Niet alleen gebrek aan empathisch vermogen

De discussie over racisme naar aanleiding van de dood van George Floyd is buitengewoon verwarrend. Alles wordt door elkaar gehusseld: racisme, diversiteit, kolonialisme, discriminatie, uitbuiting, xenofobie, slavernij en noem het verder maar op. Menig standbeeld is ontsokkeld en ‘helden’ uit de geschiedenis degraderen in ras tempo tot schurken. Vreemd genoeg schitteren de Oranjes in dit debat door afwezigheid, terwijl ze toch bergen boter op hun hoofd hebben.

Wat betreft uitbuiting en moordzuchtig wangedrag staat de Belgische koning Leopold II met stip op één. Zijn geweldorgies in Congo hebben miljoenen het leven gekost. Hij staat nu ter discussie. Nederland daarentegen lijkt de daden van (vooral) koning Willem I en de weerzinwekkende opstelling van koningin Wilhelmina ten opzichte van de koloniën totaal te hebben vergeten.

Cultuurstelsel

Het beheer van de koloniën viel volgens de Grondwet toe aan de koning. Willem I richtte de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM) op – waarvan hij zelf grootaandeelhouder was – om zoveel mogelijk winst uit Indië te persen. Het Cultuurstelsel – ingevoerd in 1830 – was voor Willem en zijn medeaandeelhouders zeer profijtelijk, maar voor de inheemse bevolking een ramp. Boeren werden gedwongen twintig procent van hun beste landbouwgrond te gebruiken voor de teelt van koffie, thee, suiker en andere producten. Alles bestemd voor de Europese markt. Vervoer en verkoop waren in handen van de NHM, dat tegenwoordig ABN AMRO heet. Wie geen producten kon leveren moest 66 dagen per jaar voor het gouvernement te werken. Het stelsel bracht uitbuiting, honger en armoe met zich mee.

Opiumgebruik hield de onderdrukte bevolking koest, wat de NHM evenmin windeieren heeft gelegd. Opiumhandel was een tijdlang zelfs de lucratiefste inkomstenbron van de NHM. Handel in opiaten was niet verboden, maar de directie (en dus grootaandeelhouder Willem) wisten drommels goed dat het spul ‘verwoestend [was] voor de zedelijkheid, werkzaamheid en vermenigvuldiging van de bevolking’. Maar ja, opium leverde vette winsten op en daar ging het tenslotte om.

Willem I was persoonlijk verantwoordelijk voor de koloniale Java-oorlog (1825-1830) die aan circa 200.000 Indonesiërs het leven heeft gekost. Als de ‘opstandige’ Javanen (ze weigerden het gezag van Willem te aanvaarden) niet wilden luisteren, speelden ze letterlijk met hun leven.

Willem II was de laatste die persoonlijk aansprakelijk was voor het koloniale beleid. Met de Grondwetswijziging van 1848 ging de verantwoordelijkheid over op de ministers, maar koning Willem II en III alsook koningin Wilhelmina konden zich prima vinden in de Haagse koloniale politiek. Sinds de stichting van het koninkrijk zijn onder de Indische bevolking minstens 600.000 doden gevallen. Vrouwen en kinderen waren evenmin veilig. Ze kwamen met duizenden om in de vlammen toen hun kampongs werden platgebrand. Het waren moordpartijen, maar de regering sprak sussend van ‘excursies’, ‘pacificatie’ of ‘politionele acties’.

‘Held van Atjeh’

Koningin Wilhelmina heeft de oorlog tegen de ‘opstandige’ bevolking van Atjeh enthousiast gesteund. Generaal Van Heutsz die de overwegend islamitische – zeker geen pluspunt in Wilhelmina’s ogen – bevolking meedogenloos in het gareel dwong en daarbij geen bloedbad schuwde, vereerde ze als de ‘held van Atjeh’. Ze ontving haar ‘held’ met alle egards om hem te onderscheiden met een medaille en te bedanken voor zijn inzet. In haar biografie schrijft ze tevreden dat van Van Heutsz met zijn slachtpartijen een ‘waarlijk groots werk’ had verricht.

Wilhelmina noch haar voorgangers hebben ooit enigerlei vorm van medelijden getoond met de doden die tijdens hun koningschap vielen. Indonesiërs die het Nederlandse bewind niet accepteerden, waren volgens Wilhelmina ‘extremisten’ en die moesten simpelweg worden ‘opgeruimd’. Het zou geen overbodige luxe zijn het gedrag van de Oranjes in de koloniën eens aan de kaak te stellen. Misschien een idee voor de volgende toespraak van Willem-Alexander bij de dodenherdenking op de Dam? En dan wel graag in heldere bewoordingen.

Dit stukje verscheen eerder in De Republikein, nummer 3, september 2020

De Staat de lasten, de Oranjes de lusten

De jonge koningin Wilhelmina ontpopte zich als een groot liefhebber van het Veluwse natuurschoon. Haar landgoed Kroondomein Het Loo lag haar na aan het hart. In het eerste decennium van de twintigste eeuw kocht ze veel grond aan zodat haar landgoed fors in omvang toenam. Haar man, prins Hendrik, was dol op jagen, wat hij naar hartenlust op het Kroondomein kon doen. Wilhelmina hield niet van de jacht. Ze prefereerde rust en stilte.

Of het uit liefde voor de natuur was of uit eigenbelang valt niet meer na te gaan, maar Wilhelmina was een hardnekkig tegenstander van de aanleg van grote, doorgaande wegen in haar omgeving. Al even stug was haar verzet tegen de komst van een opvangkamp voor joodse vluchtelingen uit Duitsland, die de wijk hadden genomen voor het Hitlerregime.

Vluchteling zijn is natuurlijk heel erg, maar ze en massein de buurt van je paleis hebben rondlopen, is ook geen pretje. Dus verrees het kamp, onder druk van Wilhelmina, veilig ver weg van Apeldoorn bij het Drentse Westerbork.

Het liefst zou Wilhelmina haar grondbezit op de Veluwe hebben veranderd in een groot natuurreservaat. Ze vond het jammer als het gebied versnipperd zou raken over erfgenamen van komende generaties. Omdat het juridisch lastig was haar landerijen als één aaneengesloten geheel te laten voortbestaan, besloot ze tegen het eind van haar leven haar bezit aan de staat te ‘schenken’. Alleen het exploitatierecht bleef, net als bij het oorspronkelijke domein het geval was geweest, bij haar en haar erven. Zo voorkwam ze niet alleen versnippering, maar zorgde ze er ook voor dat het geheel als bijzonder kroondomein werd overgedragen ‘aan de opvolgende kroondragende leden van de dynastie.’ En ze bespaarde heel veel geld.

Het ANP berichtte destijds dat als gevolg van de schenking ‘een complex landerijen van ruim 6730 hectare met ongeveer 75 boerderijen, woningen en andere gebouwen één geheel blijft. Het gevaar van versnippering is door het besluit van de prinses uitgesloten. De minister van financiën heeft bij de Tweede Kamer een wetsontwerp aanhangig gemaakt tot het treffen van de wettelijke voorzieningen die door de schenking nodig zijn geworden.’

De regering had het geschenk – zoals het hoort – met ‘eerbiedige dankbaarheid’ aanvaard. Maar de ‘Hoge Schenkster’, zoals de gulle gever vol ontzag werd genoemd, had wel zo haar voorwaarden gesteld. Zij en haar erfgenamen bleven over alle inkomsten van het domein beschikken, inclusief het genot van de jacht. Bovendien had de staat zich bij de aanvaarding verplicht om, mocht de monarchie ophouden te bestaan, het geheel aan Wilhelmina’s dan levende erfgenamen over te dragen, dan wel de waarde van het Kroondomein te vergoeden, uiteraard vermeerderd met de wettelijke rente. Het was een handige én uitermate voordelige zet van de oude koningin. De staat de lasten, zij de lusten

Wat er tegenover stond, is minder gemakkelijk aan te geven. De financiële verhouding tussen het koninklijk huis en de staat is al ruim tweehonderd jaar een hoogst delicate kwestie. Het was (en is) een onderwerp dat ministers maar het liefste mijden. Als het al eens ter sprake kwam, was dat noodgedwongen vanwege bepaalde wetgeving en dan gebeurde dat nog met ‘eerbied en schroomvalligheid’.
In 1849 weigerde de regering de Kamer zelfs mededelingen te doen over de inkomsten uit de kroondomeinen, omdat de waardigheid van het koningschap eronder zou lijden. Ruim een halve eeuw later was er op dat punt nog niets noemenswaardigs veranderd.
Een Tweede Kamerlid dat zich aan het onderwerp ‘Oranje en geld’ waagde, laadde al gauw de verdenking op zich geen eerbied te hebben voor ‘hooge personen’. Nog steeds is het onderwerp min of meer taboe, al willen sommige media tegenwoordig met behulp van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) wel eens een onderzoek opstarten naar een of andere kwestie rondom de Oranjes. Vrijwel altijd gaat die over geld.

Formeel draagt het Huis van Oranje de kosten en lasten die op het domein drukken, maar in de praktijk is dat allerminst het geval. Het domein wordt beheerd door een rentmeester. Hij wordt benoemd en ontslagen door de regerende Oranje en bijgestaan door een Raad van Beheer die eveneens door de kroondrager wordt benoemd en ontslagen. De rentmeester is verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van het eigenlijke kroondomein. Hij gaat over het beheer van de bossen, zorgt voor het onderhoud van de opstallen en het innen van huren en pachten.
Dat kan hij natuurlijk niet in zijn eentje, wat de vraag oproept of de kosten van het benodigde personeel voor de Oranjes niet uit de hand lopen. Dat valt reuze mee. Voor het aanvullend personeel toucheert het staatshoofd een vergoeding. Bovendien kan hij zich voorts beroepen op allerlei subsidieregelingen.

De overige beheerskosten van Wilhelmina’s ‘schenking’ kunnen op grond van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis bij de overheid worden gedeclareerd. Van die regeling maken de Oranjes met veel enthousiasme gebruik.
In de praktijk betaalt het Rijk geheel of grotendeels de kosten van flora- en faunabeheer en het onderhoud van de wegen. Hoewel de natuurliefhebber wel enigszins tegemoet moet worden gekomen, beslist de koning – als particulier vruchtgebruiker – over de openstelling van het Veluwse landgoed.

Onderdanen zijn welkom, maar het grootste deel van het kroondomein is tussen 15 september en 25 december gesloten. In die periode wil koning Willem-Alexander met zijn gasten er ongestoord kunnen jagen, net als in vroeger jaren prins Bernhard en prins Hendrik dat deden. De koning verdedigt zijn jachtgedrag met een doorzichtige smoes. De periode zou bedoeld zijn om het wild rust te gunnen. Voor het deel van het kroondomein dat wel het gehele jaar voor het publiek toegankelijk is, krijgt de koning een extra subsidie.

De Koninklijke Houtvesterij praktiseerde jarenlang een ‘natuurvolgend bosbeheer’ dat niet bij iedereen in goede aarde valt. Een in bossen gespecialiseerde bioloog vond het beheer van het Kroondomein ‘uiterst schadelijk’, omdat de oudste eiken worden omgehakt. Aldus sneeft zoetjesaan ons enig werkelijk oude bos met woudreuzen van soms wel 250 jaar oud. In de buurt van de Echoput zijn ze intussen allemaal al verdwenen.

Zou Wilhelmina zich in haar graf omdraaien als ze wist hoe delen van ‘haar’ bos worden gekapt? Haar kleindochter Beatrix, onder wie dat kappen plaats vond, scheen het allemaal niet te kunnen schelen. En waarom ook? Want mocht ooit de republiek uitbreken, dan wacht de Oranjes – dankzij enerzijds Wilhelmina’s meesterzet en anderzijds de generositeit en gedweeheid van de Nederlandse staat jegens de koninklijke familie – een mooie toekomst als grootgrondbezitter.
De Wet op het Kroondomein werd in 1959, enkele jaren voor Wilhelmina’s dood (1962), ingevoerd.

Een absurd voorstel

Na D-day lanceerde Wilhelmina het idee om de Duitse bevolking in de grensstreken met Nederland, gezinnen met kinderen niet uitgezonderd, te deporteren naar een of andere verre uithoek. Gelukkig nam geen enkele geallieerde bondgenoot Hare Majesteit serieus

Wilhelmina, Moeder des Vaderlands, ging er als een haas vandoor toen er nog soldaten in haar naam sneuvelden. Het was een welbewuste actie, die slecht viel bij de bevolking en dus breidde Hare Majesteit er een mouw aan. Ze schreef in haar memoires dat ze het liefst samen met haar soldaten op de Grebbeberg was gesneuveld, maar helaas was dat lot haar niet gegund. De vlucht naar Engeland, beweerde ze, was een samenloop van omstandigheden geweest. Dat zat toch anders.

Als we Oranjegezinde historici mogen geloven, heeft de vorstin ons vanuit Londen door de oorlog gesleept. Haar radiopraatjes voor radio Oranje besloegen in totaal 6 uur. Nog afgezien dat dat weinig is over vijf jaar oorlog, win je er geen oorlog mee. De Parlementaire Enquêtecommissie (PEC) die het Londense regeringsbeleid onderzocht, noemde haar vertrek een van de belangrijkst beslissingen uit de oorlogsperiode. Ze had in ballingschap het prestige van Nederland bewaakt (daar win je evenmin een oorlog mee) en ze had ‘de invloed van Nederland in de bondgenootschappelijke beraadslagingen verzekerd’, wat pure kolder is.

Mevrouw had geen flauw idee van wat er zich afspeelde. Ze dacht binnen enkele maanden in Nederland terug te zijn, maar schoof dat telkens weer – ingehaald door de werkelijkheid – een aantal maanden op. Pas na een paar jaar begon het haar te dagen. Van internationale politiek had ze geen benul; ook nooit gehad trouwens. Haar hooggeprezen ‘invloed’ op de belangrijkste bondgenoten was pure fantasie.
Churchill sprak ze twee keer per jaar. De Amerikaanse president Roosevelt nog minder. Roosevelt bepaalde het beleid en zelfs Churchill had maar naar hem te luisteren, afhankelijk als hij was van de Amerikaanse materiële en financiële steun. Stalin sprak ze nooit. Ze haatte de Sovjet-Unie. Toen Nederland in 1934 voor toetreding van Rusland  tot de Volkenbond wilde stemmen, dreigde ze met aftreden. Ze kreeg haar zin.

Wilhelmina ging in 1942 bij Roosevelt op bezoek, samen met haar minister van Buitenlandse Zaken Eelco van Kleffens. Ze wilde met Roosevelt over de toekomstige vrede praten, maar daar had Roosevelt geen zin in. Naar buiten toe pretendeerde hij grote bewondering voor Wilhelmina te hebben, maar in werkelijkheid vond hij haar een raar, over het paard getild mens en een absolute nul op het gebied van internationale politiek.

Roosevelt arriveerde veel te laat voor hun gesprek. Niet omdat dat hij ‘scared to death’ voor haar was, zoals de mythe wil, maar omdat hij zijn tijd wel beter kon besteden. Eenmaal gearriveerd liet hij Wilhelmina en haar minister nauwelijks aan het woord. Hij verkoos de tijd te vullen met anekdotes uit zijn presidentschap. Op het laatst roerde hij enkele politieke onderwerpen aan, maar deed dat zo vaag dat Wilhelmina noch Van Kleffens een idee hadden waar hij eigenlijk naar toe wilde, hetgeen ongetwijfeld Roosevelts bedoeling is geweest.

Na D-day lanceerde Wilhelmina het idee om de Duitse bevolking in de grensstreken met Nederland te deporteren naar een of ander verre uithoek. Het waren vast allemaal nazi’s en die wilde ze niet in haar buurt. Dus moesten al die ‘rotmoffen’, gezinnen met kinderen niet uitgezonderd, op transport. Of Van Kleffens dat even wilde regelen met de Britten en Amerikanen. Haar plan zou deel moeten uitmaken van de capitulatievoorwaarden.

Van Kleffens vond het een idioot voorstel – het ging ten slotte om de verbanning van miljoenen mensen – en noteerde: ‘Jawel, jawel, het is immers zoo reëel gedacht en zoo simpel van uitvoering.’

Wilhelmina heeft haar waandenkbeeld in enkele brieven ook bij Roosevelt aangekaart. Ze kreeg niet eens antwoord. Zijn stilzwijgen benadrukt nog eens dat hij Hare Majesteit niet serieus nam. Een wijs man.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in De Republikein, nummer 2, mei 2020 

Een Historische Speech?

Op gevaar af voor een zuurpruim te worden uitgemaakt kan ik het niet laten een paar opmerkingen over de veel bejubelde speech van Willem-Alexander op de Dam te maken. Al die lovende, lyrische commentaren die reppen van een ‘historische toespraak’, verbazen me.
Als je er goed naar kijkt, stelt het weinig voor. De laatste tijd zie ik steeds vaker dat alles wat de koning zegt – hoe voorspelbaar ook – met applaus wordt ontvangen. Hoe kan dat?

Wijlen hofbiograaf Cees Fasseur was erg voor de monarchie omdat een troonopvolger zich zijn halve leven lang kan voorbereiden op het koningschap. Zo sla je geen modderfiguur bij een diner omdat je precies weet hoe je je bestek moet hanteren. Als je al die gekozen presidenten ziet klungelen met hun eetgerei weet je dat Fasseur gelijk had. Te weinig voorbereid. Willem-Alexander eet inderdaad netjes maar speechen (wat ook bij de voorbereiding op het koningschap hoort) heeft hij nooit onder de knie gekregen. Houterig leest hij van de autocue voor; of hij leest – zoals op Koningsdag – zijn dankwoord van papier. Toch worden zijn teksten (veelal geschreven door zijn vaste speechschrijver Jan Snoek) tegen de klippen op geroemd. Wat hij ook zegt. Zo zou zijn eerste kerstspeech als koning volgens De Telegraaf  nog lang in de Nederlandse gemeenschap ‘nadreunen’.

Zijn toespraak gisteren, dodenherdenking 2020 op een uitgestorven Dam, was volgens de media een historische mijlpaal. De koning had zich kritisch uitgelaten. Op de nieuws-site van het NOS journaal vielen woorden als ‘oprecht’ en ‘zeer indrukwekkend en krachtig’. Verslaggever Koninklijk Huis Kysia Hekster: ‘Hij heeft zich nooit op deze manier uitgelaten over zijn overgrootmoeder en is het eerste lid van het koningshuis dat zich hier zo expliciet over uitspreekt.’

Het AD sprak van een ‘historische toespraak’ en een ‘adembenemend goede toespraak’.  Die laatste opmerking was van PvdA-leider Lodewijk Asscher.
Kan de koning bij mij dan helemaal niets goed doen? Jawel. Maar dit is allemaal zo mateloos overdreven. Dat de dochter van Sobibor-overlevende Jules Schelvis het niet droog hield omdat haar vader werd aangehaald door de koning snap ik heel goed. Het gaat mij om de woorden die hij aan zijn overgrootmoeder koningin Wilhelmina wijdde en die nu zo gigantisch worden uitvergroot.

Wat zei de koning in zijn toespraakje van 662 woorden over zijn overgrootmoeder? Hij zei dat mensen zich in de steek gelaten voelden en onvoldoende gehoord. Evenmin voldoende gesteund ‘al was het maar met woorden.’  Dan komt de veelgeroemde passage: ‘Ook vanuit Londen, ook door mijn overgrootmoeder, toch standvastig en fel in haar verzet.’ Meer heeft hij niet gezegd, of het moet zijn dat hem dat niet losliet.

 

Hij besteedt vier woorden aan zijn overgrootmoeder, maar ontkracht dan zijn eigen woorden weer grotendeels met de opmerking dat ze ‘toch standvastig en fel in haar verzet’ was. Zeven woorden om haar nalatigheid te vergoelijken. Maar die verontschuldiging is klinkklare onzin, want hoe kun je standvastig en fel in je verzet zijn vanuit Londen, waar ze al enkele dagen na het uitbreken van de oorlog naar toe was gevlucht? Toen er nog gevochten werd en soldaten in haar naam sneuvelden?

Toen de bevolking zich ontzet toonde over haar smadelijke vlucht heeft Wilhelmina geprobeerd haar vluchtgedrag in een ander daglicht te plaatsen. Ze had helemaal niet naar Engeland willen vluchten. Het was haar als het ware overkomen. Het Engelse marineschip waarop ze zat, had haar tegen haar wil naar Engeland overgevaren. De vraag is natuurlijk waarom ze aan boord van die Engelse boot is gegaan. En waarom ze ruim voor haar vlucht veel geld naar Londense banken had overgemaakt.

Willem-Alexander is inderdaad de eerste in zijn familie die enkele woorden aan het vluchtgedrag van zijn overgrootmoeder wijdt (lof!), maar dat ‘standvastige’ en ‘felle verzet’ had hij (of Jan Snoek) beter voor zich kunnen houden. In een historische speech hoort geen historische onzin.

Ongetwijfeld heb ik een masochistische inslag. Want wie kijkt als overtuigd republikein nou naar een documentaire (in vier delen) over prinses Beatrix, voormalig koningin der Nederlanden? Wat heb je eraan en wat moet je er mee? In ieder geval heeft het mijn weerzin van de monarchie op peil gehouden. Niet versterkt, dat gaat al sinds lang niet meer.

In de documentaire merk je aan alles dat het moeilijk was mensen te vinden die zich wilden laten interviewen. Beatrix zelf wilde niet meewerken. Personen die eventueel van plan waren mee te doen, zagen er toen ook maar van af. Wat overbleef was een beetje het tweede garnituur.
Mensen die Beatrix na staan, wilden niet omdat het nu eenmaal not done is over haar te praten. Je praat met haar, niet over haar. Een verkeerd woord en ze kijkt je nooit meer aan. De mensen die zich wel lieten strikken maakten niet de indruk tot de intimi van Beatrix (of wijlen prins Claus) te horen, al probeerden ze wel die indruk te wekken. Afgezien misschien van hofdame Miente Boellaard. Maar zij zei, als puntje bij paaltje kwam, op cruciale momenten eigenlijk niets.  Als er tussen al het lakeien-gekakel eens iets aan de orde kwam, dat mogelijk de moeite waard was, volgde er geheid een diepe stilte. De hofdame zei in die gevallen gewoon dat ze er niet op in wilde gaan.

Er werd heel veel en buitengewoon bedachtzaam gezwegen in de serie. Neem priester en theoloog Huub Oosterhuis. Ik was telkens weer bang dat hij voor de camera was ingedut. Totdat hij plotseling een paar  woorden zei, die pareltjes waren van intense doordachtheid. Ook rabbijn Soetendorp sprak aarzelend en woog ieder woord. Kennelijk was ook hij als de dood iets verkeerds te zeggen. Dat deed hij niet. Hij had sowieso weinig te melden. Een kenmerk dat aan vrijwel iedere geïnterviewde in deze serie kleefde.

De serie steunt sterk op de biografie van Jutta Chorus, die nauw bij de productie van de serie betrokken is geweest. In haar boek Beatrix. Dwars door alle weerstanden heen (2013) stond evenmin veel nieuws. Als de mensen die ze interviewde weer eens overliepen van bewondering voor Beatrix, vroeg ze nooit door hoe dat nou kwam en waarom ze zich zo slaafs opstelden. Justine van Lawick, klinisch psycholoog, die Chorus voor haar boek had geïnterviewd, dook ook in de serie weer op.

Beatrix had haar en enkele anderen uitgenodigd voor een brainstormsessie in haar paleis. Ze wilde beter zicht krijgen op wat er in de samenleving leefde. Ze voelde aan dat er onbehagen heerste, waar ze echter geen vat op kreeg. Van Lawick was volkomen van de wap, dat ze bij de Majesteit op bezoek mocht. En zoals de koningin zich had voorbereid op het gesprek. Echt ongelooflijk. Ook van haar medebezoekers kende ze de achtergronden. Ze scheen te denken dat Beatrix die info zelf bij elkaar had gescharreld. Aan het bataljon hulptroepen dat de koningin op alle mogelijke gebieden terzijde staat, had ze kennelijk nooit gedacht. Van Lawick had inhoudelijk nog steeds bitter weinig te melden.

De documentaire komt er grofweg op neer dat Beatrix een perfectionist was, die over alles controle wilde houden. Van haar functioneren als koningin weten we in feite niets af.  De ministeriële verantwoordelijkheid staat dat niet toe. De ministers zijn verantwoordelijk voor alles wat ze doet (en nalaat).  De documentaire maakt ons op het punt van functioneren niets wijzer. Macht had ze niet; wel veel invloed. Die invloed strekt zo ver als de premier toestaat. Als hij zijn rug recht houdt en op zijn strepen staantkan de Majesteit weinig beginnen. De documentaire gaat daar volledig aan voorbij.

Een koning(in) kan dreigen met aftreden, maar tot dusver is er geen monarch geweest, die vrijwillig de kroon aan de wilgen hing. Gedreigd is er genoeg. De baan is echter te lucratief en het salaris (‘uitkering’) te buitensporig om zo maar te stoppen. Ook de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn zo buitengewoon riant, dat de koning zich wel tien keer bedenkt om de boel in de steek te laten. De Oranjes beschikken over vier paleizen, ze kunnen vrijwel onbeperkt kosten declareren en ze reizen gratis in alle denkbare vervoersmiddelen (van trein tot vliegtuig). Het is niet voor niets dat het voortbestaan van de monarchie altijd hun hoogste prioriteit is.

Beatrix dreigde overigens niet met aftreden. Ze draaide de zaak om en dreigde niet aan te zullen treden. Dat is niet ongewoon in de Oranje familie. Willem III deed dat ook, maar hij liet zich maar al te graag overtuigen toch de kroon op te zetten.

Midden jaren zeventig speelde de Lockheed-affaire. Prins Bernhard had zich corrupt getoond en moest op de een of andere manier worden ‘bestraft’.  Als Bernhard gevangenisstraf zou krijgen omdat hij zich had laten omkopen door Lockheed zou Beatrix weigeren – beweerde ze althans –  de troon te aanvaarden. Haar moeder, koning Juliana, had namelijk gezegd te zullen aftreden als haar man de bak in moest. Juliana was vermoedelijk inderdaad afgetreden. Ze was toch al op leeftijd en dacht al langer na over abdiceren. Bovendien: het was geen leuke idee koningin te zijn als haar man in bak zat. ‘Uw man is niet meegekomen, Majesteit?’ ‘Nee, die zit in de bak’.

Premier Den Uyl wist drommels goed dat hij Bernhard niet voor de rechter kon sleuren, wilde hij geen politieke zelfmoord plegen. Daarom was zijn insteek vanaf het begin dat Bernhard niet strafrechtelijk zou worden vervolgd. De zogenaamde dreiging van Beatrix gaf Den Uyl een aangename manoeuvreerruimte.

In de Commissie van Drie die Bernhards corrupte gedrag moest onderzoeken was er even sprake van dat een lid van de Hoge Raad zitting zou nemen. Dat ging niet door omdat hij gehouden zou zijn criminele feiten (en die waren er in het geval van Bernhard) bij het OM te melden. Dat was niet de bedoeling. Met spoed werd hij van de kandidatenlijst gehaald. Gerechtelijke vervolging was bij voorbaat uitgesloten.

Als die dingen komen in de documentaire niet voor. Er wordt wel over Lockheed gepraat door oud-minister Bram Stemerdink. Hij doet dat in de sfeer waarvan de hele documentaire doordesemd is, namelijk een kritiekloze, diepe bewondering en eerbied voor Beatrix (harde werker, perfectionist etc.) en het koningshuis. Er valt geen onvertogen woord.

Stemerdink beweerde zelfs dat Beatrix’ dreiging haar moeder niet te zullen opvolgen, de doorslag had gegeven om Bernhard niet voor de rechter te brengen. Dat is onzin.

Maar het is wel de onzin die de NPO, steunpilaar van de monarchie door dik en dun, is toevertrouwd te produceren. Luister maar eens naar een verslag over het koningshuis van Kysia Hekster of Astrid Kersseboom. Beide dames schieten bij die gelegenheden volautomatisch in een staat van langdurige, orgastische vervoering. Het is iets wat je ook bij Jeroen Snel van het royaltyprogramma Koud Bloed kunt zien.

Alles wat Beatrix doet in deze documentaire is als vanzelfsprekend briljant. Of het nou praten is, glimlachen, handen schudden of niet zweten. Ze doet alles professioneel. Zo nodig kan ze heel menselijk overkomen en ze bezit zelfs de capaciteit om verdriet en medeleven te tonen. Zoals ze begaan was met de slachtoffers van de vuurwerkramp in Enschede. Het wordt ons met diepe eerbied verteld. Het hoort natuurlijk gewoon bij haar werk als koningin en ze deed dat inderdaad professioneel. Over haar verdriet bij het overlijden van haar echtgenoot en zoon Friso raakt de documentaire ook niet uitgepraat. Ze ging gewoon dóór, werd met verbazing en eerbied geconstateerd. Zó bijzonder.

Binnen twee weken was ze weer aan het werk. Dat zijn de meesten die iets dergelijks vreselijks overkomt. Het is allemaal in cao’s en dergelijke geregeld. Na een week of zo moet iedereen weer aan de bak. Het is ook het verstandigste wat je kunt doen.  Maar bij Beatrix, als koningin, wordt daar een enorme ophef van gemaakt. Onvoorstelbaar hoe ze dat deed. Bovenmenselijk. Maar ja, de plicht riep. Het enige wat ze had gedaan, was zich normaal menselijk te tonen.

Ook in de kleinste dingen was ze fantastisch en niet te overtreffen. Neem bijvoorbeeld grafisch ontwerper Irma Boom. Ze kreeg opdracht een logo voor het prins Claus fonds te ontwerpen. Claus vond het resultaat prachtig, maar wilde toch goedkeuring van Beatrix. Voordat Boom het wist, werd ze gesommeerd naar het paleis te komen, waar Beatrix haar stevig onderhanden nam. Het ging vooral over het kroontje in het ontwerp. Twee uur lang hamerde Hare Majesteit er bij mevrouw Boom in dat de kroon niet iets is om mee te spelen.

Boom vond dat een uitstekend argument, en als iemand een goed argument heeft ‘breng daar dan maar iets tegen in’. Met een kroon speel je niet, had Hare Majesteit benadrukt. En wie kon dat beter weten dan Beatrix? Zij moest als staatshoofd de kroon beschermen. Zij wás de kroon. Volgens de nog steeds verbouwereerde mevrouw Boom was er geen speld tussen de krijgen.

Claus zelf wilde helemaal geen kroon, maar hij liet zijn vrouw haar gang maar gaan. Het geëmmer over dat kroontje – een totaal onbenullig onderwerp – ging maar liefst zes minuten door.

Wie aandrang mocht voelen de serie alsnog te bekijken, moet dat zeker doen. Geheel onbedoeld leggen de makers de volmaakte onbenulligheid van het ‘moderne’ koningschap bloot.

Collages van Jos Deenen

Een foto zegt meer dan duizend woorden.
Wie de fotocollages van Jos Deenen aanschouwt, zal dat getal aan de krappe kant vinden. Zijn werken over het Oranjehuis, fascisme, religie, de waan van de dag en economische en maatschappelijke misstanden, hebben grote zeggingskracht en staan garant voor het opwekken van emoties. Dat heeft hij gemeen met John Heartfield, die in de jaren twintig en dertig met zijn maatschappijkritische foto-montages velen enthousiast maakte.

Heartfields collages kwamen echter niet zomaar uit de lucht vallen. Het was Pablo Picasso die reeds in zijn kubistische periode de politieke collage in de moderne kunst introduceerde. Voor zijn collage La bouteille de Suze uit 1912, knipte Picasso verschillende teksten uit de krant die handelden over sociale opstanden en de verschrikkingen van de Eerste Balkanoorlog. Na de Eerste Wereldoorlog kwam de door de Franse kubisten ontwikkelde collage voor de Duitse Dadaïsten dan ook als een geschenk uit de hemel. Vooral nadat Adolf Hitler aan de macht was gekomen ging Heartfield, net als Deenen typograaf van huis uit, vol op het orgel. Voor de Arbeiter Illustrierte Zeitung ontwierp hij tientallen titelpagina´s waarmee hij, met gevaar voor eigen leven, de fascisten, hun protegés en propagandapers te lijf ging.

In Nederland is de monarchie, met hun historische band met het fascisme, ook een heikel onderwerp. Er lijkt een stilzwijgende overeenkomst te bestaan om het koningshuis uitsluitend positief te benaderen.
Kranten, radio en televisie berichten zelden of nooit op een zakelijke manier over de familie van Oranje. Alles wordt breed en zeer welwillend uitgemeten; zelfs de meest banale onbenulligheden van de Royals krijgen we als iets bijzonders gepresenteerd. Van een normale, nuchtere berichtgeving is geen sprake.

Toen koningin Beatrix haar troonsafstand aankondigde, transformeerde Nederland voor een paar dagen in het equivalent van Noord-Korea. De media juichten eensgezind over haar fenomenale prestaties, en hoe je ook zocht naar een kritische noot: die was er niet. Haar werkkracht, haar dossierkennis, haar inlevingsvermogen en haar inzichten; niemand zou dat ooit kunnen overtreffen. Als dictator Kim Jong-un van Noord-Korea bij ‘verkiezingen’ 99 procent van de stemmen achter zich krijgt, zeggen we dat hij de uitslag gemanipuleerd heeft. Als wij in koor unisono Beatrix bejubelen, vinden we dat heel normaal.
Een discussie over de monarchie is nauwelijks mogelijk. Daarom is het werk van Deenen zo verfrissend. Hij dwingt je na te denken, wat een heilzame uitwerking kan hebben. Collages geven per definitie een gemanipuleerde realiteit weer, maar de sprookjes die ons over de zegeningen van de monarchie worden aangesmeerd, hebben helemaal niets te maken met welke realiteit dan ook.

In tegenstelling tot de media drukt Deenen ons met de neus op de feiten. Hij is de boze wolf die het sprookje van het koningshuis verscheurt. Zijn concept is tamelijk eenvoudig: hij is direct en hij noemt de dingen bij hun naam.
De media kleuren hun berichtgeving over de monarchie graag oranje. Een goed voorbeeld is het interview  dat Wilfried de Jong koning Willem-Alexander afnam ter gelegenheid van diens vijftigste verjaardag.
De Jong kreeg allerwegen lof toegezwaaid voor zijn vraaggesprek, dat inderdaad een spontane indruk maakte, maar dat tot in detail was geregisseerd. Beide heren speelden hun rol echter met verve, zodat de would be spontaniteit van het scherm afspatte. Maar in werkelijkheid was er niets aan het toeval overgelaten. De RVD is daar heel bedreven in.

De kijkers waren ontroerd dat de koning verdriet had gehad over het tragisch overlijden van zijn broer Friso. Het zou raar zijn geweest als dat niet zo was, maar alles wat de koning zegt en doet (of juist nalaat) is nu eenmaal bijzonder. Héél bijzonder zelfs.
Nederland kreeg het gevoel eindelijk de mens achter de koning te hebben ontdekt. Onzin natuurlijk. Wij, zijn onderdanen, mogen helemaal niets weten over zijn manier van regeren of hoe hij überhaupt over staatszaken en politiek denkt. De koning staat boven de partijen – zo wordt ons voorgehouden – en alles wat hij met zijn ministers overlegt, is staatsgeheim. Dat heet de ‘eenheid van de Kroon’. De koning mag natuurlijk wel zeggen dat hij van sport houdt. Dat is ongevaarlijk en het kan zijn status niet aantasten. Maar bekennen dat hij bijvoorbeeld geen spruitjes lust, zal hem worden afgeraden omdat zoiets slecht zou kunnen vallen bij de tuinbouwbranche. Alles kan gevoelig zijn zodra het de koning of zijn familie raakt. Zelfs spruitjes.

In Nederland weigeren we te erkennen dat de monarchale staatsvorm een verschijnsel uit de grijze oudheid is dat hoognodig aan vervanging toe is. Maar zolang ruim 65 procent van de bevolking al zwijmelt bij de gedachte aan het koningspaar, blijft een meer reële benadering van ons staatsbestel een utopie. Het blijft vechten tegen de bierkaai. Laten we hopen dat de strijd van Deenen om onze ogen te openen mettertijd zijn vruchten zal afwerpen.

LuckyTV heeft laten zien dat een satirische aanpak van het koningschap niet werkt. Het miniprogramma, dat als onderdeel van een talkshow op tv wordt uitgezonden, neemt geregeld Willem-Alexander (‘Willy’) en zijn vrouw Máxima (‘Máx’) op de korrel. Willy praat plat Haags en Máx heeft een gierende lach en een accent dat haar afkomst uit een exotisch buitenland verraadt. LuckyTV spaart het koningspaar niet, maar het effect is precies tegenovergesteld van wat je zou verwachten. Het programma manoeuvreert het stel in de positie van koninklijke underdogs en dat levert hen veel sympathie op.

Zo moet het dus niet en zo pakt Deenen het ook niet aan. Hij beseft dat je moet schokken en treiteren. Dat hij de oranje-adepten zonder omwegen duidelijk moet maken wat voor vlees er in hun koningskuip zit. De kunstenaar herinnert ons eraan dat de vader van Máxima deel uitmaakte van het moorddadige regime van George Videla. Vader Zorreguieta had met prins Bernhard gemeen dat ze beiden glashard logen over hun verleden. De prins over zijn tijd als nazi, terwijl Zorreguita altijd heeft volgehouden dat hij nooit iets heeft geweten van de tienduizenden moorden die de regering Videla op haar geweten had. Máxima geloofde de leugen van haar vader.

Prins Bernhard is voor mensen die de monarchie aan de kaak stellen een geschenk uit de hemel (waarin Deenen overigens ook niet gelooft). Als er iemand is geweest, die heeft laten zien dat hij alles wat niet kon of mocht aan zijn laars lapte, dan was dat Bernhard wel. Maar hoezeer Zijne Koninklijke Hoogheid zich ook misdroeg, zijn misstappen werden met de mantel der liefde bedekt.

Bernhard was lid van de Duitse nazipartij, maar heeft dat zijn leven lang ontkend. Typerend genoeg putte zijn grote aanhang zich uit in verontschuldigingen. Ach die arme Bernhard, partijlid, hij had waarschijnlijk geen andere keus. Het moet hem opgedrongen zijn. De historicus die het nieuws bracht, moest het ontgelden. De prins ging vrijuit.
Bernhard was gek op geld, en had tegelijkertijd een hekel aan betalen. Dat hij door en door corrupt was, weten we sinds de Lockheed-affaire.  Maar Nederland haalde ook toen eendrachtig de schouders op. Wat had de prins niet allemaal voor ons land gedaan? Steevast was dat de reflexmatige reactie op de misstappen van de prins.

De waarheid is dat de prins niets noemenswaardig voor Nederland heeft gedaan, maar juist dát willen we niet horen. Wij herhalen het liefst de jubelverhalen die de prins over zichzelf heeft verzonnen en vervolgens heeft rondgestrooid. Met dank aan de pers.
Nederland heeft het graag over zijn moed, zijn dapperheid en zijn veronderstelde handelsgeest. Soms komen wat besmuikt zijn vele vrouwengeschiedenissen ter sprake. Dat daar ook wel eens een kind uit voortkwam, wordt weggewuifd. Ach ja, Bernhard was een beetje ondeugend.  OK, hij was een schuinsmarcheerder en hij ging wel eens vreemd. Maar welke man droomt daar niet van? Stiekem? Wees nou eerlijk!

Jos Deenen gebruikt prins Bernhard om te laten zien was er mis is met de monarchie. Hij doet dat vlijmscherp, maar ook met gevoel voor humor; zonder echter ooit zijn doel uit het oog te verliezen. Vers bloed voor Oranje gaat niet zachtzinnig om met de leden van het koningshuis. Om bijvoorbeeld te benadrukken dat koninklijke moedermelk niet anders is dan die van gewone vrouwen, transformeert de kunstenaar de borsten van Beatrix, dus van Hare Koninklijke Hoogheid zelve, in een stel enorme uiers, die hij vervolgens weinig flatteus over haar te dikke buik drapeert. Juist die groteske overdrijving laat zien dat de koningin ook maar een mens is.

Prins Bernhard is in Deenens werk vrijwel altijd getooid met een swastika. Het hakenkruis van de nazi’s heeft bij de prins ook een symbolische functie. Hij staat namelijk voor de levenslange leugen van Bernhard dat hij nooit iets met het nazisme te maken had gehad.

Aan het verse bloed dat de Oranjes de laatste eeuw binnenhaalden, het liefst uit het buitenland, zat altijd een luchtje. Prins Hendrik was een notoire hoerenloper, Bernhard was corrupt en loog tegen de klippen op, Claus viel mee op basis wat we tot dusver van hem weten,  en Máxima is de dochter van een vader die medeverantwoordelijk was voor tienduizenden politieke moorden. Dat mogen we haar vanzelfsprekend niet aanrekenen. Wél dat ze haar vader op zijn woord heeft geloofd.

Als men met Deenen over diens politiek geëngageerd werk in discussie gaat refereert hij graag aan een werk uit 1926 van Heartfields kompaan George Grosz: Die Stützen der Gesellschaft. In deze collageachtige compositie, die veel overeenkomsten vertoont met De Kruisdraging van Jheronimus Bosch, worden die zogenaamde steunen van de maatschappij weinig flatteus afgebeeld: de politicus, de militair, de clericus, de kapitalist en de journalist. Dit werd George Grosz niet bepaald in dank afgenomen. In 1918 was hij al eens wegens smaad en laster jegens der Reichswehr en blasfemie voor het gerecht gesleept. Tijdens de behandeling van die rechtszaak ontspon er zich een aardige dialoog tussen de voorzitter van de rechtbank, mijnheer Ohnesorge -what’s in a name- en George Grosz.
Een eeuw na dato is deze discussie over vrijheid van meningsuiting nog lang niet verzuurd:

Ohnesorge: “Bent U, mijnheer Grosz, achteraf nooit op het idee gekomen, dat de openbare zedelijkheid niet verstoord mag worden en niet vestoord zal worden, ook niet door kunstenaars?”
Grosz:  “Alleen al  door de tentoonstelling, van de  meest verschrikkelijke dingen uit mijn werken, waarvan men kan aannemen dat een deel van de bevolking zich er aan stoort, wordt er naar mijn mening een grote opvoedkundige prestatie geleverd (…) Bij het ontwerpen van deze dingen hou ik me niet bezig met wetten, maar werk ik vanuit de tijd en mijn eigen artistieke ik – waarbij ik de nadruk niet eens op ‘kunstenaar’ wil leggen, maar op mijn gevoelsindrukken, die mij misschien wel meer bedrukken dan andere mensen. En dan vraag ik mezelf niet af of ik iemand beledig, ik ervaar het als mijn persoonlijke missie…”

In 1994, een jaar vóórdat het door Bernhard verzwegen lidmaatschap van de NSDAP voorpaginanieuws werd, belandde Jos Deenen zelf in de cel. Hij was op het station in Venlo door de politie opgepakt omdat hij met hakenkruisvlaggen gelardeerde flyers uitdeelde met als titel: Was Prins Bernhard een SS-er? “Opruiende linkse propaganda…”,werd hem te kennen gegeven.

Jos Deenen, De geboorte van een universele déjá ervaring, 416 pagina’s, prijs € 35. Verkrijgbaar bij Grafisch Atelier de Franse Rebubliek, Parkstraat 33, Venlo of via josdeenen@home.nl
Tentoonstelling van zijn nieuwste werk: 7-28 maart in De Maaspoort, Oude Markt 30, Venlo.

                                  Dit artikel verscheen ook in Argus van 3 maart 2020

Het moet er eens van komen

De excuses van Rutte voor het optreden van de Nederlandse regering tijdens de oorlog zijn in joodse kring warm ontvangen. Maar het kan beter. Weliswaar wordt de regering gevormd door de ministers en de koning(in), maar Wilhelmina heeft zichzelf met haar overhaaste vlucht naar Engeland zo geblameerd dat het de huidige koning zou sieren namens zijn familie óók zijn excuses aan te bieden. De Oranjes negeerden wel vaker de ministeriële verantwoordelijkheid. In dit geval zou niemand dat de koning kwalijk nemen.

Het was een smadelijke vlucht. Temeer omdat kroonprinses Juliana nog op 8 mei 1940 had beweerd dat het huis van Oranje vijf eeuwen lang voor geen enkel gevaar was gevlucht en dat ook nooit zou doen: ‘Onze plaats is hier in Nederland. (…) We zullen nooit onzen post verlaten.’ Op 13 mei arriveerde Wilhelmina in Londen. Juliana was er al. De Familie had trouwens al twee keer eerder het hazenpad gekozen (in 1567 en 1795), maar dat terzijde.

Koningin Wilhelmina had toen ze vluchtte al een slechte staat van dienst wat joden betrof. Na de Kristallnacht(1938) zwol de stroom joodse vluchtelingen aan en dus de behoefte aan een vluchtelingenkamp. De keuze viel op de Veluwe maar Wilhelmina wenste, zo liet ze van haar vakantieadres weten, geen kamp in haar ‘achtertuin’. De keuze viel toen op Westerbork in het verre Drenthe.

Wilhelmina heeft altijd beweerd dat ze niet wilde vluchten. Het ‘overkwam’ haar door omstandigheden maar er zijn voldoende bewijzen dat haar vlucht was gepland.  Wilhelmina vluchtte apart van de ministers die niet eens wisten waar de koningin uithing. De vlucht was bovendien in strijd met de grondwet (artikel 21), maar wie dat te berde durfde brengen was een zeur. ‘Nood breekt wet’. De vlucht was niet alleen slecht voorbereid maar ook niet goed  doordacht. De regering had in 1937 weliswaar ‘Aanwijzingen’ voor ambtenaren laten opstellen voor het geval Nederland zou worden bezet, maar die waren zo vaag dat ze onwerkbaar waren. Wilhelmina en haar ministers in Londen hadden geen benul wat er in Nederland speelde. Alle verantwoording was afgeschoven op ambtenaren, maar die hadden weinig zin die op zich te nemen.Dus ging het mis.

In Londen trok Wilhelmina macht naar zich toe ten koste van de ministers. Haar praatjes voor radio Oranje zouden – zo wil de mythe – Nederland door de oorlog hebben gesleept. Nog daar gelaten dat dat pertinente onzin is, heeft Wilhelmina zich maar een enkele maal over de Jodenvervolging uitgelaten. Keer op keer viel ze de bezetter in ‘vlammende bewoordingen’ aan, maar niet als het om joodse medeburgers ging.
Interesseerde Wilhelmina het lot van de joden niet? Of zat er ook wat wrok? De joodse bourgeoisie droeg het koningshuis een warm hart toe, maar de veel grotere joodse arbeidersklasse telde sinds het einde van de 19e eeuw veel communisten en socialisten die de monarchie in principe afwezen. De instelling van Wilhelmina jegens politiek links was, zacht uitgedrukt,  afwijzend. Was de koningin wellicht een tikkeltje antisemitisch? Dat zou niet uitzonderlijk zijn. Volgens historicus Loe de Jong leden sommige ministers aan een vorm van ‘mild antisemitisme’. Op de manier zoals je ook wel antikatholieke sentimenten aantrof (waarvan Wilhelmina ook niet vrij was).

Journaliste en classica Henriëtte Boas bezocht Wilhelmina als Engelandvaarder. Ze kreeg strenge, protocollaire instructies: richt in geen geval het woord tot Hare Majesteit. Boas trok zich daar niets van aan. Op de vraag van Wilhelmina hoe het ging antwoordde ze ‘goed’, maar met de Joden in Nederland gaat het niet goed.’ Wilhelmina stond abrupt op: ‘Dat heb ik u niet gevraagd’ en liep weg.

Hoog tijd dus dat Willem-Alexander zijn excuses aanbied voor de laksheid van zijn overgrootmoeder. Want meer dan haar ministers was Wilhelmina hét gezicht van de regering.

                             Dit stukje verscheen eerder in Argus, 18 februari 2019

Geld, een bijbaan en een vliegtuig

We beseffen volgens de RVD  allemaal dat de koning op buitenlandse handels-missies gouden megacontracten binnenhaalt. Hij doet deuren opengaan die anders gesloten zouden blijven.
In het buitenland gaan ze meteen plat zodra Willem-Alexander zijn entree maakt en als Máxima haar glimlach toont, verdwijnt iedere gedacht aan winst achter de horizon. Normaal hebben juristen een jaar nodig om waterdichte contracten op te stellen, maar door de magie van het koningspaar is dat in een dagje gepiept. Alle juridische obstakels en fiscale hindernissen verdwijnen als sneeuw voor de Oranjezon.  Lachje, contract tekenen en Nederland heeft weer miljardenorders en extra werkgelegenheid.

Dat het echtpaar deuren kan openen die anders gesloten blijven is waar. Een eerlijk zakenman komt Saoedi-Arabië, Brunei of andere schurkenstaten niet binnen. Het zijn landen met een monarch die qua opvattingen in de duistere Middeleeuwen is blijven steken. Onze monarchie is een instituut dat zijn wortels heeft in diezelfde duistere Middeleeuwen en is daarom altijd welkom. Ons koningspaar is dik bevriend met de Saudische kroonprins Mohammed Bin Salman die vorig jaar opdracht gaf de dissidente journalist Kashoggi af te slachten. Daaraan dankt hij zijn bijnaam ‘de Slager’. Van fijne vrienden moeten we het hebben, zag je Máxima – voor een foto poserend met de Slager – stralend lachend denken.

Máxima is vaak op reis voor de Verenigde Naties als ambassadrice voor ‘inclusieve financiering’. Dat is zo vaag dat je het aan niemand kunt uitleggen, wat vermoedelijk de reden is dat je er verder weinig over hoort of leest. Het moet iets te maken hebben met geld en arme mensen die recht hebben op een eigen bankrekening. De VN dacht daarom meteen aan Máxima. Ze heeft verstand van geld en bovendien leert ze haar dochters zuinig met geld omgaan. Ze krijgen een luttel bedrag per week omdat ze het belang van geld moet leren kennen. Dat zal bij kroonprinses Amalia niet werken want zodra ze achttien wordt (in 2021), krijgt ze prompt anderhalf miljoen euro per jaar. Weg opvoeding.

Máxima krijgt 150.000 euro per jaar als VN-ambassadrice. Niet van de VN, maar van de Nederlandse regering. Daarvan gaat ze zo’n tien keer per jaar op reis. Dat is 15.000 euro per trip. Behalve die anderhalve ton krijgt ze van de staat 1.020.000 als inkomen en onkostenvergoeding.

Geen wonder dat het koningspaar een (duurzaam!) vliegtuig wilde. Alleen daarmee kan het alle zegeningen die het voor Nederland bewerkstelligt realiseren.
Dat het nieuwe vliegtuig brandstofzuinig is en verder zo groen dat zelfs Greta Thunberg er best in zou willen vliegen, zonder last van haar geweten te krijgen, spreekt voor zich.

Sinds afgelopen zomer heeft het echtpaar de beschikking over een Boeing 737 waarvoor
Willem-Alexander al een vliegbrevet had. Maar dat had vanzelfsprekend niets met de aankoop te maken. Met de uitstekende (en miljoenen goedkopere) alternatieven was echt van alles mis. Vliegend brandhout was het. W.A. wilde niet eens gezien worden met een brevet voor die rot kisten. Een eis was dat het toestel non-stop naar de overzeese gebiedsdelen kon vliegen. Dat kon de oude KBX niet en dat was gewoon te gek voor woorden.  Het toestel staat geregistreerd als PH-GOV. Het oude toestel heette PH-KBX naar koningin Beatrix. ‘GOV’ staat voor regering, wat zakelijker overkomt dan PH-KWA.

De koning heeft wel absolute voorrang als hij wil vliegen. Máxima iets minder, maar in de praktijk legt niemand haar een strobreed in de weg als ze een paar leuke schoentjes in Milaan wil scoren.

Bij de perspresentatie van de PH-GOV was alles groen, zakelijk en efficiënt wat de klok sloeg. Het toestel was véél zuiniger dan zijn voorganger. Logisch. Dat ding was twintig jaar oud en de techniek staat niet stil.

De oorspronkelijke 100 zitplaatsen zijn teruggebracht naar 24. Dat moest omdat er aan boord kei- en keihard wordt gewerkt. Dan moet je wel de ruimte hebben. Er is satellietverbinding, Wifi en de gebruikte materialen zijn op hun gewicht geselecteerd, want iedere kilo méér kost extra geld aan brandstof. Daarvan is het koningspaar tot in hun tenen doordrongen. Maar die tenen (plus de rest) moeten na dat keiharde werken wel even onder de douche. Dat was een complex probleem waarover ook Willem-Alexander (ex-watermanagement!) zijn hoofd heeft gebroken.

Dankzij veel technisch vernuft is het toch gelukt en kan de koning rechtop, in zijn volle lengte, onder de douche. Het toilet is zo groot dat er moeiteloos zes stoelen economy class in zouden passen, maar juist daardoor een wonder van efficiëntie en duurzaamheid. Kortom: we kunnen nieuwe miljardenorders – gegarandeerd klimaatneutraal – met vertrouwen tegemoet zien.

           Dit stuk verscheen ook als column in ‘De Republikein’, nr. 4, december 2019.

Máxima heeft zich uitstekend aangepast

De Oranjes hoeven nauwelijks belasting te betalen, maar zelfs het luttele dat ze de fiscus verschuldigd zijn, proberen ze te ontwijken. Máxima heeft zich moeiteloos aangepast aan de gewoonte
van haar schoonfamilie. Toen de RVD onlangs beweerde dat de koningin teveel belasting had betaald, wist ik dat de dienst weer eens bezig was ons een loer te draaien.

Máxima had volgens krantenberichten immers niet te veel maar juist te weinig afgedragen voor haar landgoed van drieduizend hectare in Patagonië (Zuid-Argentinië). Op Máxima’s terrein staat een luxe hotel met vijf kamers dat wordt gerund door haar peettante Marcela. Als Máxima zelf met haar familie komt logeren gaat Estancia Pilpilcura voor gewone gasten op slot.

Veel rijke buitenlanders hebben grond in Patagonië gekocht. Wat ze met elkaar gemeen hebben is een belastingfobie.
SusanaLara, een plaatselijke onderzoeksjournaliste, wilde weten of die grootgrondbezitters netjes hun belasting afdragen. Een beetje rare onderzoeksvraag. We weten immers allemaal dat rijke mensen weinig of geen geld naar de fiscus overmaken.

De uitkomst van haar onderzoek was dan ook voorspelbaar. Ze betaalden allemaal te weinig. Ook Máxima, de koningin van de microkredieten, maakte maar een microbedragje aan de fiscus over. Ze had wel iets betaald voor haar landgoed, maar helemaal niets voor de bebouwing.
En laat ze nou ook nog ‘vergeten’ hebben op te geven dat tante Marcela namens haar Estancia Pilpilcura runt. Hotels zijn verboden. Volgens het bestemmingsplan is alleen landbouw, veeteelt of mijnbouw toegestaan.

Onze ambassadeur in Argentinië besprak de kwestie met de gouverneur van de provincie Rio Negro waar Máxima’s landgoed ligt. Was het waar dat ze belasting had ontdoken? De gouverneur verzekerde dat daarvan geen sprake was. En het hotel dan dat in strijd was met het bestemmingsplan? De gouverneur stelde zich flexibel op en vond dus niet dat er sprake was van commerciële activiteiten die toestemming behoefden.

Of de gouverneur ruggenspraak heeft gehouden met president Mauricio Macri weten we niet. Kerst 2016 bracht de familie Macri, samen met Máxima en haar gezin door, op Estancia Pilpilcura.
Uit stukken van de belastingdienst blijkt dat Máxima inmiddels alle verschuldigde belastingen heeft betaald en dat ook haar onroerend goed nu geregistreerd staat. Maar wel pas ná verschijning van het artikel van Lara.

Volgens de ambassade berustte alles op een misverstand. Volgens Lara is dat onzin. Máxima heeft 10 jaar aantoonbaar te weinig betaald. In plaats van een boete boete kreeg ze alle begrip. Het ging trouwens maar om een luttel bedrag: het perceel en de bebouwing had maandelijks ongeveer 100 euro aan belasting moeten opbrengen.

De RVD verklaarde namens de koningin dat er administratieve fouten waren gemaakt waarvan de schuld geheel bij de Argentijnse overheid lag. Máxima had zelfs té veel belasting betaald. Toen de noodtoestand in de provincie van kracht was en ‘volgens lokale regelgeving het betalen van belasting niet aan de orde was, is koningin Máxima wel onverplicht belasting blijven betalen.’
Voortaan beter opletten Máx! Oranjes smijten nooit geld over de balk.

Dit stuk verscheen eerder in De Republikein, nummer. 3, september 2019

 

Geld, Koningshuis en Onkosten

Als het om geld, onkostenvergoedingen en het Huis van Oranje gaat, verandert er nooit iets. Ministers verzinnen uitvluchten en draaien  steevast om de hete brij heen. Voor problemen met het koningshuis zijn ze allergisch.
Hieronder een fragment uit mijn boek Bernhard. Niets was wat het leek  uit 2014. De prins had een excessieve vloot aan rijdend en vliegend materiaal waarvoor de belastingbetaler moest opdraaien. Ministers verduisterden daarom de kosten van Bernhard om gezeur, kritiek en erger te voorkomen. De overeenkomsten met de meubelinterieurkwestie die NRC vandaag naar buiten bracht zijn buitengewoon opvallend.

Neveninkomsten

Wat bracht Bernhard tot zijn nering? Als echtgenoot van Juliana toucheerde hij twee ton per jaar van de Nederlandse Staat. Als Inspecteur-generaal van de Koninklijke Landmacht kreeg hij een vergoeding in de vorm van representatiekosten van 10000 gulden per jaar. Voor zijn nieuwe taak had de prins een auto nodig. Het onderhoud en de benzinekosten kon hij declareren. Over onkostenvergoedingen koesterde de prins ruime opvattingen. Alle facturen stuurde hij door naar het ministerie van Oorlog. Een auto hoefde hij uiteraard niet uit zijn representatiekosten te betalen. Bernhard had auto’s bij de vleet. Vliegtuigen trouwens ook.

Hij was al spoedig de grootse particuliere auto- en vliegtuigbezitter van Nederland. Sommige auto’s waren eigen bezit, maar de meeste waren achtergelaten door de bezetter en vielen de Nederlandse staat toe als oorlogsbuit. Bernhard had daar geen boodschap aan. Hij nam wat hij wilde en liet ook de mannen van zijn BS delen in de confiscatievreugde. Het maakte hem buitengewoon populair. De redenering binnen de BS was dat na vijf jaar van roven door de Duitsers het nu hoog tijd was voor revanche onder het motto ‘pak wat je pakken kunt’.
(…)
Bernhard en zijn staf op Het Loo hadden een eigen luchtmacht en wagenpark met daarin onder andere de geconfisqueerde Mercedes van de Duitse Rijkscommissaris Seyss-Inquart. Het was de gewoonte om achtergelaten Duitse auto’s bij de prins in te leveren. Zo bezat hij een Lancia en een Alfa Romeo, zes Mercedessen, een Buick, een Horch en een Mercury Sedan. Zijn staf reed rond in acht jeeps. Bernhard schuwde ook de betere motorfiets niet en had twee Harleys, een B.S.A., een Calthorpe, een Matchless en een Ariel in zijn stal. Verder stonden er vrachtauto’s jeeps en amfibievoertuigen op zijn naam.

Een aantal auto’s werd door Bernhards persoonlijke staf gebruikt; de rekeningen gingen naar het ministerie van Oorlog. Dat hij tegelijkertijd over een aantal vliegtuigen beschikte, kon de minister evenmin zijn ontgaan, want de onkosten- en brandstofrekeningen belandden allemaal op zijn bureau. Wat een Inspecteur-generaal van de landmacht met al dat vliegend en rijdend materieel moest wist niemand, maar zoals gewoonlijk vonden de meeste betrokken bewindslieden het moeilijk hem terecht te wijzen, laat staan vragen te stellen.

De prins zelf vond zijn vliegende speeltjes wat aan de kleine kant. Hij bezat vijf, mogelijk zes toestellen. Twee ervan had hij in de oorlog cadeau gekregen, vier waren in beslag genomen Duitse vliegtuigen. Bernhard eiste voor zichzelf een toestel met meer allure, een Inspecteur-generaal van de krijgsmacht waardig. Na de oorlog was er keuze genoeg, en zijn vriend Bedell Smith had een prachtige Dakota in de aanbieding. De minister van Oorlog moest het toestel vanzelfsprekend betalen, hoewel hij niet overtuigd was van het nut.

Om hem over de streep te halen onderstreepte Bernhard dat het vliegtuig door zowel koningin Wilhelmina, als prinses Juliana en hemzelf kon worden gebruikt voor officiële reizen. Ook leden van het kabinet zouden er gebruik van kunnen maken. Via wat rekensommetjes liet hij zien hoe stom het zou zijn de Dakota niet te kopen. En voor de prijs hoefde de regering het niet te laten. Een vriendenprijsje. Om de zaak te bespoedigen schreef hij de minister-president dat de minister van Oorlog de indruk had gewekt dat de zaak in orde was. Bernhard had het ontvangstbewijs voor de machine persoonlijk getekend, ‘te goeder trouw’ uiteraard, zodat hij nu verantwoordelijk was voor de betaling. Dat besefte hij heel goed, maar hij verwachtte wel een bevredigende oplossing voor de kwestie. Die kwam er. Het ministerie draaide op voor de benodigde 25000 dollars en Bernhard kon ermee vliegen wanneer het hem uitkwam. Op kosten van de staat en vanaf Soesterberg. Wel zo handig als je in het Gooi woont.

De representatiekosten voor Inspecteur-generaal, op papier vastgesteld op 10000 gulden per jaar, kreeg hij direct op zijn rekening gestort. Alle kosten die hij maakte declareerde hij naar eigen goeddunken. De Dakota had hij op handige wijze de regering in de maag gesplitst, zodat hij daar vanuit declaratieoogpunt geen omkijken meer naar had. Hij kon het toestel steeds met voorrang gebruiken (heden ten dage geniet het staatshoofd nog steeds voorrang, ook boven de minister-president). De luchtvloot van Bernhard stond bekend als de ‘Vliegdienst van Z.K.H. Prins Bernhard’.

De kosten voor het uitgebreide wagenpark en de kleine vloot vliegtuigen liepen behoorlijk op – zeker in een land waar geld schaars was – maar geprotesteerd werd er nauwelijks. Het ministerie van Oorlog draaide grotendeels op voor het onderhoud en brandstofkosten.
Voor de tweede helft van 1945 alleen al diende de prins een declaratie in voor vliegtuigonderhoud van 8000 gulden. Hij was toen nog maar vier maanden in dienst als Inspecteur-generaal. Vanzelfsprekend betaalde hij de onkosten van zijn omvangrijke staf, ondergebracht in twee villa’s, evenmin uit eigen zak. Het ministerie van Oorlog besloot om het onderhoud voor vliegtuigen die als privé-eigendom werden beschouwd per 1 augustus 1946 stop te zetten. Er werden geen woorden aan vuil gemaakt dat het eigenlijk staatseigendom was. De minister van Oorlog liet niet na erop te wijzen dat de 10000 gulden representatiekosten van de prins een ‘billijke vergoeding’ was voor de onkosten die uit de vervulling van zijn functie als Inspecteur-generaal voortvloeiden.

De Algemene Rekenkamer constateerde in een brief aan de minister-president dat de kosten de pan uit rezen. Ze somde op: het stafkwartier de Zwaluwenberg in Hilversum met een huurprijs van 5040 gulden per jaar terwijl de inrichting van het gebouw 47000 gulden had gekost. Voor het onderhoud van de tuinen en het complex stond 5000 in de boeken. De huisvesting van zijn adjudant vergde 3000 per jaar, voor de huisvesting van een Canadese luitenant-kolonel militair was nog geen bedrag bekend (net zo min als wat hij daar te zoeken had). De Vliegdienst van de Inspecteur-generaal van de Landmacht had 1 augustus 1946 30000 gulden gekost, en verder waren er nog een aantal punten van discussie.

De Rekenkamer wilde graag weten wat ‘de doelmatigheid’ van al die uitgaven was. De Rekenkamer maakte er ook bezwaar tegen dat al die uitgaven waren verspreid over een ‘groot aantal begrootingsposten’. Vanuit het oogpunt van overzichtelijkheid prefereerde de Rekenkamer een begrotingspost waarop alle uitgaven waren verantwoord die verband hielden met ‘de positie van Zijne Koninklijke Hoogheid.’

De minister van Oorlog, door de minister-president om commentaar gevraagd, vond dat de kosten ‘redelijk en verantwoord’ waren. Tegelijkertijd maakte hij bezwaar om de uitgaven van prins Bernhard op één begrotingspost samen te vatten. Vermoedelijk omdat hij de kosten – in weerwil van zijn eigen woorden – eigenlijk te hoog vond. Als die onder één noemer werden gebracht zou dat kunnen leiden ‘tot een openbare en zeer zekere ongewenste kritiek op de uitgaven van Zijne Koninklijke Hoogheid’.

Uit: Bernhard. Niets was wat het leek, pp. 210-213
De eindnoten (bronnen) zijn in dit fragment weggelaten, maar staan uiteraard wel in het boek.

Voor het NRC-artikel: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/09/08/de-geheime-deal-rond-de-paleismeubels-van-de-koninklijke-familie-a3972645