Berichten

Goed nieuws uit Noorwegen

Het staatsbezoek van het koningspaar aan Noorwegen was om een aantal redenen opmerkelijk: de handelsmissie ontbrak, Willem-Alexander kondigde een nieuw ‘aandachtsgebied’ aan en hij liet weten tóch subsidie aan te vragen voor kroondomein Het Loo. Máxima ontmoette Mette-Marith, de echtgenote van de Noorse kroonprins; net als zij burgermeisje aan het hof.

Handelsmissies in het kielzog van een staatsbezoek leveren de Nederlandse economie miljoenen, zo niet miljarden, op. Deze keer echter was er, evenmin als in Duitsland afgelopen zomer, geen missie te bekennen. De RVD mompelde iets over corona, maar dat klonk meer als een smoes, precies zoals we dat van de RVD gewend zijn.

De koning verraste vriend en vijand met zijn nieuwe aandachtsgebied: ‘waterstof’. Jarenlang was hij Nederlands onbetwiste expert op het gebied van watermanagement. Razendknap, want hij heeft nooit aan een technische universiteit gestudeerd. Maar toen hij zich eenmaal op het watermanagement had gestort, vlogen lof, eretitels en erevoorzitterschappen hem om de oren. Willem-Alexander werd synoniem met water.

Eenmaal koning verslofte zijn waterliefde. Waarom weten we niet. Maar wat doet dat ertoe? Hij is weer helemaal terug, zij het in gehalveerde vorm. Water (H2O) bestaat uit waterstof en zuurstof. De zuurstof heeft hij afgestoten; voortaan doet W.A. uitsluitend in waterstof. Zijn inspiratiebron is de groene energietransitie gekoppeld aan klimaatverandering.
Over die onderwerpen heeft hij indringend met koning Harald (84) gesproken. Als hij zijn gloednieuwe expertise eerder naar buiten had gebracht, had de klimaattop in Glasgow achterwege kunnen blijven. Monarchen onderling lossen dergelijke probleempjes in een handomdraai op.

Na flink wat klimaatknopen te hebben doorgehakt, toog het koninklijk gezelschap naar het Edvard Munchmuseum, gewijd aan Noorwegens beroemdste schilder. Met een subliem gevoel voor timing betrad het selecte groepje een half uurtje voor sluitingstijd het museum. Alle bezoekers werden gesommeerd het gebouw onmiddellijk te verlaten. De koninklijke kunstdorst diende terstond bevredigd te worden en de monarchen wensten daarbij niet te worden gehinderd door kunstminnende onderdanen.

Mette-Marit, de echtgenote van de Noorse kroonprins Haakon, en koning Máxima hebben wat gemeen. Beiden zijn burgermeisjes die tot het hof zijn doorgedrongen. Hun achtergrond verschilt wel enigszins: toen Máxima economie studeerde, stortte Mette-Marit Tjessem Høiby zich op alcohol & drugs en trouwde tussen de bedrijven door met een gewelddadige drugsdealer met wie ze een zoon kreeg.

Toen Haakon anno 2000 Mette-Marith zijn liefde verklaarde, fronste menige Noor zijn wenkbrauwen, maar inmiddels wordt ze op handen gedragen. Voor haar enorme verdiensten kreeg ze – behalve het Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau – nog een dozijn andere binnen- en buitenlandse onderscheidingen. Noorse vrouwen die meer hebben gesnoven en gezopen dan Mette-Marit gunnen het haar – hun symbool van hoop – van harte.

Op het einde van het bezoek – uiteraard een overdonderend succes vanwege de nauw aangehaald banden tussen beide koninkrijken én de vruchtbare discussie over de klimaatproblematiek – liet de koning tijdens een persbijeenkomst vallen dat hij subsidie voor Het Loo had aangevraagd.

Het Loo werd in 1958 op listige wijze door overgrootmoeder Wilhelmina aan het Nederlandse volk ‘geschonken’. De kosten voor het onderhoud werden voortaan op de belastingbetaler afgewenteld, maar de Oranjes behielden het vruchtgebruik. Ze konden gewoon doorgaan met jagen en de opbrengst van het domein in eigen zak blijven steken. In het najaar is het domein vanwege de jacht – tegen alle subsidieregels – gesloten. Rutte vond het een privékwestie, waarmee hij niets te maken had.

Benieuwd wat er nu weer is verzonnen om W.A. aan zijn subsidiegerief te helpen zonder dat hij hoeft af te zien van jagen. Het vermoeden lijkt gewettigd dat Willem-Alexander zal aantonen dat de jacht op wilde zwijnen een positief effect op waterstof heeft. Rutte zal dat niet tegenspreken.

Deze tekst verscheen eerder als column in De Republikein, december 2021