Deze week is het 50 jaar geleden dat Den Uyl het onderzoeksrapport van de Commissie van Drie over de Lockheed-affaire met daarin de rol van prins Bernhard openbaar maakte. Voor Bernhard liep het met een sisser af. Maar Nederland stond internationaal voor paal.

Het Lockheedschandaal maakte de regering mede-corrupt
Het Lockheed-schandaal dat Nederland midden jaren zeventig op zijn kop zette, draaide om corruptie, smeergeld en wapenhandel. De affaire bracht de regering van de Verenigde Staten, Japan en een aantal West-Europese in grote verlegenheid. In Den Haag zoemde ‘het gerucht’ rond dat prins Bernhard zich had laten omkopen door straaljagerfabrikant Lockheed. Aanvankelijk weigerde iedereen, het kabinet Den Uyl incluis, de berichten uit Washington te geloven. Dat de echtgenoot van koning Juliana corrupt zou zijn, was ondenkbaar.
Den Uyl stelde een onderzoeksteam in, de ‘Commissie van Drie’, om de affaire te onderzoeken. Het ondenkbare bleek toch denkbaar. De Commissie vond zulke sterke aanwijzingen dat het kabinet onder ogen moest zien dat de prins inderdaad corrupt was. Het probleem was echter dat Bernhard, ondanks zijn belofte om mee te werken, alle schuld ontkende. Het kabinet durfde daarom de stap hem daadwerkelijk te beschuldigen niet aan. Van meet af aan was trouwens besloten dat van een rechtszaak geen sprake kon zijn.

Drie gevallen van smeergeld
De Commissie van Drie heeft drie gevallen gedocumenteerd. Het eerste betrof een JetStar die Lockheed Bernhard cadeau wilde doen. Hij weigerde omdat hij het toestel zou moeten registreren. De prins prefereerde een miljoen dollar op zijn geheime Zwitserse bankrekening, wat laat zien dat hij precies wist hoe hij met zwart geld moest omgaan. Tegenover de Commissie van Drie ontkende hij dat miljoen te hebben ontvangen.
Het tweede geval staat bekend als ‘Victor Baarn’. Naar overtuiging van de Commissie was dat een schuilnaam van Bernhard. Het ging om 100.000 dollar smeergeld op naam van ‘Victor Baarn’ maar ontkende Bernhard beweerde van niets te weten. Het eerste geval (het miljoen) gaf hij later wel toe in een interview met de Volkskrant. Hij zou dat bedrag hebben geschonken aan het Wereld Natuur Fonds (WNF). Maar in de boeken van het WNF viel zijn ‘gift’ niet te traceren. En corruptie blijft corruptie; ook als je het geld weggeeft aan een goed doel.
In het derde geval eiste Bernhard een bedrag van tussen de vier en de zes miljoen dollar, wat Lockheed te gortig vond. De Commissie ontdekte twee handgeschreven brieven van Bernhard waarin hij bij Lockheed om miljoenen bedelde. Bernhard beweerde ditmaal zich niet te kunnen herinneren de brieven ooit te hebben geschreven, hoewel ze slechts een jaar oud waren.

Den Uyl
Premier Den Uyl heeft het laatste geval aangegrepen om zich uit de affaire te redden. De andere twee zaken bleef Bernhard ontkennen, maar die brieven uit het derde geval bewezen dat hij wel degelijk om geld had gevraagd. Alleen had hij het nooit ontvangen. Dat ging ook niet omdat iedereen die er bij Lockheed toe deed juist in die tijd door een speciale onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat onder leiding van Frank Church werd verhoord. De smeergeldmachinerie van Lockheed was tijdelijk tot stilstand gebracht.
Voor Den Uyl was het derde geval ideaal. Bernhard had onbetwistbaar de intentie getoond steekpenningen van Lockheed te willen. Hij had er zelfs om gevraagd maar het geld had hij nooit daadwerkelijk gekregen. In de woorden van Joop den Uyl had hij zich ‘toegankelijk getoond voor onoorbare verlangens en aanbiedingen’ en hij had zich ‘laten verleiden tot het nemen van initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren’. Het woord corruptie viel niet maar zich ‘toegankelijk’ tonen voor ‘onoorbare verlangens en aanbiedingen’ betekent precies hetzelfde.

Straf
In mijn boek Het Lockheed Schandaal (2011) beperkt ik me niet tot het geval van Bernhard maar ik besteed ook ruim aandacht aan politici en ministers in andere landen die ook smeergeld van Lockheed opstreken. Zonder uitzondering en zonder aanzien des persoons werden ze tot gevangenisstraffen veroordeeld. Bernhards ‘straf’ bestond uit een ‘dringend verzoek’ voortaan geen militair uniform meer te dragen. Dat ging maar een paar jaar goed. Daarna verscheen hij (soms) weer in uniform. Het buitenland heeft die gang van zaken met verbazing gade geslagen. De RVD maakt er zich tot op de dag van vandaag als volgt vanaf:
‘Medio jaren 70 bleek dat de Amerikaanse vliegtuigfabrikant Lockheed in diverse landen regeringsfunctionarissen had benaderd, teneinde bepaalde aankopen te stimuleren. Hierbij werd ook de naam van Prins Bernhard in zijn functie van inspecteur-generaal der krijgsmacht genoemd. In 1976 stelde het kabinet-Den Uyl de Commissie van Drie in om onderzoek te doen naar eventuele betrokkenheid van Prins Bernhard hierbij. Naar aanleiding van het onderzoek legde de Prins zijn militaire functie neer.’
Den Uyl is Bernhard ook in dit geval zeer ter wille geweest door hem te manen met onmiddellijke ingang zijn functie van inspecteur-generaal der krijgsmacht neer te leggen. Bernhard kon zo de eer aan zichzelf houden en ‘eervol’ ontslagen worden. Een afgedwongen ontslag kan nooit eervol zijn, maar die schande bleef de prins dankzij Den Uyl bespaard.

Politieke onrust
De omkoping van volksvertegenwoordigers, militairen, politici en regerings- en bedrijfsfunctionarissen leidde tot politieke onrust en argwaan jegens overheden, de krijgsmacht en multinationale bedrijven. Ook in Duitsland waar Franz Josef Strauss minister van defensie was. Vermoedelijk heeft Strauss de bui zien hangen want op zijn departement was geen document meer over Lockheed te vinden. Alle stukken waren vernietigd. Dan kon onmogelijk toeval zijn, maar bij gebrek aan bewijzen verscheen in Duitsland niemand voor de rechter.
In België was ook de vraag gerezen of de 122 Lockheed Starfighters volgens de regels waren aangeschaft. Jean-Pierre Bonsang, de Belgische agent van Lockheed, had die vraag kunnen beantwoorden maar hij stierf kort voordat de hoorzittingen van de Amerikaanse senaat begonnen. Direct na zijn overlijden hebben vertegenwoordigers van Lockheed zijn bureau zo grondig ‘gekuist’ dat er niets meer was te vinden. Net als in de Duitse Bondsrepubliek bleef het daarom bij vermoedens en verdenkingen, maar het ontbrak aan hard bewijs in de vorm van documenten.
In het Midden-Oosten speelde de Lockheed-affaire een minder opvallende rol. Perzië, het huidige Iran, en Saudi-Arabië, twee spreekwoordelijk corrupte monarchieën, laten zich door corruptie, ook al is die grootschalig, niet van de wijs brengen.
In Japan ontketende ‘Lockheed’ een storm van verontwaardiging. Zonder aanziens des persoons moesten verdachten uit het bedrijfsleven en de politiek zich voor de rechter verantwoorden. In Italië, dat op het gebied van corruptie toch wel wat gewend was, gebeurde dat ook. De aandacht voor het Lockheed-schandaal was wereldwijd zo groot, dat het niet mogelijk zou zijn geweest de zaak met de traditionele mantel der liefde te bedekken. In beide landen vielen zware gevangenisstraffen.
In Nederland veroorzaakte Lockheed een schok onder zowel de bevolking als in politieke kringen. Men kon het niet geloven of men weigerde het te geloven. Prins Bernhard, de ‘oorlogsheld’, de ‘ambassadeur van het bedrijfsleven’, de vleesgeworden charme; het kón gewoon niet waar zijn.

Monarchie in het geding
Toen bleek dat de beschuldigingen niet uit de lucht waren gegrepen, kwam dat hard aan, maar het vertrouwen in Bernhard werd er nauwelijks door aangetast. Velen (ook in de politiek) vonden dat de prins door alle publiciteit al voldoende was gestraft. Dat corruptie een misdrijf was waarop een maximale gevangenisstraf van zes jaar stond was natuurlijk waar, maar Bernhard op zijn corrupte gedrag aanspreken vond vrijwel iedereen te ver gaan. En bovendien onnodig omdat Juliana er ook onder zou lijden terwijl ze het toch al zo zwaar had.
Met de monarchie in het geding toonde zowel de politiek als de bevolking zich bereid dit staaltje van rechtsongelijkheid te accepteren. De prins straffen, zoals dat in andere landen was gebeurd, stuitte op weerstand. Nederland voelde meer voor een benadering zoals die gebruikelijk was in monarchieën als Saudi-Arabië en Perzië, waar corruptie doodgewoon was.
De PvdA van Den Uyl vreesde dat een harde aanpak van Bernhard de partij grote schade zou toebrengen en reageerde – op een uitzondering na – mild op de prinselijke corruptie. De confessionele partijen hadden vanuit hun traditionele liefde voor het koningshuis evenmin behoefte aan ingrijpen. Alle partijen, behalve de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), vonden dat een koningscrisis koste wat kost moest worden voorkomen. Juliana had gedreigd met aftreden als haar man naar de gevangenis moest en Beatrix zou dan geweigerd hebben (beweerde ze) haar moeder op te volgen. Een constitutionele crisis zou het gevolg zijn geweest. Dreigen met zo’n crisis is de Oranjes wel toevertrouwd. Het is een effectief drukmiddel dat praktisch altijd het gewenst resultaat oplevert.
Dat de prins met zijn gedrag het belang van de Nederlandse staat had geschaad en afbreuk had gedaan aan ons internationaal aanzien deed er evenmin toe. Politiek Den Haag (met uitzondering van de PSP) beschouwde de omkoopbaarheid van de prins niet zozeer als een juridisch (wat het was) dan wel als een politiek probleem.

Rechtsgelijkheid te grabbel
Hans Teengs Gerritsen, met wie Bernhard bevriend was, en ir. F. Besançon, directeur van de KLM (1953-1974), waar Bernhard commissaris was geweest, profiteerden van de milde houding jegens Bernhard die zelf overigens nooit heeft begrepen waarom men zich druk maakte over de paar cent die hij had ontvangen voor zijn diensten. Zo ging dat toch in het bedrijfsleven? Als hij spijt heeft gehad, heeft hij het ‘verdomd goed’ verborgen weten te houden, stelde een vriend van de prins.
Teengs Gerritsen vertegenwoordigde Lockheed maar hij had zijn commissiegeld op een geheime Zwitserse bankrekening laten storten en daarmee belasting ontdoken. Wat betreft Besançon bestond er geen twijfel dat hij $ 25.000 van de vliegtuigfabrikant als smeergeld had geïncasseerd, maar hij bleef, net als Teengs Gerritsen, tegenover de Commissie van Drie zijn schuld ontkennen. Daarmee was voor de Commissie de kous af. Het ging niet aan de ontkenningen van prins Bernhard wél en die van Besançon niet te accepteren. Van het aangekondigde FIOD-onderzoek naar Teengs Gerritsen is niets meer vernomen. Net als Besançon kwam hij met de schrik vrij.
Een rechtszaak tegen beiden zou de schijnwerpers weer vol op Bernhard en zijn corrupte gedrag hebben gezet. Dat moest vanzelfsprekend worden voorkomen. Het kabinet heeft bij het Lockheeddebat in de Tweede Kamer niets aan het toeval overgelaten. Den Uyl heeft uitgebreid geanticipeerd op mogelijke vragen over Besançon en Teengs Gerritsen. Een klokkenluider had de FIOD op het onderzoek naar Teengs Gerritsen gezet, maar de man zou volstrekt onbetrouwbaar zijn geweest en daarom was het onderzoek gestaakt. En als Besançon ter sprake kwam zou Justitieminister Dries van Agt vragen pareren met de opmerking dat wat er rondom de KLM-directeur speelde niets te maken had ‘met de gebeurtenissen met betrekking tot Z.K.H. Prins Bernhard’.

De monarchie gered
Vanwege het hogere doel, het aanzien van de monarchie, deed de belastingontduiking van Teengs Gerritsen en de corruptie van Besançon er niet toe en werd en passant de rechtsgelijkheid te grabbel gegooid. Onder geen beding mocht de monarchie schade oplopen.
Dat was ook de reden dat de 100.000 dollar smeergeld die vliegtuigfabrikant Northrop aan Bernhard had betaald door Den Uyl werd verzwegen. Één schandaal ging nog maar twéé tegelijk kon hij niet behappen. De premier lost dat probleem soepel op. Hij had de Commissie van Drie opdracht gegeven Lockheed te onderzoeken. Northrop kwam in de onderzoeksopdracht niet voor. De Northropstukken borg hij op de kluis. Probleem opgelost en de monarchie was weer gered.

Een hardnekkige misverstand

Vaak zetten monarchisten mij voor het blok – althans dat hopen ze – met de opmerking: ‘hoe kun je nou zeggen dat het koningschap ondemocratisch is; opiniepeilingen wijzen toch uit dat er een ruime meerderheid voor de monarchie is?’

Dus zolang de koning populair is en een meerderheid van de bevolking het koningschap steunt, zou het ‘democratisch gelegitimeerd’ zijn. Het klinkt redelijk. Het klinkt modern. Het klinkt zelfs democratisch. Maar het is niets van dat alles. Het een denkfout. Populariteit is geen democratie. En opiniepeilingen zijn dat al evenmin.

Democratie is geen kwestie van sympathie, maar van principes. Democratie berust op volkssoevereiniteit, verkiesbaarheid, verantwoording en afzetbaarheid. De essentie van een democratisch systeem is dat macht voortkomt uit vrije verkiezingen en dat die macht ook weer kan worden afgenomen. Bijvoorbeeld bij disfunctioneren. Een erfelijk koningschap voldoet in geen velden of wegen aan deze criteria. De koning wordt immers niet gekozen, hij legt geen politieke verantwoording af (de minister is verantwoordelijk voor al zijn daden) en hij kan niet worden afgezet. Zelfs niet als hij het ene schandaal op het andere zou stapelen; een scenario dat – historisch gezien – niet eens geheel hypothetisch is.

Pas als hij geestelijk niet langer competent is kan hij ‘buiten staat’ worden verklaard. Hij wordt dan opgevolgd door de eerste in de lijn van troonopvolging. Of die nog meer of misschien wel veel minder schandalen veroorzaakt doet er niet toe. Wat telt is dat hij in de juiste wieg is geboren.
Dat een aanzienlijk deel van de bevolking dit accepteert of – erger nog – zelfs toejuicht, verandert niets aan dat fundamentele gegeven.

De historische oorsprong van het Nederlandse koningschap kwam al evenmin op democratische basis tot stand. Na de val van Napoleon werd Europa heringericht door de grote mogendheden; allemaal monarchieën. Tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) besloten zij tot de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden als bufferstaat tegen Frankrijk. De soevereiniteit lag niet bij het volk, maar bij de grootmachten van toen: het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Dat Willem Frederik van Oranje-Nassau, als koning Willem I op de troon belandde, had geen democratische basis, maar was het gevolg van geopolitieke afwegingen in Londen, Sint Petersburg, Wenen en Berlijn.

Al even ondemocratisch was de rol van het zogeheten Driemanschap van Gijsbert Karel van Hogendorp, Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. In november 1813 trokken zij de macht naar zich toe in het machtsvacuüm dat was ontstaan na het vertrek van de Fransen. Zij riepen eigenmachtig de soevereiniteit uit en boden Willem Frederik de troon aan. Geen verkiezingen, geen mandaat, geen volksraadpleging; slechts een kleine elite bepaalde de staatsvorm. Een coup van notabelen. Uitgevoerd in naam van het volk, maar zonder het volk te hebben geraadpleegd.

Dat deze ondemocratische oorsprong later is ingebed in een constitutioneel systeem met parlementaire controle, doet aan de kern niets af. Maar liefst 26 van de 142 artikelen van de Grondwet zijn aan de koning gewijd. Die 26 artikelen schuren nogal met artikel 1 van de Grondwet, dat stelt dat iedereen in Nederland gelijk wordt behandeld, al wordt die gelijkheid meteen rigoureus ingeperkt met: ‘in gelijke gevallen’. De familie Van Oranje-Nassau is nu eenmaal niet gelijk aan alle andere Nederlandse families. Neem artikel 24: ‘Het koningschap wordt uitgeoefend door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau.’ Dat is in directe tegenspraak met artikel 1, om het voorzichtig te formuleren.

Artikel 1 stelt dat ‘discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook’, verboden is. ‘Geboorte’ wordt expliciet niet genoemd en valt kennelijk evenmin onder ‘op welke grond dan ook’. Het is bewust weggelaten. Het zou de monarchie als staatsvorm immers onmogelijk hebben gemaakt.

De monarchie is een ons opgedrongen instituut dat zich – omdat het niet anders kon – heeft aangepast aan democratische structuren. Maar het instituut zelf is nooit democratisch geworden, kan dat ook niet zijn en zal het ook nooit worden.

Populariteit is niet hetzelfde als democratie

Keren we terug naar het argument van populariteit. Stel dat een opiniepeiling uitwijst dat 70 procent van de bevolking het koningschap wil behouden. Wat betekent dat dan precies? Het betekent dat 70 procent van de respondenten een voorkeur uitspreekt voor een bestaand instituut. Maar een voorkeur is geen legitimatie in democratische zin. We laten opiniepeilers toch niet de plaats van verkiezingen innemen? Die gedachte zou vermoedelijk zelfs geharde  monarchisten te ver gaan. Democratie vereist niet alleen instemming, maar ook keuzevrijheid tussen alternatieven en de mogelijkheid tot verandering. We moeten keuzes hebben. Zolang de monarchie niet via een expliciete, vrije en herhaalbare keuze van het electoraat is ingesteld en ook op die manier weer kan worden afgeschaft, is er geen sprake van democratie.

Sterker nog: het beroep op populariteit ondermijnt het democratische argument. Wie zegt dat de monarchie ‘mag blijven omdat zij populair is’, erkent impliciet dat het instituut zelf geen democratische basis heeft. Voorstanders grijpen naar opiniecijfers om een gebrek aan formele legitimiteit te maskeren. Dat heeft niets met democratie te maken, maar alleen met sentiment en traditie. Wie democratie reduceert tot populariteit, reduceert haar tot marketing. Dan wint niet het beste staatsbestel, maar het meest geliefde imago.

Het koningschap kan geliefd zijn, gekoesterd zelfs. Voor Oranjeliefhebbers is dat ongetwijfeld een waarde op zichzelf. Fijn voor de Oranjeklanten maar dat verandert niets aan wat toch de conclusie moet zijn: een erfelijke monarchie, hoe populair ook, is geen democratie maar een institutioneel overblijfsel uit een tijd waarin het volk nog geen stem had. Dat we die stem tegenwoordig in peilingen meten, maakt haar niet beslissend. Democratie is geen thermometer die de temperatuur van de publieke opinie meet.

Democratie is een systeem dat macht legitimeert of juist ontneemt. Een erfelijke monarchie –  hoe breed ook gedragen – blijft in de kern ondemocratisch. De vorm van ongelijkheid die dat mogelijk maakt (‘geboorte’)  – geniet zelfs constitutionele bescherming.

Onze economie kan met alle nieuwe orders weer jaren vooruit
Nu ik het driedaagse werkbezoek van Willem-Alexander en Máxima aan Amerika op de voet heb gevolgd begrijp ik pas  goed dat Nederlandse bedrijven zullen worden bedolven onder orders die dankzij het koningspaar zullen binnenstromen. En die overnachting bij ‘daddy Trump’ op het Witte Huis legt onze economie ook geen windeieren.

Bij aankomst in Philadelphia verwelkomde gouverneur Shapiro de koninklijke economie-aanjagers. Onder het toeziend oog van het toegestroomde publiek (zie foto rechts) werden de gebruikelijke, zielloze toespraakjes uitgewisseld. Daarna volgde een bezoek aan de Liberty Bell, het symbool van de Amerikaanse Onafhankelijkheid. Kassa! En niet te vergeten bezocht het koninklijk paar ook nog een kunstacademie.

Bij het bezoek aan Fishtown, een wijk in ontwikkeling, viel op dat Amerikaanse en Nederlandse muurkunst en architectuur daar zo goed zichtbaar waren. Buurtbewoners – vooraf zorgvuldig geselecteerd – legden vol enthousiasme uit hoe dat kwam. Alweer een opsteker voor onze bedrijven. De Volkskrant schreef in een commentaar niet voor niets dat de koning-koopman ‘zich heeft ontpopt tot een krachtig wapen in de economische diplomatie.’

En ja hoor, daar stonden de ondernemers al in de rij. De RVD:

‘Tijdens een economische sessie presenteren ondernemers innovatieve producten in de sportsector en wordt aandacht besteed aan de deelname van Curaçao aan de World Cup 2026 in het stadion van de Eagles, het Lincoln Financial Field.’

Na Philadelphia was Miami in de staat Florida aan de beurt waar het stel  achtereenvolgens een basisschool bezocht, vele handen schudde, toespraakjes gaf en nog meer toespraakjes aanhoorde. Toen volgde een rondleiding door een museum voor Latijns-Amerikaanse kunst en voerden de koning en de koningin gesprekken met studenten uit het Caribische deel van het Koninkrijk. Een ander hoogtepunt was een gesprek over de handelsrelaties tussen Nederland en Florida dat onder meer ging over ‘het verkennen van samenwerkingskansen op het gebied van logistiek, werkgelegenheid en talentontwikkeling.’ Zonder meer een schot in de roos.

Maar de boog kan niet altijd gespannen staan. Tijd dus voor een potje domino, het spel dat de ‘buurtbewoners bij elkaar brengt in de wijk Little Havana’. De RVD: ‘De Koning en Koningin Máxima spelen een potje mee en spreken met de bewoners over het belang van deze plek voor de buurt, die veelal afkomstig is uit de Latino-gemeenschap.’

Florida en Nederland hebben beide wel eens last van overstromingen door hoog water. Wat kunnen we op dat gebied van elkaar leren? Sterker nog: wat kan Máxima ons leren want onderschat haar  expertise en kennis niet. Het koningspaar ging daarover in gesprek met wetenschappers van de universiteit van Miami. Ze bekeken er ook een machine die orkaanwinden kan nabootsten. In Nederland hebben we weliswaar geen orkanen maar wellicht zullen die ons in de toekomst gaan treffen en dan is het geruststellend te weten dat het koningspaar werkelijk alles van de verwoestende kracht van orkanen weet.

Ook dat is goed nieuws voor onze economie.

 

 

Een schertsvertoning

De media pakten breed uit over de nieuwe carrière van koningin Máxima. Ze wordt reservist bij de landmacht. Ze is al  aan haar opleiding begonnen, heeft haar uniform en uitrusting afgehaald in Soesterberg  en ze krijgt, als ze over een paar weken haar ‘opleiding’ heeft afgerond, de titel van ‘luitenant-kolonel’. Een normaal iemand – maar dat is Máxima uitdrukkelijk niet – doet daar 15 tot 20 jaar over. Bange vraag: zou een vooraanstaand modehuis al opdracht hebben gekregen om een gracieus uniform voor deze ‘militair’ te ontwerpen. Kosten spelen, zoals we weten, geen rol.

De aanstelling van leden van het Koninklijk Huis in hoge militaire rangen zonder reguliere opleiding of loopbaan is puur toneel, een poppenkast. Strikt genomen hoort bij zulke benoemingen de toevoeging à la suite of in buitengewone dienst. Dan staat  ondubbelzinnig vast dat het niet gaat om een operationele of door verdienste verkregen rang. Maar deze aanduiding wordt weggelaten. Slordigheid? Nee; camouflage van erfelijk privilege. Een ceremoniële onderscheiding wordt vermomd als een professionele militaire status.

Bij de landmacht vergt het bereiken van de rang luitenant-kolonel normaal gesproken een langdurig traject. Officieren volgen een volledige opleiding, doorlopen vervolgens meerdere functierangen en bouwen door de jaren heen ervaring op in commandovoering en stafwerk. Dat duurt vijftien tot twintig jaar. De rang staat voor bewezen competentie, niet voor afkomst. Er bestaan, voor zover bekend, geen uitzonderingen voor militairen van Argentijnse afkomst.

Máxima zou dus op haar vroegst op haar  zeventigste verjaardag de rang van luitenant-kolonel kunnen behalen, maar omdat ze koningin is kan dat al na een korte introductietraining. Geen erkenning dus van militaire deskundigheid, maar gewoon een schertsvertoning . Het dient uitsluitend om bij parades, werkbezoeken en – niet te vergeten –  fotomomenten het beeld te scheppen van een ‘dienende’ Hoogheid die niet te beroerd is om een uniform aan te trekken om haar ‘solidariteit’ te tonen.

Zo voedt het koningshuis de mythe van dienstbaarheid: het idee dat de monarchie zichzelf belangeloos ten dienste stelt van staat en samenleving. In werkelijkheid gaat het om een georkestreerd imago, betaald met belastinggeld, waarin privileges worden gepresenteerd als plichten en symbolen worden verkocht als prestaties.

Kortom: Máxima’s publieksstunt is niet bedoeld om de krijgsmacht te versterken, maar om de monarchie te legitimeren en te promoten op grond van een oud, middeleeuws, erfelijk voorrecht. Het moet zuur zijn voor militairen die hun rang echt hebben verdiend om te zien dat je die ook gewoon cadeau kunt krijgen. Als je maar tot die ene familie behoort.

Waarom gelden voor de Oranjes andere regels dan voor de rest van Nederland? In De voordelen van de monarchie onderzoekt historicus Gerard Aalders op ironische wijze het Nederlandse koningshuis, dat structureel de hand boven het hoofd wordt gehouden.

De BV Oranje

Met humor, feiten en historisch inzicht analyseert de auteur leden van het koningshuis zoals Wilhelmina, Bernhard, Beatrix, Máxima, Willem-Alexander en Amalia. Onderwerpen als belastingvrijstellingen, vliegreizen, corruptie, mediacodes, uitzonderingswetten, rechtsongelijkheid, vorstelijke uitkeringen (en hun spreekwoordelijke geldbelustheid) komen aan bod.

Onthutsend: waarom hielp prins Bernhard een stel notoire oplichters aan een topstuk uit het Rijksmuseum? En wat hield hij daar zelf aan over?

Actueel: de ontvangst op het paleis van ‘Daddy Trump’ door het koningspaar.

Mythevorming, macht en mediastilte

Aalders neemt de afstamming van Willem de Zwijger onder de loep en constateert dat de huidige koning slechts een achterneef in de 15e graad is: een homeopathisch verdunde familierelatie.

De auteur laat zien hoe het koningshuis, tot in het absurde, wordt afgeschermd en bevoordeeld. Vanuit de politiek én de media komt nauwelijks noemenswaardige kritiek.

Het gevolg is dat een ondemocratisch instituut – want dat is de monarchie in diepste wezen – niet alleen symbolisch, maar ook feitelijk onaantastbaar is geworden.

De voordelen van de monarchie zet aan tot denken. Zijn er dan geen voordelen? Toch wel: althans gezien vanuit het perspectief van de Oranjes.

Een slaapfeestje bij de koning 

‘Daddy’ Trump werd door zijn collega Willem-Alexander – zo mag je de koning inmiddels wel noemen – hartelijk onthaald in paleis Huis ten Bosch voor een diner, een slaapfeestje en een ontbijt. Het gepamper van Trump werd door velen misselijkmakend gevonden. Anderen vonden dat we de semi-dictator en veroordeelde crimineel ten koste van alles te vriend moesten houden. De kwijlorganen van Navo-chef Rutte draaiden overuren en in de speech van de koning viel evenmin een onvertogen woord over de Amerikaanse olifant in de porseleinkast te beluisteren. Hij sprak ook lovende woorden over zijn overgrootmoeder Wilhelmina en haar rol bij de Haagse vredesconferenties.

Voor Trump, de zelfbenoemde dealmaker, was de Navo-top een feestje. Dat hij überhaupt was gekomen werd als een prestatie van de organisatie beschouwd. Er was ook diep nagedacht hoe ze hem het beste konden lijmen, want stel je voor dat hij de Navo de rug toekeerde. Dan hadden we in een mum van tijd de Russen over de vloer.

De grote dealmaker kreeg in veel opzichten zijn zin. Hij vond dat de Europese Navo-landen hun defensie-uitgaven (twee procent van het BBP) werkelijk moesten halen, maar vier of vijf procent zou daddy pas echt tevreden stellen. Zijn gedram draaide uit op toezeggingen om de militaire budgetten fors te verhogen. Die zullen tot ovaties in de directiekamers van Amerikaanse wapenfabrikanten hebben geleid; zij leveren naar schatting zo’n 60 à 65 procent van het NAVO-wapentuig. De producenten van F-35’s, Patriots, HIMARS, munitie, radarsystemen, drones, software en geavanceerde afweersystemen konden hun geluk niet op. Begrijpelijk: als de uitgaven van Europese Navo-landen stijgen tot Trumps droomhoogte (en het Amerikaanse marktaandeel gelijk blijft), zal de omzet jaarlijks met honderden miljarden toenemen.

Voor Trump is de Navo geen alliantie maar een businessmodel. Door te buigen voor de eisen van de president heeft het bondgenootschap zich nóg afhankelijker van de VS gemaakt dan ze al was. De koning/historicus herinnerde de aanwezigen tijdens zijn speech aan zijn overgrootmoeder Wilhelmina die paleis Huis ten Bosch beschikbaar had gesteld voor de eerste Haagse Vredesconferentie in 1899. Vertegenwoordigers van 26 landen kwamen daar bijeen ‘vervuld van het gevoel dat het voor altijd vrede zou zijn.’

Wilhelmina gruwde van de Haagse vredeconferenties (in 1907 was er nog een). Ze geloofde niet in vrede. Het zou betekenen dat op uitgaven voor defensie werd beknot en dat vond ze onacceptabel. Hoe meer wapens hoe mooier. Wilhelmina had het vast uitstekend met Trump kunnen vinden.

Toch hadden die conferenties wel degelijk nut. Het ‘Reglement betreffende de wetten en gebruiken van den oorlog te land’ (ofwel de LOR) dat voortvloeit uit de vredesconferenties is nog steeds volop in gebruik. Mede op grond daarvan zijn Duitse oorlogsmisdadigers veroordeeld. Wilhelmina kon er geen interesse voor opbrengen. Ze beschouwde de keuze van de internationale mogendheden voor Den Haag als conferentieplaats zelfs als een regelrechte schoffering. Nederland maakte zich met zijn gastheerschap belachelijk en zelf voelde ze zich als staatshoofd publiekelijk voor joker gezet.

Voor de openingszitting had ze (onder druk van het kabinet) Huis ten Bosch ter beschikking gesteld. Zelf wilde Majesteit niets met de conferentie te maken hebben wat ze onderstreepte door demonstratief met vakantie te gaan in het Zwarte Woud. Vakanties waren, net als tegenwoordig, hoogst populair bij de koninklijke familie.

Bij de Tweede Conferentie in 1907 was Wilhelmina nog steeds niet van mening veranderd. De uitnodiging om de eerste steen voor het Vredespaleis te leggen, wees ze af. Bij de opening was ze wel aanwezig, zij het tegen heug en meug. Ze beschrijft haar afkeer in Eenzaam maar niet alleen  uit 1959. Van enig voortschrijdend inzicht of relativering was een halve eeuw later geen sprake. Dat haar achterkleinzoon Trump ongegeneerd in de watten legde, had ze ongetwijfeld gewaardeerd. Méér wapentuig. Fantástisch!

Ongelooflijk! Ze deed het helemaal alleen; zonder paps en mams

 

In de benadering van het koningshuis is al ruim 125 jaar niets veranderd.

Bij de inhuldiging van Wilhelmina in 1898 kwijlde chroniqueur H. Brugmans ‘De jonge Koningin, symbool van jeugdige reinheid en vorstelijke majesteit, maakte op alle aanwezigen den indruk van een heerlijk sprookje, meer, van een edelen droom.’

Wilhelmina’s inhuldigingstoespraakje, waaruit bleek dat ze bitter weinig van de wereld om haar heen begreep, werd alom bejubeld. Ze sprak op ‘even krachtige als teedere wijze’ en biograaf Fasseur beaamde dat honderd jaar later nog maar eens: ‘kristalhelder’ en ‘zonder enige hapering’. Het is inderdaad een weergaloze prestatie. Hoe krijg ze het als achttienjarige voor mekaar zo’n lap tekst van 260 woorden voor te lezen waarop ze slechts enkele jaren had kunnen oefenen?

Prinses Amalia doopte op 22 februari 2025 in Vlissingen het marineschip ‘Den Helder’. Amalia is eenentwintig, dus drie jaar ouder dan haar over-overgrootmoeder bij haar inhuldiging, en ook zij sprak een tekstje uit: ‘Ik doop u, Den Helder, en ik wens u en uw bemanning een behouden vaart.’ Ze had haar spiebriefje niet eens nodig! Haar zinnetje kwam er helder, ongedwongen, krachtig en zonder haperen uit.

Een life stream hield ons al vanaf vier uur vóór het moment suprême op de hoogte van de plechtigheid die amper een minuut duurde. Kranten spraken opgewonden van een ‘solo-klus’ en benadrukten dat het Amalia’s eerste officiële optreden zonder pappa of mamma was en verdomd, het ging haar – helemaal alleen en nog maar net eenentwintig – moeiteloos af.

De NOS was lyrisch, maar dat is haar berichtgeving over het koningshuis altijd. RTL Boulevard bejubelde Amalia’s uitstraling en kledingkeuze. En geloof het of niet maar ondanks het sombere weer straalde Amalia in een oudroze broekpak van Max Mara.

Het AD meldde dat ze een jas van haar moeder droeg en tijdens de rondleiding grapjes had gemaakt maakte over de besturingsknoppen van het schip, wat haar ontspannen houding nog eens extra onderstreepte. ‘Hele leuke knopjes allemaal, waar ik vooral niet aan ga zitten’, sprak ze ongedwongen. Dan kon ze ook geen ‘schade’ aanrichten.  Uit die opmerking mogen we gerust de conclusie trekken dat onze aanstaande vorstin niet van humor gespeend is. De pers was met zo’n zestig journalisten, fotografen en cameramensen massaal uitgerukt om deze gebeurtenis van eminent historisch belang te verslaan.

Wat hield dat hele spektakel nu eigenlijk in? Niet meer dan het kapot gooien van een fles champagne tegen de boeg van een schip. Wie dat niet voor mekaar krijgt is het niet waard koningin te worden maar gelukkig klaarde Amalia die klus heel ontspannen en met humor en gratie. Wat zouden papa en mama trots zijn geweest als ze dit van nabij hadden kunnen zien. Hun dochter van eenentwintig; Heldin van Vlissingen, Triomf van de Erfelijkheid.

Amalia werd luidkeels geprezen om haar zelfstandigheid, terwijl werkelijk alles tot in de puntjes was voorbereid. De tekst geschreven, de poses geoefend, de glimlach ingestudeerd. Alles, behalve dan misschien dat grapje over de knopjes op de brug van het schip, al zou het me niet verbazen dat er tijdens de mediatraining wel eens werd gezegd: ‘Maak het persoonlijk! Lach eens spontaan!’

De ‘solo-klus’ was een toneelstukje, zoals de hele monarchie van toneel en sprookjes aan elkaar hangt. Amalia speelde een zorgvuldig geregisseerde voorstelling waarin ze niets hoeft te kunnen behalve netjes verschijnen, glimlachen en uiteraard niet stiekem een slok champagne nemen. En zelfs dat lukt alleen dankzij een compleet legioen van onzichtbare hulptroepen. Als de grootste prestatie van een 21-jarige is dat ze zonder ouders een fles kan kapot gooien, zegt dat meer over ons dan over haar. De toekomst van de monarchie is bij de Nederlandse media in veilige handen

Het fictieve voortbestaan van het Huis van Oranje-Nassau De Oranjes beroemen zich graag op hun afkomst van Willem de Zwijger. Daar is het een en ander op af te dingen. De benaming ‘Huis van Oranje-Nassau’ berust niet op genealogische werkelijkheid, maar op juridisch gegoochel met Koninklijke Besluiten en het verdraaien van de geschiedenis. Huis van […]

Is vaandelvlucht collaboratie?

Er was (en er is nog steeds) veel te doen over het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) dat begin januari online beschikbaar zou komen. De digitale openbaring ging op het laatste moment niet door wat te danken was aan de gebrekkige voorbereiding van de uitvoerende instantie: het Nationaal Archief. Het CABR is een verzameling van uiteenlopende archieven die na de oorlog is aangelegd. Het bevat circa 425.000 dossiers met aanklachten tegen (vermeende) collaborateurs en landverraders. Jarenlang heb ik onderzoek kunnen doen in het CABR. Wat opviel was de onbetrouwbaarheid van veel dossiers. Misschien niet onlogisch: de naoorlogse periode was ook een tijd van afrekenen met mensen aan wie je om de een of andere reden een hekel had en iemand beschuldigen van collaboratie was doodsimpel. Een bakker die een krentenbol aan een Duitser had verkocht kon zo maar worden beschuldigd van ‘collaboratie’.

Naast doorwrochte dossiers zijn er stukken die bol staan van onzin. Er was gewoon te weinig mankracht om al die 425.000 verdachten gedegen te onderzoeken. Wat opvalt is dat er in het CABR niets is te vinden over koningin Wilhelmina, prinses Juliana of prins Bernhard. Juliana koos al op 12 mei 1940 het hazenpad hoewel ze enkele dagen daarvoor nog had verzekerd dat Oranjes nooit vluchten. Wilhelmina ging er een dag later vandoor. Ze had later zelfs het lef te beweren dat ze het liefst op de Grebbeberg was gesneuveld, maar ja, het landsbelang liet haar geen keus. Goed om te weten dat artikel 21 van de toenmalige Grondwet verbood om de regeringszetel buiten het Koninkrijk te verplaatsen. Londen mocht dus niet.

Wilhelmina vluchtte terwijl soldaten nog vochten wat in hoge mate demoraliserend was. Met haar gedrag speelde ze de vijand in de kaart. Genoeg reden dus om haar (en haar vluchtgeile familie) eens goed door te lichten. Dat is nooit gebeurd. Is er dan wat te vinden over hun laakbare gedrag in de Parlementaire Enquête Commissie Regeringsbeleid 1940-1945 (PEC) die in 19 lijvige delen (op folioformaat) het gedrag van de regering in Londen heeft onderzocht?

Nee. Helemaal niets. Mocht niet. Het gedrag van Wilhelmina viel onder de gebruikelijke dooddoener van ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. Het heilige aanzien van de Oranjes moest onaangetast blijven. Pieter Sjoerds Gerbrandy, minister-president van twee kabinetten in Londen, verwoordde dat zo: ‘De koningin moet [in Nederland] terugkomen zo blank als sneeuw en dan mag ik er best uitzien als een moriaan.’ Juliana en haar dochters vluchtten zelfs door naar Canada. In Engeland bestond er een minieme kans door een bombardement te worden getroffen maar in Canada was dat uitgesloten. Omdat het voortbestaan van de dynastie het hoogste doel van ieder vorstenhuis is, koos Juliana voor Canada. Bernhard bleef achter in Londen om de oorlog te vieren met drank, vrouwen en het opdissen van heldenverhalen waarin hij zelf graag de hoofdrol mocht spelen.

Van dat alles vinden we weinig terug in de reguliere geschiedschrijving. We lezen ons wel suf over de heldendaden van Wilhelmina die ze bedreef vanachter de Radio Oranjemicrofoon in London. Hoe vaak had ze Hitler niet de oren gewassen? Dat ze na de oorlog Nederland wilde opzadelen met een vorm van absolute monarchie is haar evenmin ooit nagedragen. Integendeel. Historici noemden haar dictatoriale neiging liefkozend ‘vernieuwing’ terwijl het een terugkeer inhield naar de tijd dat de absolute monarchisme nog gangbaar bestuur was.

In het CABR dus geen woord over de laffe vaandelvlucht van de Oranjes. En in de PEC? Daarin mocht de rol van Wilhelmina en Bernhard niet worden onderzocht – want in strijd met de ministeriële verantwoordelijkheid – maar dat weerhield de commissie er niet van een juichend eindoordeel te vellen over haar (ongrondwettelijke) vlucht naar Londen. Wilhelmina’s vlucht was ‘een der belangrijkste beslissingen van de gehele oorlogsperiode’ geweest die ‘de gehele verdere oorlogvoering van Nederland [heeft] beheerst’. De PEC bedoelt dat in positieve zin. Maar de bijdrage van Wilhelmina aan de bevrijding van Nederland was, net als die van Bernhard, nihil. Wel heeft ze gedurende vijf jaar oorlog vanuit Londen in totaal zes uur lang ‘het geknechte vaderland’ dapper toegesproken. Iets meer dan een uur per jaar. Daar win je geen oorlog mee.

Deze column verscheen eerder in De Republikein, nr. 1, april 2025

Sekswerkers

Willem-Alexander noemde in de troonrede elf maal ‘migratie’. Er waren ‘acute zorgen’ over migratie, het ontbrak aan ‘grip op migratie’ en niet te vergeten moest de regering zijn gedachten laten gaan over ‘irriguliere migratieroutes’. Hij las zijn tekst voor alsof hij die zelf en niet Dick Schoof en Marjolein Faber had geschreven. En inderdaad, migratie gaat hem ter harte. Zijn eigen familie heeft immers een migrantenachtergrond waardoor de koning zelf nog nauwelijks een spat Nederlands bloed heeft. Gelukkig is dat wel blauw en dat is de reden dat hij het migratieprobleem mogelijk wel ziet maar er zelf geen last van heeft. Er kolken liters Duits bloed door zijn aderen, vermengd met een scheut Russisch. Zijn dochters hebben bovendien Zuid-Amerikaans van moeder Máxima.

Koning Willem III bezorgde ons maar liefst twee migranten: Emma van Waldeck-Pyrmont en Sophie van Württemberg. Willem II zorgde met Anna Paulowna voor een scheut Russisch bloed. Willem-Alexanders opa Bernhard, zijn overgrootvader Hendrik en zijn eigen vader Claus waren allemaal Duitse migranten. Maar leverde dat ‘acute zorgen’ op? Ons wel degelijk, maar de familie zelf niet. Integendeel. Huidige migranten zijn jaloers op nieuwkomers als Hendrik en Bernhard. Beiden arriveerden vrijwel berooid in Nederland, maar werden na aankomst (nee, niet in Ter Apel) meteen in de watten gelegd en bedolven onder privileges, overdreven aanhankelijkheid en bakken met geld.

Nou ja, Hendrik kreeg niets maar hij leende miljoenen die hij nooit terugbetaalde. Dat is ook een vorm van cadeau krijgen. Waar Hendrik wel garant voor stond was narigheid. Om Hendrikiaanse toestanden te voorkomen kreeg Bernhard bij de grens al honderdduizend gulden toegestopt. Dat hij dat zelf had bedisseld als gage voor zijn huwelijk had hij verzonnen, maar Bernhard loog wel vaker. Soms presteerde hij het zelfs een paar zinnen te uiten zonder te liegen. Migranten liegen nu soms ook over hun afkomst maar zo bont als Bernhard heeft het tot dusver nog geen migrant gemaakt.

Migranten die met een Oranje trouwen krijgen een ruime uitkering. Eigenlijk zijn het seksmigranten want ze moeten zorgen voor nageslacht; de allerhoogste prioriteit voor ieder vorstenhuis om zijn positie veilig te stellen. Het eerstgeboren kind wordt vanaf het achttiende levensjaar van staatswege financieel in de watten gelegd. Dat heet ‘uitkering’, dus net zoals statushouders een uitkering krijgen. Het eerste kind krijgt ook een onkostenvergoeding van 1,6 miljoen. Een beetje extra geld om de winter door te komen is altijd meegenomen. Vraag maar na in Ter Apel. Migrantendochter Amalia vond dat bedrag wel wat veel voor een studente die gratis in een grachtenpand woont. Het eerste jaar stortte ze haar vergoedinkje terug, maar toen nam wat haar nog restte aan Oranjebloed de regie weer over en gaat voortaan toch maar cashen om alvast te ‘sparen’ voor haar eigen secretariaat. De kosten daarvan zijn voor de Staat, maar je kunt als kroonprinses niet alles weten.

Máxima wil er als migrant vanzelfsprekend ook wel eens uit. Net zoals je ook wel eens weg wilt uit Ter Apel. Laat Prinsjesdag nou zo’n moment zijn, maar uitgerekend die dag moest ze opdraven om de troonrede aan te horen. Van haar gezicht viel af te lezen hoe intens ze begaan was met migranten. Maar zelf had ze ook een probleem. En hoe! Als Willem-Alexander niet opschoot zou ze te laat in Athene zijn om een herdenkingsconcert voor een overleden vriendin bij te wonen. Zeker als die verdomde balkonscène – die steevast volgt op de troonrede – zou uitlopen.

Het probleem werd opgelost al kostte dat een paar centen. Na wat minzaam gewuif vanaf het balkon werd de koningin/migrant met gillende sirenes en blauwe zwaailichten naar Schiphol gebracht waar een privéjet klaar stond. Kosten: 32.000 euro. Wel jammer dat dat afging van het totaalbedrag (€ 800.000) dat ze jaarlijks mag uitgeven aan vliegkosten. Maar iedere migrant heeft wel eens een probleempje.

Deze column verscheen eerder in De Republikein, nummer 4, december 2024