Berichten

Anders tot in de dood, maar wel op onze kosten

Over enige tijd gaat de verbouwing van de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft van start. De kelder is bijna vol en de Oranjes willen als één grote familie de eeuwigheid doorbrengen. De verbouwing gaat het Rijk 3,6 miljoen euro kosten. Willem-Alexander draagt namens de familie een schamele 3 ton bij: begraven op een koopje.

In de de grafkelder staan nu 46 kisten. De laatste bijzetting was die van prins Bernhard. Ook corrupte leden van het koningshuis krijgen een riante begrafenis op rijkskosten.

Er zijn nog maar drie plekken over dus laat de Familie de capaciteit aanpassen. Zoals gewoonlijk wordt er niet op geld gelet; de kosten zijn toch voor de gemeenschap.

Mogen wij de grafkelder bezoeken? Nou nee, dat nou ook weer niet. We weten zelfs nauwelijks hoe de koninklijke dodenkelder is ingericht. We moeten het doen met een beschrijving van een Franse journalist die voor de bijzetting van Willem III in 1890 een tekening heeft gemaakt (zie de illustratie links boven).

Voor zover bekend is dat de enige bron. Mensen die onderhoudswerkzaamheden verrichten krijgen een geheimhoudingsplicht opgelegd. Zelfs wetenschappelijk onderzoek is niet toegestaan, zoals het bedrijf DelftTech ervoer toen het onderzoek wilde doen naar de dood van Willem de Zwijger. Geen gedoe in ons privé mortuarium.

Uitzonderlijk is voorts dat de Wet op de lijkbezorging niet van toepassing is op de leden van het Koninklijk Huis. Sinds 1810 mogen Nederlanders – om hygiënische redenen – niet langer in kerken worden begraven.

Op één uitzondering na. Tot in de dood krijgen de leden van het Koninklijk Huis een andere behandeling dan de rest van de bevolking. Ze worden niet begraven of gecremeerd, maar bijgezet in hun eigen privé grafkelder.

Minister Ingrid van Engelshoven (D66) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kondigde in de brief aan de Tweede Kamer (21-04-2021) de uitbreiding en herinrichting van de koninklijke grafkelder aan.

Opmerkelijk is de bijdrage van 300.000 euro door de Familie. Daarmee erkennen de Oranjes dat het om een privé aangelegenheid gaat.

De vooral door Beatrix veel gebruikte smoes dat alles wat ze deed noodzakelijk was voor de vervulling van haar koninklijke taken gaat in dit geval niet op.

Beatrix eiste zelfs dat de peperdure inrichting van haar privé vertrekken in ‘woonpaleis’ Huis ten Bosch noodzakelijk waren om haar koninklijke taak te vervullen (ze had ook een ‘werkpaleis’). De minister-president haastte zich aan haar Koninklijke Wens tegemoet te komen.

De familie heeft er wederom een schitterende deal uitgesleept. Ik heb de Kamer nog niet horen protesteren.

 

 

Hoedt u voor republikeinen

Soms levert mijn republikeinse overtuiging problemen op voor mijn familie. Niet dagelijks, maar het komt voor, zoals mijn neef Hans ervoer toen hij zich meldde bij Huis ten Bosch. Hans werkt voor een servicebedrijf en hij kwam die dag, samen met een medewerker, zijn werk doen op het paleis. Dat was althans de bedoeling.

Zoals dat hoort was hij vooraf door de AIVD gescreend. Hans bezoekt behalve Huis ten Bosch ook andere woongelegenheden van de Oranjes en dan moet natuurlijk wel vast staan dat je op geen enkele wijze een gevaar vormt voor de Koninklijke Familie.

Zo’n screening gebeurt schriftelijk. De waakhonden van de AIVD willen je naam en functie weten, wat logisch is, maar ook of je broers en zussen hebt, wat iets minder logisch lijkt. Maar wie zijn wij om de werkwijze van de AIVD te kritiseren? De dienst stelt ook vragen over je ouders en wat ze doen in het dagelijks leven. De rest van de familie blijft buiten schot, tenzij er zich een onverwachte situatie voordoet. Dan beepen de computer alarm.

Zo ging het ook op de dag dat neef Hans zich nietsvermoedend met zijn medewerker ten paleize vervoegde. Bij de poort noemde hij zijn naam en overhandigde hij als legitimatie zijn rijbewijs aan het dienstdoende lid van de Koninklijke Marechaussee. De man verdween in zijn kantoortje om de naam van de bezoekers in zijn computer te controleren.

Er moet een waarschuwing over het scherm zijn geflitst, want hij was al snel terug met de vraag of Hans een moeder had. Dat kon Hans niet ontkennen, maar de marechausseeman bleek haar meisjesnaam te willen weten. ‘Aalders’, zei mijn neef naar waarheid.

‘Oh’. Hij liep terug naar zijn computer. Plotseling stond hij er weer om dé hamvraag te stellen: kende Hans misschien Gerard Aalders? Jazeker, dat was zijn oom, de broer van zijn moeder.
De beleefde glimlach verdween. Hans vroeg of er een probleem was. Daar ging hij niet op in maar hij vroeg wel of Hans en ik elkaar wel eens spraken. Hans antwoordde bevestigend. Waarover spraken we dan? Hans vond terecht dat hem dat niet aanging. Spraken we wel eens over een andere staatsvorm dan de monarchie, bleef hij aandringen. Dat ging hem evenmin aan, meende Hans, maar hij de man wel terloops doorschemeren dat hij de monarchie zelf ook niet als zaligmakend beschouwde. Een gekozen staatshoofd is naar zijn democratische overtuiging te verkiezen boven een koning.

Hans had nog veel meer willen zeggen, hij is uit het juiste republikeinse hout gesneden, maar bedacht zich. Hij kwam tenslotte om zijn werk te doen; niet om een kansloze discussie aan te gaan. Wel vroeg hij de man nog stralend – maar eigenlijk dus heel pesterig – of zijn oom als staatsgevaarlijk werd beschouwd. De marechausseeman zag er de humor niet van in.
Tot verwondering van de medewerker kregen zie die dag bewaking mee, terwijl hij anders – hij kwam regelmatig  op het paleis – gewoon zijn gang kon gaan.

Na afloop van de klus werden Hans en zijn collega naar de uitgang begeleid. Op zijn ’tot ziens en bedankt voor de gezelligheid’ kreeg hij geen antwoord.
Toch fijn om te weten dat de veiligheid van het Koninklijk Huis is zulke goede handen is.

Dit artikel verscheen eerder in Argus