donderdag 13 december 2018

Pesterijen



De pesterijen van Wilhelmina

Koningin Wilhelmina had enorme waardering voor militairen. Zozeer soms, dat het op verering leek. Onvermoeibaar en onder alle omstandigheden pleitte ze voor meer geld voor de krijgsmacht. Ze dweepte met ijzervreters als generaal J.B. van Heutsz, die in haar naam op Atjeh niet alleen complete dorpen had platgebrand maar ook de inwoners vermoord.
Van Heutzs beschikte over militairen die deden wat hun was opgedragen. Discipline was alles, vond Hare Majesteit. Die kon  niet streng genoeg zijn.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak prezen veel mensen haar profetische gaven. Dat kwam door haar eeuwige gebedel om meer geld voor het leger. Die oorlog ging weliswaar aan Nederland voorbij, maar haar zogenaamd vooruitziende blik was een van de  mythes die rondom Wilhelmina bleef hangen. Bij de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog ging het niet anders. Ook die oorlog zou ze hebben zien aankomen. Daarom had ze steeds weer geld voor defensie gevraagd. Als haar ministers beter hadden geluisterd, zou Nederland  een fatsoenlijk leger hebben gehad, dat stand had kunnen houden tegen de Wehrmacht. Met een profetische blik had het allemaal evenwel niets van doen. Als je iedere dag voorspelt dat het zal gaan regenen, krijg je onvermijdelijk gelijk. 

Wilhelmina was een verklaard tegenstander van de vredesconferenties in Den Haag (1899 en 1907) en de bouw van het Vredespaleis zag ze al evenmin zitten. Als dat gedoe voor vrede betekende in haar ogen simpelweg dat er minder geld naar het leger zou gaan, en dat mocht niet gebeuren. Haar grote held was generaal Van Heutsz, de man die Atjeh hardhandig in het gareel had gedwongen.
Atjeh wilde namelijk geen deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden en moest daarom worden’gepacificeerd'. Pacificeren is een eufemisme voor het platbranden van dorpen en het vermoorden van waarschijnlijk meer dan honderdduizend Atjeeërs. Mannen, vrouwen, kinderen; onderscheid maakte de generaal niet.
Wilhelmina heeft Van Heutsz persoonlijk bedankt voor zijn verdiensten. Zijn manschappen hadden gedaan wat hun was opgedragen. Wilhelmina hechtte aan kadaverdiscipline.

Als reactie op mijn boek Wilhelmina, mythe, fictie en werkelijkheid stuurden enkele lezers mij een mail over de pesterijen van Hare Majesteit. Het waren verhalen uit betrouwbare bron. Ten paleize had ze gelegenheid om hoogst persoonlijk de discipline te testen en ze heeft dat met overgave gedaan.
Je kunt je afvragen, net zoals haar ministers in Londense ballingschap dat hebben gedaan, of Hare Majesteit wel ‘helemaal normaal’ was. 

Een lezer schreef dat zijn grootvader tijdens zijn diensttijd (het was in de Eerste Wereldoorlog) als gewoon soldaat regelmatig paleiswacht had gelopen op Huis ten Bosch.
Het was schildwachten streng verboden hun rug naar het paleis toe te keren. Vorsten hebben  geen zin om tegen een rug aan te kijken. Bezoekers moesten na een ontmoeting met de vorst  achterwaarts het vertrek verlaten. Wilhelmina wenste evenmin tegen een rug aan te kijken en ze hield daarom scherp in de gaten of soldaten zich wel aan dat voorschrift hielden.

De grootvader van mijn informant had die regel ooit eens overtreden. Toen Wilhelmina hem die verkeerde draai zag maken - ze had hem kennelijk in de gaten gehouden - sloeg ze meteen alarm.
Ze informeerde haar hofmaarschalk over deze ernstige schending der regels, die op zijn beurt de compagniecommandant belde om de klacht van de koningin over te brengen.
Bij terugkeer in de kazerne werd opa voor twee volle weken in het cachot gegooid. ‘Ook nog op hoge leeftijd’, stond in de mail, ‘was mijn opa woedend en verontwaardigd als er over koningin Wilhelmina werd gesproken.'   

Volgens een andere mail lokt Hare Majesteit ook regelmatig incidenten uit door te proberen soldaten de regels te laten schenden. Discipline en voorschriften mochten in haar ogen onder geen enkele  omstandigheid worden verzaakt. Zo nu en dan testte ze dat  persoonlijk.
Het was de schildwachten bij paleis Het Loo ten strengste verboden enig woord te wisselen tijdens hun dienst. Zelfs als de koningin je wat vroeg moest je blijven zwijgen. Óók wanneer Hare Koninklijke Hoogheid bleef aandringen. Hij mocht uitsluitend, met de kaken stijf op elkaar, de gebruikelijke eerbewijzen brengen.

Schildwachten waren in de regel eenvoudige jongens die vrijwel zonder uitzondering diep onder de indruk waren van de koningin. Dat was er met de paplepel ingegoten.
In de ochtend maakte Wilhelmina graag een wandeling door de paleistuin. En passant mocht ze dan graag een schildwacht verleiden zijn mond open te doen. Het soldaatje treiteren van de koning verliep ongeveer zo:

‘Goedemorgen schildwacht’, begroette Wilhelmina de dienstdoende soldaat op wie ze het die dag had gemunt.  
‘Schildwacht, ik zei goedemorgen en u hoort niet was ik zeg.’ Als de man bleef zwijgen, wat dat voor Hare Majesteit reden door te gaan met provoceren:
‘Goedemorgen schildwacht, bent u soms doof?’ 
Als de schildwacht zich dan gedwongen voelde haar groet te beantwoorden met een ‘Goedemorgen majesteit’ of iets dergelijks, ontstak ze in woede en eiste ze terstond passende maatregelen tegen de man die het had gewaagd de discipline met voeten te treden.

Wereldvreemd als ze was, had ze geen benul van wat ze bij die eenvoudige soldaten aanrichtte. 
Het waren pesterijen van een bekrompen mens, die haar leven lang nooit enige spijt heeft betoond over de moordpartijen die haar troepen op Atjeh hadden aangericht. Dat waren soldaten die wisten wat discipline was en deden wat hun was opgedragen. Befehl  ist Befehl.  




0 reacties:

Een reactie posten