bekennen. De RVD mompelde iets over corona, maar dat klonk meer als een smoes, precies zoals we dat van de RVD gewend zijn.

De koning verraste vriend en vijand met zijn nieuwe aandachtsgebied: ‘waterstof’. Jarenlang was hij Nederlands onbetwiste expert op het gebied van watermanagement. Razendknap, want hij heeft nooit aan een technische universiteit gestudeerd. Maar toen hij zich eenmaal op het watermanagement had gestort, vlogen lof, eretitels en erevoorzitterschappen hem om de oren. Willem-Alexander werd synoniem met water.

Eenmaal koning verslofte zijn waterliefde. Waarom weten we niet. Maar wat doet dat ertoe? Hij is weer helemaal terug, zij het in gehalveerde vorm. Water (H2O) bestaat uit waterstof en zuurstof. De zuurstof heeft hij afgestoten; voortaan doet W.A. uitsluitend in waterstof. Zijn inspiratiebron is de groene energietransitie gekoppeld aan klimaatverandering.
Over die onderwerpen heeft hij indringend met koning Harald (84) gesproken. Als hij zijn gloednieuwe expertise eerder naar buiten had gebracht, had de klimaattop in Glasgow achterwege kunnen blijven. Monarchen onderling lossen dergelijke probleempjes in een handomdraai op.

Na flink wat klimaatknopen te hebben doorgehakt, toog het koninklijk gezelschap naar het Edvard Muchmuseum, gewijd aan Noorwegens beroemdste schilder. Met een subliem gevoel voor timing betrad het selecte groepje een half uurtje voor sluitingstijd het museum. Alle bezoekers werden gesommeerd het gebouw onmiddellijk verlaten. De koninklijke kunstdorst diende terstond bevredigd te worden en de monarchen wensten daarbij niet te worden gehinderd door kunstminnende onderdanen.

Mette-Marit, de echtgenote van de Noorse kroonprins Haakon, en koning Máxima hebben wat gemeen. Beiden zijn burgermeisjes die tot het hof zijn doorgedrongen. Hun achtergrond verschilt wel enigszins: toen Máxima economie studeerde, stortte Mette-Marit Tjessem Høiby zich op alcohol & drugs en trouwde tussen de bedrijven door met een gewelddadige drugsdealer met wie ze een zoon kreeg.

Toen Haakon anno 2000 Mette-Marith zijn liefde verklaarde, fronste menige Noor zijn wenkbrauwen, maar inmiddels wordt ze op handen gedragen. Voor haar enorme verdiensten kreeg ze – behalve het Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau – nog een dozijn andere binnen- en buitenlandse onderscheidingen. Noorse vrouwen die meer hebben gesnoven en gezopen dan Mette-Marit gunnen het haar – hun symbool van hoop – van harte.

Op het einde van het bezoek – uiteraard een overdonderend succes vanwege de nauw aangehaald banden tussen beide koninkrijken én de vruchtbare discussie over de klimaatproblematiek – liet de koning tijdens een persbijeenkomst vallen dat hij subsidie voor Het Loo had aangevraagd.

Het Loo werd in 1958 op listige wijze door overgrootmoeder Wilhelmina aan het Nederlandse volk ‘geschonken’. De kosten voor het onderhoud werden voortaan op de belastingbetaler afgewenteld, maar de Oranjes behielden het vruchtgebruik. Ze konden gewoon doorgaan met jagen en de opbrengst van het domein in eigen zak blijven steken. In het najaar is het domein vanwege de jacht – tegen alle subsidieregels – gesloten. Rutte vond het een privékwestie, waarmee hij niets te maken had.

Benieuwd wat er nu weer is verzonnen om W.A. aan zijn subsidiegerief te helpen zonder dat hij hoeft af te zien van jagen. Het vermoeden lijkt gewettigd dat Willem-Alexander zal aantonen dat de jacht op wilde zwijnen een positief effect op waterstof heeft. Rutte zal dat niet tegenspreken.

Deze tekst verscheen eerder als column in De Republikein, december 2021 

 

Het is een fabel dat een kroonprins(es) de troon niet zou kunnen weigeren. Ze worden alleen geacht dat niet te doen. Koning Willem III (Gorilla) weigerde aanvankelijk maar draaide snel bij. Zijn beide zoons hadden er evenmin zin maar kregen door hun vroegtijdig overlijden niet de kans te bewijzen dat ze standvastig in hun opvatting waren.

Omdat Willem terecht twijfelde aan de ambities van zijn beide zoons had hij zich uit voorzorg een 40 jaar jonger bruidje aangeschaft die deed wat van haar verlangd werd: baren.

Willem zag het koningschap aanvankelijk helemaal niet zitten. De Grondwetwijzigingen hadden de macht van de koning naar zijn smaak te veel ingeperkt. Toen zijn vader op 17 maart 1849 vrij plotseling in Tilburg overleed, verbleef hij al een aantal maanden in Engeland om Britse instellingen te bestuderen.

Dat was althans de officiële smoes. Volgens zijn echtgenote was de ware reden dat zijn maîtresse naar Engeland was vertrokken. Ze zou zwanger van hem zijn. Dat Willem smoorverliefd was op Louise-Rose Rouvroy, van beroep operazangeres, staat vast en dat hij haar heeft bezwangerd ook. Uit een brief aan Louise zou je haast denken dat God haar zwanger had gemaakt en niet Willem zelf:  ‘als het Opperwezen in zijn oneindige wijsheid en goedheid heeft gewild dat je moeder zult zijn, nu hij in jou de kiem heeft geplant waardoor je het zult worden (…)’.

In dezelfde brief schreef hij dat hij zich met haar in Frankrijk op een klein landgoed wilde vestigen én dat hij het vaste voornemen af te zien van het koningschap.

Willem haatte ministers en met de beide Kamers wilde hij niets te maken hebben. Minister L.A. Lightenvelt verdacht Willem ervan dat zijn afkeer van het koningschap gespeeld was en alleen diende ‘om zijn schaamteloze vrijheidsdrang te maskeren die maakt dat hij zich nergens iets aan gelegen laat liggen’. Iedereen kon wat Willem betreft dus de pot op. Waarom? Seks. Volgens  Lightenvelt was ‘de seksualiteit (…) van grote betekenis voor zijn verlangen naar vrijheid.’

Er is heel wat bidden en smeken aan te pas gekomen voordat hij zich als koning liet installeren. Kennelijk trokken de aan het koningschap verbonden privileges en financiële toelages hem toch over de streep.

Kroonprins Willem (roepnaam ‘Wiwill’) had zich in Parijs gevestigd. Met zijn vader kon hij het – zoals de meesten – niet vinden. In Parijs leefde hij als God in Frankrijk. Hij zoop, was een graag gezien gast in cafés en bordelen en omringde zich met foute vrienden en klaplopers. De Parijse schandaalpers had moeite zijn uitspattingen, feesten en avontuurtjes bij te houden.

Contact met Nederland had hij nauwelijks, behalve dan dat hij zijn riante kroonprinsenuitkering van 100.000 gulden welwillend incasseerde. Niets wees erop dat hij de troon ambieerde, maar hoe het echt zat zullen we nooit weten want hij overleed op 11 juni 1879 aan een ‘borstaandoening’.

Le Figaro noteerde: ‘Met de prins van Oranje verdwijnt een van de merkwaardigste verschijnselen van Parijs.’ Wiwill was volgens de krant ‘een van de meest Parijse figuren geworden die het asfalt de laatste twintig jaar hebben gesierd.’

De nieuwe kroonprins Alexander was ziek, depressief en mensenschuw. Voor vrouwen had hij geen belangstelling, wat toch van een kroonprins – vanwege de opvolging – verwacht mag worden. Continuering van de monarchie heeft immers altijd de hoogste prioritiet.

Op enige belangstelling voor de troon heeft niemand hem kunnen betrappen.  Met zijn vader kon hij hij het evenmin vinden als zijn overleden broer Wiwill. Toen Alexander in 1884 overleed, zag zijn vader geen reden – hij zat weer eens in een Duits kuuroord – om direct naar huis terug te keren. Waarom zich haasten? Alexander was immers toch al dood. Pas drie weken later kwam hij terug.

Alexander stierf kinderloos, nog maar 32 jaar oud. Zijn halfzusje Wilhelmina was nu de eerste in de lijn van troonopvolging. Of zij wel geschikt was voor haar taak is – wat mij betreft – geen uitgemaakte zaak, maar ze heeft er zich in ieder geval niet tegen verzet.

Koning Willem III bakte niet veel van zijn koningschap. Wiwill en Alexander zouden dat vermoedelijk ook niet hebben gedaan, maar omdat beiden voortijdig stierven blijft het speculeren.

Het koningschap weigeren is niet verboden. Wel onwenselijk. Als het toch gebeurt, voorziet de Grondwet in de opvolging.

Het huidige gezeur over het niet kunnen weigeren van het koningschap is absurd. De monarchie trouwens ook.

 

Niet meer van de deze tijd

Als Willem-Alexander binnenkort een fataal ongeluk krijgt, komt Amalia op de troon. Nederland kan dan pronken met een tiener als staatshoofd. Het zou niet de eerste keer zijn. Op 6 september 1898 trad haar over-over-grootmoeder aan als koningin.  De 18- jarige Wilhelmina was al koningin sinds de dood van haar vader in 1890, maar ze werd pas ingehuldigd toen ze meerderjarig was. Nederlandse jongeren werden meerderjarig op hun 23e , Wilhelmina al op haar 18e. Haar moeder, koningin Emma, fungeerde tot haar aantreden als regentes.

Wilhelmina is tot dusver de enige Oranje die precies wist wanneer ze de troon zou bestijgen. Toen haar vader overleed, stond de Nederlandse monarchie door het liederlijke optreden van haar vader, koning Willem III – die zijn bijnaam van ‘koning Gorilla’ alle eer had aangedaan – er belabberd voor. Koningin Emma, ze was nog maar 19 toen ze met de 60-jarige Willem kennis maakte, heeft welbewust aan het opkrikken van de monarchale populariteit gewerkt.  Ze sleepte haar dochter jarenlang het ganse land door. Vanwege al die evenementen rondom het schattige kind-koninginnetje nam de populariteit van het vorstenhuis weer toe. Wilhelmina’s  jeugd was uitsluitend gericht op haar aanstaande koningschap. Andere kinderen zag ze nauwelijks en die ze zag moesten haar aanspreken met ‘Mevrouw’ en ‘Majesteit’. Haar tegenspreken was ten strengste verboden.

Wilhelmina kreeg privé-onderricht. Vooral veel geschiedenis om de grootsheid van de Oranjes erin te stampen. Wat staatsrecht, talen, aardrijkskunde en algemene ontwikkeling. In onze tijd zouden we het een pretpakket noemen. Wilhelmina kreeg een hekel aan wetenschap toen ze pas dertien was en les kreeg over het ontstaan van het zonnestelsel. Wat haar docent vertelde, kon ze onmogelijk rijmen met het Bijbelse scheppingsverhaal in Genesis.  Ze raakte volkomen van slag en keerde zich ‘ijzende’ van de wetenschap af omdat die haar beeld van Gods Schepping op zijn kop had gezet. Haar leven lang nam godsdienst een centrale plaats in haar leven in. Ze ventte haar geloof graag uit en aangezien niemand haar mocht tegenspreken of in de rede vallen was men gedwongen haar religieuze bespiegelingen uit te zitten.

Ondanks haar onderricht in talen raakte ze er niet bedreven in. Haar secretaris Thijs Booy, die zijn bazin bij het schrijven van haar memoires Eenzaam maar niet alleen behulpzaam was, merkte eens op ‘dat als iets haar moeilijk afging, dan was het wel schrijven. Zij had een pen die bijna niet wilde.’ De Nederlandse spelling kreeg ze nooit helemaal onder de knie en in haar brieven en nota’s zat menige spelfout.

Dat alles nam niet weg dat ze haar inhuldigingsrede zelf schreef. Uitzinnige loftuitingen waren haar deel. Ze las haar rede ‘kristalhelder’ en ‘zonder enige hapering’ voor, stelde Cees Fasseur in zijn biografie. Of dat inderdaad een enorme prestatie was, is aan twijfel onderhevig. Ze had er jaren aan kunnen werken en haar rede paste op minder dan een half A-4tje. Welgeteld waren het 267 woorden waarvan een aantal aan God waren gewijd.

De hulde voor haar spreekdebuut was zoals gezegd buitensporig en over de top. De minister van Buitenlandse Zaken tekende op: ‘Ik zal nooit vergeten de waardige en tegelijk natuurlijke wijze waarop de koningin onder den breeden mantel den arm ophief ten hemel; geen actrice had het haar kunnen verbeteren, zoo bevallig en tegelijk ongekunsteld was hare beweging’.

Minister-president Nicolaas Pierson was al evenzeer door emoties overmand: ‘De Inhuldiging was zoo diep indrukwekkend, dat zij ons allen in de ziel greep. Glanspunt was de toespraak der Koningin, haar eedaflegging bovenal. Zij sprak zoo, dat elkeen haar verstond en op ieder woord werd de ware klemtoon gelegd. Toen zij daar met opgeheven hand stond, werden allen als geëlectrificeerd.’

Rutte had het collega Pierson, zou hij toen hebben geleefd, niet kunnen verbeteren.

Contemporain historicus dr. H. Brugmans was ook helemaal stuk van de tiener die tot staatshoofd was gepromoveerd. De voordracht uit de mond van ‘deze verheven jonge vrouw’ en uitgesproken op ‘even krachtige als teedere wijze’ bracht hem volledig van de kook.

De pers reageerde op de inhuldiging met lyrische bespiegelingen over de jonge vorstin en met krantenverslagen die walmden van Oranjeliefde. Zoals: de jonge koningin zag ‘bleek van ontroering (…) met dat lief gelaat, dat ons allen toespreekt door eenvoud en hartelijkheid.’

Nicolaas Beets, dichter bij uitstekl van het nationale trotsgevoel zag zijn kans ook weer schoon: ‘ ’t Koningskind komt tot haar Vaders troon! Koningin in ’s hemels gunst geboren’.

H.J.A.M. Schaepman, toenmalig prominent politicus en priester, zwijmelde: ‘Gij, ons Oranjemaagdelijn, nu Onze hooggezeten Vrouwe, gij wijdt een nieuwen eeuwkring in.’

Als ik vandaag, 7 december 2021, om me heen kijk en de reacties op de verjaardag van kroonprinses Amalia zie, lees en hoor, moet ik constateren dat er wat betreft de slaafse houding tot het koningshuis sinds 1898 weinig is veranderd.

 

Koning Willem-Alexander is gevaarlijk bezig en stapelt publicitaire blunder op blunder. Kringen rondom hem zeggen dat hij zich niets van kritiek aantrekt: de waan van de dag. Zijn moeder had die neiging ook. Maar qua onverschilligheid jegens hun onderdanen kunnen beiden nog een puntje zuigen aan koning Willem III (1817-1890). Toch lijkt Willem-Alexander aardig op weg de arrogantie van zijn over-over-grootvader te evenaren.

Een van konings Willems felste criticasters, de socialist Ferdinand Domela Nieuwenhuis, werd wegens majesteitsschennis voor een jaar naar de gevangenis gestuurd omdat hij had gezegd dat de koning ‘niet veel van zijn baantje maakte’. Daar had hij volstrekt gelijk in, maar het mocht niet worden gezegd.

Enkele overeenkomsten tussen W-A. en zijn voorganger: lak aan de publieke opinie; weinig empathie; liefhebber van de jacht; geldbelust; matige belangstelling voor wat er in de maatschappij gebeurt en veel, vaak en lang op reis en met vakantie. Verschillen zijn er ook: zo zie ik W.A. niet – zoals Willem III in Genève deed – zijn geslachtsdeel vanaf het balkon van zijn Griekse villa aan het publiek tonen. Willem III was ‘potloodventer’.

De reis naar Griekenland, vorig najaar, is overal breed uitgemeten. Zelfs zijn trouwe aanhang vond dat hij te ver was gegaan en dat hij solidariteit ha moeten tonen. Zijn blunder kwam mij overigens uitstekend van pas; mijn Oranje Zwartboek kreeg dankzij W.A.’s reisdrift de wind in de zeilen en belandde in de top tien. Even was ik bang dat de koning een deel van de royalties zou opeisen – hij is tenslotte een Oranje – maar die angst bleek ongegrond. Afgelopen zomer kon hij met moeite worden overreed om het door watersnood getroffen Limburg te bezoeken. Het zat zijn vakantie, de daaropvolgende dag, vervelend in de weg. Uiteindelijk ging hij toch. De tegenzin droop er van af. Wat dat betreft verschilt hij van Willem III. Die was dol op watersnoodrampen. Zelfs voor een overstrominkje mocht je hem uit zijn bed halen.

Een etmaal na Valkenburg scheurde hij met zijn speedbootje van twee miljoen over de Griekse wateren. Máxima vond dat hij daar recht op had. Waarom? Omdat hij zo vreselijk hard werkt. Overigens wil W.A. niet op zijn speeltje worden gefotografeerd. De mediacode is van toepassing. Het liefst doet de koning leuke dingen zonder daarbij door het plebs te worden gestoord.

In geval van kroondomein Het Loo heeft W.A. een blinde vlek. Er is nu al een jaar gedoe over de subsidie die hij daarvoor krijgt. Ik vroeg me af met welke smoes hij zou aankomen om door te gaan met jagen én toch zijn subsidie op te strijken. Dat is nu bekend. Hij sluit het jachtgedeelte af, liet hij weten, om de dieren rust te gunnen. Hoe dat valt te rijmen met jagen is een raadsel. Het probleem is – vrees ik – zijn wereldvreemdheid. Hij begrijpt dingen gewoon niet. Ongetwijfeld komen over die subsidie weer Kamervragen, die lakei Rutte even ongetwijfeld handig zal omzeilen, maar ondertussen doet het Willem-Alexander’s reputatie geen goed. Overigens zit ik daar niet mee. Maar de koning zou het zich moeten aantrekken.

Koning Willem III had ook overal lak aan. Hij zat regelmatig met onbekende stemming ergens in het buitenland, al dan niet potlood ventend. Wetten die hij moest ondertekenen, bleven in de la liggen omdat hij spoorloos was. Willem-Alexander mag via zijn Ipad een handtekening zetten.

Het sociaaldemocratische blad Recht voor Allen, waarvan Domela Nieuwenhuis uitgever was, hekelde met verve de benepen berichtgeving en schijnheiligheid van de koningsgezinde pers. Bij het overlijden van Willem III op 23 november 1890 sloeg Recht voor allen nog eenmaal toe. Het ‘artikel’ bestond alleen uit een kop: ‘Het leven van koning Willem III den Groote, in al deszelfs hooge betekenis voor het Volk geschetst’. De rest van de pagina was blanco.

Willem-Alexander is nog maar betrekkelijk kort koning. Als hij zo doorgaat, ziet het er wat zijn necrologie betreft somber uit.

 

 

Voor Paal gezet

Kroonprinses Amalia heeft afstand gedaan van haar uitkering. 4000 euro per dag komt neer op een kleine 1,5 miljoen per jaar. Ik denk te weten hoe zij (of eigenlijk haar ouders) tot dat besluit zijn gekomen en streel me met de gedachte dat mijn Oranje Zwartboek daaraan een bijdrage heeft geleverd.

Uit betrouwbare bron heb ik gehoord dat Oranje Zwartboek op het nachtkastje van de koning lag. Ik denk dat hij het zelfs heeft gelezen en dat hij in samenspraak met zijn vrouw heeft besloten afstand te doen van Amalia’s geld. Om mij te pesten. Ik had namelijk geschreven dat de Belgische kroonprinses afstand van haar ‘donatie’ had gedaan en suggereerde dat Amalia hetzelfde zou moeten doen. Maar ik was sceptisch en dat heeft achteraf uitstekend gewerkt. Ik schreef namelijk dat de kans miniem was dat de Oranjes het Belgische voorbeeld zouden volgen. Het zijn en blijven ten slotte inhalige Oranjes. Geld is geld. Dus dat ging niet gebeuren. Dacht ik.

Ik kan me voorstellen dat zich in de echtelijke sponde, nadat W.A. mijn sceptische opmerking tot zich had genomen, een gesprek ontspon: ‘Máx, we moeten die Aalders eens goed voor joker zetten. Laten we het voorbeeld van prinses Elisabeth volgen. Onze populariteit daalt met de dag en dit lijkt me een uitgelezen kans om daar iets tegen te doen.’ W.A. zag er een geweldige PR-stunt in. Máxima, al net zo tuk op geld als haar man, zag het aanvankelijk niet zitten. ‘Het is wél geld, Willy. En alles is toch al duurder door die corona’.

Maar na enig gepeins zag Máxima toch een oplossing. Hun jaarlijkse uitkering lag vast, maar met de B-component (de onkostenvergoeding) viel best te rommelen. Van controle was geen sprake. Als het maar ‘ten dienste stond van het koningschap’ stond. Dat had ze geleerd van schoonmoeder Beatrix, die dat ‘ten dienste staan’ tot op het bot had uitgebuit. Geen cent liet ze liggen.

Ze mijmerde hoe ze die 1,5 miljoen euro over hun beider B-component konden spreiden. Als ze nou eens ieder 7,5 ton …. Dat viel niemand op en áls er toch iemand over zou vallen hadden ze altijd Mark nog om de boel glad te strijken. Op Rutte konden ze zich blindelings verlaten; dat had hij vaak genoeg bewezen.

De koning aarzelde even, zag nog allerlei beren op de weg, maar zijn echtgenote pakte stevig door. Ze was nu zelfs enthousiast en hield haar man voor dat de indiening van de nieuwe begroting op Prinsjesdag absoluut gedonder zou opleveren. Dat had hij toch zelf meegemaakt? ‘Wat moet zo’n snotaap met al dat geld’? had Andrée van Es nog geroepen. Hetzelfde dreigde nu weer. Gelazer in de pers, gemok in de Tweede Kamer en boosheid in het land. Allemaal waar. Het idee van Máx het probleem budgettair neutraal op te lossen, was erg verleidelijk. Bovendien: na september zou het niet voorbij zijn, want als Amalia in december, na haar achttiende verjaardag, ging cashen zou het gelazer opnieuw beginnen. ‘Willen we dat?’ Ze waren het snel eens. Nee, dat willen ze niet.

Er restte nog één probleempje. Hoe het nieuws bekend te maken? Het is immers hoogst ongebruikelijk dat een brief van een lid van het Koningshuis aan de minister-president openbaar wordt gemaakt. Zeker in privékwesties. Dat was nooit eerder vertoond en het ging tegen alle regels in.

Dan maar een gok: Als Amalia Rutte nou eens een handgeschreven brief schreef en die op internet liet zetten of desnoods liet uitlekken? Iedereen zou vertederd zijn, al was het maar dat pubers tegenwoordig geen handgeschreven brieven meer schrijven. Willy: ‘En dan staat die Aalders echt voor paal!’ Aldus geschiedde.

Deze column verscheen eerder in De Republikein, september 2021, jaargang 17

 

 

 

Anders tot in de dood, maar wel op onze kosten

Over enige tijd gaat de verbouwing van de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft van start. De kelder is bijna vol en de Oranjes willen als één grote familie de eeuwigheid doorbrengen. De verbouwing gaat het Rijk 3,6 miljoen euro kosten. Willem-Alexander draagt namens de familie een schamele 3 ton bij: begraven op een koopje.

In de de grafkelder staan nu 46 kisten. De laatste bijzetting was die van prins Bernhard. Ook corrupte leden van het koningshuis krijgen een riante begrafenis op rijkskosten.

Er zijn nog maar drie plekken over dus laat de Familie de capaciteit aanpassen. Zoals gewoonlijk wordt er niet op geld gelet; de kosten zijn toch voor de gemeenschap.

Mogen wij de grafkelder bezoeken? Nou nee, dat nou ook weer niet. We weten zelfs nauwelijks hoe de koninklijke dodenkelder is ingericht. We moeten het doen met een beschrijving van een Franse journalist die voor de bijzetting van Willem III in 1890 een tekening heeft gemaakt (zie de illustratie links boven).

Voor zover bekend is dat de enige bron. Mensen die onderhoudswerkzaamheden verrichten krijgen een geheimhoudingsplicht opgelegd. Zelfs wetenschappelijk onderzoek is niet toegestaan, zoals het bedrijf DelftTech ervoer toen het onderzoek wilde doen naar de dood van Willem de Zwijger. Geen gedoe in ons privé mortuarium.

Uitzonderlijk is voorts dat de Wet op de lijkbezorging niet van toepassing is op de leden van het Koninklijk Huis. Sinds 1810 mogen Nederlanders – om hygiënische redenen – niet langer in kerken worden begraven.

Op één uitzondering na. Tot in de dood krijgen de leden van het Koninklijk Huis een andere behandeling dan de rest van de bevolking. Ze worden niet begraven of gecremeerd, maar bijgezet in hun eigen privé grafkelder.

Minister Ingrid van Engelshoven (D66) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kondigde in de brief aan de Tweede Kamer (21-04-2021) de uitbreiding en herinrichting van de koninklijke grafkelder aan.

Opmerkelijk is de bijdrage van 300.000 euro door de Familie. Daarmee erkennen de Oranjes dat het om een privé aangelegenheid gaat.

De vooral door Beatrix veel gebruikte smoes dat alles wat ze deed noodzakelijk was voor de vervulling van haar koninklijke taken gaat in dit geval niet op.

Beatrix eiste zelfs dat de peperdure inrichting van haar privé vertrekken in ‘woonpaleis’ Huis ten Bosch noodzakelijk waren om haar koninklijke taak te vervullen (ze had ook een ‘werkpaleis’). De minister-president haastte zich aan haar Koninklijke Wens tegemoet te komen.

De familie heeft er wederom een schitterende deal uitgesleept. Ik heb de Kamer nog niet horen protesteren.

 

 

Wie denkt dat de sociale antenne van het koningspaar na hun fel bekritiseerde reis naar Griekenland – vorig jaar herfst – is
bijgesteld, zit er fors naast. Hun kapitale villa met bootje (twee miljoen) trekt onweerstaanbaar. Wat er in Nederland gebeurt,
lijkt het echtpaar nauwelijks te interesseren, al doen ze hun uiterste best het tegendeel uit te stralen. Bewogen woorden over de moord op
Peter R. de Vries en veel vertoon van ontzetting over de watercatastrofe in Limburg. Máxima toont dan haar meest betrokken gezicht,
alsof ze op het punt staat in huilen uit te barsten. Maar een dag later reisden ze per regeringsvliegtuig – de flight tracker uitgeschakeld – spoorslags af naar hun paradijsje in Kranidi.
Als ze echt hadden meegeleefd, hadden ze hun vakantie een weekje uitgesteld. Al was het maar voor de P.R.

Dat het koninklijke gezin hun vakantie niet hebben opgeschort laat zien, dat hun maatschappelijk antenne nog steeds onder de oranjerode roest zit. Het Belgische koningspaar laat zich geregeld in de rampgebieden zien, maar Willem-Alexander en Máxima hielden het na een haastig bezoekje voor gezien. Terwijl watersnoodrampen een hobby van de familie zijn. Koning Willem III kon je voor een watersnood uit zijn bed halen. Hij toonde dan zijn betrokkenheid door financiële steunverlening, wat niet echt des Oranjes is. Willem-Alexander zag het bezoek aan Limburg echter eerder als een puzzel die snel moest worden opgelost. Griekenland lonkte en dan had hij voor zijn vertrek ook nog die verdomde foto shoot in de paleistuin.

Limburg was een logistieke puzzel, die hij samen met gouverneur Johan Remkes en de betrokken burgemeesters had kunnen oplossen. Een nachtmerrie! Maar alles was uiteindelijk – vraag niet hoe! – toch opgelost. Voor de camera’s toonde hij, te midden van kolkend water – samen met Máxima -, zijn immense betrokkenheid.

Tenslotte  gaat het om het plaatje. Dat is nooit duidelijker geworden dan deze keer in Limburg.

Het stel leed intens mee, zo straalde van hun gezichten af. De koning heeft gelukkig veel verstand van water. Dat bleek in 1997 toen hij plotseling verklaarde dat hij zich met watermanagement ging bezig houden. Niet dat hij ooit één dag in Delft had gestudeerd, maar dat mocht de pret niet drukken. Binnen een jaar was W.A. een veel gevraagd ‘expert’. Men kan zich verbazen hoe een volstrekte leek binnen een jaar erelid van de World Commission on Water for the 21st Century én beschermheer van het Global Water Partnership wordt. Maar wie zich verbaast, weet niet hoe de monarchie werkt. Intussen was Willem-A. niet te stuiten en bezocht hij doorlopend workshops en symposia. Geen poel of plas in het land ontsnapte aan zijn aandacht. Alleen bij het wc-potwerpen in Rhenen op Koninginnedag 2012 viel hij even uit zijn rol, maar dat ving de RVD keurig op met een onzinbericht.

Ook internationaal was hij – zoals Máxima dat op het gebied van financiële inclusie is – in aanzien. Dat bleek uit zijn voorzitterschap van het United Nations Secretary-General’s Advisory Board on Water and Sanitation. ‘Als voorzitter levert hij wereldwijd een persoonlijke bijdrage aan het oplossen van water gerelateerde problemen’, juichte ooit het NOS -journaal. Dat moet de Limburgers hoop hebben gegeven.

Je zou denken dat toen de koning de catastrofe in Limburg aanschouwde, hij spontaan besloot zijn vakantie een weekje uit te stellen. Dan zou het ergste wel achter de rug zijn. Een van zijn taken is immers het tonen van betrokkenheid bij rampen. Maar Willem-Alexander vond het welletjes. Het overlijden van Peter R., toch ook een rampzalige gebeurtenis die het land in heftige beroering bracht, vermocht hem niet te bewegen een weekje langer te blijven en in ieder geval te wachten tot na diens uitvaart.

Noch de koning, noch Máxima, noch hun dochters, noch Rutte, noch al zijn adviseurs zijn kennelijk op het idee gekomen dat uitstel zeer gepast zou zijn, zo niet de enige optie.

Maar zo denkt onze koning niet. Vakantie in Griekenland heeft topprioriteit. Daarvoor moet alles wijken. Zon, zee, villa en speedboot. Daar draait het om. En wellicht was hij benieuwd of het hek om zijn perceel, waarvoor de Nederlandse belastingbetaler 461.000 euro heeft moeten neertellen (veiligheid!) een likje verf nodig had. Zo’n hek krijgt het door die zilte zeelucht hard te verduren. Kortom: een ramp.

 

 

 

De lessen van Lockheed

Het Lockheed-schandaal dat Nederland midden jaren zeventig in heftige beroering bracht, was een affaire waarin corruptie, smeergeld en mondiale wapenhandel de hoofdrol speelden. Het schandaal, dat nauw samenhing met ‘Watergate’ bracht de regering van de Verenigde Staten, een aantal West -Europese Landen, Azië en het Midden-Oosten in de grootste mogelijke verlegenheid. Ook de Nederlandse regering zag zich in een precaire positie gemanoeuvreerd.

Al spoedig deed in Den Haag het verhaal de ronde dat prins Bernhard bij de affaire betrokken was en zich had laten omkopen door de Amerikaanse vliegtuigfirma. Het kabinet onder leiding van Joop den Uyl weigerde de berichten uit Washington aanvankelijk te geloven.

Dat de echtgenoot van Koning Juliana corrupt zou zijn werd onmogelijk geacht. Tegen beter weten in. Als het tóch waar zou zijn stond het voortbestaan van de monarchie op het spel. Het razend-populaire koningshuis aanpakken was (en is) de nachtmerrie van iedere politicus, want electoraal gezien staat het gelijk met zelfmoord.

De ‘Commissie van Drie’, inderhaast aangesteld om de affaire te onderzoeken, kwam met overtuigende bewijzen dat de prins inderdaad corrupt was. Maar aangezien Bernhard hardnekkig bleef ontkennen, durfde het kabinet de stap niet aan de prins daadwerkelijk
te beschuldigen. Van een rechtszaak kon geen sprake zijn.

Premier Den Uyl draaide meesterlijk om de hete brei heen met de opmerking tegen de Tweede Kamer dat Bernhard ‘zich toegankelijk [had] getoond voor onoorbare verlangens en aanbiedingen’, terwijl hij wist dat Bernhard tot op het bot corrupt was. Hij had niet alleen smeergeld aangenomen van Lockheed maar ook van diens concurrent Northrop.

In het boek heb ik veel aandacht besteed aan de vele landen waar politici en ministers smeergelden van Lockheed hadden aangenomen. Ze werden allemaal, zonder aanzien des persoons, berecht en tot gevangenisstraffen veroordeeld. Bernhard’s straf (eigenlijk niet meer dan een ‘dringend verzoek’) was dat hij voortaan geen uniform meer mocht dragen, maar zelfs die ‘straf’ heeft maar een paar jaar geduurd.

Het was een treffend staaltje van rechtsongelijk, waar het buitenland met verbazing naar heeft gekeken.

De Lockheed Affaire. Nederlands eigen Watergate, smeergeld en corruptie is nu te koop bij de boekhandel.

Hoe ik niets vermoedend in een hinderlaag liep.

Het is alweer een aantal jaren geleden, maar plotseling schoot me de ‘Nacht van de Geschiedenis’ weer te binnen. Het is een jaarlijks terugkerend evenement van de Universiteit van Groningen waar diverse thema’s aan bod komen. Ik was gevraagd om te spreken in de themagroep ‘Kerkhof van gevallen Helden’. Er was voor elk wat wils. Zo sprak Rutger Bregman, nog piepjong, dat we veel meer lessen uit de geschiedenis moesten trekken.

In mijn groepje ging het over Jan Pieterszoon Coen en generaal Van Heutsz, die onder gejuich van koningin Wilhelmina slachtpartijen onder de Indische bevolking had aangericht.Stripheld Kuifje moest naar het kerkhof vanwege racistisch uitlatingen. Dat had hij gemeen met Coen, al ging de laatste veel verder dan zich denigrerend uitlaten over zijn Indische medemensen.

De stichter van de Sovjet-Unie, Lenin, had vanwege de vele doden die hij op zijn geweten had zijn status van gevallen held absoluut verdiend. Ik zou prins Bernhard voor mijn rekening nemen, wiens torenhoge voetstuk last had van flinke erosie. Hij was corrupt, loog tegen de klippen op en zijn status van verzetsheld in de Tweede Wereldoorlog bleek verzonnen te zijn. Want hoe kun je in het verzet zitten terwijl je in Londen woont waar hij feestend met zijn vele vriendinnen zijn dagen sleet. Aan mij de taak om het voormalig NSDAP- en SS-lid het graf in te praten.

Toen gebeurde er iets wat ik nooit eerder had meegemaakt. Prof. dr. Hans Renner kreeg het woord om alvast een aantal dingen recht te zetten, waarvan hij vermoedde dat ik die in mijn voordracht zou aanroeren. Hij zag het als zijn taak Bernhard te verdedigen. Renner was tijdens de Praagse lente naar Nederland gevlucht en was bijzonder hoogleraar Midden-Europese geschiedenis aan de RUG. Hij zou die avond Lenin ten grave dragen, maar voordat hij dat deed zag hij het als zijn opdracht mij eerst af te branden. Hij deed dat overigens met toestemming van de organisatie, die mij niet over Renners plan had ingelicht. Van hun afspraak dat ik niet op Renners woorden mocht reageren was ik evenmin op de hoogte. Ik had kunnen wegelopen maar ik ben geen Baudet.

De tirade van Renner kwam erop neer dat ik voortaan mijn mond moest houden over het koningshuis en zeker over Bernhard. Dat was een held van het zuiverste soort. Hoe haalde ik het in mijn hoofd de prins naar het kerkhof van gevallen helden te sturen. Lenin. Ja, die hoorde daar thuis, maar Bernhard beslist niet. Ook mijn kritiek op de Oranjes verafschuwde hij, want die hadden meer goed voor Nederland gedaan dan ik ooit zou kunnen beseffen.

Enigszins beduusd door de gang van zaken, besprak ik de discutabele levenswandel van Bernhard en belichtte – daartoe extra geïnspireerd door Renner – zijn corrupte gedrag, leugens en gegraai. Conclusie: Bernhard lag volkomen terecht op dat kerkhof.

Na afloop schoot ik Renner aan met de vraag wat hem bezielde. Had hij ooit iets van mijn hand over Bernhard gelezen? Nee, maar dat was ook niet nodig. Het was toch allemaal onzin. Ik kwam zeker uit de protestbeweging van de jaren zestig? Nou, dan wist hij genoeg. Ik wierp nog tegen dat al mijn boeken van een uitgebreid notenapparaat waren voorzien, maar dat vond professor Renner van geen belang: ‘voetnoten zijn geduldig’. Ik besloot toen maar het gesprek met deze lakei uit de ergste categorie te beëindigen.

Op internet vond ik snel antwoord voor Renners ophemelen van de Familie. Een paar jaar eerder was hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. De lintjesregen die eind april weer op ons afkomt, zal vast weer nieuwe lakeien opkweken.

Dit stukje verscheen ook als column in De Republikein, nummer 2, april 2021

The Crown, een Netflixserie over de Britse koninklijke familie, trekt drommen kijkers. Soms is het lastig uit te maken wat werkelijkheid is of fictie. De mensen die de serie bevolken zijn echt.

Wie kent niet koningin Elisabeth, prins Philip, Lady Di of een type als Margaret Thatcher? Het verhaal dat Netflix ons voorschotelt is echter deels fictie en dus niet historisch verantwoord. Het is ‘factie’, de stijl waarvan ook thrillerauteur Tomas Ross zich bedient: de personen zijn echt maar de gebeurtenissen zijn deels ontsproten aan de fantasie van de schrijver.

Ik heb er geen moeite mee, maar de Britse minister van Cultuur zou het liefst ingrijpen en iedere aflevering van The Crown voorzien van een waarschuwing dat het verhaal historisch niet klopt. Jonge kijkers die Lady Di of mevrouw Thatcher niet zelf hebben meegemaakt, zouden daarmee gebaat zijn.

Zo’n waarschuwing heeft wel wat, tenminste als je haar breed toepast. Elke keer als een lid van ons koningshuis – of voor mijn part de hele koninklijke familie – in het nieuws komt, wordt het bericht voorzien van een waarderingsteken. Iets in de zin van ‘waar’, ‘twijfelachtig’ of ‘kolder’. De waardering laten we over aan de Dienst Beoordeling Koningshuis (DBK). Zo leert de doorsneeburger dat niet alles wat de royals doen groots, interessant of bijzonder is. Integendeel. Als ze wat doen – ook wanneer ze de boel belazeren – waarderen we dat met een opgestoken duim, een frons (halve waarheid) of een pinocchio-teken wat staat voor leugen of ‘kolder’. We zouden zelfs de afbeelding van de koning, Máxima of over wie het ook maar gaat, een lange neus kunnen meegeven.

Amalia is een lastig geval. Als ze na haar achttiende maandelijks 125.000 euro gaat incasseren, verdient dat afkeuring. Maar het klopt wel want de Tweede Kamer heeft het bedrag, hoe bizar ook, goedgekeurd. Voor zo’n situatie die je overigens vaak in een monarchie aantreft – wel waar, maar niettemin volslagen idioot – moeten we nog een symbool ontwikkelen. Misschien via een prijsvraag?

Ander geval: Máxima sprak met het bestuur van Koninklijke Horeca over de misère die corona in de branche aanricht. Máxima kan absoluut niets voor hen doen, maar dat doet er niet toe. Het bestuur was blij met haar bezorgde glimlach en haar luisterend oor. In feite is het natuurlijk volksverlakkerij. De media (de NOS voorop) berichten erover en suggereren dat mevrouw iets voor de bedrijfstak kan betekenen. Nee dus. Een frons lijkt hier op zijn plaats.

Wat doen we met al die werkbezoeken van het koninklijk paar? Of met hun dolenthousiast geklap, afgelopen voorjaar, voor de mensen in de zorg? Vooruit, een duim voor hun applaus. Wát een empathie. Maar hoe zit het met hun werkbezoeken, die van hun belangstelling blijk moeten geven en die tegelijkertijd benadrukken hoe fantastisch hun empathisch vermogen en hun betrokkenheid is?

Die bezoeken zijn overbodig. Erger nog: als de koning een overwerkte afdeling in een ziekenhuis bezoekt waarvan het personeel radeloos is vanwege de extreme werkdruk, wordt alles stilgelegd. De koning komt! Complete afdelingen worden gesloten, straten in de omgeving afgezet en het overwerkte personeel in rotten van vier opgesteld om Zijne Majesteit te verwelkomen. Dat verdient minstens drie koldertekens op een rij.

Toen de Familie in oktober met het regeringsvliegtuig gratis op vakantie naar Griekenland toog, onderstreepte het koningspaar daarmee zijn totale gebrek aan inlevingsvermogen. En passant sprak er ook uit dat werkbezoeken vooral voor de bühne zijn. Hun videoboodschap met excuses, na terugkomst, was zo deep fake dat de leugentekens niet aan te slepen waren. Bij nader inzien is dat tekensysteem misschien geen goed idee. We weten toch wel dat vrijwel alles wat ze doen nep is.

Deze column verscheen eerder in: De Republikein, nummer 1, maart 2021