Berichten

Vrijdag 11 februari 2022 overleed Jaap van Doorn, mijn favoriete archivaris. Toen ik Jaap ontmoette werkte hij op het ministerie van Justitie. Hij was de droom van iedere onderzoeker. Je onderzoekaanvraag nam hij serieus; vaak tot ergernis van de leiding van Justitie. Jaap had een leidraad waar hij trouw aan vasthield. Als de archiefwet inzage niet verbood, mocht het.

Het zal eind jaren tachtig zijn geweest toen ik Jaap leerde kennen. Ik deed onderzoek naar onze eerst naoorlogse veiligheidsdienst, het Bureau Nationale Veiligheid (BNV). Ruim dertig jaar geleden was dat nog een gevoelige kwestie. De meeste archiefinstellingen waren daarom niet scheutig met het vrijgeven van materiaal. Zo niet Jaap. Uit het archief dat hij beheerde, dook hij fantastische documenten op. Tot ergernis van zijn werkgever, want als het materiaal tot een opzienbarende publicatie leidde in de vorm van een artikel of een boek werden er vragen in de pers en soms in zelfs de Tweede Kamer gesteld.

Kwesties om het koningshuis lagen helemaal gevoelig, met als gevolg dat de minister zich dan gedwongen zag vragen te beantwoorden die hij het liefst wilde omzeilen. Jaap kreeg dan de schuld want hij had het materiaal vrijgegeven. Ten onrechte natuurlijk want Jaap hield de archiefwet en de daarin gestelde bewaartermijnen nauwlettend in het oog. Als het op het randje was, gunde hij de onderzoekers het voordeel van de twijfel. Geen wonder dat die hem op handen droegen.  Van Jaaps kaliber waren er maar weinig. Hij was een man die de woede van zijn superieuren trotseerde om onderzoekers te geven waarop ze recht hadden.

Dat kon niet eeuwig goed gaan en dat deed het ook niet. Op een bepaald moment zagen zijn meerderen de kans schoon Jaap weg te promoveren naar een stille uithoek van het ministerie van Defensie. De gedachte zal zijn geweest dat hij daar weinig kwaad kon. Dat was nog niet het einde van de wraakoefening die door het ministerie van Justitie in gang was gezet. Bij een reorganisatie moest Jaap ook bij Defensie vertrekken. Hij koos toen voor vervroegd pensioen.

Ik heb de behandeling van Jaap altijd een schande gevonden. Op de ministeries is de geest waartegen Jaap zich verzette nooit veranderd. Nog steeds is iedereen bang zijn meerderen moeilijkheden te bezorgen. Het gevolg is dat iedereen de boel afhoudt en zich op zijn eigen eilandje terugtrekt. Dan loop je het minste risico. Waar we behoefte aan hebben zijn Jaap van Doorns of Japen van Doorn, daar ben ik nog niet uit. In ieder geval anti-bureaucraten zoals hij.

Stukken die hij niet vrij mocht geven volgens de archiefwet kreeg je niet. Zo hoort het ook. Jaap schonk je zijn vertrouwen en verwachtte dat dat niet beschaamd werd. Dat was wel eens moeilijk toen ik na verloop van tijd in mijn eentje naar de kelder ‘Geheim’ mocht, waar gevoelige stukken lagen. “Hier is de sleutel. Vangen!

Er stond een brandkast met daarin de geheimste stukken. Die kluis zat weliswaar op slot, maar één keer stond hij op een kier. De verleiding was enorm, maar ik heb er niet aan toegegeven. Vermoedelijk lag daar ook het stuk over premier Ruud Lubbers waar Jaap erg van geschrokken was. Meer dan dat heeft hij nooit prijs gegeven. Dat was tegen zijn principe. Zelfs geen hint in welke richting het stuk ging, heb ik uit hem weten te peuren. Was het #MeToo avant la lettre? Een crime passionel? Een politieke misdaad? Ik ben er nooit achter gekomen, hoewel ik alles heb geprobeerd.

Jaap kreeg in heel wat boeken een verdiend dankwoord. Ook in die van mij. Een boek, Leonie. Het intrigerende leven van een Nederlandse dubbelspionne heb ik aan Jaap opgedragen. Het boek is in het Duits vertaald – Duitsland was Leonies geboorteland – dus in de Heimat weten ze nu ook wie Jaap is, of helaas, was.

Op Justitie spitte ik voor mijn BNV-onderzoek talloze archiefdozen door. Telkens weer stuitte ik op de naam van een zekere Leonie Brandt-Pütz. Ik raakte geïntrigeerd en vroeg Jaap wie dat toch was, die Leonie. Zijn antwoord heeft me jaren werk bezorgd: ‘dat is een dame die ik ook met meer dan gewone belangstelling heb gevolgd’. Het gevolg was dat ik land en stad heb afgereisd om het verhaal over Leonie rond te krijgen. Het boek kwam in 2003 uit. Jaap was buitengewoon vereerd dat ik Leonie aan hem had opgedragen. Ik vond dat hij het gewoon had verdiend. Zonder hem was dat boek er nooit gekomen. Ik zal Jaap daar altijd dankbaar voor blijven.

Na werktijd, dronken we graag een glas. Nou ja, glazen. Wie Jaap heeft gekend, zal nooit geloven dat we het bij één glas hielden. We hadden een favoriete kroeg om de hoek bij Justitie maar we beperkten ons zeker niet tot dan ene café. Na de nodige drankjes vroeg ik Jaap soms tussen neus en lippen hoe het nou ook al weer zat met die Lubbers. Hij is er nooit ingetuind. Zelfs niet als ik wat extra whisky in hem goot. Dat geheim heeft hij met zich meegenomen.