Berichten

Waar is Nescio?

Dagelijks maak ik een wandeling (‘dodenmars’) over de Nieuwe Ooster, de begraafplaats in de Watergraafsmeer op loopafstand van mijn huis.
Een vredige, prachtige plek aan de rand van de Meer. Je komt er nog eens iemand tegen, al valt alleen van de grafsteen af te lezen wie je voor je hebt,  of liever gezegd onder je.  Bij Nescio loop ik regelmatig even langs om dag te zeggen.

Op de Ooster krioelt het van bekende namen: schilders, schrijvers, dichters, musici, fotografen, cartoonisten, burgemeesters en ga zo maar door. Nescio (J.H.F. Grönloh, 1882-1961), beroemd van novelles als Dichtertje, Titaantjes en De Uitvreter, ligt er al 60 jaar. Zijn graf ligt vlak tegen Betondorp aan en is onacceptabel verwaarloosd. Ik erger me daaraan.

Op mijn dodenmars passeer ik Potgieter, Perk, criticus Kees Fens en diverse verzamelgraven van leden van het Leger des Heils (majoor Bosshardt ligt er ook), die daar in alle rust de Jongste Dag afwachten.

Van fotograaf Jacob Olie ligt er alleen maar een steen, het graf is leeg. De schilders Breitner en Witsen liggen, met hun echtgenotes, gezamenlijk in een graf. Van een afstandje houdt burgemeester Eberhard van der Laan een oogje in het zeil.

Dichter Ed Hoornik heeft een steen met een bolvormige uitholling waarin altijd water staat, zodat je de ingegraveerde spreuk bijna nooit kunt lezen. Een eindje verder ligt Mies Bouhuys, zijn echtgenote, vlakbij het graf van Theun de Vries.

De laatste rustplaats van Frans Pointl (‘de kip die over de soep vloog’) is opgesierd met een vrolijk ‘Eindelijk verlost van de mensheid’. Het zal je buurman op de Ooster maar wezen.

Bij het graf van J.B. van Heutsz mompel ik altijd een verwensing. Generaal Van Heutsz was de lieveling van koningin Wilhelmina omdat hij op Atjeh hele dorpen had uitgemoord. Wilhelmina vond dat die inlanders een lesje hadden verdiend en was met de generaal in haar nopjes. Hier past, ook postuum, een scheldwoord. Zijn graf, of beter gezegd mausoleum, is van een afzichtelijke smakeloosheid.

Maar goed, Nescio. Bijna dagelijks kom ik langs een van de beide huizen die hij op de Linnaeushof in Amsterdam heeft bewoond. Zijn graf, waar hij met dochter en echtgenote ligt, passeer ik regelmatig en ik sta dan even stil.

Maar een paar weken geleden kreeg ik een schok: Nescio was weg. Althans zijn grafsteen. Foetsie. Geen spoor. Het was weliswaar vakantietijd, maar dat kon niet de reden zijn. Als stille getuige lag er een spade, maar ook aan de omgewoelde aarde zag ik dat er wat aan de hand was. Ik begreep er niets van.

Hij zou hem na 60 jaar toch niet zijn gesmeerd? Grafroof? Grafschennis? Of zou zijn steen ter restauratie zijn afgevoerd? Dat zou hoog tijd worden, want die was, zoals gezegd, ergerlijk verwaarloosd.

Ik vertrouw erop dat zijn zerk er binnenkort weer in volle glorie staat. Geheel gerestaureerd. Want de gemeente Amsterdam zal het toch niet in haar botte harsens hebben gehaald het graf te ruimen?

Ze is ertoe in staat, maar ik ga van dat schrikbeeld vooralsnog niet uit.

Nescio moet terug!

De Dip van de Koning

Het vertrouwen in Willem-Alexander is gekelderd van 76 procent dit voorjaar naar 47 procent eind december. Sneu natuurlijk voor onze koning. Ook zal hij behoorlijk op zijn lazer krijgen van moeder Beatrix, die dit soort dingen niet kan verkroppen. Anderzijds vond Beatrix, toen ze nog koningin was, peilingen weinig meer dan momentopnames, die de waan van de dag weerspiegelden. Ik vrees dat ik het voor deze ene keer met haar eens ben. Wim-Alex hoeft zich nog geen zorgen te maken. Het komt wel weer goed.

Zijn populariteit wordt meestal gemeten met vragen in de trant van: ‘hoe vind je dat de koning het doet?’ Aangezien het gros van de bevolking geen flauw idee heeft van de werkelijke functies van de koning, is het een schot-voor-open-doel-vraag. Als de koning vriendelijk wuift of een zorgmedewerker een schouderklop geeft, is het al gauw dik in orde. Fantastische koning hebben we toch. Dat geldt ook voor Máxima, die als echtgenote van een miljardair de armen in deze wereld aan een bankrekening wil helpen. Dan kunnen ze een bedragje overmaken waarover ze in werkelijkheid nooit zullen beschikken. Ze vliegt daartoe de wereld rond in opdracht van de VN. De kosten, 150.000 euro per jaar, zijn voor ons. Fantastische koningin hebben we toch.

En allebei zo meelevend en invoelend. Zo klapten ze in het voorjaar hartstochtelijk mee voor de zorgmedewerkers. Dat kostte niets (altijd een doorslaggevend argument voor de Oranjes) en het kwam lekker solidair over. Dat bleek ook uit de peilingen.

Ze gingen beiden veel op ‘werkbezoek’ om te kijken hoe corona in de praktijk uitpakte. Dat konden ze uiteraard ook prima opmaken uit de vele programma’s en artikelen die – tot vervelens toe – aan corona zijn gewijd, maar zo’n werkbezoek laat hun betrokkenheid zien. Betrokkenheid doet het altijd goed en ze tikt lekker door in populariteitscores.

Dat die bezoeken volstrekt zinloos zijn, doet niet ter zake. De koning komt! Hele afdelingen worden stilgelegd, het personeel in rotten van drie opgesteld, ziekenhuizen en toegangswegen om veiligheidsredenen afgesloten. Het werk komt praktisch stil te liggen omdat de koning en zijn echtgenote geïnformeerd wensen te worden. Ze stellen voorgekookte vragen en luisteren naar voorgekookte antwoorden. De opbrengst van zo’n bezoek is nul komma nul en er gaat veel werktijd verloren. Wat overigens niet wegneemt dat velen zich vereerd voelen door het koninklijke bezoek.

Dat het aan echte empathie en inschattingsvermogen ontbreekt, bleek dit jaar twee keer. Toen Nederland in het voorjaar voor de eerste keer op slot ging, kocht Willem-Alexander een speedbootje van twee miljoen om eens lekker bij zijn vakantiepaleis in Griekenland over het water te scheuren.  In oktober, op een moment dat ons ten zeerste was ontraden te gaan reizen en zeker niet de grens over te gaan, deden ze dat toch. Overigens wel geheel volgens hun eigen beproefde gedragscode: gewoon doen waar je zin in hebt.

Het is een godswonder dat het koningspaar zelf inzag dat hun tripje fout viel. Wat wel iets anders is dan het ook begrijpen. Binnen een dag waren ze terug en gingen ze in een excuusvideo door het stof. Het was wel jammer dat de weerzin van beider gezichten afdroop en dat hun lichaamstaal maar voor een uitleg vatbaar was: jullie hebben onze vakantie verpest.

Mijn commentaar bij RTL Boulevard op het reisje

Dat ze het nu in de peilingen slecht doen, zegt niet veel. Eén geslaagde publiciteitsactie van de RVD en ze zijn terug bij de oude, vertrouwde 75 procent of hoger.

Dat daar maar weinig voor nodig is, bleek weer eens uit de tweedelige documentaire De Joden & de Oranjes die NPO 2 op 19 en 26 december uitzond. De Joodse Omroep, ingelijfd bij de EO, had er veel werk van gemaakt en een groot aantal mensen geïnterviewd. Ik mocht ook mijn zegje doen.

In beide delen was de toon kritisch en er werd niets verbloemd, wat zo ongeveer standaard is als het over de Oranjes gaat. Wilhelmina kwam er slecht af vanwege haar vlucht naar Engeland. Joden (en zij niet alleen) voelden zich in de steek gelaten. In haar praatjes voor radio Oranje maakte de koningin weinig woorden vuil aan haar joodse landgenoten. Dat stak. Veel joden waren en bleven woedend op het koningshuis totdat Willem-Alexander op 5 mei zijn toespraakje op de Dam hield.

Ook zijn overgrootmoeder, zo sprak de koning, had te weinig aandacht aan de joden besteed, hoewel ze toch ‘standvastig’ en ‘fel’ in haar verzet tegen Hitler was geweest. Vanuit Londen wel te verstaan. Een heroïsche daad van een allure waarnaar je, normaal gesproken, in de geschiedenis met een lampje moet zoeken. De koninklijke truc werkte.

De bekende journalist Hans Knoop en rabbijn Tamarah Benima konden hun oren niet geloven en waren dolgelukkig met de opmerking van Willem-Alexander. Ik vond die vooral erg hol. En vermoedelijk was niet eens de koning zelf, maar zijn vaste speechschrijver Jan Snoek op het briljante idee gekomen om een excuusje te maken. Kost geen cent en het effect is groot. Hoewel W.A. dus niets zei wat iedereen al lang wist, sloegen zijn paar woorden in als een bom. Tegelijkertijd hield hij de mythe van onze fantastische koningin in Londen in stand, die zo keihard voor onze vrijheid had gestreden. Veel verder dan zo nu en dan ‘boe’ roepen naar Berlijn is ze nooit gekomen.

Ik bedoel maar: er is weinig voor nodig om Willem-Alexanders populariteit weer snel naar 76 procent of hoger op te krikken.

NU IN DE BOEKWINKEL

 

“Schraapzucht Oranjes lijkt genetisch” (AD 13-1-2020)

De Staat de lasten, de Oranjes de lusten

De jonge koningin Wilhelmina ontpopte zich als een groot liefhebber van het Veluwse natuurschoon. Haar landgoed Kroondomein Het Loo lag haar na aan het hart. In het eerste decennium van de twintigste eeuw kocht ze veel grond aan zodat haar landgoed fors in omvang toenam. Haar man, prins Hendrik, was dol op jagen, wat hij naar hartenlust op het Kroondomein kon doen. Wilhelmina hield niet van de jacht. Ze prefereerde rust en stilte.

Of het uit liefde voor de natuur was of uit eigenbelang valt niet meer na te gaan, maar Wilhelmina was een hardnekkig tegenstander van de aanleg van grote, doorgaande wegen in haar omgeving. Al even stug was haar verzet tegen de komst van een opvangkamp voor joodse vluchtelingen uit Duitsland, die de wijk hadden genomen voor het Hitlerregime.

Vluchteling zijn is natuurlijk heel erg, maar ze en masse in de buurt van je paleis hebben rondlopen, is ook geen pretje. Dus verrees het kamp, onder druk van Wilhelmina, veilig ver weg van Apeldoorn bij het Drentse Westerbork.

Het liefst zou Wilhelmina haar grondbezit op de Veluwe hebben veranderd in een groot natuurreservaat. Ze vond het jammer als het gebied versnipperd zou raken over erfgenamen van komende generaties. Omdat het juridisch lastig was haar landerijen als één aaneengesloten geheel te laten voortbestaan, besloot ze tegen het eind van haar leven haar bezit aan de staat te ‘schenken’. Alleen het exploitatierecht bleef, net als bij het oorspronkelijke domein het geval was geweest, bij haar en haar erven. Zo voorkwam ze niet alleen versnippering, maar zorgde ze er ook voor dat het geheel als bijzonder kroondomein werd overgedragen ‘aan de opvolgende kroondragende leden van de dynastie.’ En ze bespaarde heel veel geld.

Het ANP berichtte destijds dat als gevolg van de schenking ‘een complex landerijen van ruim 6730 hectare met ongeveer 75 boerderijen, woningen en andere gebouwen één geheel blijft. Het gevaar van versnippering is door het besluit van de prinses uitgesloten. De minister van financiën heeft bij de Tweede Kamer een wetsontwerp aanhangig gemaakt tot het treffen van de wettelijke voorzieningen die door de schenking nodig zijn geworden.’

De regering had het geschenk – zoals het hoort – met ‘eerbiedige dankbaarheid’ aanvaard. Maar de ‘Hoge Schenkster’, zoals de gulle gever vol ontzag werd genoemd, had wel zo haar voorwaarden gesteld. Zij en haar erfgenamen bleven over alle inkomsten van het domein beschikken, inclusief het genot van de jacht. Bovendien had de staat zich bij de aanvaarding verplicht om, mocht de monarchie ophouden te bestaan, het geheel aan Wilhelmina’s dan levende erfgenamen over te dragen, dan wel de waarde van het Kroondomein te vergoeden, uiteraard vermeerderd met de wettelijke rente. Het was een handige én uitermate voordelige zet van de oude koningin. De staat de lasten, zij de lusten

Wat er tegenover stond, is minder gemakkelijk aan te geven. De financiële verhouding tussen het koninklijk huis en de staat is al ruim tweehonderd jaar een hoogst delicate kwestie. Het was (en is) een onderwerp dat ministers maar het liefste mijden. Als het al eens ter sprake kwam, was dat noodgedwongen vanwege bepaalde wetgeving en dan gebeurde dat nog met ‘eerbied en schroomvalligheid’.
In 1849 weigerde de regering de Kamer zelfs mededelingen te doen over de inkomsten uit de kroondomeinen, omdat de waardigheid van het koningschap eronder zou lijden. Ruim een halve eeuw later was er op dat punt nog niets noemenswaardigs veranderd.
Een Tweede Kamerlid dat zich aan het onderwerp ‘Oranje en geld’ waagde, laadde al gauw de verdenking op zich geen eerbied te hebben voor ‘hooge personen’. Nog steeds is het onderwerp min of meer taboe, al willen sommige media tegenwoordig met behulp van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) wel eens een onderzoek opstarten naar een of andere kwestie rondom de Oranjes. Vrijwel altijd gaat die over geld.

Formeel draagt het Huis van Oranje de kosten en lasten die op het domein drukken, maar in de praktijk is dat allerminst het geval. Het domein wordt beheerd door een rentmeester. Hij wordt benoemd en ontslagen door de regerende Oranje en bijgestaan door een Raad van Beheer die eveneens door de kroondrager wordt benoemd en ontslagen. De rentmeester is verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van het eigenlijke kroondomein. Hij gaat over het beheer van de bossen, zorgt voor het onderhoud van de opstallen en het innen van huren en pachten.
Dat kan hij natuurlijk niet in zijn eentje, wat de vraag oproept of de kosten van het benodigde personeel voor de Oranjes niet uit de hand lopen. Dat valt reuze mee. Voor het aanvullend personeel toucheert het staatshoofd een vergoeding. Bovendien kan hij zich voorts beroepen op allerlei subsidieregelingen.

De overige beheerskosten van Wilhelmina’s ‘schenking’ kunnen op grond van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis bij de overheid worden gedeclareerd. Van die regeling maken de Oranjes met veel enthousiasme gebruik.
In de praktijk betaalt het Rijk geheel of grotendeels de kosten van flora- en faunabeheer en het onderhoud van de wegen. Hoewel de natuurliefhebber wel enigszins tegemoet moet worden gekomen, beslist de koning – als particulier vruchtgebruiker – over de openstelling van het Veluwse landgoed.

Onderdanen zijn welkom, maar het grootste deel van het kroondomein is tussen 15 september en 25 december gesloten. In die periode wil koning Willem-Alexander met zijn gasten er ongestoord kunnen jagen, net als in vroeger jaren prins Bernhard en prins Hendrik dat deden. De koning verdedigt zijn jachtgedrag met een doorzichtige smoes. De periode zou bedoeld zijn om het wild rust te gunnen. Voor het deel van het kroondomein dat wel het gehele jaar voor het publiek toegankelijk is, krijgt de koning een extra subsidie.

De Koninklijke Houtvesterij praktiseerde jarenlang een ‘natuurvolgend bosbeheer’ dat niet bij iedereen in goede aarde valt. Een in bossen gespecialiseerde bioloog vond het beheer van het Kroondomein ‘uiterst schadelijk’, omdat de oudste eiken worden omgehakt. Aldus sneeft zoetjesaan ons enig werkelijk oude bos met woudreuzen van soms wel 250 jaar oud. In de buurt van de Echoput zijn ze intussen allemaal al verdwenen.

Zou Wilhelmina zich in haar graf omdraaien als ze wist hoe delen van ‘haar’ bos worden gekapt? Haar kleindochter Beatrix, onder wie dat kappen plaats vond, scheen het allemaal niet te kunnen schelen. En waarom ook? Want mocht ooit de republiek uitbreken, dan wacht de Oranjes – dankzij enerzijds Wilhelmina’s meesterzet en anderzijds de generositeit en gedweeheid van de Nederlandse staat jegens de koninklijke familie – een mooie toekomst als grootgrondbezitter.
De Wet op het Kroondomein werd in 1959, enkele jaren voor Wilhelmina’s dood (1962), ingevoerd.

Een absurd voorstel

Na D-day lanceerde Wilhelmina het idee om de Duitse bevolking in de grensstreken met Nederland, gezinnen met kinderen niet uitgezonderd, te deporteren naar een of andere verre uithoek. Gelukkig nam geen enkele geallieerde bondgenoot Hare Majesteit serieus

Wilhelmina, Moeder des Vaderlands, ging er als een haas vandoor toen er nog soldaten in haar naam sneuvelden. Het was een welbewuste actie, die slecht viel bij de bevolking en dus breidde Hare Majesteit er een mouw aan. Ze schreef in haar memoires dat ze het liefst samen met haar soldaten op de Grebbeberg was gesneuveld, maar helaas was dat lot haar niet gegund. De vlucht naar Engeland, beweerde ze, was een samenloop van omstandigheden geweest. Dat zat toch anders.

Als we Oranjegezinde historici mogen geloven, heeft de vorstin ons vanuit Londen door de oorlog gesleept. Haar radiopraatjes voor radio Oranje besloegen in totaal 6 uur. Nog afgezien dat dat weinig is over vijf jaar oorlog, win je er geen oorlog mee. De Parlementaire Enquêtecommissie (PEC) die het Londense regeringsbeleid onderzocht, noemde haar vertrek een van de belangrijkst beslissingen uit de oorlogsperiode. Ze had in ballingschap het prestige van Nederland bewaakt (daar win je evenmin een oorlog mee) en ze had ‘de invloed van Nederland in de bondgenootschappelijke beraadslagingen verzekerd’, wat pure kolder is.

Mevrouw had geen flauw idee van wat er zich afspeelde. Ze dacht binnen enkele maanden in Nederland terug te zijn, maar schoof dat telkens weer – ingehaald door de werkelijkheid – een aantal maanden op. Pas na een paar jaar begon het haar te dagen. Van internationale politiek had ze geen benul; ook nooit gehad trouwens. Haar hooggeprezen ‘invloed’ op de belangrijkste bondgenoten was pure fantasie.
Churchill sprak ze twee keer per jaar. De Amerikaanse president Roosevelt nog minder. Roosevelt bepaalde het beleid en zelfs Churchill had maar naar hem te luisteren, afhankelijk als hij was van de Amerikaanse materiële en financiële steun. Stalin sprak ze nooit. Ze haatte de Sovjet-Unie. Toen Nederland in 1934 voor toetreding van Rusland  tot de Volkenbond wilde stemmen, dreigde ze met aftreden. Ze kreeg haar zin.

Wilhelmina ging in 1942 bij Roosevelt op bezoek, samen met haar minister van Buitenlandse Zaken Eelco van Kleffens. Ze wilde met Roosevelt over de toekomstige vrede praten, maar daar had Roosevelt geen zin in. Naar buiten toe pretendeerde hij grote bewondering voor Wilhelmina te hebben, maar in werkelijkheid vond hij haar een raar, over het paard getild mens en een absolute nul op het gebied van internationale politiek.

Roosevelt arriveerde veel te laat voor hun gesprek. Niet omdat dat hij ‘scared to death’ voor haar was, zoals de mythe wil, maar omdat hij zijn tijd wel beter kon besteden. Eenmaal gearriveerd liet hij Wilhelmina en haar minister nauwelijks aan het woord. Hij verkoos de tijd te vullen met anekdotes uit zijn presidentschap. Op het laatst roerde hij enkele politieke onderwerpen aan, maar deed dat zo vaag dat Wilhelmina noch Van Kleffens een idee hadden waar hij eigenlijk naar toe wilde, hetgeen ongetwijfeld Roosevelts bedoeling is geweest.

Na D-day lanceerde Wilhelmina het idee om de Duitse bevolking in de grensstreken met Nederland te deporteren naar een of ander verre uithoek. Het waren vast allemaal nazi’s en die wilde ze niet in haar buurt. Dus moesten al die ‘rotmoffen’, gezinnen met kinderen niet uitgezonderd, op transport. Of Van Kleffens dat even wilde regelen met de Britten en Amerikanen. Haar plan zou deel moeten uitmaken van de capitulatievoorwaarden.

Van Kleffens vond het een idioot voorstel – het ging ten slotte om de verbanning van miljoenen mensen – en noteerde: ‘Jawel, jawel, het is immers zoo reëel gedacht en zoo simpel van uitvoering.’

Wilhelmina heeft haar waandenkbeeld in enkele brieven ook bij Roosevelt aangekaart. Ze kreeg niet eens antwoord. Zijn stilzwijgen benadrukt nog eens dat hij Hare Majesteit niet serieus nam. Een wijs man.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in De Republikein, nummer 2, mei 2020 

Een Historische Speech?

Op gevaar af voor een zuurpruim te worden uitgemaakt kan ik het niet laten een paar opmerkingen over de veel bejubelde speech van Willem-Alexander op de Dam te maken. Al die lovende, lyrische commentaren die reppen van een ‘historische toespraak’, verbazen me.
Als je er goed naar kijkt, stelt het weinig voor. De laatste tijd zie ik steeds vaker dat alles wat de koning zegt – hoe voorspelbaar ook – met applaus wordt ontvangen. Hoe kan dat?

Wijlen hofbiograaf Cees Fasseur was erg voor de monarchie omdat een troonopvolger zich zijn halve leven lang kan voorbereiden op het koningschap. Zo sla je geen modderfiguur bij een diner omdat je precies weet hoe je je bestek moet hanteren. Als je al die gekozen presidenten ziet klungelen met hun eetgerei weet je dat Fasseur gelijk had. Te weinig voorbereid. Willem-Alexander eet inderdaad netjes maar speechen (wat ook bij de voorbereiding op het koningschap hoort) heeft hij nooit onder de knie gekregen. Houterig leest hij van de autocue voor; of hij leest – zoals op Koningsdag – zijn dankwoord van papier. Toch worden zijn teksten (veelal geschreven door zijn vaste speechschrijver Jan Snoek) tegen de klippen op geroemd. Wat hij ook zegt. Zo zou zijn eerste kerstspeech als koning volgens De Telegraaf  nog lang in de Nederlandse gemeenschap ‘nadreunen’.

Zijn toespraak gisteren, dodenherdenking 2020 op een uitgestorven Dam, was volgens de media een historische mijlpaal. De koning had zich kritisch uitgelaten. Op de nieuws-site van het NOS journaal vielen woorden als ‘oprecht’ en ‘zeer indrukwekkend en krachtig’. Verslaggever Koninklijk Huis Kysia Hekster: ‘Hij heeft zich nooit op deze manier uitgelaten over zijn overgrootmoeder en is het eerste lid van het koningshuis dat zich hier zo expliciet over uitspreekt.’

Het AD sprak van een ‘historische toespraak’ en een ‘adembenemend goede toespraak’.  Die laatste opmerking was van PvdA-leider Lodewijk Asscher.
Kan de koning bij mij dan helemaal niets goed doen? Jawel. Maar dit is allemaal zo mateloos overdreven. Dat de dochter van Sobibor-overlevende Jules Schelvis het niet droog hield omdat haar vader werd aangehaald door de koning snap ik heel goed. Het gaat mij om de woorden die hij aan zijn overgrootmoeder koningin Wilhelmina wijdde en die nu zo gigantisch worden uitvergroot.

Wat zei de koning in zijn toespraakje van 662 woorden over zijn overgrootmoeder? Hij zei dat mensen zich in de steek gelaten voelden en onvoldoende gehoord. Evenmin voldoende gesteund ‘al was het maar met woorden.’  Dan komt de veelgeroemde passage: ‘Ook vanuit Londen, ook door mijn overgrootmoeder, toch standvastig en fel in haar verzet.’ Meer heeft hij niet gezegd, of het moet zijn dat hem dat niet losliet.

 

Hij besteedt vier woorden aan zijn overgrootmoeder, maar ontkracht dan zijn eigen woorden weer grotendeels met de opmerking dat ze ‘toch standvastig en fel in haar verzet’ was. Zeven woorden om haar nalatigheid te vergoelijken. Maar die verontschuldiging is klinkklare onzin, want hoe kun je standvastig en fel in je verzet zijn vanuit Londen, waar ze al enkele dagen na het uitbreken van de oorlog naar toe was gevlucht? Toen er nog gevochten werd en soldaten in haar naam sneuvelden?

Toen de bevolking zich ontzet toonde over haar smadelijke vlucht heeft Wilhelmina geprobeerd haar vluchtgedrag in een ander daglicht te plaatsen. Ze had helemaal niet naar Engeland willen vluchten. Het was haar als het ware overkomen. Het Engelse marineschip waarop ze zat, had haar tegen haar wil naar Engeland overgevaren. De vraag is natuurlijk waarom ze aan boord van die Engelse boot is gegaan. En waarom ze ruim voor haar vlucht veel geld naar Londense banken had overgemaakt.

Willem-Alexander is inderdaad de eerste in zijn familie die enkele woorden aan het vluchtgedrag van zijn overgrootmoeder wijdt (lof!), maar dat ‘standvastige’ en ‘felle verzet’ had hij (of Jan Snoek) beter voor zich kunnen houden. In een historische speech hoort geen historische onzin.

Het moet er eens van komen

De excuses van Rutte voor het optreden van de Nederlandse regering tijdens de oorlog zijn in joodse kring warm ontvangen. Maar het kan beter. Weliswaar wordt de regering gevormd door de ministers en de koning(in), maar Wilhelmina heeft zichzelf met haar overhaaste vlucht naar Engeland zo geblameerd dat het de huidige koning zou sieren namens zijn familie óók zijn excuses aan te bieden. De Oranjes negeerden wel vaker de ministeriële verantwoordelijkheid. In dit geval zou niemand dat de koning kwalijk nemen.

Het was een smadelijke vlucht. Temeer omdat kroonprinses Juliana nog op 8 mei 1940 had beweerd dat het huis van Oranje vijf eeuwen lang voor geen enkel gevaar was gevlucht en dat ook nooit zou doen: ‘Onze plaats is hier in Nederland. (…) We zullen nooit onzen post verlaten.’ Op 13 mei arriveerde Wilhelmina in Londen. Juliana was er al. De Familie had trouwens al twee keer eerder het hazenpad gekozen (in 1567 en 1795), maar dat terzijde.

Koningin Wilhelmina had toen ze vluchtte al een slechte staat van dienst wat joden betrof. Na de Kristallnacht(1938) zwol de stroom joodse vluchtelingen aan en dus de behoefte aan een vluchtelingenkamp. De keuze viel op de Veluwe maar Wilhelmina wenste, zo liet ze van haar vakantieadres weten, geen kamp in haar ‘achtertuin’. De keuze viel toen op Westerbork in het verre Drenthe.

Wilhelmina heeft altijd beweerd dat ze niet wilde vluchten. Het ‘overkwam’ haar door omstandigheden maar er zijn voldoende bewijzen dat haar vlucht was gepland.  Wilhelmina vluchtte apart van de ministers die niet eens wisten waar de koningin uithing. De vlucht was bovendien in strijd met de grondwet (artikel 21), maar wie dat te berde durfde brengen was een zeur. ‘Nood breekt wet’. De vlucht was niet alleen slecht voorbereid maar ook niet goed  doordacht. De regering had in 1937 weliswaar ‘Aanwijzingen’ voor ambtenaren laten opstellen voor het geval Nederland zou worden bezet, maar die waren zo vaag dat ze onwerkbaar waren. Wilhelmina en haar ministers in Londen hadden geen benul wat er in Nederland speelde. Alle verantwoording was afgeschoven op ambtenaren, maar die hadden weinig zin die op zich te nemen.Dus ging het mis.

In Londen trok Wilhelmina macht naar zich toe ten koste van de ministers. Haar praatjes voor radio Oranje zouden – zo wil de mythe – Nederland door de oorlog hebben gesleept. Nog daar gelaten dat dat pertinente onzin is, heeft Wilhelmina zich maar een enkele maal over de Jodenvervolging uitgelaten. Keer op keer viel ze de bezetter in ‘vlammende bewoordingen’ aan, maar niet als het om joodse medeburgers ging.
Interesseerde Wilhelmina het lot van de joden niet? Of zat er ook wat wrok? De joodse bourgeoisie droeg het koningshuis een warm hart toe, maar de veel grotere joodse arbeidersklasse telde sinds het einde van de 19e eeuw veel communisten en socialisten die de monarchie in principe afwezen. De instelling van Wilhelmina jegens politiek links was, zacht uitgedrukt,  afwijzend. Was de koningin wellicht een tikkeltje antisemitisch? Dat zou niet uitzonderlijk zijn. Volgens historicus Loe de Jong leden sommige ministers aan een vorm van ‘mild antisemitisme’. Op de manier zoals je ook wel antikatholieke sentimenten aantrof (waarvan Wilhelmina ook niet vrij was).

Journaliste en classica Henriëtte Boas bezocht Wilhelmina als Engelandvaarder. Ze kreeg strenge, protocollaire instructies: richt in geen geval het woord tot Hare Majesteit. Boas trok zich daar niets van aan. Op de vraag van Wilhelmina hoe het ging antwoordde ze ‘goed’, maar met de Joden in Nederland gaat het niet goed.’ Wilhelmina stond abrupt op: ‘Dat heb ik u niet gevraagd’ en liep weg.

Hoog tijd dus dat Willem-Alexander zijn excuses aanbied voor de laksheid van zijn overgrootmoeder. Want meer dan haar ministers was Wilhelmina hét gezicht van de regering.

                             Dit stukje verscheen eerder in Argus, 18 februari 2019

Hormonarchie

Democratisch gekozen staatshoofden mogen doorgaans een of twee ambtstermijnen aanblijven. Het minimaliseert de kans op machtsmisbruik, vriendjespolitiek, nepotisme en niet te vergeten afpersing. Vorstenhuizen daarentegen blijven decennialang aan de macht en leveren generatie na generatie het staatshoofd. Zijn zij dan afpersingsbestendig? We nemen als willekeurig voorbeeld het Huis van Oranje.

Dat ondervond koning Willem II wiens biseksualiteit en buitenechtelijke affaires bij enkele journalisten bekend waren. Die wilden dat best geheim houden, mits de koning met geld over de brug kwam. Willem heeft kapitalen uitgegeven om te voorkomen dat zijn biseksuele voorkeur en buiten-de-deur-geneuk publiekelijk bekend werden.
In 1819 – Willem was nog kroonprins – kreeg hij een anonieme brief met de mededeling dat er een pamflet klaarlag waarin zijn ‘schandelijke en onnatuurlijke lusten’ uitgebreid uit de doeken zouden worden gedaan. Als Willem publicatie wilde voorkomen, moest hij  63.000 gulden (ruim een half miljoen euro) zwijggeld betalen.

De afperser, Adam Boers, werd weliswaar in de kraag gevat, maar hem voor de rechter slepen was uitgesloten: dan zou het schandaal immers alsnog openbaar worden. De boef werd stilletjes op een boot naar Suriname gezet. De schuit leed onderweg schipbreuk maar Boers overleefde, vestigde zich in Parijs en begon vanuit Frankrijk aan een nieuw rondje afpersen. Zijn Belgische kompaan, die naar Batavia was verbannen, vertrouwde zijn kennis over Willems geheime seksleven toe aan luitenant Regnerus van Andringa de Kempenaer. De luitenant was nog niet terug in Nederland of hij zette de koning onder druk. Om een schandaal te voorkomen zag Willem zich gedwongen opnieuw de geldkraan open te draaien.

Prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, liet een schare buitenechtelijke kinderen na. Dankzij geknoei in bevolkingsregisters en vervalsing van geboortebewijzen bleef Hendrik buiten beeld, maar geheel onopgemerkt bleef het toch niet. Wilhelmina huurde François van ’t Sant in, hoofdcommissaris van de Haagse politie, om de seksuele uitspattingen van haar echtgenoot te verdoezelen en, indien noodzakelijk, financiële regelingen te treffen.  Van ’t Sant probeerde steevast – vaak tegen al eerder gemaakt afspraken in –  de kosten voor alimentatie en zwijgen te drukken. Zoals bekend hebben de Oranjes een bloedhekel aan betalen, maar de reputatie van de monarchie dreigde bezoedeld te raken en dat was voor Wilhelmina (haast) nog erger dan geld uitgeven.

Toen Pim werd geboren als liefdesbaby van prins Hendrik en Mien Abbo-Wenneker werd een andere oplossing bedacht. Mien, die gehuwd was en dus overspel had gepleegd, scheidde van haar man en hertrouwde met luitenant Jan Derk Lier. De luitenant erkende Hendriks bastaard als zijn zoon. De halfbroer van koningin Juliana ging voortaan door het leven als Pim Lier.
Mien kreeg een ton op haar spaarbankboekje gestort; daarnaast ontving het echtpaar duizend gulden per maand, wat Van ’t Sant tegen alle afspraken al snel weer terugschroefde tot de helft.
Hendriks hormoongestuurde gedrag was een doorn in het oog van minister-president Hendrik Colijn. Terecht was hij bang dat Hendriks gedrag zou uitlekken. Als ministerieel verantwoordelijke zou hij dan met de gebakken peren zitten, want een crisis rond het populaire koningshuis zou hem bij de volgende verkiezen electoraal kunnen schaden. Hendriks uitspattingen moesten daarom koste wat kost de doofpot in en daar voor altijd blijven.

Prins Bernhard heeft het aan Hendriks excessieve seksleven te danken dat hij wél een uitkering van staatswege kreeg. De gedachte was dat een eigen jaarinkomen Bernhard financieel onafhankelijk maken zou zodat hij – in tegenstelling tot Hendrik – met belastinggeld zijn maîtresses en hoeren kon betalen. Hendrik had nauwelijks een cent te makken gehad zodat Wilhelmina voor zijn buitenechtelijke pleziertjes opdraaide. Naar goed Oranjegebruik kwamen die financiële lasten voortaan op de schouders van de belastingbetaler te rusten. Maar de oversekste en corrupte Bernhard vierde het leven buiten het echtelijke bed zo uitbundig dat hij steekpenningen moest aannemen om zijn alimentatie- en zwijgkosten te kunnen betalen.
Bernhard kon moeilijk anders. Het onderhouden van zijn buitenechtelijke kinderen en maîtresses kostte veel meer geld dan zijn jaarwedde van een ton hem opleverde. Daarnaast was hij slachtoffer van afpersers die weet hadden van zijn seksleven en omkoopbaarheid.

Afpersing kan, behalve de koninklijke privésfeer en de reputatie van het koningshuis, óók het landsbestuur schaden. Buitenlandse inlichtingendiensten, waaronder de Britse, Amerikaanse, Franse (en vermoedelijk ook Russische), volgden Bernhards activiteiten op de voet. Kennis van Bernhards wangedrag hield het gevaar in dat de politiek van de Nederlandse regering door vreemde naties kon worden beïnvloed. Het kabinet-Drees, maar ook koningin Juliana, hebben zich om die reden grote zorgen gemaakt over het gedrag van prins Bernhard.
Kranten spelen in de wereld van afpersing en corruptie een belangrijke rol. Zij kunnen immers affaires, die geheim moeten blijven, aan de grote klok hangen. Chanteurs kunnen zo hun slachtoffers gemakkelijk onder druk zetten. Wie niet betaalt wordt aan de schandpaal genageld.

De regering besefte dat vreemde inlichtingendiensten dynamiet in handen hadden. Er waren signalen dat de prins betrokken was bij illegale wapenhandel. Ook zou hij contacten onderhouden met louche banken en schimmige bedrijven. Bovendien bemoeide hij zich achter de schermen met Indonesië dat druk bezig was zich van het ‘moederland’ af te scheiden. Ook onderhield hij nauwe contacten met het bedrijfsleven dat de kolonie voor Nederland wilde behouden. Die inmenging mocht nooit naar buiten komen. De situatie was nu dubbel penibel: behalve dat de naam van het koningshuis bezoedeld dreigde te raken, was de kans ook levensgroot dat Bernhard met zijn ondoordachte gedrag het beleid van de Nederlandse regering zou doorkruisen.

Erfopvolging is een goudmijn voor afpersers. Een gekozen staatshoofd heeft maar relatief kort tijd zich chantabel te maken. Als hij aftreedt, kunnen onthullingen over zijn leven weinig kwaad meer. In een systeem van erfopvolging ligt dat precies andersom. Er zijn veel redenen om de monarchie af te schaffen. De mogelijkheid van afpersing is er eentje van.

Dit artikel verscheen eerder in Propria Cures, 15 juni 2019

De ‘idiosyncrasy’ van koningin Wilhelmina

Dagblad Trouw kwam onlangs met ‘nieuws’ over koningin Wilhelmina. Ze zou van plan geweest zijn hoge Duitse nazi’s uit te ruilen tegen Leopold III van België die gevangen zat en voor wiens leven ze vreesde. Hoe ze haar plan dacht te verwerkelijken blijft een raadsel.

Haar minister van Buitenlandse Zaken Eelco van Kleffens noteerde Wilhelmina’s gedachtenspinsels braaf in zijn dagboeken. Vaak nam hij haar niet serieus. Dat was ook het geval toen ze miljoenen Duitsers wilde deporteren.

Wilhelmina wilde namelijk voorkomen dat Duitsland ooit weer een gevaar voor Nederland werd. Ze maakte de Amerikaanse president Roosevelt per brief deelgenoot van haar plan. De gehele Duitse bevolking in de buurt van de Nederlandse grens moest gedwongen worden naar een of andere uithoek te verhuizen. Na al die jaren onder Hitler waren ze ongetwijfeld allemaal nazi geworden. Dus moesten ze allemaal op transport.

Ze vroeg Van Kleffens haar plan aan te kaarten bij de Amerikanen en ervoor te zorgen dat het onderdeel werd van de capitulatievoorwaarden. De minister maakte haar voorzichtig duidelijk dat er voor haar plan geen draagvlak zou zijn. In een brief aan ambassadeur Alexander Loudon in Washington klaagde hij: ‘Mijn telegram over de onwenschelijkheid van openbare bespreking van het vraagstuk der al of niet verbanning van Nazis en andere rotmoffen hangt samen met een waarschijnlijk tijdelijke idiosyncrasie van HM, die alle Nazis (“natuurlijk met vrouwen en kinderen, ziet U”) doodeenvoudig wil verbannen: “U wil daar dus wel voor zorgen.” Jawel, jawel, het is immers zoo reëel gedacht en zoo simpel van uitvoering.’

Roosevelt heeft nooit gereageerd op Wilhelmina’s plan, Hij had het helemaal met Hare Majesteit  gehad nadat hij haar een keer over de vloer had gehad in zijn buitenhuis Hyde Park Mansion. De president arriveerde daar volgens de notities van Van Kleffens veel te laat, en toen hij er eindelijk was, vulde hij de resterende tijd met anekdotes en grappen. In overleg met Wilhelmina had hij evident geen zin. Tot immense teleurstelling van ons staatshoofd, noteerde Van Kleffens.

Als goed diplomaat bleef Roosevelt beleefd en in de officiële verslagen tref je ook geen onvertogen woord over Wilhelmina aan. Maar in familiekring beschreef hij haar als een bekrompen en onaangenaam mens. Dat heeft zijn kleinzoon Curtis naar buiten gebracht. De president en zijn echtgenote Eleanor vonden Wilhelmina ‘een bigotte, onzuiver redenerende, onmogelijk veeleisende, intens egocentrische oude dame, iemand zonder enig inzicht in de werkelijke machtsverhoudingen in de wereld.’

Wie kennis neemt van Wilhelmina’s plannen voor uitruil en deportatie kan de president geen ongelijk geven.

Dit stukje verscheen eerder in Argus, 14 mei 2019

Pesterijen van Wilhelmina

Koningin Wilhelmina had enorme waardering voor militairen. Zozeer soms, dat het op verering leek. Onvermoeibaar en onder alle omstandigheden pleitte ze voor meer geld voor de krijgsmacht. Ze dweepte met ijzervreters als generaal J.B. van Heutsz, die in haar naam op Atjeh niet alleen complete dorpen had platgebrand maar ook de inwoners vermoord.
Van Heutzs beschikte over militairen die deden wat hun was opgedragen. Discipline was alles, vond Hare Majesteit. Die kon  niet streng genoeg zijn.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak prezen veel mensen haar profetische gaven. Dat kwam door haar eeuwige gebedel om meer geld voor het leger. Die oorlog ging weliswaar aan Nederland voorbij, maar haar zogenaamd vooruitziende blik was een van de  mythes die rondom Wilhelmina bleef hangen. Bij de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog ging het niet anders. Ook die oorlog zou ze hebben zien aankomen. Daarom had ze steeds weer geld voor defensie gevraagd. Als haar ministers beter hadden geluisterd, zou Nederland  een fatsoenlijk leger hebben gehad, dat stand had kunnen houden tegen de Wehrmacht. Met een profetische blik had het allemaal evenwel niets van doen. Als je iedere dag voorspelt dat het zal gaan regenen, krijg je onvermijdelijk gelijk.
Wilhelmina was een verklaard tegenstander van de vredesconferenties in Den Haag (1899 en 1907) en de bouw van het Vredespaleis zag ze al evenmin zitten. Als dat gedoe voor vrede betekende in haar ogen simpelweg dat er minder geld naar het leger zou gaan, en dat mocht niet gebeuren. Haar grote held was generaal Van Heutsz, de man die Atjeh hardhandig in het gareel had gedwongen.
Atjeh wilde namelijk geen deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden en moest daarom worden’gepacificeerd’. Pacificeren is een eufemisme voor het platbranden van dorpen en het vermoorden van waarschijnlijk meer dan honderdduizend Atjeeërs. Mannen, vrouwen, kinderen; onderscheid maakte de generaal niet.

Wilhelmina heeft Van Heutsz persoonlijk bedankt voor zijn verdiensten. Zijn manschappen hadden gedaan wat hun was opgedragen. Wilhelmina hechtte aan kadaverdiscipline.

Als reactie op mijn boek Wilhelmina, mythe, fictie en werkelijkheid stuurden enkele lezers mij een mail over de pesterijen van Hare Majesteit. Het waren verhalen uit betrouwbare bron. Ten paleize had ze gelegenheid om hoogst persoonlijk de discipline te testen en ze heeft dat met overgave gedaan.
Je kunt je afvragen, net zoals haar ministers in Londense ballingschap dat hebben gedaan, of Hare Majesteit wel ‘helemaal normaal’ was.

Een lezer schreef dat zijn grootvader tijdens zijn diensttijd (het was in de Eerste Wereldoorlog) als gewoon soldaat regelmatig paleiswacht had gelopen op Huis ten Bosch.

Het was schildwachten streng verboden hun rug naar het paleis toe te keren. Vorsten hebben  geen zin om tegen een rug aan te kijken. Bezoekers moesten na een ontmoeting met de vorst  achterwaarts het vertrek verlaten. Wilhelmina wenste evenmin tegen een rug aan te kijken en ze hield daarom scherp in de gaten of soldaten zich wel aan dat voorschrift hielden.

De grootvader van mijn informant had die regel ooit eens overtreden. Toen Wilhelmina hem die verkeerde draai zag maken – ze had hem kennelijk in de gaten gehouden – sloeg ze meteen alarm.
Ze informeerde haar hofmaarschalk over deze ernstige schending der regels, die op zijn beurt de compagniecommandant belde om de klacht van de koningin over te brengen.
Bij terugkeer in de kazerne werd opa voor twee volle weken in het cachot gegooid. ‘Ook nog op hoge leeftijd’, stond in de mail, ‘was mijn opa woedend en verontwaardigd als er over koningin Wilhelmina werd gesproken.’

Volgens een andere mail lokt Hare Majesteit ook regelmatig incidenten uit door te proberen soldaten de regels te laten schenden. Discipline en voorschriften mochten in haar ogen onder geen enkele  omstandigheid worden verzaakt. Zo nu en dan testte ze dat  persoonlijk.
Het was de schildwachten bij paleis Het Loo ten strengste verboden enig woord te wisselen tijdens hun dienst. Zelfs als de koningin je wat vroeg moest je blijven zwijgen. Óók wanneer Hare Koninklijke Hoogheid bleef aandringen. Hij mocht uitsluitend, met de kaken stijf op elkaar, de gebruikelijke eerbewijzen brengen.

Schildwachten waren in de regel eenvoudige jongens die vrijwel zonder uitzondering diep onder de indruk waren van de koningin. Dat was er met de paplepel ingegoten.
In de ochtend maakte Wilhelmina graag een wandeling door de paleistuin. En passant mocht ze dan graag een schildwacht verleiden zijn mond open te doen. Het soldaatje treiteren van de koning verliep ongeveer zo:

‘Goedemorgen schildwacht’, begroette Wilhelmina de dienstdoende soldaat op wie ze het die dag had gemunt.
‘Schildwacht, ik zei goedemorgen en u hoort niet was ik zeg.’ Als de man bleef zwijgen, wat dat voor Hare Majesteit reden door te gaan met provoceren: ‘Goedemorgen schildwacht, bent u soms doof?’
Als de schildwacht zich dan gedwongen voelde haar groet te beantwoorden met een ‘Goedemorgen majesteit’ of iets dergelijks, ontstak ze in woede en eiste ze terstond passende maatregelen tegen de man die het had gewaagd de discipline met voeten te treden.

Wereldvreemd als ze was, had ze geen benul van wat ze bij die eenvoudige soldaten aanrichtte.

Het waren pesterijen van een bekrompen mens, die haar leven lang nooit enige spijt heeft betoond over de moordpartijen die haar troepen op Atjeh hadden aangericht. Dat waren soldaten die wisten wat discipline was en deden wat hun was opgedragen. Befehl ist Befehl.

Maar ook officieren waren niet veilig, zoals bleek uit een mail die ik van een reserve officier ontving die eind jaren vijftig dienst deed. Wilhelmina was toen al afgetreden als koningin, maar er deden nog steeds verhalen over haar narrige optreden de ronde. Een daarvan was dat ze graag te paard de troepen te velde inspecteerde. Een officier te paard die de troepen presenteerde mocht Hare Majesteit niet dichter dan zes paardbreedten naderen. Op die afstand aangekomen moest hij afstijgen en zich melden.

Op een dag zag Wilhelmina haar kans schoon en verzocht ze ‘mijnheer’ zijn paard zijdelings in haar richting te verplaatsen. Na vijf van die manoeuvres stond het paard van de officier bijna flank aan flank met de Hare. Dat was natuurlijk wat ze wilde en de arme man werd daarvoor door Haar persoonlijk gestraft. Uit de mail: ‘Ik hoorde in die tijd ook dat in diverse conduitestaten van militairen door Hare Majesteit persoonlijk uitgedeelde straffen stonden opgetekend.’ Het heeft de reserve-officier verbaasd dat daar ‘met een mengeling van scepsis en ontzag over werd gesproken.’