Een slaapfeestje bij de koning
‘Daddy’ Trump werd door zijn collega Willem-Alexander – zo mag je de koning inmiddels wel noemen – hartelijk onthaald in paleis Huis ten Bosch voor een diner, een slaapfeestje en een ontbijt. Het gepamper van Trump werd door velen misselijkmakend gevonden. Anderen vonden dat we de semi-dictator en veroordeelde crimineel ten koste van alles te vriend moesten houden. De kwijlorganen van Navo-chef Rutte draaiden overuren en in de speech van de koning viel evenmin een onvertogen woord over de Amerikaanse olifant in de porseleinkast te beluisteren. Hij sprak ook lovende woorden over zijn overgrootmoeder Wilhelmina en haar rol bij de Haagse vredesconferenties.
Voor Trump, de zelfbenoemde dealmaker, was de Navo-top een feestje. Dat hij überhaupt was gekomen werd als een prestatie van de organisatie beschouwd. Er was ook diep nagedacht hoe ze hem het beste konden lijmen, want stel je voor dat hij de Navo de rug toekeerde. Dan hadden we in een mum van tijd de Russen over de vloer.
De grote dealmaker kreeg in veel opzichten zijn zin. Hij vond dat de Europese Navo-landen hun defensie-uitgaven (twee procent van het BBP) werkelijk moesten halen, maar vier of vijf procent zou daddy pas echt tevreden stellen. Zijn gedram draaide uit op toezeggingen om de militaire budgetten fors te verhogen. Die zullen tot ovaties in de directiekamers van Amerikaanse wapenfabrikanten hebben geleid; zij leveren naar schatting zo’n 60 à 65 procent van het NAVO-wapentuig. De producenten van F-35’s, Patriots, HIMARS, munitie, radarsystemen, drones, software en geavanceerde afweersystemen konden hun geluk niet op. Begrijpelijk: als de uitgaven van Europese Navo-landen stijgen tot Trumps droomhoogte (en het Amerikaanse marktaandeel gelijk blijft), zal de omzet jaarlijks met honderden miljarden toenemen.
Voor Trump is de Navo geen alliantie maar een businessmodel. Door te buigen voor de eisen van de president heeft het bondgenootschap zich nóg afhankelijker van de VS gemaakt dan ze al was. De koning/historicus herinnerde de aanwezigen tijdens zijn speech aan zijn overgrootmoeder Wilhelmina die paleis Huis ten Bosch beschikbaar had gesteld voor de eerste Haagse Vredesconferentie in 1899. Vertegenwoordigers van 26 landen kwamen daar bijeen ‘vervuld van het gevoel dat het voor altijd vrede zou zijn.’
Wilhelmina gruwde van de Haagse vredeconferenties (in 1907 was er nog een). Ze geloofde niet in vrede. Het zou betekenen dat op uitgaven voor defensie werd beknot en dat vond ze onacceptabel. Hoe meer wapens hoe mooier. Wilhelmina had het vast uitstekend met Trump kunnen vinden.
Toch hadden die conferenties wel degelijk nut. Het ‘Reglement betreffende de wetten en gebruiken van den oorlog te land’ (ofwel de LOR) dat voortvloeit uit de vredesconferenties is nog steeds volop in gebruik. Mede op grond daarvan zijn Duitse oorlogsmisdadigers veroordeeld. Wilhelmina kon er geen interesse voor opbrengen. Ze beschouwde de keuze van de internationale mogendheden voor Den Haag als conferentieplaats zelfs als een regelrechte schoffering. Nederland maakte zich met zijn gastheerschap belachelijk en zelf voelde ze zich als staatshoofd publiekelijk voor joker gezet.
Voor de openingszitting had ze (onder druk van het kabinet) Huis ten Bosch ter beschikking gesteld. Zelf wilde Majesteit niets met de conferentie te maken hebben wat ze onderstreepte door demonstratief met vakantie te gaan in het Zwarte Woud. Vakanties waren, net als tegenwoordig, hoogst populair bij de koninklijke familie.
Bij de Tweede Conferentie in 1907 was Wilhelmina nog steeds niet van mening veranderd. De uitnodiging om de eerste steen voor het Vredespaleis te leggen, wees ze af. Bij de opening was ze wel aanwezig, zij het tegen heug en meug. Ze beschrijft haar afkeer in Eenzaam maar niet alleen uit 1959. Van enig voortschrijdend inzicht of relativering was een halve eeuw later geen sprake. Dat haar achterkleinzoon Trump ongegeneerd in de watten legde, had ze ongetwijfeld gewaardeerd. Méér wapentuig. Fantástisch!

