Een hardnekkige misverstand

Vaak zetten monarchisten mij voor het blok – althans dat hopen ze – met de opmerking: ‘hoe kun je nou zeggen dat het koningschap ondemocratisch is; opiniepeilingen wijzen toch uit dat er een ruime meerderheid voor de monarchie is?’

Dus zolang de koning populair is en een meerderheid van de bevolking het koningschap steunt, zou het ‘democratisch gelegitimeerd’ zijn. Het klinkt redelijk. Het klinkt modern. Het klinkt zelfs democratisch. Maar het is niets van dat alles. Het een denkfout. Populariteit is geen democratie. En opiniepeilingen zijn dat al evenmin.

Democratie is geen kwestie van sympathie, maar van principes. Democratie berust op volkssoevereiniteit, verkiesbaarheid, verantwoording en afzetbaarheid. De essentie van een democratisch systeem is dat macht voortkomt uit vrije verkiezingen en dat die macht ook weer kan worden afgenomen. Bijvoorbeeld bij disfunctioneren. Een erfelijk koningschap voldoet in geen velden of wegen aan deze criteria. De koning wordt immers niet gekozen, hij legt geen politieke verantwoording af (de minister is verantwoordelijk voor al zijn daden) en hij kan niet worden afgezet. Zelfs niet als hij het ene schandaal op het andere zou stapelen; een scenario dat – historisch gezien – niet eens geheel hypothetisch is.

Pas als hij geestelijk niet langer competent is kan hij ‘buiten staat’ worden verklaard. Hij wordt dan opgevolgd door de eerste in de lijn van troonopvolging. Of die nog meer of misschien wel veel minder schandalen veroorzaakt doet er niet toe. Wat telt is dat hij in de juiste wieg is geboren.
Dat een aanzienlijk deel van de bevolking dit accepteert of – erger nog – zelfs toejuicht, verandert niets aan dat fundamentele gegeven.

De historische oorsprong van het Nederlandse koningschap kwam al evenmin op democratische basis tot stand. Na de val van Napoleon werd Europa heringericht door de grote mogendheden; allemaal monarchieën. Tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) besloten zij tot de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden als bufferstaat tegen Frankrijk. De soevereiniteit lag niet bij het volk, maar bij de grootmachten van toen: het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Dat Willem Frederik van Oranje-Nassau, als koning Willem I op de troon belandde, had geen democratische basis, maar was het gevolg van geopolitieke afwegingen in Londen, Sint Petersburg, Wenen en Berlijn.

Al even ondemocratisch was de rol van het zogeheten Driemanschap van Gijsbert Karel van Hogendorp, Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. In november 1813 trokken zij de macht naar zich toe in het machtsvacuüm dat was ontstaan na het vertrek van de Fransen. Zij riepen eigenmachtig de soevereiniteit uit en boden Willem Frederik de troon aan. Geen verkiezingen, geen mandaat, geen volksraadpleging; slechts een kleine elite bepaalde de staatsvorm. Een coup van notabelen. Uitgevoerd in naam van het volk, maar zonder het volk te hebben geraadpleegd.

Dat deze ondemocratische oorsprong later is ingebed in een constitutioneel systeem met parlementaire controle, doet aan de kern niets af. Maar liefst 26 van de 142 artikelen van de Grondwet zijn aan de koning gewijd. Die 26 artikelen schuren nogal met artikel 1 van de Grondwet, dat stelt dat iedereen in Nederland gelijk wordt behandeld, al wordt die gelijkheid meteen rigoureus ingeperkt met: ‘in gelijke gevallen’. De familie Van Oranje-Nassau is nu eenmaal niet gelijk aan alle andere Nederlandse families. Neem artikel 24: ‘Het koningschap wordt uitgeoefend door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau.’ Dat is in directe tegenspraak met artikel 1, om het voorzichtig te formuleren.

Artikel 1 stelt dat ‘discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook’, verboden is. ‘Geboorte’ wordt expliciet niet genoemd en valt kennelijk evenmin onder ‘op welke grond dan ook’. Het is bewust weggelaten. Het zou de monarchie als staatsvorm immers onmogelijk hebben gemaakt.

De monarchie is een ons opgedrongen instituut dat zich – omdat het niet anders kon – heeft aangepast aan democratische structuren. Maar het instituut zelf is nooit democratisch geworden, kan dat ook niet zijn en zal het ook nooit worden.

Populariteit is niet hetzelfde als democratie

Keren we terug naar het argument van populariteit. Stel dat een opiniepeiling uitwijst dat 70 procent van de bevolking het koningschap wil behouden. Wat betekent dat dan precies? Het betekent dat 70 procent van de respondenten een voorkeur uitspreekt voor een bestaand instituut. Maar een voorkeur is geen legitimatie in democratische zin. We laten opiniepeilers toch niet de plaats van verkiezingen innemen? Die gedachte zou vermoedelijk zelfs geharde  monarchisten te ver gaan. Democratie vereist niet alleen instemming, maar ook keuzevrijheid tussen alternatieven en de mogelijkheid tot verandering. We moeten keuzes hebben. Zolang de monarchie niet via een expliciete, vrije en herhaalbare keuze van het electoraat is ingesteld en ook op die manier weer kan worden afgeschaft, is er geen sprake van democratie.

Sterker nog: het beroep op populariteit ondermijnt het democratische argument. Wie zegt dat de monarchie ‘mag blijven omdat zij populair is’, erkent impliciet dat het instituut zelf geen democratische basis heeft. Voorstanders grijpen naar opiniecijfers om een gebrek aan formele legitimiteit te maskeren. Dat heeft niets met democratie te maken, maar alleen met sentiment en traditie. Wie democratie reduceert tot populariteit, reduceert haar tot marketing. Dan wint niet het beste staatsbestel, maar het meest geliefde imago.

Het koningschap kan geliefd zijn, gekoesterd zelfs. Voor Oranjeliefhebbers is dat ongetwijfeld een waarde op zichzelf. Fijn voor de Oranjeklanten maar dat verandert niets aan wat toch de conclusie moet zijn: een erfelijke monarchie, hoe populair ook, is geen democratie maar een institutioneel overblijfsel uit een tijd waarin het volk nog geen stem had. Dat we die stem tegenwoordig in peilingen meten, maakt haar niet beslissend. Democratie is geen thermometer die de temperatuur van de publieke opinie meet.

Democratie is een systeem dat macht legitimeert of juist ontneemt. Een erfelijke monarchie –  hoe breed ook gedragen – blijft in de kern ondemocratisch. De vorm van ongelijkheid die dat mogelijk maakt (‘geboorte’)  – geniet zelfs constitutionele bescherming.

Onze economie kan met alle nieuwe orders weer jaren vooruit
Nu ik het driedaagse werkbezoek van Willem-Alexander en Máxima aan Amerika op de voet heb gevolgd begrijp ik pas  goed dat Nederlandse bedrijven zullen worden bedolven onder orders die dankzij het koningspaar zullen binnenstromen. En die overnachting bij ‘daddy Trump’ op het Witte Huis legt onze economie ook geen windeieren.

Bij aankomst in Philadelphia verwelkomde gouverneur Shapiro de koninklijke economie-aanjagers. Onder het toeziend oog van het toegestroomde publiek (zie foto rechts) werden de gebruikelijke, zielloze toespraakjes uitgewisseld. Daarna volgde een bezoek aan de Liberty Bell, het symbool van de Amerikaanse Onafhankelijkheid. Kassa! En niet te vergeten bezocht het koninklijk paar ook nog een kunstacademie.

Bij het bezoek aan Fishtown, een wijk in ontwikkeling, viel op dat Amerikaanse en Nederlandse muurkunst en architectuur daar zo goed zichtbaar waren. Buurtbewoners – vooraf zorgvuldig geselecteerd – legden vol enthousiasme uit hoe dat kwam. Alweer een opsteker voor onze bedrijven. De Volkskrant schreef in een commentaar niet voor niets dat de koning-koopman ‘zich heeft ontpopt tot een krachtig wapen in de economische diplomatie.’

En ja hoor, daar stonden de ondernemers al in de rij. De RVD:

‘Tijdens een economische sessie presenteren ondernemers innovatieve producten in de sportsector en wordt aandacht besteed aan de deelname van Curaçao aan de World Cup 2026 in het stadion van de Eagles, het Lincoln Financial Field.’

Na Philadelphia was Miami in de staat Florida aan de beurt waar het stel  achtereenvolgens een basisschool bezocht, vele handen schudde, toespraakjes gaf en nog meer toespraakjes aanhoorde. Toen volgde een rondleiding door een museum voor Latijns-Amerikaanse kunst en voerden de koning en de koningin gesprekken met studenten uit het Caribische deel van het Koninkrijk. Een ander hoogtepunt was een gesprek over de handelsrelaties tussen Nederland en Florida dat onder meer ging over ‘het verkennen van samenwerkingskansen op het gebied van logistiek, werkgelegenheid en talentontwikkeling.’ Zonder meer een schot in de roos.

Maar de boog kan niet altijd gespannen staan. Tijd dus voor een potje domino, het spel dat de ‘buurtbewoners bij elkaar brengt in de wijk Little Havana’. De RVD: ‘De Koning en Koningin Máxima spelen een potje mee en spreken met de bewoners over het belang van deze plek voor de buurt, die veelal afkomstig is uit de Latino-gemeenschap.’

Florida en Nederland hebben beide wel eens last van overstromingen door hoog water. Wat kunnen we op dat gebied van elkaar leren? Sterker nog: wat kan Máxima ons leren want onderschat haar  expertise en kennis niet. Het koningspaar ging daarover in gesprek met wetenschappers van de universiteit van Miami. Ze bekeken er ook een machine die orkaanwinden kan nabootsten. In Nederland hebben we weliswaar geen orkanen maar wellicht zullen die ons in de toekomst gaan treffen en dan is het geruststellend te weten dat het koningspaar werkelijk alles van de verwoestende kracht van orkanen weet.

Ook dat is goed nieuws voor onze economie.

 

 

Een schertsvertoning

De media pakten breed uit over de nieuwe carrière van koningin Máxima. Ze wordt reservist bij de landmacht. Ze is al  aan haar opleiding begonnen, heeft haar uniform en uitrusting afgehaald in Soesterberg  en ze krijgt, als ze over een paar weken haar ‘opleiding’ heeft afgerond, de titel van ‘luitenant-kolonel’. Een normaal iemand – maar dat is Máxima uitdrukkelijk niet – doet daar 15 tot 20 jaar over. Bange vraag: zou een vooraanstaand modehuis al opdracht hebben gekregen om een gracieus uniform voor deze ‘militair’ te ontwerpen. Kosten spelen, zoals we weten, geen rol.

De aanstelling van leden van het Koninklijk Huis in hoge militaire rangen zonder reguliere opleiding of loopbaan is puur toneel, een poppenkast. Strikt genomen hoort bij zulke benoemingen de toevoeging à la suite of in buitengewone dienst. Dan staat  ondubbelzinnig vast dat het niet gaat om een operationele of door verdienste verkregen rang. Maar deze aanduiding wordt weggelaten. Slordigheid? Nee; camouflage van erfelijk privilege. Een ceremoniële onderscheiding wordt vermomd als een professionele militaire status.

Bij de landmacht vergt het bereiken van de rang luitenant-kolonel normaal gesproken een langdurig traject. Officieren volgen een volledige opleiding, doorlopen vervolgens meerdere functierangen en bouwen door de jaren heen ervaring op in commandovoering en stafwerk. Dat duurt vijftien tot twintig jaar. De rang staat voor bewezen competentie, niet voor afkomst. Er bestaan, voor zover bekend, geen uitzonderingen voor militairen van Argentijnse afkomst.

Máxima zou dus op haar vroegst op haar  zeventigste verjaardag de rang van luitenant-kolonel kunnen behalen, maar omdat ze koningin is kan dat al na een korte introductietraining. Geen erkenning dus van militaire deskundigheid, maar gewoon een schertsvertoning . Het dient uitsluitend om bij parades, werkbezoeken en – niet te vergeten –  fotomomenten het beeld te scheppen van een ‘dienende’ Hoogheid die niet te beroerd is om een uniform aan te trekken om haar ‘solidariteit’ te tonen.

Zo voedt het koningshuis de mythe van dienstbaarheid: het idee dat de monarchie zichzelf belangeloos ten dienste stelt van staat en samenleving. In werkelijkheid gaat het om een georkestreerd imago, betaald met belastinggeld, waarin privileges worden gepresenteerd als plichten en symbolen worden verkocht als prestaties.

Kortom: Máxima’s publieksstunt is niet bedoeld om de krijgsmacht te versterken, maar om de monarchie te legitimeren en te promoten op grond van een oud, middeleeuws, erfelijk voorrecht. Het moet zuur zijn voor militairen die hun rang echt hebben verdiend om te zien dat je die ook gewoon cadeau kunt krijgen. Als je maar tot die ene familie behoort.

Waarom gelden voor de Oranjes andere regels dan voor de rest van Nederland? In De voordelen van de monarchie onderzoekt historicus Gerard Aalders op ironische wijze het Nederlandse koningshuis, dat structureel de hand boven het hoofd wordt gehouden.

De BV Oranje

Met humor, feiten en historisch inzicht analyseert de auteur leden van het koningshuis zoals Wilhelmina, Bernhard, Beatrix, Máxima, Willem-Alexander en Amalia. Onderwerpen als belastingvrijstellingen, vliegreizen, corruptie, mediacodes, uitzonderingswetten, rechtsongelijkheid, vorstelijke uitkeringen (en hun spreekwoordelijke geldbelustheid) komen aan bod.

Onthutsend: waarom hielp prins Bernhard een stel notoire oplichters aan een topstuk uit het Rijksmuseum? En wat hield hij daar zelf aan over?

Actueel: de ontvangst op het paleis van ‘Daddy Trump’ door het koningspaar.

Mythevorming, macht en mediastilte

Aalders neemt de afstamming van Willem de Zwijger onder de loep en constateert dat de huidige koning slechts een achterneef in de 15e graad is: een homeopathisch verdunde familierelatie.

De auteur laat zien hoe het koningshuis, tot in het absurde, wordt afgeschermd en bevoordeeld. Vanuit de politiek én de media komt nauwelijks noemenswaardige kritiek.

Het gevolg is dat een ondemocratisch instituut – want dat is de monarchie in diepste wezen – niet alleen symbolisch, maar ook feitelijk onaantastbaar is geworden.

De voordelen van de monarchie zet aan tot denken. Zijn er dan geen voordelen? Toch wel: althans gezien vanuit het perspectief van de Oranjes.

Een slaapfeestje bij de koning 

‘Daddy’ Trump werd door zijn collega Willem-Alexander – zo mag je de koning inmiddels wel noemen – hartelijk onthaald in paleis Huis ten Bosch voor een diner, een slaapfeestje en een ontbijt. Het gepamper van Trump werd door velen misselijkmakend gevonden. Anderen vonden dat we de semi-dictator en veroordeelde crimineel ten koste van alles te vriend moesten houden. De kwijlorganen van Navo-chef Rutte draaiden overuren en in de speech van de koning viel evenmin een onvertogen woord over de Amerikaanse olifant in de porseleinkast te beluisteren. Hij sprak ook lovende woorden over zijn overgrootmoeder Wilhelmina en haar rol bij de Haagse vredesconferenties.

Voor Trump, de zelfbenoemde dealmaker, was de Navo-top een feestje. Dat hij überhaupt was gekomen werd als een prestatie van de organisatie beschouwd. Er was ook diep nagedacht hoe ze hem het beste konden lijmen, want stel je voor dat hij de Navo de rug toekeerde. Dan hadden we in een mum van tijd de Russen over de vloer.

De grote dealmaker kreeg in veel opzichten zijn zin. Hij vond dat de Europese Navo-landen hun defensie-uitgaven (twee procent van het BBP) werkelijk moesten halen, maar vier of vijf procent zou daddy pas echt tevreden stellen. Zijn gedram draaide uit op toezeggingen om de militaire budgetten fors te verhogen. Die zullen tot ovaties in de directiekamers van Amerikaanse wapenfabrikanten hebben geleid; zij leveren naar schatting zo’n 60 à 65 procent van het NAVO-wapentuig. De producenten van F-35’s, Patriots, HIMARS, munitie, radarsystemen, drones, software en geavanceerde afweersystemen konden hun geluk niet op. Begrijpelijk: als de uitgaven van Europese Navo-landen stijgen tot Trumps droomhoogte (en het Amerikaanse marktaandeel gelijk blijft), zal de omzet jaarlijks met honderden miljarden toenemen.

Voor Trump is de Navo geen alliantie maar een businessmodel. Door te buigen voor de eisen van de president heeft het bondgenootschap zich nóg afhankelijker van de VS gemaakt dan ze al was. De koning/historicus herinnerde de aanwezigen tijdens zijn speech aan zijn overgrootmoeder Wilhelmina die paleis Huis ten Bosch beschikbaar had gesteld voor de eerste Haagse Vredesconferentie in 1899. Vertegenwoordigers van 26 landen kwamen daar bijeen ‘vervuld van het gevoel dat het voor altijd vrede zou zijn.’

Wilhelmina gruwde van de Haagse vredeconferenties (in 1907 was er nog een). Ze geloofde niet in vrede. Het zou betekenen dat op uitgaven voor defensie werd beknot en dat vond ze onacceptabel. Hoe meer wapens hoe mooier. Wilhelmina had het vast uitstekend met Trump kunnen vinden.

Toch hadden die conferenties wel degelijk nut. Het ‘Reglement betreffende de wetten en gebruiken van den oorlog te land’ (ofwel de LOR) dat voortvloeit uit de vredesconferenties is nog steeds volop in gebruik. Mede op grond daarvan zijn Duitse oorlogsmisdadigers veroordeeld. Wilhelmina kon er geen interesse voor opbrengen. Ze beschouwde de keuze van de internationale mogendheden voor Den Haag als conferentieplaats zelfs als een regelrechte schoffering. Nederland maakte zich met zijn gastheerschap belachelijk en zelf voelde ze zich als staatshoofd publiekelijk voor joker gezet.

Voor de openingszitting had ze (onder druk van het kabinet) Huis ten Bosch ter beschikking gesteld. Zelf wilde Majesteit niets met de conferentie te maken hebben wat ze onderstreepte door demonstratief met vakantie te gaan in het Zwarte Woud. Vakanties waren, net als tegenwoordig, hoogst populair bij de koninklijke familie.

Bij de Tweede Conferentie in 1907 was Wilhelmina nog steeds niet van mening veranderd. De uitnodiging om de eerste steen voor het Vredespaleis te leggen, wees ze af. Bij de opening was ze wel aanwezig, zij het tegen heug en meug. Ze beschrijft haar afkeer in Eenzaam maar niet alleen  uit 1959. Van enig voortschrijdend inzicht of relativering was een halve eeuw later geen sprake. Dat haar achterkleinzoon Trump ongegeneerd in de watten legde, had ze ongetwijfeld gewaardeerd. Méér wapentuig. Fantástisch!

Ongelooflijk! Ze deed het helemaal alleen; zonder paps en mams

 

In de benadering van het koningshuis is al ruim 125 jaar niets veranderd.

Bij de inhuldiging van Wilhelmina in 1898 kwijlde chroniqueur H. Brugmans ‘De jonge Koningin, symbool van jeugdige reinheid en vorstelijke majesteit, maakte op alle aanwezigen den indruk van een heerlijk sprookje, meer, van een edelen droom.’

Wilhelmina’s inhuldigingstoespraakje, waaruit bleek dat ze bitter weinig van de wereld om haar heen begreep, werd alom bejubeld. Ze sprak op ‘even krachtige als teedere wijze’ en biograaf Fasseur beaamde dat honderd jaar later nog maar eens: ‘kristalhelder’ en ‘zonder enige hapering’. Het is inderdaad een weergaloze prestatie. Hoe krijg ze het als achttienjarige voor mekaar zo’n lap tekst van 260 woorden voor te lezen waarop ze slechts enkele jaren had kunnen oefenen?

Prinses Amalia doopte op 22 februari 2025 in Vlissingen het marineschip ‘Den Helder’. Amalia is eenentwintig, dus drie jaar ouder dan haar over-overgrootmoeder bij haar inhuldiging, en ook zij sprak een tekstje uit: ‘Ik doop u, Den Helder, en ik wens u en uw bemanning een behouden vaart.’ Ze had haar spiebriefje niet eens nodig! Haar zinnetje kwam er helder, ongedwongen, krachtig en zonder haperen uit.

Een life stream hield ons al vanaf vier uur vóór het moment suprême op de hoogte van de plechtigheid die amper een minuut duurde. Kranten spraken opgewonden van een ‘solo-klus’ en benadrukten dat het Amalia’s eerste officiële optreden zonder pappa of mamma was en verdomd, het ging haar – helemaal alleen en nog maar net eenentwintig – moeiteloos af.

De NOS was lyrisch, maar dat is haar berichtgeving over het koningshuis altijd. RTL Boulevard bejubelde Amalia’s uitstraling en kledingkeuze. En geloof het of niet maar ondanks het sombere weer straalde Amalia in een oudroze broekpak van Max Mara.

Het AD meldde dat ze een jas van haar moeder droeg en tijdens de rondleiding grapjes had gemaakt maakte over de besturingsknoppen van het schip, wat haar ontspannen houding nog eens extra onderstreepte. ‘Hele leuke knopjes allemaal, waar ik vooral niet aan ga zitten’, sprak ze ongedwongen. Dan kon ze ook geen ‘schade’ aanrichten.  Uit die opmerking mogen we gerust de conclusie trekken dat onze aanstaande vorstin niet van humor gespeend is. De pers was met zo’n zestig journalisten, fotografen en cameramensen massaal uitgerukt om deze gebeurtenis van eminent historisch belang te verslaan.

Wat hield dat hele spektakel nu eigenlijk in? Niet meer dan het kapot gooien van een fles champagne tegen de boeg van een schip. Wie dat niet voor mekaar krijgt is het niet waard koningin te worden maar gelukkig klaarde Amalia die klus heel ontspannen en met humor en gratie. Wat zouden papa en mama trots zijn geweest als ze dit van nabij hadden kunnen zien. Hun dochter van eenentwintig; Heldin van Vlissingen, Triomf van de Erfelijkheid.

Amalia werd luidkeels geprezen om haar zelfstandigheid, terwijl werkelijk alles tot in de puntjes was voorbereid. De tekst geschreven, de poses geoefend, de glimlach ingestudeerd. Alles, behalve dan misschien dat grapje over de knopjes op de brug van het schip, al zou het me niet verbazen dat er tijdens de mediatraining wel eens werd gezegd: ‘Maak het persoonlijk! Lach eens spontaan!’

De ‘solo-klus’ was een toneelstukje, zoals de hele monarchie van toneel en sprookjes aan elkaar hangt. Amalia speelde een zorgvuldig geregisseerde voorstelling waarin ze niets hoeft te kunnen behalve netjes verschijnen, glimlachen en uiteraard niet stiekem een slok champagne nemen. En zelfs dat lukt alleen dankzij een compleet legioen van onzichtbare hulptroepen. Als de grootste prestatie van een 21-jarige is dat ze zonder ouders een fles kan kapot gooien, zegt dat meer over ons dan over haar. De toekomst van de monarchie is bij de Nederlandse media in veilige handen

Het fictieve voortbestaan van het Huis van Oranje-Nassau De Oranjes beroemen zich graag op hun afkomst van Willem de Zwijger. Daar is het een en ander op af te dingen. De benaming ‘Huis van Oranje-Nassau’ berust niet op genealogische werkelijkheid, maar op juridisch gegoochel met Koninklijke Besluiten en het verdraaien van de geschiedenis. Huis van […]

Is vaandelvlucht collaboratie?

Er was (en er is nog steeds) veel te doen over het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) dat begin januari online beschikbaar zou komen. De digitale openbaring ging op het laatste moment niet door wat te danken was aan de gebrekkige voorbereiding van de uitvoerende instantie: het Nationaal Archief. Het CABR is een verzameling van uiteenlopende archieven die na de oorlog is aangelegd. Het bevat circa 425.000 dossiers met aanklachten tegen (vermeende) collaborateurs en landverraders. Jarenlang heb ik onderzoek kunnen doen in het CABR. Wat opviel was de onbetrouwbaarheid van veel dossiers. Misschien niet onlogisch: de naoorlogse periode was ook een tijd van afrekenen met mensen aan wie je om de een of andere reden een hekel had en iemand beschuldigen van collaboratie was doodsimpel. Een bakker die een krentenbol aan een Duitser had verkocht kon zo maar worden beschuldigd van ‘collaboratie’.

Naast doorwrochte dossiers zijn er stukken die bol staan van onzin. Er was gewoon te weinig mankracht om al die 425.000 verdachten gedegen te onderzoeken. Wat opvalt is dat er in het CABR niets is te vinden over koningin Wilhelmina, prinses Juliana of prins Bernhard. Juliana koos al op 12 mei 1940 het hazenpad hoewel ze enkele dagen daarvoor nog had verzekerd dat Oranjes nooit vluchten. Wilhelmina ging er een dag later vandoor. Ze had later zelfs het lef te beweren dat ze het liefst op de Grebbeberg was gesneuveld, maar ja, het landsbelang liet haar geen keus. Goed om te weten dat artikel 21 van de toenmalige Grondwet verbood om de regeringszetel buiten het Koninkrijk te verplaatsen. Londen mocht dus niet.

Wilhelmina vluchtte terwijl soldaten nog vochten wat in hoge mate demoraliserend was. Met haar gedrag speelde ze de vijand in de kaart. Genoeg reden dus om haar (en haar vluchtgeile familie) eens goed door te lichten. Dat is nooit gebeurd. Is er dan wat te vinden over hun laakbare gedrag in de Parlementaire Enquête Commissie Regeringsbeleid 1940-1945 (PEC) die in 19 lijvige delen (op folioformaat) het gedrag van de regering in Londen heeft onderzocht?

Nee. Helemaal niets. Mocht niet. Het gedrag van Wilhelmina viel onder de gebruikelijke dooddoener van ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. Het heilige aanzien van de Oranjes moest onaangetast blijven. Pieter Sjoerds Gerbrandy, minister-president van twee kabinetten in Londen, verwoordde dat zo: ‘De koningin moet [in Nederland] terugkomen zo blank als sneeuw en dan mag ik er best uitzien als een moriaan.’ Juliana en haar dochters vluchtten zelfs door naar Canada. In Engeland bestond er een minieme kans door een bombardement te worden getroffen maar in Canada was dat uitgesloten. Omdat het voortbestaan van de dynastie het hoogste doel van ieder vorstenhuis is, koos Juliana voor Canada. Bernhard bleef achter in Londen om de oorlog te vieren met drank, vrouwen en het opdissen van heldenverhalen waarin hij zelf graag de hoofdrol mocht spelen.

Van dat alles vinden we weinig terug in de reguliere geschiedschrijving. We lezen ons wel suf over de heldendaden van Wilhelmina die ze bedreef vanachter de Radio Oranjemicrofoon in London. Hoe vaak had ze Hitler niet de oren gewassen? Dat ze na de oorlog Nederland wilde opzadelen met een vorm van absolute monarchie is haar evenmin ooit nagedragen. Integendeel. Historici noemden haar dictatoriale neiging liefkozend ‘vernieuwing’ terwijl het een terugkeer inhield naar de tijd dat de absolute monarchisme nog gangbaar bestuur was.

In het CABR dus geen woord over de laffe vaandelvlucht van de Oranjes. En in de PEC? Daarin mocht de rol van Wilhelmina en Bernhard niet worden onderzocht – want in strijd met de ministeriële verantwoordelijkheid – maar dat weerhield de commissie er niet van een juichend eindoordeel te vellen over haar (ongrondwettelijke) vlucht naar Londen. Wilhelmina’s vlucht was ‘een der belangrijkste beslissingen van de gehele oorlogsperiode’ geweest die ‘de gehele verdere oorlogvoering van Nederland [heeft] beheerst’. De PEC bedoelt dat in positieve zin. Maar de bijdrage van Wilhelmina aan de bevrijding van Nederland was, net als die van Bernhard, nihil. Wel heeft ze gedurende vijf jaar oorlog vanuit Londen in totaal zes uur lang ‘het geknechte vaderland’ dapper toegesproken. Iets meer dan een uur per jaar. Daar win je geen oorlog mee.

Deze column verscheen eerder in De Republikein, nr. 1, april 2025

Sekswerkers

Willem-Alexander noemde in de troonrede elf maal ‘migratie’. Er waren ‘acute zorgen’ over migratie, het ontbrak aan ‘grip op migratie’ en niet te vergeten moest de regering zijn gedachten laten gaan over ‘irriguliere migratieroutes’. Hij las zijn tekst voor alsof hij die zelf en niet Dick Schoof en Marjolein Faber had geschreven. En inderdaad, migratie gaat hem ter harte. Zijn eigen familie heeft immers een migrantenachtergrond waardoor de koning zelf nog nauwelijks een spat Nederlands bloed heeft. Gelukkig is dat wel blauw en dat is de reden dat hij het migratieprobleem mogelijk wel ziet maar er zelf geen last van heeft. Er kolken liters Duits bloed door zijn aderen, vermengd met een scheut Russisch. Zijn dochters hebben bovendien Zuid-Amerikaans van moeder Máxima.

Koning Willem III bezorgde ons maar liefst twee migranten: Emma van Waldeck-Pyrmont en Sophie van Württemberg. Willem II zorgde met Anna Paulowna voor een scheut Russisch bloed. Willem-Alexanders opa Bernhard, zijn overgrootvader Hendrik en zijn eigen vader Claus waren allemaal Duitse migranten. Maar leverde dat ‘acute zorgen’ op? Ons wel degelijk, maar de familie zelf niet. Integendeel. Huidige migranten zijn jaloers op nieuwkomers als Hendrik en Bernhard. Beiden arriveerden vrijwel berooid in Nederland, maar werden na aankomst (nee, niet in Ter Apel) meteen in de watten gelegd en bedolven onder privileges, overdreven aanhankelijkheid en bakken met geld.

Nou ja, Hendrik kreeg niets maar hij leende miljoenen die hij nooit terugbetaalde. Dat is ook een vorm van cadeau krijgen. Waar Hendrik wel garant voor stond was narigheid. Om Hendrikiaanse toestanden te voorkomen kreeg Bernhard bij de grens al honderdduizend gulden toegestopt. Dat hij dat zelf had bedisseld als gage voor zijn huwelijk had hij verzonnen, maar Bernhard loog wel vaker. Soms presteerde hij het zelfs een paar zinnen te uiten zonder te liegen. Migranten liegen nu soms ook over hun afkomst maar zo bont als Bernhard heeft het tot dusver nog geen migrant gemaakt.

Migranten die met een Oranje trouwen krijgen een ruime uitkering. Eigenlijk zijn het seksmigranten want ze moeten zorgen voor nageslacht; de allerhoogste prioriteit voor ieder vorstenhuis om zijn positie veilig te stellen. Het eerstgeboren kind wordt vanaf het achttiende levensjaar van staatswege financieel in de watten gelegd. Dat heet ‘uitkering’, dus net zoals statushouders een uitkering krijgen. Het eerste kind krijgt ook een onkostenvergoeding van 1,6 miljoen. Een beetje extra geld om de winter door te komen is altijd meegenomen. Vraag maar na in Ter Apel. Migrantendochter Amalia vond dat bedrag wel wat veel voor een studente die gratis in een grachtenpand woont. Het eerste jaar stortte ze haar vergoedinkje terug, maar toen nam wat haar nog restte aan Oranjebloed de regie weer over en gaat voortaan toch maar cashen om alvast te ‘sparen’ voor haar eigen secretariaat. De kosten daarvan zijn voor de Staat, maar je kunt als kroonprinses niet alles weten.

Máxima wil er als migrant vanzelfsprekend ook wel eens uit. Net zoals je ook wel eens weg wilt uit Ter Apel. Laat Prinsjesdag nou zo’n moment zijn, maar uitgerekend die dag moest ze opdraven om de troonrede aan te horen. Van haar gezicht viel af te lezen hoe intens ze begaan was met migranten. Maar zelf had ze ook een probleem. En hoe! Als Willem-Alexander niet opschoot zou ze te laat in Athene zijn om een herdenkingsconcert voor een overleden vriendin bij te wonen. Zeker als die verdomde balkonscène – die steevast volgt op de troonrede – zou uitlopen.

Het probleem werd opgelost al kostte dat een paar centen. Na wat minzaam gewuif vanaf het balkon werd de koningin/migrant met gillende sirenes en blauwe zwaailichten naar Schiphol gebracht waar een privéjet klaar stond. Kosten: 32.000 euro. Wel jammer dat dat afging van het totaalbedrag (€ 800.000) dat ze jaarlijks mag uitgeven aan vliegkosten. Maar iedere migrant heeft wel eens een probleempje.

Deze column verscheen eerder in De Republikein, nummer 4, december 2024 

Majesteitschennis. Een terugblik

Majesteitschennis bestaat al duizenden jaren. In het antieke Romeinse recht stond het bekend als crimen laesae maiestatis.  In de tijd van de Romeinse republiek (circa 500-27 voor Christus) stelde een wet (lex maiestatis) de aantasting van de maiestas (hoogheid of soevereiniteit) strafbaar met de bedoeling het staatshoofd en de overheid te beschermen. Aanvankelijk was de wet zeker niet bedoeld om het staatshoofd en de overheid in bescherming te nemen. Dat veranderde pas in de eerste eeuw van onze jaartelling toen persoonlijke beledigingen van de keizer steeds meer als majesteitsschennis, zoals wij dat ervaren, werd opgevat. Door de eeuwen heen werden de straffen voor majesteitschennis draconischer. Er vloeide veel bloed. De afrekening van prins Maurits met Johan van Oldenbarnevelt, die in 1619 werd onthoofd, valt ook in de categorie majesteitsschennis.

Toen Nederland in 1813 Willem I als koning in de maag kreeg gesplitst was er nog geen wet die belediging van het staatshoofd strafbaar stelde. Wellicht was dat ook niet nodig. Zoals A.W.P. Weitzel, minister onder Willem III, eens stelde: ‘men kan in Nederland veel kwaad zeggen van Jezus Christus, van den Heiligen Geest, zelfs van den Goeden God, zonder dat iemand het u ernstig kwalijk neemt, maar het Huis van Oranje staat eenige sporten hoger in de openbare mening.’

De vrijheid van drukpers en meningsuiting ligt sinds 1848 in de Grondwet verankerd. Critici van het overheidsbeleid en de monarchie waren sindsdien in principe vrij om hun mening te geven zonder dat ze bang hoefden te zijn voor gevangenisstraf of boetes. Wel zette het ‘dagbladzegel’, een extreem zware belasting op kranten, al sinds 1812 een rem op kritische uitlatingen. Kranten waren alleen betaalbaar voor de rijke bovenlaag. Behalve een verkapte maatregel om kritiek op het regeringsbeleid en de koning (toen nog zo’n beetje een pot nat) te dempen voorkwam het dagbladzegel ook dat er nieuwe kranten werden opgericht. Pas in 1869 werd het dagbladzegel – zeer tegen de zin van Willem III – afgeschaft. Hij vreesde voor politiek gestook in de pers.

Vijf jaar cel
Willem I, zijn grootvader, moest ook al niets van een vrije pers hebben wat bleek uit zijn ‘drukperswetten’ uit 1829 en 1830 op grond waarvan de rechter critici van de monarchie voor maximaal vijf jaar achter de tralies kon zetten. De angst voor een vrije pers moet er goed in hebben gezeten bij de Oranjes want de drukperswetten kwamen immers nog eens bovenop het beruchte dagbladzegel. Willem I voerde de drukperswetten in omdat ongevraagde kritiek op zijn beleid hem ergerde.

Onder Willem II zijn tal van mensen op grond van de beide drukperswettenwetten veroordeeld. Het roepen van ‘weg met de koning, leve de republiek’ beschouwde de rechter als smadend en honend voor de koning, net als de bewering in kranten dat de regering zich niet aan de grondwet hield.

Sinds 1881 kon de rechter belediging van de majesteit veroordelen op grond van 111, 112 en 113 van het Wetboek van Strafrecht. Op ‘opzettelijke belediging’ van de koning stond – net als onder de drukperswetten – een maximale gevangenisstraf van vijf jaar. Het beledigen van ’s konings echtgenoot, zijn troonopvolger of diens echtgenote kon iemand volgens artikel 112 voor vier jaar in de cel doen belanden. Belediging in geschrifte of door afbeeldingen (spotprenten) werd volgens artikel 113 bestraft met een jaar achter de tralies. Voor alle drie de categorieën konden ook boetes worden opgelegd. Pas in 2020 verdwenen artikel 111 t/m 113 uit het strafrecht. Majesteitsschennis is nog steeds strafbaar maar wordt nu gelijkgesteld met belediging van een ambtenaar in functie.

Uitbuitingspiramide
Veel van wat destijds als majesteitsschennis werd opgevat (en door de rechter als zodanig veroordeeld), vond zijn oorsprong in armoede, werkloosheid, honger en de belabberde  sociale omstandigheden waarin het gros van de Nederlandse bevolking leefde. De weelde waarin de koning en zijn familie baadde, was voor de opkomende socialistische beweging een steen des aanstoots. Duur én overbodig. De koning stond aan de top van wat als een uitbuitingspiramide werd beschouwd. Hij fungeerde als een sociale bliksemafleider die nodig was om het volk zand in de ogen te strooien. De monarch moest het incapabele bestuur van de ministers buiten zicht houden.

Het verlichte despotisme van Willem I en II bood weinig uitzicht op verbeteringen. Kritiek leveren op maatschappelijke misstanden (niet zelden ‘majesteitsschennis’ in de ogen van de overheid) was echter lastig bij gebrek aan geschikte media. Steeds weer werd ‘majesteitsschennis’ gebruikt voor het onderdrukken van kritiek, die de autoriteiten dan voor het gemak definieerden als hoon, smaad of laster jegens de koning. Het was vooral een instrument om de linkse oppositie, die ook nog eens anti-monarchistisch was, de mond te snoeren. Ook Vrouwe Justitia koesterde een uitgesproken afkeer van politiek links. Om vervolging te voorkomen, vermeden critici vaak om de koning expliciet te noemen. Maar het was altijd glashelder wie ze op de korrel namen, ook al gebruikten ze gefingeerde namen.

Asmodée
Jan de Vries mag met recht een kwelgeest van de monarchie en de toenmalige regeringen worden genoemd. Zijn stukken waren in de eerste plaats sociaal bewogen. Bij zijn vele veroordelingen van sociale en politieke misstanden doopte hij zijn pen gretig in de meest giftige inkt. Tegen de monarchie trok hij van leer als een instituut dat faalde en dat bovendien een sta-in-de-weg was voor de democratie. Op 3 mei 1854 kwam het eerste nummer uit van zijn weekblad Asmodée, dat met kennelijk genoegen de grenzen opzocht van wat de overheid wilde tolereren. De Vries had toen al een aantal kritische pamfletten onder het pseudoniem ‘Asmodée’ op zijn naam staan. Een dag na de publicatie van de eerste Asmodée kwam de politie hem arresteren; niet vanwege dat nummer maar voor de publicatie van een pamflet dat de woede van de koning had gewekt.

De Vries voerde zijn eigen verdediging en citeerde voor de rechtbank een stuk uit zijn gewraakte pamflet Standbeeld in een zak waarin de lezer van toen moeiteloos de weduwe van Willem II en diens zoon koning Willem III herkende. De Vries beweerde niet te snappen dat de rechters in de grove, onbehouwen, slechtgemanierde man uit zijn pamflet koning Willem III zagen. Hij stond paf. Zagen de rechters hun koning echt als een ‘ruw, onbeschaamd, liederlijk’ mens? Schande! Majesteitsschennis zelfs. De Vries kreeg drie jaar cel, ging in hoger beroep, verloor en vluchtte naar België.

Lege kolommen
De bekendste majesteitsschender uit die tijd was ongetwijfeld Domela Nieuwenhuis, socialist en hoofdredacteur van Recht voor allen. Tijdens zijn vele lezingen in het land ageerde Domela Nieuwenhuis standaard tegen een of meerdere van de ‘vijf K’s’ die zijn weerzin opwekten: Kapitaal, Kazerne, Kerk, Kroeg en Koning. Zijn blad was ook uiterst kritisch op de pers die het volk voortdurend aanspoorde openlijk hun ontembare Oranjeliefde te belijden. Waarom moest het volk weten dat de koning jonge vogeltjes had gekocht en graag lange wandelingen maakte, in blakende gezondheid verkeerde, maar niettemin ‘toch ieder jaar tot herstel van die blakende (?) gezondheid een lange kuur in een buitenlandsche badplaats doet’. Onze huidige koning neemt gemiddeld vijftien weken vakantie per jaar maar moet in deze voorvader zijn absolute meerdere erkennen. Er volgde nog een reeks voorbeelden waarna de krant concludeerde dat het ‘slechts zinnelooze en zoutelooze berichten [zijn] omtrent handelingen van Z.M. die noch eerbied, noch toewijding, noch eenige geestdrift kunnen uitlokken voor iemand die zo weinig van zijn baantje maakt’. De zinsnede van ‘het baantje’ leverde Domela een jaar gevangenis op. Het was volgens de rechter  ‘boosaardig en openbaar smaden, honen en lasteren van de persoon des konings’.

Het overlijden van Willem III (1890) bood Recht voor allen een nieuwe kans: ‘Het leven van koning Willem III den Groote, in al deszelfs hooge betekenis voor het Volk geschetst’. Het stuk bestond alleen uit een kop, de kolom eronder was leeg. Niets te melden. Er onder stond: ‘Vervolg hiernamaals.’

Het pamflet Uit het leven van koning Gorilla, waarin een Willem III als een liederlijk mens wordt neergezet is zo bekend dat ik het hier alleen maar noem. Niemand werd er trouwens voor vervolgd. Vermoedelijk omdat een handige advocaat op veel dingen had kunnen wijzen die gewoon  niet ontkend konden worden. Een rechtszaak zou een te groot risico zijn.

Alexander Cohen, corrector bij Recht voor allen, werd wel vervolgd vanwege Gorilla. Toen het rijtuig van de koning hem in Den Haag passeerde (september, 1887), riep hij: ‘Leve Domela Nieuwenhuis! Leve het socialisme! Weg met Gorilla!’ Hij werd subiet voor de rechter gesleept. Cohen voerde zijn eigen spitsvondige en zonder meer hilarische verdediging. Zo zei hij: ‘De schrille tegenstelling tusschen dien ellendigen Gorilla, en onzen grijzen, voortreffelijken vorst schoot me plotseling in de gedachte toen ik de eer had Z.M. te aanschouwen en deed me uitroepen ‘weg met Gorilla!’ (selbstverständlich op den koning in ’t bewuste boekje doelende), en juist wilde ik verder uiting geven aan ’t gevoel dat me bezielde, door uit volle borst te juichen: ‘Leve Willem III!’ Dat ging echter niet meer want toen was hij  al door agenten gevloerd. Cohen kreeg een half jaar cel en vluchtte naar het buitenland. Het liep overigens slecht met hem af: Cohen stierf als overtuigd monarchist.

Acrobaten
In augustus 1892 verscheen het eerste nummer van het ‘humoristisch satiriek weekblad’ De Roode Duivel. In het vignet van zijn blad prijkte: ‘Ontmaskering! Geen Genade!’ Later voegde hoofdredacteur Louis Maximiliaan Hermans daar nog aan toe: ‘tegen troon!, tegen beurs!, tegen altaar!’ Volgens Hermans was alle leed in de samenleving aan die trits te danken. Als een stille uitdaging aan het OM stond Hermans’ adres pontificaal op de voorpagina. Het kwetsen, tarten, minachten en beledigen van koningin-moeder Emma en haar dochter Wilhelmina bereikte onder Hermans’ gedreven leiding superieure hoogtes.

Hermans heeft het verhaal de wereld ingebracht dat niet Willem III, maar jonkheer S.M.S. de Ranitz, adjudant en particulier secretaris van Willem III (en later van Emma), de biologische vader van Wilhelmina zou zijn. De koning zou door zijn veelvuldig bordeelbezoeken en buitenechtelijke contacten (destijds een publiek geheim) een geslachtsziekte hebben opgelopen, wat het hem – zo suggereerde Hermans – onmogelijk maakte nog kinderen te verwekken.

Herhaaldelijk duikt De Ranitz op in de kolommen van De Roode Duivel, vaak als ‘sjikkeretaris’, ‘Jonkheer van ‘t Rasphuis’ (of kortweg ‘Raspie’), en al in het eerste nummer als de ‘partikulier sekretaris’. Hermans noemde De Ranitz nooit bij naam, maar iedereen wist wie hij met ‘sjikkeretaris’ enzovoort bedoelde. Duidelijk was eveneens dat hij met de ‘Koningin van het Kikkerland’ koningin Emma bedoelde.

‘Een koningin ons welbekend,
Een moffen-weduwvrouw
Die gaf aan ‘t hof een heerlijk feest,
Na ‘t eindigen der rouw.

Haar man was dood, den ouden aap
Steeg op naar ‘s Hemels sfeer
En de koningin zag zich getroost,
Door een hooggeboren heer.

Zij had een kind, doch zoo men zei,
Was dat van d’ouwe niet
Nu zoo iets is aan menig hof
Zoo’n groot mirakel niet.’

In september 1895 ging Hermans volgens het O.M. over de schreef met een spotprent. Dat was opvallend want Hermans had zich vaak veel grover over het koningshuis uitgelaten dan in dat cartoon. Het OM besloot tot vervolging omdat Hermans Emma en haar dochter als acrobaten in dansrokjes had afgebeeld, met daaronder de tekst: ‘Gaat dat zien! Gaat dat zien! Eenig in geheel Nederland!’ Hermans ging een half jaar achter de tralies. Toen hij vrijkwam wachtte een menigte hem op om hem te huldigen.

Drank en branie
Dankzij mannen als De Vries, Domela Nieuwenhuis, Hermans en Cohen (de ruimte ontbreekt om hier de vele anderen te noemen) bloeide de majesteitsschennis in de laatste decennia van de negentiende eeuw welig. Daarna werd het een stuk minder. Met enige regelmaat werd proces-verbaal opgemaakt of een arrestatie verricht, maar het kwam zelden tot een veroordeling, ook omdat de voorvallen tamelijk onschuldig waren. Niet zelden was er drank en branie in het spel. Een enkele maal moest iemand voor enkele weken of maanden naar het cachot. Het linkse deel van de Tweede Kamer nam menigmaal fors stelling tegen de monarchie maar van de kant van de confessionelen en liberalen viel weinig kritiek te horen.
De SDAP nam in 1933 afscheid van haar republikeinse standpunt; de partij verzette zich althans niet langer tegen de monarchie als staatsvorm. Pas in de jaren zestig gaf Nieuw Links het oude streven weer kortstondig enige glans, maar onder de gevestigde Kamerleden vond het geen of nauwelijks weerklank. Het verzet van de communisten tegen de monarchie als staatsvorm hield stand tot 1937. Sindsdien had de vestiging van een republiek geen politieke prioriteit meer. Vechten tegen de bierkaai levert geen stemmen op.

Imaazje
In de jaren zestig, toen de Provobeweging opkwam en links weer opgang deed, nam de kritiek en ‘dus’ de majesteitsschennis weer toe. De befaamde Rookbom die het zicht op de huwelijksrijtoer van Beatrix en Claus door Amsterdam kortstondig belemmerde, was het beroemdste geval. De rechter veroordeelde het stel dat de bom had gegooid op grond van de vuurwerkwet. Niet wegens majesteitsschennis terwijl daar toch alle reden toe was. In de Provotijd nam het aantal gevallen sterk toe. In de vijf jaar vóór de opkomst van Provo (1960 tot en met 1964) kreeg het OM te maken met in totaal twintig zaken, waarvan er vijf werden berecht. In de vijf jaar na de opkomst van Provo (1965-1969) steeg het aantal geregistreerde gevallen naar 74. Daarvan werden er 58 geseponeerd. In 1969 stond het aantal zaken alweer ongeveer gelijk aan de tijd van voor Provo: drie berechtingen en vier sepots. De maximumstraf van vijf jaar heeft de rechter sinds de invoering van straffen in 1881 nooit uitgedeeld. Een van de vaste medewerkers van dit blad roerde zich ook: Roel van Duijn werd preventief gearresteerd omdat het vermoeden bestond dat hij van plan was majesteitsschennis te plegen. Toen hij met een vriendin, Carla, door de Kalverstraat liep kregen ze plotseling prinses Beatrix in het vizier. ‘Dat is Beatrix!’ riep Carla. Van Duijn: ‘Dus ze bestaat werkelijk! Ik heb altijd gedacht dat ze maar een imaazje was.’ Nee dus.‘Een paar minuten later beseften we dat we een provokatiemogelijkheid van een presenteerblaadje hadden laten vallen. We liepen haastig de Kalverstraat door, maar de prinses was gevlogen. Toch was de kans op een weliswaar secundairprovokatie nog niet verkeken.’
Van Duijn zag een auto met een AA-nummerbord staan en besloot Beatrix op te wachten om haar een ‘eksemplaar’ van de door Provo opgestelde Troonrede aan te bieden. Zover kwam het niet. Een overvalwagen voerde Roel af naar het bureau Warmoesstraat. Na een uur in een cel te hebben gezeten mocht hij zonder enige vorm van verklaring of excuus vertrekken. Als de politie je preventief van de straat plukt wordt je als provo het plegen van majesteitsschennis bijna onmogelijk gemaakt.

Hoer
In het Juliana-tijdperk (1948-1980) hebben de autoriteiten meer dan honderd keer actie ondernomen op grond van artikel 111-113. Slechts een daarvan leidde tot een veroordeling. Circa 85 van die gevallen speelden zich af in de woelige jaren zestig. De periode Beatrix (1980-2013) was daarentegen uitgesproken majesteitsschennisluw. In 2007 seponeerde het Openbaar Ministerie een zaak tegen een jonge journaliste die over de Dam paradeerde in een T-shirt met de tekst: ‘Beatrix is een hoer’. Ze wilde een discussie met het publiek uitlokken. Het OM stuurde haar ongestraft naar huis. Kort daarvoor – het was de aanleiding voor de ‘provocatie’ van het internetblad Spunk – had de Amsterdamse politierechter een man tot vierhonderd euro boete veroordeeld omdat hij ‘de koningin van Nederland’ voor hoer had uitgemaakt. Ook had hij gezegd anale seks met haar te willen hebben. Het een is niet erger dan het ander, zou je zeggen, maar het verschil was (vermoedelijk) dat de journaliste toegang had tot de media. Daar werd kennelijk rekening mee gehouden.
Dat bleek ook toen Hans Teeuwen in een cabaretvoorstelling beweerde anale seks met de koningin te hebben gehad. Daar had hij dorst van gekregen: ‘Majesteit, ga eens bier halen!’ Op zulke momenten was Beatrix – ‘een geile slet’ volgens Teeuwen – ‘ook mijn koningin’. Kennelijk bang voor taferelen in de rechtszaal ging het OM niet tot actie over. Ook Sander van de Pavert is met zijn LuckyTV nooit voor de rechter gesleurd. Te bekend.

Majesteitsschennis en willekeur zijn altijd onverbrekelijk met elkaar verbonden geweest. Met recht had het weinig te maken.

Dit artikel verscheen eerder in De Republikein, september 2024

Het cartoon is van Ruben L. Oppenheimer, gepubliceerd op X, 14-06-2016