Berichten

Koning Willem-Alexander is gevaarlijk bezig en stapelt publicitaire blunder op blunder. Kringen rondom hem zeggen dat hij zich niets van kritiek aantrekt: de waan van de dag. Zijn moeder had die neiging ook. Maar qua onverschilligheid jegens hun onderdanen kunnen beiden nog een puntje zuigen aan koning Willem III (1817-1890). Toch lijkt Willem-Alexander aardig op weg de arrogantie van zijn over-over-grootvader te evenaren.

Een van konings Willems felste criticasters, de socialist Ferdinand Domela Nieuwenhuis, werd wegens majesteitsschennis voor een jaar naar de gevangenis gestuurd omdat hij had gezegd dat de koning ‘niet veel van zijn baantje maakte’. Daar had hij volstrekt gelijk in, maar het mocht niet worden gezegd.

Enkele overeenkomsten tussen W-A. en zijn voorganger: lak aan de publieke opinie; weinig empathie; liefhebber van de jacht; geldbelust; matige belangstelling voor wat er in de maatschappij gebeurt en veel, vaak en lang op reis en met vakantie. Verschillen zijn er ook: zo zie ik W.A. niet – zoals Willem III in Genève deed – zijn geslachtsdeel vanaf het balkon van zijn Griekse villa aan het publiek tonen. Willem III was ‘potloodventer’.

De reis naar Griekenland, vorig najaar, is overal breed uitgemeten. Zelfs zijn trouwe aanhang vond dat hij te ver was gegaan en dat hij solidariteit ha moeten tonen. Zijn blunder kwam mij overigens uitstekend van pas; mijn Oranje Zwartboek kreeg dankzij W.A.’s reisdrift de wind in de zeilen en belandde in de top tien. Even was ik bang dat de koning een deel van de royalties zou opeisen – hij is tenslotte een Oranje – maar die angst bleek ongegrond. Afgelopen zomer kon hij met moeite worden overreed om het door watersnood getroffen Limburg te bezoeken. Het zat zijn vakantie, de daaropvolgende dag, vervelend in de weg. Uiteindelijk ging hij toch. De tegenzin droop er van af. Wat dat betreft verschilt hij van Willem III. Die was dol op watersnoodrampen. Zelfs voor een overstrominkje mocht je hem uit zijn bed halen.

Een etmaal na Valkenburg scheurde hij met zijn speedbootje van twee miljoen over de Griekse wateren. Máxima vond dat hij daar recht op had. Waarom? Omdat hij zo vreselijk hard werkt. Overigens wil W.A. niet op zijn speeltje worden gefotografeerd. De mediacode is van toepassing. Het liefst doet de koning leuke dingen zonder daarbij door het plebs te worden gestoord.

In geval van kroondomein Het Loo heeft W.A. een blinde vlek. Er is nu al een jaar gedoe over de subsidie die hij daarvoor krijgt. Ik vroeg me af met welke smoes hij zou aankomen om door te gaan met jagen én toch zijn subsidie op te strijken. Dat is nu bekend. Hij sluit het jachtgedeelte af, liet hij weten, om de dieren rust te gunnen. Hoe dat valt te rijmen met jagen is een raadsel. Het probleem is – vrees ik – zijn wereldvreemdheid. Hij begrijpt dingen gewoon niet. Ongetwijfeld komen over die subsidie weer Kamervragen, die lakei Rutte even ongetwijfeld handig zal omzeilen, maar ondertussen doet het Willem-Alexander’s reputatie geen goed. Overigens zit ik daar niet mee. Maar de koning zou het zich moeten aantrekken.

Koning Willem III had ook overal lak aan. Hij zat regelmatig met onbekende stemming ergens in het buitenland, al dan niet potlood ventend. Wetten die hij moest ondertekenen, bleven in de la liggen omdat hij spoorloos was. Willem-Alexander mag via zijn Ipad een handtekening zetten.

Het sociaaldemocratische blad Recht voor Allen, waarvan Domela Nieuwenhuis uitgever was, hekelde met verve de benepen berichtgeving en schijnheiligheid van de koningsgezinde pers. Bij het overlijden van Willem III op 23 november 1890 sloeg Recht voor allen nog eenmaal toe. Het ‘artikel’ bestond alleen uit een kop: ‘Het leven van koning Willem III den Groote, in al deszelfs hooge betekenis voor het Volk geschetst’. De rest van de pagina was blanco.

Willem-Alexander is nog maar betrekkelijk kort koning. Als hij zo doorgaat, ziet het er wat zijn necrologie betreft somber uit.

De Staat de lasten, de Oranjes de lusten

De jonge koningin Wilhelmina ontpopte zich als een groot liefhebber van het Veluwse natuurschoon. Haar landgoed Kroondomein Het Loo lag haar na aan het hart. In het eerste decennium van de twintigste eeuw kocht ze veel grond aan zodat haar landgoed fors in omvang toenam. Haar man, prins Hendrik, was dol op jagen, wat hij naar hartenlust op het Kroondomein kon doen. Wilhelmina hield niet van de jacht. Ze prefereerde rust en stilte.

Of het uit liefde voor de natuur was of uit eigenbelang valt niet meer na te gaan, maar Wilhelmina was een hardnekkig tegenstander van de aanleg van grote, doorgaande wegen in haar omgeving. Al even stug was haar verzet tegen de komst van een opvangkamp voor joodse vluchtelingen uit Duitsland, die de wijk hadden genomen voor het Hitlerregime.

Vluchteling zijn is natuurlijk heel erg, maar ze en masse in de buurt van je paleis hebben rondlopen, is ook geen pretje. Dus verrees het kamp, onder druk van Wilhelmina, veilig ver weg van Apeldoorn bij het Drentse Westerbork.

Het liefst zou Wilhelmina haar grondbezit op de Veluwe hebben veranderd in een groot natuurreservaat. Ze vond het jammer als het gebied versnipperd zou raken over erfgenamen van komende generaties. Omdat het juridisch lastig was haar landerijen als één aaneengesloten geheel te laten voortbestaan, besloot ze tegen het eind van haar leven haar bezit aan de staat te ‘schenken’. Alleen het exploitatierecht bleef, net als bij het oorspronkelijke domein het geval was geweest, bij haar en haar erven. Zo voorkwam ze niet alleen versnippering, maar zorgde ze er ook voor dat het geheel als bijzonder kroondomein werd overgedragen ‘aan de opvolgende kroondragende leden van de dynastie.’ En ze bespaarde heel veel geld.

Het ANP berichtte destijds dat als gevolg van de schenking ‘een complex landerijen van ruim 6730 hectare met ongeveer 75 boerderijen, woningen en andere gebouwen één geheel blijft. Het gevaar van versnippering is door het besluit van de prinses uitgesloten. De minister van financiën heeft bij de Tweede Kamer een wetsontwerp aanhangig gemaakt tot het treffen van de wettelijke voorzieningen die door de schenking nodig zijn geworden.’

De regering had het geschenk – zoals het hoort – met ‘eerbiedige dankbaarheid’ aanvaard. Maar de ‘Hoge Schenkster’, zoals de gulle gever vol ontzag werd genoemd, had wel zo haar voorwaarden gesteld. Zij en haar erfgenamen bleven over alle inkomsten van het domein beschikken, inclusief het genot van de jacht. Bovendien had de staat zich bij de aanvaarding verplicht om, mocht de monarchie ophouden te bestaan, het geheel aan Wilhelmina’s dan levende erfgenamen over te dragen, dan wel de waarde van het Kroondomein te vergoeden, uiteraard vermeerderd met de wettelijke rente. Het was een handige én uitermate voordelige zet van de oude koningin. De staat de lasten, zij de lusten

Wat er tegenover stond, is minder gemakkelijk aan te geven. De financiële verhouding tussen het koninklijk huis en de staat is al ruim tweehonderd jaar een hoogst delicate kwestie. Het was (en is) een onderwerp dat ministers maar het liefste mijden. Als het al eens ter sprake kwam, was dat noodgedwongen vanwege bepaalde wetgeving en dan gebeurde dat nog met ‘eerbied en schroomvalligheid’.
In 1849 weigerde de regering de Kamer zelfs mededelingen te doen over de inkomsten uit de kroondomeinen, omdat de waardigheid van het koningschap eronder zou lijden. Ruim een halve eeuw later was er op dat punt nog niets noemenswaardigs veranderd.
Een Tweede Kamerlid dat zich aan het onderwerp ‘Oranje en geld’ waagde, laadde al gauw de verdenking op zich geen eerbied te hebben voor ‘hooge personen’. Nog steeds is het onderwerp min of meer taboe, al willen sommige media tegenwoordig met behulp van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) wel eens een onderzoek opstarten naar een of andere kwestie rondom de Oranjes. Vrijwel altijd gaat die over geld.

Formeel draagt het Huis van Oranje de kosten en lasten die op het domein drukken, maar in de praktijk is dat allerminst het geval. Het domein wordt beheerd door een rentmeester. Hij wordt benoemd en ontslagen door de regerende Oranje en bijgestaan door een Raad van Beheer die eveneens door de kroondrager wordt benoemd en ontslagen. De rentmeester is verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van het eigenlijke kroondomein. Hij gaat over het beheer van de bossen, zorgt voor het onderhoud van de opstallen en het innen van huren en pachten.
Dat kan hij natuurlijk niet in zijn eentje, wat de vraag oproept of de kosten van het benodigde personeel voor de Oranjes niet uit de hand lopen. Dat valt reuze mee. Voor het aanvullend personeel toucheert het staatshoofd een vergoeding. Bovendien kan hij zich voorts beroepen op allerlei subsidieregelingen.

De overige beheerskosten van Wilhelmina’s ‘schenking’ kunnen op grond van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis bij de overheid worden gedeclareerd. Van die regeling maken de Oranjes met veel enthousiasme gebruik.
In de praktijk betaalt het Rijk geheel of grotendeels de kosten van flora- en faunabeheer en het onderhoud van de wegen. Hoewel de natuurliefhebber wel enigszins tegemoet moet worden gekomen, beslist de koning – als particulier vruchtgebruiker – over de openstelling van het Veluwse landgoed.

Onderdanen zijn welkom, maar het grootste deel van het kroondomein is tussen 15 september en 25 december gesloten. In die periode wil koning Willem-Alexander met zijn gasten er ongestoord kunnen jagen, net als in vroeger jaren prins Bernhard en prins Hendrik dat deden. De koning verdedigt zijn jachtgedrag met een doorzichtige smoes. De periode zou bedoeld zijn om het wild rust te gunnen. Voor het deel van het kroondomein dat wel het gehele jaar voor het publiek toegankelijk is, krijgt de koning een extra subsidie.

De Koninklijke Houtvesterij praktiseerde jarenlang een ‘natuurvolgend bosbeheer’ dat niet bij iedereen in goede aarde valt. Een in bossen gespecialiseerde bioloog vond het beheer van het Kroondomein ‘uiterst schadelijk’, omdat de oudste eiken worden omgehakt. Aldus sneeft zoetjesaan ons enig werkelijk oude bos met woudreuzen van soms wel 250 jaar oud. In de buurt van de Echoput zijn ze intussen allemaal al verdwenen.

Zou Wilhelmina zich in haar graf omdraaien als ze wist hoe delen van ‘haar’ bos worden gekapt? Haar kleindochter Beatrix, onder wie dat kappen plaats vond, scheen het allemaal niet te kunnen schelen. En waarom ook? Want mocht ooit de republiek uitbreken, dan wacht de Oranjes – dankzij enerzijds Wilhelmina’s meesterzet en anderzijds de generositeit en gedweeheid van de Nederlandse staat jegens de koninklijke familie – een mooie toekomst als grootgrondbezitter.
De Wet op het Kroondomein werd in 1959, enkele jaren voor Wilhelmina’s dood (1962), ingevoerd.