Willem-Alexander hield zich in zijn recente videoboodschap over het toekomstig gebruik van de Gouden Koets lafhartig op de vlakte. ‘De Gouden Koets zal pas weer kunnen rijden als Nederland daar klaar voor is.’ Hij wekte zelf de indruk maar al te graag te willen.

Jan Snoek, vast speechschrijver van W.A., die zelf kan schrijven noch speechen, had er een raar verhaaltje van gemaakt. Wie de speech beoordeelt op dooddoeners kan zijn hart ophalen. ‘s Konings babbeltje stond bol van ‘verbinding’, ‘samen’, ‘eenheid’ en ander blabla.

De presentatie week sterk af van de manier waarop hij de laatste jaren zijn Kerstboodschappen presenteerde. Dat waren evenzovele rampen want Willem-Alexander weet zich met zijn handen geen raad. Zijn optredens riepen bij mij associaties op met een reclame voor Duracellbaterijen waar een speelgoedkonijntje op zijn laatste stroomstootjes schokkerige bewegingen maakt voordat hij tot stilstand komt.

Dat zijn handen ditmaal niet te zien waren, miste ik raar genoeg ook een beetje. Als je het geluid afzette, kreeg je de indruk dat Willem-Alexander stond te pochen over de vissen die hij had gevangen. ‘Die ik ving was zó groot maar die van mijn buurman was van het formaat guppie’. En – húps – daar gingen zijn handen dan weer om zijn verhaal kracht bij te zetten. Mijn visserslatijntheorie heb ik in de praktijk kunnen toetsen. Ik vroeg mijn kleinzoon Vince (3) waar die man op TV het over had. ‘Vissen’ sprak hij beslist.

Het is verbazingwekkend dat W.A. nog steeds wegkomt met het koloniale verleden van zijn familie. Als we de balans opmaken van het aantal doden in Indonesië ten gevolge van de Nederlandse koloniale oorlogen is dat schrikbarend. Sinds de stichting van het Koninkrijk in 1815 zijn er ruim een half miljoen mensen over de kling gejaagd.

De gewraakte afbeelding op zijn geliefde Koets – Hulde der Koloniën – past alleen al vanwege al die omgebrachte mannen, vrouwen en zelfs kinderen niet meer in deze tijd. Niks hulde. Ruim 500.000 mensen werden gedood in de tijd dat Nederland een Oranje als staatshoofd had. De Belgen, wier koning Leopold II zich in de Congo tussen 1880 en 1910 misdadig misdroeg, hebben zich wél rekenschap gegeven van die periode. Willem-Alexander echter gaat schaamteloos voorbij aan zijn eigen achtergrond en geschiedenis. Marc Rutte, premier én historicus, zul je er evenmin over horen.

Enkele historici hebben zich opgewonden over het gebruik van het woord ‘bersiap’. Bersiap betekent ‘sta paraat!’. Het woord zou racistisch zijn en verboden moeten worden op de tentoonstelling over de Indonesische onafhankelijkheidstrijd in het Rijksmuseum. Kunnen ze niet beter de rol van de Oranjes eens onder de loep nemen?

De geschiedenis van de Gouden Koets zelf in evenmin fris. Het rijtuig was een ‘geschenk’ van de Amsterdamse bevolking op initiatief van de ‘Oranjevriendenkring’ bij de inhuldiging van Wilhelmina (1898). Louis Hermans, de vleesgeworden nachtmerrie van de Oranjes in die dagen en uitgever van het satirische weekblad De Roode Duivel maakte zich er woedend over in zijn brochure De Gouden kwartjeswagen.  

Tabakszaken verkochten Volksaandelen van een kwartje om het geld bijeen te brengen. Hermans vond dat schandelijk want de werkloosheid was deprimerend hoog. ‘Aan de ledige haard van den werkman grijnst het spook van den honger en de sporen van gebrek zijn op de smalle bleeke gezichtjes uwer kinderen duidelijk merkbaar.’

Het ging niet aan arme mensen geld uit de zak te kloppen door te speculeren op ‘gevoelens van eerbied of liefde’.

Zelden had iemand zo gelijk. Als je zeven gulden in de week verdient om een kinderrijk gezin te onderhouden, is een kwartje veel geld.

De koets moet in het museum blijven. De monarchie hoort daar trouwens ook thuis.

Dit stuk verscheen eerder in De Republikein, nummer 1, maart 2022

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.