Als Amalia op 7 december 2021 jarig wordt, verandert er niets. Althans dat mogen we hopen voor haar. Ze is dan wel het enige meisje in Nederland dat kan bogen op een biografie, hoewel dat een groot woord is voor het beperkte aantal pagina’s dat
Claudia de Breij over haar nieuwe vriendin heeft afgescheiden.

Van alle kanten wordt mij gevraagd of ik het ga lezen. Nee, dat ga ik niet doen. Ik lees nooit reclamedrukwerk.  Toen ik een aantal krantenberichten over het boekje had gelezen, wist ik wel wat er in stond. Ik liet me zelfs overtuigen dat Amalia een fantastische meid is met een bijbaantje in een strandtent.

Natuurlijk heb ik niets tegen Amalia, noch tegen haar zusters of haar vader en in iets mindere mate haar moeder. Het zijn allemaal slachtoffers van de grondwet, die hen opschepen met het koningschap en ons met de monarchie. Ik weet niet wat erger is; zelf denk ik het laatste.

Amalia heeft trouwens gezegd dat ze de glamour rond het koningschap wel leuk vindt. Gelukkig niet het gemekker dat het zo vreselijk zwaar is. Ze geeft haar leven aan Nederland, zei ze ook, wat natuurlijk een stuk minder drastisch is dan haar leven geven voor Nederland. Haar over-overgrootmoeder, koningin Wilhelmina, verlangde daar zelfs naar: ‘Was ik maar op de Grebbeberg gestorven’, verzuchtte ze toen ze na een smadelijke vlucht in mei 1940 comfortabel in Londen vertoefde.

Het gaat me hier niet om Amalia’s biografietje, maar om haar aanstaande verjaardag. Dan wordt ze meerderjarig en mag ze de troon bestijgen. Daar heeft ze nu nog geen zin in en van mij hoeft het nooit.  Maar als haar vader binnenkort onder de tram mocht komen of anderszins het leven laat bij een fataal ongeluk wordt Amalia koningin. Nederland zou in dat geval internationaal voor paal staan met een tienermeisje als staatshoofd.

Amalia heeft in dat geval liever dat haar moeder dan een jaar of wat regentes wordt en de koninklijke taken voor haar waarneemt. Dat is ook helemaal niet moeilijk. Iedereen kan het maar niemand – behalve de eerstgeborene in het koninklijke gezin – mag het.  Of de eerstgeborene dom of intelligent is, maakt niet uit. Het leven bestaat uit handtekeningen zetten onder wetten (die je niet eens hoeft te lezen, als je geen zin hebt), wuiven naar het publiek, benoemen en ontslaan van ministers (een formaliteit van eens in de vier jaar, tenzij een kabinet valt) en nog een paar vrij onbenullige dingen.

En uiteraard klagen dat je te weinig privacy hebt en zo keihard moet werken dat je wel een speedbootje van 2 miljoen hebt verdiend, zoals Máxima met droge ogen aan Matthijs van Nieuwkerk vertelde in een volstrekt onbenullig interview.

De RVD waakt ervoor dat er geen onvertogen woord over het koningshuis naar buiten komt. Dat gold voor het Van Nieuwkerk-interview, maar ook voor het boekje van De Breij. Ze vertelde dat ze nauwelijks iets hoefde te schrappen. Dat geloof ik direct. Als je jezelf zelfcensuur oplegt en alleen gezellige vragen stelt, hoeft de RVD het rode potlood nauwelijks te hanteren.

Nog even terug naar haar 18e verjaardag en een eventueel fataal ongeluk van haar vader. We krijgen in dat geval een tiener op de troon. Weliswaar met een gymnasiumdiploma, maar dat staat – gezien de taken die haar te wachten staan – gelijk met paarlen voor de zwijnen. Voor die zwijnen krijgt ze trouwens ruimhartig subsidie, als de beesten tenminste op kroondomein Het Loo vertoeven. Voor haar koningin zijn, krijgt Amalia een jaarlijkse ‘uitkering’ van ruim een miljoen euro, plus vele miljoenen voor personeel en andere kosten.

Verantwoordelijkheid draagt ze niet. Die hebben de ministers overgenomen. Ze kan beweren en doen en laten wat ze wil, ze kan niet verantwoordelijk worden gesteld. En dat voor meer dan een miljoen per jaar. Een president als Biden of Macron, met een tikkeltje meer verantwoordelijkheid voor het wel en wee van hun landen, krijgen jaarlijks circa 350.000 euro.

Ze krijgt ook gratis een werk- en een woonpaleis tot haar beschikking. Voor het onderhoud van het meubilair krijgt ze jaarlijks een bedrag van in de tonnen, terwijl de overheid het feitelijke onderhoud voor zijn rekening neemt. Afgezien van een stroom aan subsidies, zoals voor Het Loo en het Koninklijk Huisarchief, krijgt ze haar eigen trein, auto’s, een luxe touringcar en paardenstallen. Natuurlijk mag ze gratis gebruik maken van het regeringsvliegtuig en als dat niet beschikbaar is van een Gulfstream of een ingehuurd toestel.

Ons tienerstaatshoofd wordt dus wel heel erg in de watten gelegd, zonder dat er iets noemenswaardigs tegenover staat. Overigens gaat dat argument niet alleen voor tieners maar voor alle leeftijden op: het koningschap is een zwaar overbetaalde functie zonder enige verantwoordelijkheid. En tot in de vezels ondemocratisch want ons staatshoofd wordt niet gekozen. De wieg bepaalt wie hier staatshoofd wordt.

Wie dat beseft, wordt vanzelf republikein.

Waar is Nescio?

Dagelijks maak ik een wandeling (‘dodenmars’) over de Nieuwe Ooster, de begraafplaats in de Watergraafsmeer op loopafstand van mijn huis.
Een vredige, prachtige plek aan de rand van de Meer. Je komt er nog eens iemand tegen, al valt alleen van de grafsteen af te lezen wie je voor je hebt,  of liever gezegd onder je.  Bij Nescio loop ik regelmatig even langs om dag te zeggen.

Op de Ooster krioelt het van bekende namen: schilders, schrijvers, dichters, musici, fotografen, cartoonisten, burgemeesters en ga zo maar door. Nescio (J.H.F. Grönloh, 1882-1961), beroemd van novelles als Dichtertje, Titaantjes en De Uitvreter, ligt er al 60 jaar. Zijn graf ligt vlak tegen Betondorp aan en is onacceptabel verwaarloosd. Ik erger me daaraan.

Op mijn dodenmars passeer ik Potgieter, Perk, criticus Kees Fens en diverse verzamelgraven van leden van het Leger des Heils (majoor Bosshardt ligt er ook), die daar in alle rust de Jongste Dag afwachten.

Van fotograaf Jacob Olie ligt er alleen maar een steen, het graf is leeg. De schilders Breitner en Witsen liggen, met hun echtgenotes, gezamenlijk in een graf. Van een afstandje houdt burgemeester Eberhard van der Laan een oogje in het zeil.

Dichter Ed Hoornik heeft een steen met een bolvormige uitholling waarin altijd water staat, zodat je de ingegraveerde spreuk bijna nooit kunt lezen. Een eindje verder ligt Mies Bouhuys, zijn echtgenote, vlakbij het graf van Theun de Vries.

De laatste rustplaats van Frans Pointl (‘de kip die over de soep vloog’) is opgesierd met een vrolijk ‘Eindelijk verlost van de mensheid’. Het zal je buurman op de Ooster maar wezen.

Bij het graf van J.B. van Heutsz mompel ik altijd een verwensing. Generaal Van Heutsz was de lieveling van koningin Wilhelmina omdat hij op Atjeh hele dorpen had uitgemoord. Wilhelmina vond dat die inlanders een lesje hadden verdiend en was met de generaal in haar nopjes. Hier past, ook postuum, een scheldwoord. Zijn graf, of beter gezegd mausoleum, is van een afzichtelijke smakeloosheid.

Maar goed, Nescio. Bijna dagelijks kom ik langs een van de beide huizen die hij op de Linnaeushof in Amsterdam heeft bewoond. Zijn graf, waar hij met dochter en echtgenote ligt, passeer ik regelmatig en ik sta dan even stil.

Maar een paar weken geleden kreeg ik een schok: Nescio was weg. Althans zijn grafsteen. Foetsie. Geen spoor. Het was weliswaar vakantietijd, maar dat kon niet de reden zijn. Als stille getuige lag er een spade, maar ook aan de omgewoelde aarde zag ik dat er wat aan de hand was. Ik begreep er niets van.

Hij zou hem na 60 jaar toch niet zijn gesmeerd? Grafroof? Grafschennis? Of zou zijn steen ter restauratie zijn afgevoerd? Dat zou hoog tijd worden, want die was, zoals gezegd, ergerlijk verwaarloosd.

Ik vertrouw erop dat zijn zerk er binnenkort weer in volle glorie staat. Geheel gerestaureerd. Want de gemeente Amsterdam zal het toch niet in haar botte harsens hebben gehaald het graf te ruimen?

Ze is ertoe in staat, maar ik ga van dat schrikbeeld vooralsnog niet uit.

Nescio moet terug!