Berichten

Wat kost het Nederlandse koningshuis de belastingbetaler per jaar? In ieder geval veel meer dan de Rijksbegroting ons wil doen geloven. De totale uitgaven voor Willem-Alexander, Máxima en Beatrix (de ‘uitkeringtrekkers’ in het jargon) komen dit jaar uit op 59,4 miljoen euro.  Volgens een nieuw onderzoek van het tijdschrift De Republikein in samenwerking met het Republikeins Genoot-schap zou dat minstens 349 miljoen euro moeten zijn. Via WillyLeaks@deRepublikein.nl  kregen de onderzoekers veel informatie binnen van onder meer ambtenaren die hun grieven kwijt wilden.

De beveiligingskosten zijn geheim, maar we moeten rekenen op minimaal 40 miljoen euro per jaar. Koningsdag is ook niet gratis. De gemeente die de koning en zijn familie ontvangt, is ongeveer een miljoen kwijt. Koninklijke ‘flitsbezoeken’ aan dorpen en steden (en dat zijn er ongeveer  350 per jaar door Willem-Alexander en Máxima) kosten aan beveiliging en omzetverlies van de middenstand circa 75.000 euro.
Nederland heeft wereldwijd zo’n 140 ambassades en consulaten. De ambassades hebben vaak ruimtes die uitsluitend ten dienste staat voor koninklijk bezoek. Ze staan bijna altijd leeg, maar brengen wel onderhoudskosten met zich mee. Dankzij WillyLeaks weten we dat onze royals in de praktijk vaak liever kiezen voor een suite in een peperduur hotel. Dat kost extra geld, ook voor beveiliging.

Toen Willem-Alexander nog kroonprins was en als hobby aan waterbeheer deed, ontstond er op het ministerie van Waterstaat een complete ambtelijke unit ter ondersteuning van zijn liefhebberij.

De ambassade in Parijs mag zich regelmatig verheugen in een bezoekje van Máxima die bij het kopen van haar schoenen en haute couture het liefst onopvallend in Parijs verblijft en bekende hotels mijdt. Het koningshuis neemt het regeringsvliegtuig volgens de RVD altijd in het nationale belang. Schoentjes en kleding van de koningin vallen daar kennelijk ook onder. En natuurlijk moet er bewaking mee.

Alle contacten in het buitenland, ook als ze privé zijn, worden door Buitenlandse Zaken begeleid en ondersteund. Alle gesprekken, hoe futiel ook, worden voorbereid.
Consulaten en ambassades zijn wekenlang in de weer om niets aan het toeval over te laten. Ambtenaren die vonden dat privé-activiteiten buiten hun functieomschrijving vielen, klaagden liever niet, omdat het hun carrièrekansen schaadde.

Het rapport besteedt veel aandacht aan het vermogen van de koning. Het is niet uitgesloten dat de fiscus miljoenen misloopt. Het rapport beweert niet dat de koning fraude pleegt, maar de omvang van hun vermogen, door Quote geschat op circa 900 miljoen, is gezien de historisch traceerbare opbouw van het Oranjekapitaal onwaarschijnlijk laag.
De RVD beweerde aan de vooravond van Willem-Alexanders koningsdagbezoek aan Groningen dat hij geen aandelen heeft in Shell of andere ‘koninklijke’ bedrijven, zoals Philips.

Met het oog op de Groningse gasbevingen was dat een handige zet. Maar volgens de voormalig  directeur van het Koninklijk Huisarchief, Bernhard Woelderink, heeft de familie wel degelijk aandelen Shell en Philips. Misschien staan ze niet op naam van de koning, maar op die van Beatrix of mogelijk zijn ze ondergebracht in stichtingen of trusts. Mogelijkheden zat en dat de Oranjes de offshore wegen kennen én bewandelen is al vaker in het nieuws geweest.

Dit artikel verscheen eerder in Argus

Vandaag (5 juli) begint in Buenos Aires de advocaat van de oud-Transaviapiloot Julio Poch aan de tweede dag van zijn slotpleidooi. De Nederlands-Argentijnse piloot zou betrokken zijn geweest bij dodenvluchten ten tijde van de Argentijnse junta (1976-1983).
Een andere geboren Argentijn, Jorge Zorreguieta, wordt al jarenlang verdacht van medeplichtigheid aan de verdwijning van politieke gevangenen in Argentinië. Hem is tot dusver weinig in de weg gelegd want de schoonvader van koning Willem-Alexander voor de rechter slepen doen we liever niet. Dat was zo in het verleden en dat is nog steeds zo.

Voor een gevalletje van majesteitsschennis mag je het OM altijd uit bed bellen maar voor een aanklacht die de Koninklijke familie raakt ligt dat anders. Tegen een type als de `Damschreeuwer’ rukt het OM voortvarend uit en de man die een waxinelichthouder naar de Gouden Koets gooide zag zich eveneens geconfronteerd met een onverbiddelijk OM. Hoe de aanklachtprocedure precies in zijn werk gaat blijft geheim, maar duidelijk is wel dat Beatrix destijds als dienstdoende koningin nooit heeft laten blijken bezwaar te maken tegen zo’n ferme aanpak. Maar als je niet tot de familie behoort ligt dat anders. Vindt blijkbaar ook het OM.

Het OM bemoeide zich namelijk wél met Julio Poch, de Transaviapiloot die tijdens de ‘vuile oorlog’ in Argentinië deel zou hebben genomen aan ‘dodenvluchten’.
De zaak kent een lange voorgeschiedenis. Tijdens het Videlaregime (1976-1981) was Zorreguieta onderminister van Landbouw; van 1979 tot 1981 was hij minister. Videla kwam via een coup aan de macht. Argentijnen herinneren zich zijn schrikbewind als een periode waarin ongeveer 30.000 linkse landgenoten spoorloos verdwenen. Gemartelde, maar nog levende slachtoffers, werden gedrogeerd vanuit een vliegtuig in zee gedumpt om te verdrinken. Poch zou daaraan hebben meegedaan. Zorreguieta heeft altijd beweerd nooit iets te hebben geweten van de verdwijningen. Uniek, want praktisch geen Argentijn is dat ontgaan. De hele wereld kende de beelden van de `Dwaze Moeders’ op het Plaza de Mayo in Buenos Aires. Ze liepen daar iedere donderdag hun rondjes uit protest tegen de verdwijning van hun zonen en dochters. Het kantoor van Zorreguieta stond praktisch op het Plaza. Maar nooit was hem iets opgevallen.
Voor Nederland werd Zorreguieta`s selectieve blindheid een politiek probleem toen zijn dochter ging trouwen met Willem-Alexander. Voor premier Wim Kok was het een nachtmerrie. Mocht de vader van Máxima het huwelijk van zijn dochter bijwonen? Was hij als lid van de regering niet (mede)verantwoordelijk voor de verdwijningen?

In 2000 stuurde Kok prof. Michiel Baud, Latijns-Amerikadeskundige, voor onderzoek naar Argentinië. Dat Zorreguieta persoonlijk betrokken was geweest bij de verdwijningen sloot Baud praktisch uit maar anderzijds vond hij het ondenkbaar dat Zorreguieta niets van de verdwijningen zou hebben geweten. Al in 1979 publiceerde de Organisatie van Amerikaanse Staten een rapport over de moorden en verdwijningen in Argentinië. Veel regeringsfunctionarissen – in het besef dat Videla`s regime niet eeuwig was – hebben met een smoes een goed heenkomen gezocht. Maar Zorreguieta, door Videla persoonlijk benoemd, bleef op zijn post. De dictator, zelf tot levenslang veroordeeld (en inmiddels overleden), had kennelijk alle vertrouwen in hem.

Sinds het rapport-Baud is er veel veranderd in Argentinië, maar Zorreguieta heeft nooit iets laten blijken van spijt, laat staan van medegevoel voor de slachtoffers. Zijn Nederlandse schoonzoon en toen nog kroonprins Willem-Alexander zweeg niet, maar bleek weinig van de kwestie te hebben begrepen. Toen de RVD even niet oplette, beweerde de prins dat je ook anders naar de zaak kon kijken. De conclusie van Baud was ook maar een mening waar andere tegenover stonden. De prins doelde op een ingezonden brief (uit `open bron’, zoals hij het noemde) die – naar spoedig zou blijken – door Videla zelf was geschreven.

Máxima noemde het inschattingsfoutje van haar verloofde, in Leiden afgestudeerd als historicus, `een beetje dom’. Dat vonden we toen allemaal heel charmant maar we weten tegenwoordig (dankzij oud-premier Wim Kok) dat haar opmerking zorgvuldig was ingestudeerd.
Laat dat maar aan de RVD over. Máxima gelooft heilig in de onschuld van haar vader. Ze heeft het hem recht op de man af gevraagd, maar pappa had echt géén idee dat het regime dat hij als minister diende – en waarvoor hij dus medeverantwoordelijkheid draagt – zich aan misdaden en beschuldigingen had schuldig gemaakt. Je kan het een dochter moeilijk kwalijk nemen dat ze haar vader verdedigt.

Toch wilde het maar niet rustig worden rondom Zorreguieta. In 2002 deed ex-ambassadeur Maarten Mourik aangifte tegen hem bij het college van procureurs-generaal in Den Haag wegens medeplichtigheid aan foltering en misdaden tegen de menselijkheid. Het OM weigerde de aangifte in behandeling te nemen. Samen met nabestaanden van spoorloos verdwenen gevangenen diende Mourik een klacht in tegen het college dat de aanklacht had afgewezen. Tevergeefs. Het OM stelde geen `rechtsmacht’ te hebben over de aanstaande schoonvader van Willem-Alexander.

Alejandra Slutzky was een van de nabestaanden die samen met Mourik tegen Zorreguieta ten strijde trok. Ze is de dochter van een linkse arts – in de ogen van het regime dus een `subversieve terrorist’ – die na gruwelijk te zijn gemarteld spoorloos verdween. In een gesprek met Máxima, inmiddels getrouwd, vertelde ze wat haar vader en vele andere Argentijnen was overkomen. Ze verzocht Máxima om papa Zorreguieta bij officiële gelegenheden op de achtergrond te houden. Zijn aanwezigheid was kwetsend voor nabestaanden. Máxima beloofde haar best te zullen doen. Het bleef bij die belofte. Toen ze in mei 2011 veertig werd, stond Zorreguieta stralend naast de koningin op de rode loper van het Concertgebouw. De `prinses van het volk’, de ‘flonkerende ster’, de ‘zon zelve’, zoals de Volkskrant destijds zwijmelde, kreeg daar haar verjaardagfeestje aangeboden. En vader Zorreguieta was er prominent bij.

Na de grootscheeps gevierde verjaardag van zijn dochter liet een opgetogen Zorreguieta via het Algemeen Dagblad weten zich niet langer persona non grata te voelen. Integendeel. Hij had de indruk er helemaal bij te horen.
Slutzky en Matte Mourik, zoon van de inmiddels overleden diplomaat, reageerden op de provocatie met een nieuwe aanklacht. Hun advocaat Elizabeth Zegveld wees erop dat Nederland in 2011 een VN-verdrag had ondertekend dat landen verplicht tot vervolging van personen die betrokken zijn bij `gedwongen verdwijningen’. Daaronder valt ook indirecte betrokkenheid van mensen met regeringsverantwoordelijkheid. Zoals Zorreguieta.

Het blijft daarom opmerkelijk dat de Nederlandse justitie wel heeft meegewerkt aan de arrestatie van Poch. De piloot werd in 2010 in Spanje aangehouden en uitgeleverd. Nederland heeft geen uitleveringsverdrag met Argentinië en daarom was voor de Spaanse omweg gekozen. Dat gebeurde vóór de ondertekening van het VN-verdrag. Poch wordt net als Zorreguieta verdacht van betrokkenheid bij de verdwijning van gevangenen. Maar er is ook een fundamenteel verschil: Poch heeft geen banden met het koningshuis. In maart 2012 besloot het OM tegen vervolging. Er waren geen aanwijzingen voor persoonlijke betrokkenheid van Zorreguieta bij schending van mensenrechten. En evenmin zouden er aanwijzingen zijn dat hij als regeringslid van doen had gehad bij verdwijningen of dat hij informatie daarover had achtergehouden.

Wie goed oplette had die beslissing kunnen zien aankomen. Het OM weigerde in februari 2012 een interview met voormalig D`66-leider Boris Dittrich af te drukken in het personeelsblad Opportuun. Hij zou `te gevoelige’ opvattingen hebben geventileerd over de vervolging van Zorreguieta. Dittrich had namelijk gepleit voor een `grondig strafrechtelijk onderzoek zonder politieke afweging’. Hij waarschuwde ook dat áls het OM tot berechting zou besluiten de minister van Justitie dat alsnog via een aanwijzing kon verhinderen. Het deel over Zorreguieta werd uit de concepttekst van het interview geschrapt. Dittrich protesteerde. Het gevolg was dat de publicatie niet doorging. De eindredacteur van Opportuun mailde Dittrich dat hij zelf ook niet van censuur hield, en dat maar zelden toepaste. Het geval-Zorreguieta behoorde tot die schaarse uitzonderingen.

De auteur van het artikel mocht voortaan niet meer interviewen. Volgens het OM had dat niets te maken met het gewraakte artikel, maar was dat het gevolg van een `grote reorganisatie’. De afweging om Zorreguieta niet te vervolgen, – zei Dittrich ook nog – was door `bange mensen’ gemaakt. Willem van Genugten, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit van Tilburg gaf als zijn commentaar: `De regels zijn helder en als er zonder aanzien des persoons wordt opgetreden, is het razend eenvoudig. Toch zou ik nu niet graag in de schoenen staan van het Openbaar Ministerie, omdat het ook rekening zal en mag houden met de politieke en maatschappelijke context van Jorge Zorreguieta.’ ‘Zal en mag’. Riekt dat niet naar een vorm van geaccepteerde klassenjustitie?

Begin 2013 maakte de Argentijnse justitie bekend een onderzoek te beginnen naar de vader van Máxima. Zorreguieta zou hebben gelogen. Liesbeth Zegveld kondigde aan opnieuw aangifte doen. Ze vond dat Nederland Zorreguieta niet langer de hand boven het hoofd mocht houden. Niet ingrijpen zou klassenjustitie zijn.  Maar klassenjustitie bestáát zoals uit het geval van Bernhards moeder blijkt.

Prinses Armgard moest begin jaren vijftig voor de rechter verschijnen. Hemel en aarde werden bewogen dat te voorkomen. Armgard woonde (nog) in Duitsland waar Michael Graf Soltikov haar had aangeklaagd voor meineed en laster. Ze had Soltikov in een beëdigde verklaring beschuldigd tijdens de oorlog ene Hans-Ewald von Kleist te hebben verraden. Hij zou ter dood zijn veroordeeld en onthoofd. Maar Von Kleist was nog springlevend.

In Den Haag en Bonn gingen alle alarmbellen af. Een proces tegen de schoonmoeder van de Koningin der Nederlanden was `beslist hoogst ongewenst’ en moest worden voorkomen. Verschillende opties om een proces te voorkomen passeerden de revue.
In Bonn braken juristen op de ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie, in nauw overleg met de Nederlandse collega’s, zich het hoofd over de kwestie. Kón Armgard wel worden aangeklaagd, was een vraag die men zich hoopvol stelde. Genoot ze vanwege de positie van prins Bernhard geen gerechtelijke immuniteit? Juristen bezagen de mogelijkheid van alle kanten, maar ondanks inventief denkwerk bleek die optie onhaalbaar. Armgard kon wel degelijk voor de rechter worden gesleurd. Een strafproces tegen Juliana`s schoonmoeder  – zo staat er letterlijk in de Duitse stukken – zou buitengewoon vervelend zijn voor de betrekkingen met Nederland. Een civiel proces (Soltikov had ook schadevergoeding geëist) was al evenzeer ongewenst.

Armgard was intussen – door toedoen van Bernhard – naar Nederland verhuisd. Kon ze dan nog wel – als `extratoriaal’ –  voor een Duitse rechter worden gedaagd? Dat bleek (helaas voor haar en Bernhard)) mogelijk te zijn. Het voorstel om Armgard een diplomatiek paspoort te verschaffen (en daarmee immuniteit) sneuvelde eveneens als onhaalbaar. Openbare bemoeienis met de rechtsgang was uitgesloten. Dat zou immers rieken naar klassejustititie en dat willen we niet.
De juristen besloten daartoe toen bleek dat de Duitse pers lucht van de zaak had gekregen. De Nederlandse pers zweeg, net als in het geval van Greet Hofmans in de jaren vijftig. Vermoedelijk is de zaak uiteindelijk afgekocht. Dat is een redelijke veronderstelling want Soltikov zat in geldnood. Het dossier op het Auswärtiges Amt in Berlijn is onvolledig en stopt om duistere reden abrupt. Aan Nederlandse zijde is in de archieven niets te vinden. Vermoedelijk zijn de stukken ‘geheim’ gestempeld, zoals vrijwel alles dat het koningshuis in negatieve zin raakt.

Zorreguieta ontkwam, net als Armgard destijds, aan rechtsvervolging. Als Poch schuldig wordt bevonden zal hij daarvoor, volkomen terecht, moeten boeten. Had hij zijn schoonfamilie maar beter moeten uitkiezen.

Wilfried meets Willy. Tijdens het met veel bombarie aangekondigde interview van Wilfried de Jong met koning Willem-Alexander ging Wilfried soepel om met het protocol. Met een royaal armgebaar richting bibliotheek (‘zullen we dan maar’?) gloorde er even hoop dat Wilfried de leiding had genomen en alles uit de koning zou halen wat er te halen viel. Nam Wilfried echt het voortouw in een interview waarover hij in de auto op weg naar De Eikenhorst al had gezegd dat het zou gaan over de mens achter de koning? Dat wel (een beetje), maar de openheid was ver te zoeken. Het gesprek was, net als alle andere interviews met leden van de Koninklijke Familie, pijnlijk nauwkeurig geregisseerd en voorbereid. Zoals gewoonlijk reageerden de media dolenthousiast: wat hebben we het toch getroffen met de Oranjes en deze koning.

Als we niet eens mogen weten hoe Willem-Alexander als koning fungeert, wat moeten we dan met de mens achter die functie? Natuurlijk, we zien Willem-Alexander regelmatig in allerlei zinnige (maar veel vaker nog onzinnige) reportages waarin de verslaggevers van vrijwel alle nieuwszenders er voortdurend in slagen zichzelf in een toestand van orgastische opwinding te flippen. Astrid Kerseboom bijvoorbeeld is zo ademloos van bewondering dat ze voortdurend tot tien moet tellen om niet uit pure verafgoding in zwijm te vallen. Maar ook de koningshuisverslaggever van RTL-nieuws geraakt al gelukzalig glimlachend in een oranje-extase over wat er zich voor zijn ogen afspeelt. Dat het in de meeste gevallen iets totaals onbenulligs is doet er niet toe.

Wilfried zocht dus naar de mens achter de koning hoewel wij met zijn allen, zoals gezegd, eigenlijk geen flauw idee hebben wíe die koning (als staatshoofd) nou eigenlijk is. Ook niet wat hij als koning doet. Het koningschap is een poppenkast waarin het staatshoofd voortdurend optreedt, maar zo te zien weinig anders doet dan dineren, handen schudden, lintjes knippen, lachen, speechen en proosten. In de Grondwet staat dat we een koning hebben die zijn functie krijgt toebedeeld op grond van zijn geboorte. Zijn capaciteiten spelen geen enkele rol. Dat is al erg genoeg, maar haast nog erger is dat we niks over ’s konings taakinvulling mogen weten. Daarvoor dragen de ministers de verantwoordelijkheid.

Die ministeriële verantwoordelijkheid, oorspronkelijk een prima gedachte omdat de ministers vóór de Grondwetswijziging van 1848 uitsluitend verantwoording aan de koning schuldig waren – de vorst bezat alle macht – is allengs verworden tot een middel om alles wat de koning (en zijn familie) doet af te schermen voor het publiek. We mogen niet weten hoe (of wat) hij denkt. Tekent hij wetten en Koninklijke Besluiten met instemming of ligt hij ook wel dwars? Zet hij wel een vraagtekens? Of zet hij gewoon zijn handtekening onder ieder stuk dat dat vereist. Zonder ook maar één letter te lezen. We hebben geen flauw benul. Als hij in het buitenland vertoeft zet hij zijn handtekening via zijn Ipad. Het zetten van handtekeningen, het openen van de Staten Generaal op de derde dinsdag in september en het in ontvangst nemen van geloofsbrieven van buitenlandse ambassadeurs. Dat zijn, kort samengevat, de officiële taken van Willem-Alexander. Overspannen zal hij er niet van raken.

Vermoedelijk ondertekent Willem-Alexander iedere wet die hem wordt voorgelegd. De procesgang van de wet is immers traceerbaar en als hij hardnekkig dwars zou liggen, zou dat vast uitlekken. En als hij eens geen zin heeft om op Prinsjesdag in de Gouden Koets te stappen? Daarvoor bestaan oplossingen. Toen koningin Wilhelmina dat een keer in een halsstarrige bui weigerde omdat Hare Majesteit iets niet beviel ging de opening gewoon door. Staatsbezoeken legt de koning uit vrije wil af. Niemand kan hem dwingen. En natuurlijk verschijnt hij op recepties en geeft hij ontvangsten, maar hijzelf bepaalt waar hij naar toe gaat. Met de samenstelling van een nieuw kabinet mag hij zich niet meer bemoeien. Kortom, het officiële koninklijke bezighedenpakket is niet loodzwaar. Ik zou graag willen weten hoe Willem-Alexander daar zelf tegenaan kijkt. Leeg? Zinloos? Of ziet hij zijn baantje wel zitten omdat het hem in staat stelt het luxueuze leven te leiden dat hij leeft?
Het is tenslotte niet toevallig dat iedere monarchie zijn eigen voortbestaan de hoogste prioriteit toekent. De familie heeft niet voor niets zo’n moeite gedaan een partner voor Wilhelmina en Juliana te strikken. Hun zwangerschap was voor de dynastie letterlijk van levensbelang. De partnerkeuze van moeder Wilhelmina en dochter Juliana pakte weliswaar verre van gelukkig uit, maar het Huis van Oranje was wél gered.

Wilfried de Jong had een buitengewoon interessant interview kunnen maken over de koning als hoofd van de Nederlandse staat en de mens achter het staatshoofd gewoon buiten beschouwing kunnen laten. Maar dat mocht niet vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid. De RVD die over zijn imago waakt vond het evenmin goed. Bedenk wel dat alle vragen vooraf zijn voorgelegd en dat Willem-Alexander het interview tot in de details heeft zitten oefenen. Het eindresultaat had niet voor niets de zegen van de RVD. Een sprankje oorspronkelijkheid zit er niet in; alles was door- en voorgekauwd. Zelfs de beroemde (‘vertederende’) uitspraak destijds van Máxima dat haar verloofde een beetje ‘dom’ had geantwoord op een vraag naar haar vader was minutieus ingestudeerd. Toen dat een tijdje geleden in een interview met voormalig premier Wim Kok naar buitenkwam was dat voorpaginanieuws en voer voor talkshows.
Leren we dan niets, of willen we niets leren als het op de Oranjes aankomt? Waarom die slaafse aanbidding? A.W.P Weitzel, minister van Oorlog onder koning Willem III beantwoordt die vraag in zijn dagboek: ‘Men kan in Nederland veel kwaad zeggen van Jezus Christus, van den Heiligen Geest, zelfs van den Goeden God, zonder dat iemand het u ernstig kwalijk neemt, maar het Huis van Oranje staat eenige sporten hoger in de openbare mening.’
Het zou mij niet verbazen als Willem-Alexander tezijnertijd na zijn bijzetting in Delft via een achterdeurtje terug ten hemel vaart om daar zijn rechtmatige plaats naast zijn echte Vader weer in te nemen. We hebben hem immers slechts tijdelijk van ‘den Goeden God’ in bruikleen.

Hoe Willem-Alexander fungeert als staatshoofd weten we dus niet, maar over de mens achter de koning kregen we ook maar bitter weinig nieuws voorgeschoteld. Dat is niet de schuld van De Jong maar van de RVD en het apparaat dat de koning moeten afschermen. Er zaten best wel een paar opmerkelijke momenten tussen. Zo zei Willem-Alexander op een gegeven ogenblik dat je van je fouten moest leren. Welke fouten dan? vroeg Wilfried terecht. Feesten, partijen en ‘wildebrassen’ was het antwoord. Dat zijn toch geen fouten? verwonderde De Jong zich terecht. Nee, nee, maar zo leerde je wel je grenzen kennen. Oh. Maar hoe dan? De koning had daarop  geen zinnig antwoord. Maar het leverde wel mooie beelden op.
De ramp met de MH17 werd maar weer eens uitgemolken en zijn voorspelbare, houterig gepresenteerde, kersttoespraken geroemd. De koning is geen begaafd redenaar, hoe je het ook wendt of keert. Hij leest teksten voor van zijn vaste speechschrijver die zo slaapverwekkend zijn dat je wanhopig op zoek gaat naar een nooduitgang. We mochten vernemen dat het overlijden van prins Friso de koning zeer had aangegrepen. En zijn moeder had er ook veel verdriet van gehad. Het zou pas nieuws zijn als dat niet zo was geweest. Toch toonden de media zich volslagen overdonderd door deze openbaring en ze roemden om strijd ’s konings ‘openhartigheid’.

Koot en Bie kwamen aan de orde en de jarige koning zei dat hij het platte Haags uitstekend kon imiteren. Sander van de Pavert van Luckytv mag ons dat graag laten horen en dit was een uitstekende gelegenheid hierover een vraagje te stellen. Iets in de trant van: “klinkt u ongeveer net als Willy in Luckytv?’ Aan Wilfried zal het vast niet gelegen hebben, en aan de koning zelf misschien evenmin, maar het mocht vermoedelijk simpelweg niet. Op het herhaalde aandringen van De Jong om iets op zijn Haags te zeggen, bleef de koning hardnekkig weigeren. Mensen die me kennen weten dat ik het kan, dus het voegt niets toe, meende de koning. Voor zijn vriendenclub niet, nee, maar de kijker had het schitterend gevonden en daar ging het om. De hele operatie was tenslotte bedoeld om de populariteit van het Koningshuis (verder) op te krikken.

Op geen enkele vraag die iets naders over de mens achter de koning kon verduidelijken kwam antwoord. Niets kwamen we aan de weet.
Niettemin toonden de media zich lyrisch met deze dode mus. De Volkskrant probeerde duidelijk te maken dat ze geen echte Oranjeklanten waren, maar na enige moeilijk navolgbare redeneringen over verbondenheid en het gevoel dat de Oranjes aanvoelen als verre familieleden concludeerde de krant dat wij het met zijn allen toch maar goed hadden getroffen met ons vorstenhuis, ook al vond het dagblad erfopvolging ‘lichtelijk belachelijk’.  Voor iemand als ik die de monarchie en erfopvolging niet ‘lichtelijk’ maar ‘volstrekt belachelijk’ vindt, was het koningsintervieuw niettemin best zinnig: het was het zoveelste bewijs dat de Oranjes hun onderdanen zo goed weten te bespelen dat ze in een kudde kwijlende schapen transformeren die alles accepteert wat het Opperschaap uitkraamt.

Van het gesprek, hoe onderhoudend soms ook dankzij de interviewer, werd je niets wijzer. Daarom verbaasden me al die jubelende commentaren van kranten en tv-zenders des te meer. En dan al die BN’ers die hun vreugde met zó’n koning en zó’n vorstenhuis op Facebook en Twitter beleden. Bang om een uitnodiging op de Eikenhorst mis te lopen?

We maken ons wel eens vrolijk over de berichtgeving van het Noord-Koreaanse staatshoofd maar eerlijk gezegd zie ik weinig verschil in de omgang met ons eigen staatshoofd. Hooguit gaan de Koreanen er wat meer ontspannen mee om.

Heeft Willem-Alexander een belastingmoraal?

Een onmogelijke vraag. Maar mocht hij die ontberen dan kan de koning daar niets aan doen want de familie van Oranje wordt belastingtechnisch al sinds de stichting van het Koninkrijk in 1813 met fluwelen handschoenen aangepakt.

Dat de Oranjes “gewoon” belasting betalen, zoals Rutte laatst in de Tweede Kamer betoogde, is natuurlijk onzin. De minister-president heeft zijn kunstje afgekeken van de Rijksvoorlichtingsdienst die dit al sinds jaar en dag op zijn website beweert. Volgens de RVD betalen de leden van het Koninklijk Huis “de belastingen die ook voor andere burgers van toepassing zijn”. Afgezien dan van een aantal bij wet geregelde specifieke vrijstellingen, zo voegt de dienst daar aan toe. Wie al de uitzonderingen leest, krijgt de indruk dat de RVD het eerlijkheidshalve beter andersom had kunnen formuleren; namelijk dat het Koninklijk Huis, een paar uitzonderingen daargelaten, vrijgesteld zijn van fiscale lasten.

Er moet wel onderscheid worden gemaakt tussen Koninklijk Huis en Koninklijke Familie. Van de Familie ben je lid door geboorte; het lidmaatschap van het Koninklijk Huis is in een speciale wet geregeld.
Alle voorrechten van de Familie zijn vastgelegd in de Grondwet of een daaruit voortvloeiende speciale wet. Kom daar als gewone burger maar eens om. In de praktijk is de honorering van het Koninklijk Huis geregeld bij de `Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis’. Daarin wordt de hoogte van hun `uitkering’ bepaald. Wie zijn die uitkeringstrekkers? Op dit moment Willem-Alexander, Máxima en prinses Beatrix. De kroonprinses (de ‘vermoedelijke troonopvolger’) krijgt ‘pas’ op haar achttiende een uitkering en natuurlijk een secretariaat. Als prins Claus nog had geleefd had hij ook op de rol gestaan. En als de ouders van Beatrix nog onder ons waren geweest, hadden ook zij geen omkijken naar hun financiële situatie gehad.
Tonnen per jaar zouden ze hebben opgestreken.
De uitkering van Willem-Alexander is in 2015 854.000 euro, Máxima kan 339.00 euro tegemoet zien, terwijl prinses Beatrix het moet stellen met 483.000 euro. Uiteraard heeft de afgetreden vorstin ook recht op haar maandelijkse AOW-uitkering.

De koning krijgt nog eens 4.5 miljoen voor extra uitgaven, Máxima bijna zes ton en Beatrix 962.000 euro. Ze wonen, vliegen, rijden, varen en reizen gratis en kunnen altijd – mochten ze alsnog krap bij kas komen te zitten – terugvallen op een riante declaratieregeling. De kosten voor de beveiliging zijn staatsgeheim, maar alles bij elkaar zal de belastingbetaler dit jaar voor het Koninklijk Huis toch naar ruwe schatting in totaal  een slordige 135 miljoen euro moeten ophoesten.

Terug naar de belastingmoraal. Wie zo in de watten wordt gelegd krijgt niet eens de kans er een te ontwikkelen. De Grondwet van 2 maart 1814 regelde voor het eerst het inkomen van de koning: 1.5 miljoen gulden. Daarnaast wordt er een zomer- en winterverblijf voor Willem I geregeld. Het woord belasting valt nergens. Hij krijgt de anderhalf miljoen schoon in het handje.
Al een jaar later krijgt Willem een forse verhoging uit “’s Lands kas” zoals artikel 30 van de Grondwet het toen formuleerde. Voortaan strijkt hij belastingvrij 2.4 miljoen gulden op. België was dank zij de grote mogendheden bij Nederland gevoegd en dus had koopman koning Willem extra sores. Daarvoor kreeg hij het voor destijds fenomenale bedrag van negen ton extra uitgekeerd. Het zij hem gegund met zo’n zware baan.
In 1840 is het echter al weer uit met België en dat merkt de koning direct – nog steeds belastingvrij – in zijn portemonnee: hij moet terug naar de uitkering van 1814 à 1.5 miljoen gulden. Naast de uitkering noemt de Grondwet ook regelmatig het koninklijk inkomen uit de domeinen, maar die laat ik hier verder buiten beschouwing.
Tot aan 1972 gaat het uitkeren aan de koning vrolijk door zonder dat ooit het b-woord (belasting) valt in de desbetreffende Grondwetartikelen. De uitkeringen die sinds 1922 niet langer uit “’s Lands kas’ maar uit “’s Rijks kas” komen variëren natuurlijk wel.

In 1972 komt het kabinet Biesheuvel met een vernieuwd Grondwetartikel 22 “Inkomen leden Koninklijk Huis; Vermogensbestanddelen, Vrijdom van belasting”.  Daar was een jarenlange discussie aan voorafgegaan. In april 1967 bracht de “commissie belastingvrijdom koninklijk huis” (de commissie Simons) haar rapport uit met de conclusie dat de onafhankelijkheid van het staatshoofd gewaarborgd moest zijn en dat daarom de erfbelasting (successierechten) moest worden afgeschaft. In de praktijk was dat overigens al het geval: in 1947 had PvdA-minister Piet Lieftinck het vermogen van Wilhelmina met een ministeriële beschikking vrijgesteld van successierechten. De koningen in de negentiende eeuw betaalden die belasting trouwens wel.

De vrijheid van erfbelasting is gebaseerd op deze gedachtegang: om een onafhankelijke positie te kunnen waarborgen moet de Koning over een eigen vermogen beschikken. Wie dacht dat de koning van nature en vanwege zijn afkomst boven de partijen stond heeft het dus mis want: “anders dan bij de vermogensbelasting tast immers het successierecht – en hetzelfde geldt ook voor het schenkingsrecht en het recht van overgang – het vermogen aan”. Dat mag bij burgers wel maar bij de koning dus niet. De angst lijkt te zijn dat een koning zonder eigen vermogen wel eens door rijke snoodaards kan worden omgekocht om gunsten te verlenen. Het eigen vermogen zou ook nodig zijn om incidenteel excessieve uitgaven te kunnen doen en privébestedingen op te vangen. Alleen dan zou de koning onafhankelijk zijn van “zogenaamde weldoeners, waartegenover de Koning zich verplicht zou kunnen voelen, indien zij uitgaven voor hun rekening nemen”. Was dit nou slaafs likken van koninklijke hielen door de commissie Simons of had men toen al een vermoeden van de corrupte praktijken van de echtgenoot van ons toenmalige staatshoofd, prins Bernhard?

Tijdens de verdediging van het voorstel in de kamer herinnerde de dienstdoende staatssecretaris van Financiën (hij gaat immers over de belastingen) de Eerste Kamer eraan dat de Koning zelf niet in staat was een vermogen te verdienen door functies in het economische leven aan te nemen. Dat zou zijn onafhankelijkheid in gevaar kunnen brengen.
Dat was natuurlijk waar, maar de koning mag naar hartenlust beleggen of bijvoorbeeld onroerend goed transacties doen. Over dergelijke inkomsten moet hij dus wel belasting betalen maar of hij dat ook doet? Alleen de belastinginspecteur weet dat. De vraag is of hij bij vermoeden van een te geringe opgaaf aan de bel durft te trekken. Riskeert hij dan niet de toorn van minister Dijsselbloem? Die had er immers wel erg veel begrip voor dat Kees van Dijkhuizen, financieel directeur van ABN-AMRO, zijn nevenfunctie als bestuurslid van een ‘financiële holding’ van de koning verborgen had gehouden.

Een aantal jaren geleden liet koningin Beatrix toe dat een aantal van haar familieleden haar werkpaleis als postadres gebruikten om belastingbetaling te ontwijken. Het geeft op zijn minst aan dat de Koninklijke Familie de weg naar de belastingparadijzen kent.

Binnenkort debatteert de Tweede Kamer over belastingbetaling van het Koninklijk Huis. Belasting betaal je over je inkomen (of uitkering). Als de Kamer zou beslissen eerst het inkomen op te krikken zodat Willy en Max niet merken dat ze belasting gaan betalen hebben we met zijn allen een Pyrrusoverwinning behaald.

Ard van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie, slaat kolder uit in zijn antwoord op vragen van Verhoeven (D66) en Van Dam (PvdA) over majesteitsschennis. Het gaat uiteraard om de ‘fuck de koning’ kwestie. Nadat eerst het OM zich liet ringeloren door de publieke opinie en als een haas de zaak tegen de anti-zwarte-pieten-activist seponeerde, was het de beurt aan de VVD-minister om een modderfiguur te slaan.

D66 en de PvdA willen wel af van dat archaïsche wetsartikel uit de voorvorige eeuw (1866) en vroegen de minister wat hij daar van vond. Deze week liet Van der Steur weten:  ‘Blijkens de wetsgeschiedenis kan een belediging van de Koning en diens echtgenoot een zodanig ernstig karakter hebben dat men een separaat wetsartikel gerechtvaardigd vond. Ik zie geen reden om tot een andere afweging te komen (…)’.

De minister weet evident niet waarover hij het heeft. Hij komt met kletskoek dat de wetsgeschiedenis heeft uitgewezen dat we niet zonder artikel 111 uit het Wetboek van Strafrecht kunnen (‘opzettelijke belediging van de koning’). Uiteraard zonder ook maar één concreet voorbeeld te noemen. Dat is ook logisch want die voorbeelden zijn er niet. Dat is nu exact wat de wetsgeschiedenis ondubbelzinnig aantoont.

In 1829 en 1830 kwam koning Willem I met twee persbreidelwetten die bedoeld waren om kritiek op zijn wanbeleid – het tartte werkelijk alle beschrijvingen – de kop in te drukken. Zo omzeilde hij via een omweg de Grondwet die de vrijheid van drukpers garandeerde.

In 1866 werd het nieuwe Wetboek van Strafrecht van kracht. De koning – we zijn inmiddels aangeland bij Willem III (bijnaam ‘Gorilla’) – had er met een speciale wet voor gezorgd dat kritiek op hem en zijn beleid strafbaar kon worden gesteld. Alleen was het woord ‘kritiek’ vervangen door ‘hoon’, ‘smaad’ en ‘laster’.

Vanuit het standpunt van de koning gezien was het een verstandige wet. Hij kon gebruikt worden – en dat gebeurde ook – om kritiek op zijn beleid de kop in te drukken. Kritiek was er in overvloed en ze was volkomen terecht.

Aan de uitzichtloze armoede, honger, kindersterfte, huisvesting en schrijnende werkeloosheid werd te weinig gedaan. Vooral politiek links – dat in die tijd opkwam – oordeelde hard over het beleid van Willem en zijn ministers.

Als mens was Willem III een mislukking. Hij zoop, hoereerde, bedroog en schoffeerde wie hij maar kon, ook zijn ministers. Bovendien mocht hij als potloodventer graag zijn vorstelijk lid aan den volke tonen; weten we uit de dagboeken van zijn minister van Buitenlandse Zaken, Weitzel.

De zaak tegen Ferdinand Domela Nieuwenhuis is waarschijnlijk de bekendste majesteitsschenniszaak uit de wetsgeschiedenis waar Van der Steur zich op beroept. De socialistische voorman had gezegd dat de koning maar ‘weinig van zijn baantje had gemaakt’.
Voor die buitengewoon ware opmerking moest hij een jaar het cachot in. Hij vocht het vonnis tot aan de Hoge Raad toe aan, maar zonder succes. Extra schrijnend was dat niet Domela zelf, maar iemand anders, die woorden had geschreven. Hij werd echter verantwoordelijk gehouden omdat het stuk was verschenen in Recht voor allen waarvan hij hoofdredacteur was.

Het vonnis lokte een storm van kritiek uit die maar niet wilde luwen. Onrust was het gevolg en tweespalt dreigde. Domela kreeg na een half jaar gratie ter gelegenheid van de verjaardag van Wilhelmina, de latere koningin. Zo was een lastig probleem de wereld uit geholpen.

Op het einde van de negentiende eeuw ging vooral links, maar ook een enkele liberaal, tekeer tegen de monarchie. Socialisten waren volgens de koning en zijn ministers een gevaar voor Nederland en dus werden betogers die de sociale en maatschappelijke wantoestanden beu waren op grond van majesteitsschennis voor de rechter gesleurd.
De wet is herhaaldelijk misbruikt om de oppositie de mond te snoeren. Behalve socialisten werden ook dronkenlappen (en in onze tijd junks) en branieschoppers voor de rechter gesleurd omdat ze hadden gezegd dat de koning een klootzak of iets dergelijks was. Ze gingen voor maanden de cel in.

Als die mensen niet voor de rechter waren gebracht had de koning nooit geweten dat hij beledigd, belasterd of gehoond was. Steevast waren het overijverige dienders, officieren van justitie of oranjeverblinde burgers die aanklachten wegens majesteitsschennis indienden.
Het beleid – in justitiekringen heet dat het opportuniteitsbeginsel – getuigt van pure willekeur. Dat begon al met de ‘perswetten’ van 1829 en 1830, zette zich voort na de invoering van de wet op de majesteitsschennis in 1866 en is tot op de dag van vandaag niet veranderd.

In de tijd van provo regende het weer aanklachten. Ook toen werd de wet misbruikt om provo’s en aanverwante lieden achter de tralies te zetten.
Het stel dat in 1966 De Rookbom naar Beatrix en Claus in de huwelijkskoets gooide, kreeg straf wegens overtreding van de vuurwapenwet.
De hele wereld keek destijds mee en dan kun je zo’n stel niet veroordelen op grond van een achterlijke wet uit de negentiende eeuw. Ook dat vloeide voort uit het opportuniteitsbeginsel

Hans Teeuwen en Sander van de Pavert van Luckytv hadden beiden gemakkelijk – en wellicht met succes – door justitie kunnen worden vervolgd. Maar dat gebeurt niet, terwijl Teeuwen in zijn show met Beatrix  – zij het virtueel – anale seks bedreef en Van der Pavert het koningspaar op onnavolgbare wijze in de zeik heeft genomen.
Volgens de wet zouden beide heren in de boeien moeten worden geslagen.
Maar dat gebeurt niet omdat het teveel aandacht zou trekken en dan ziet het OM er liever bij voorbaat vanaf.
Net als bij die antizwartepietenman.

Anderzijds werd vijf  jaar geleden een man veroordeeld die tegen agenten had geroepen dat hij de koningin anaal wilde neuken. Nota bene tegen een paar agenten, terwijl Teeuwen zijn act voor een volle zaal opvoerde en nog steeds via YouTube te zien is.

Wat is dit voor beleid? Wat moeten we in vredesnaam met deze fucking wet? Laat Willy of Máx toch zelf een klacht indienen als ze zich beledigd voelen. In privacykwesties doen ze dat ook. Prins Claus won ooit een zaak tegen Privé.

Dus Van der Steur: trek die stomme brief in, excuseert u zich bij Verhoeven en Van Dam en steun voortaan alle initiatieven die de majesteitsschenniswet willen afschaffen. Willem-Alexander heeft zelf al laten weten dat het wat hem betreft bespreekbaar is.

Mocht u als minister meer informatie willen, dan ben ik graag bereid u mijn boek over de geschiedenis van majesteitsschennis toe te sturen. Het komt dit najaar uit.

Welke halfgare in de krochten van het Openbaar Ministerie heeft besloten om een zwarte-pieten-activist die ‘fuck de koning, fuck de koningin’ riep te vervolgen voor majesteitsschennis? In België moet Koning Flip zelf aangifte doen als hij zich beledigd voelt, maar in Nederland gebeurt dat ‘ambtshalve’. Hoe dat in zijn werk gaat is volslagen onduidelijk. Het kan een overijverige, monarchistische ambtenaar op het OM zijn, of de minister van Justitie die een wit voetje wil halen bij het koningshuis, maar evengoed de koning zelf die (laat) weten dat wat hem betreft de maat vol is.

Niemand die het weet. Ik heb Beatrix er wel eens van verdacht dat als ze zich in haar koninklijke waardigheid gekwetst voelde dat via haar kabinet liet weten en het geval zo doorspeelde naar justitie. Te bewijzen valt het niet, maar kennelijk hadden sommige veroordelingen wel haar instemming. Zoals in het geval van de man die in 2010 een waxinelichthouder naar de Gouden Koets gooide.

Tijdens zijn roemruchte worp schold hij de inzittenden van de Koets luidkeels uit voor ‘landverraders’ en ‘nazi’s’. De man, bij wiens aanhouding volgens het OM vast stond dat hij geestelijk gestoord was, werd niet alleen veroordeeld voor het beledigen van de koningin, Willem-Alexander en Máxima, maar kreeg ook straf voor het beschadigen van de Gouden Koets en voor poging tot mishandeling van twee lakeien die ernaast liepen. In werkelijkheid liepen noch de lakeien noch de Koets een schrammetje op. In totaal zat de man ongeveer twee jaar vast. Een deel van de tijd in de extra beveiligde gevangenis in Vught. Daar sluit je normaal gesproken types op als Willem Holleeder.

De straf was buitenproportioneel – als hij inderdaad gestoord was hoorde hij in een inrichting thuis – maar Beatrix was het er blijkbaar mee eens. Een seintje van haar was voldoende geweest de man te laten gaan. Dat dit niet is gebeurd, zegt hoogstwaarschijnlijk iets over hoe Beatrix tegen dit geval van majesteitsschennis aankeek. Ik kan me overigens niet voorstellen dat Willem-Alexander er net zo over denkt als zijn moeder. Zijn adviseurs schijnen hem zelfs geadviseerd te hebben Luckytv geweldig te vinden, terwijl hij daar toch met enige regelmaat op een voor hem niet leuke wijze te kijk wordt gezet.

‘Majesteitsschennis’, de wet kent dat woord niet, maar spreekt van ‘hoon en laster’, is een archaïsche wet uit de voorvorige eeuw (1866). Koning Willem III, onder tijdgenoten beter bekend als ‘Koning Gorilla’, kon slecht tegen kritiek en dus kwam er een wet om criticasters op te sluiten of zwaar te beboeten. Er stond maximaal vijf jaar gevangenisstraf voor of een boete van driehonderd gulden. Dat is volgens het Wetboek van Strafrecht, artikel 111-113, waarin het beledigen van de majesteit en de toe te passen straf staat omschreven, nog steeds zo. De boete is met zijn tijd meegegaan: die is nu 20.250 euro maximaal.

Majesteitsschennis en het recht op vrije meningsuiting staan op gespannen voet met elkaar. In de tijd van Koning Gorilla bestond er recht op vrije meningsuiting maar dat werd in de ogen van de koning misbruikt en daarom kwam er in 1866 die speciale wet. Twee andere ‘perswetten’, uit 1829 en 1830 (de tijd van koning Willem I) hadden het bekritiseren van de koning ook al strafbaar gesteld, maar die boden de lange koninklijke tenen kennelijk toch te weinig bescherming. Willem II had betrekkelijk weinig last van majesteitsschennis. Dat kwam omdat hij biseksueel was. Een aantal journalisten die dat wisten chanteerden hem daarmee. De homoseksuele escapades van de getrouwde Willem mochten onder geen beding naar buiten komen, en daarom kocht hij zijn kwelgeesten af. Er waren tonnen aan zwijggeld mee gemoeid.

Willem III was een koning die eigenlijk nergens voor deugde, hoewel hij als hobby één aardig karaktertrekje had: hij bezocht graag slachtoffers van een watersnood. Voor een watersnoodje kon je Willem uit zijn bed halen.
Over zijn leven verscheen vlak voor zijn zeventigste verjaardag (1887) een boekje: Uit het leven van Koning Gorilla. Veel van wat erin stond was waar: de koning zoop, beledigde, schoffeerde, bezocht de laagste bordelen, martelde dieren en zo nu en dan schiep hij er behagen in zijn vorstelijk lid aan den volke te tonen, want hij was ook een potloodventer. De auteur(s) van het schotschrift konden om uiteenlopende redenen niet worden vervolgd, maar indirect koelde de koning zijn woede op de voorman van de socialisten Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Hij was hoofdredacteur van Recht voor allen waarin ‘Koning Gorilla’ regelmatig figureerde.
Toen Domela eens opmerkte dat de koning ‘weinig van zijn baantje had gemaakt’, kreeg hij een jaar gevangenisstraf. Toch had hij het met zijn opmerking volkomen bij het rechte eind. Maar Domela was socialist; een mensensoort die in de tijd niet erg werd gewaardeerd en al helemaal niet door de koning.

Veroordelingen wegens majesteitsschennis waren aan het einde van de negentiende eeuw vooral bedoeld om lastige socialisten een tijdje op te bergen. Vrouwe Justitia speelde destijds een bedenkelijke rol en dat heeft ze eigenlijk voortdurend gedaan, zodra majesteitsschennis op de rol stond. Er is sprake van zo’n willekeur in berechting, sinds de wet op de majesteitsschennis in 1866 in het Wetboek van Strafrecht werd opgenomen, dat men zich kan afvragen of – om nog meer idiote vervolgingen te voorkomen – de wet niet beter per direct naar de vuilnisbelt van de wetsgeschiedenis kan worden verwezen.

In de tijd van koningin Wilhelmina zijn er heel wat vonnissen geveld en mensen naar de gevangenis gestuurd of boetes opgelegd om de meest futiele redenen. L.M. Hermans, redacteur van De Roode Duivel, kreeg een half jaar cel omdat hij koningin Wilhelmina en haar moeder Emma als danseresjes in zijn blad had getekend. Totaal onschuldig, maar Hermans was socialist en tegen ‘troon, altaar en beurs’. Hij heeft overigens veel geschreven waarvoor een rechter hem wél met goed fatsoen had kunnen veroordelen. Maar net als vandaag de dag was willekeur troef.

Dat ondervond ook Alexander Cohen, een medewerker van Recht voor allen. Toen het rijtuig van de koning Willem III hem passeerde, op 16 september 1887, riep hij: ‘Leve Domela Nieuwenhuis! Leve ’t Socialisme! Weg met Gorilla!’ Hij werd subiet voor de rechter gesleept. Ondanks zijn werkelijk magistrale verdediging kreeg hij een half jaar gevangenisstraf. Hij week uit naar België en later Frankrijk. Nederland liet echter niet los en heeft beide landen bewogen Cohen uit te wijzen. Uiteindelijk is het slecht met Cohen afgelopen: hij eindigde zijn leven als monarchist.

De rechters deden dus maar wat als er majesteitsschennis in het geding was. Je zou bijvoorbeeld verwachten dat Pieter Jelles Troelstra, de voorman van de ‘rooien’ uit het begin van de vorige eeuw zou worden opgepakt, toen hij in 1921 over het erfelijk koningschap zei: ‘Erfelijkheid moge een geschikt leidend beginsel zijn voor paard- en rundvleesstamboeken, voor het bekleeden van publieke ambten kan het nu eenmaal geen leidraad geven’.  Koningin Wilhelmina had niet echt een hekel aan de rode onruststoker. Misschien dat Troelstra er daarom mee wegkwam.

De anti-zwarte-piet-activist, Al Jaberi, die nu een boete van 500 euro krijgt opgelegd wegens majesteitsschennis, zat er overigens helemaal naast met zijn opmerking over de Gouden Koets. Volgens hem wordt het slavernijverleden in Nederland niet erkend en doet het koningshuis daaraan mee. In de talkshow van Pauw zei hij: `De duidelijkste signalen zijn wellicht het feit dat het koningshuis, het staatshoofd, jaarlijks in een gouden koets rondrijdt, van goud gestolen uit de derde wereld, waar ook afbeeldingen op staan van slaven.’

Dat van die afbeeldingen klopt, maar de koets was een geschenk van het ‘dankbare Nederlandsche volk’ aan Wilhelmina bij haar inhuldiging in 1898. Ze weigerde de Koets vóór de inhuldiging te accepteren. Dat zou niet netjes zijn. Maar een dag ná de inhuldiging nam ze het karos, gebouwd in Amsterdam door de firma Spijker en betaald door Amsterdammers, toch in ontvangst. De Amsterdammers hadden het cadeau met kwartjes bijeen moeten scharrelen.
Met geld dat ze eigenlijk niet konden missen, want de sociale ellende was enorm.

Hermans ergerde zich wezenloos en uitte dat krachtig in zijn brochure De Gouden Kwartjeswagen. Hij vond bijdragen aan de gouden koets pure geldverspilling in een tijd dat de werkeloosheid sinds mensenheugenis niet zo groot was geweest. ‘Aan de ledige haard van den werkman grijnst het spook van den honger en de sporen van gebrek zijn op de smalle bleeke gezichtjes uwer kinderen duidelijk merkbaar.’

Het was een schande, vond Hermans, om arme mensen geld uit de zak te kloppen voor een koningin die aan ‘niets gebrek had’, door te speculeren op ‘gevoelens van eerbied of liefde, die men terecht of ten onrechte koestert’. Deze keer kwam hij ermee weg. Het OM greep niet in, hoewel het ‘kwetsender’ was dan de onschuldige sportprent, waarvoor hij een half jaar de bak in moest.

Het OM doet dus maar wat. Toen en nu. In mijn boek over majesteitsschennis dat dit najaar verschijnt, staan talrijke saillante voorbeelden. Zelden heb ik zoveel willekeur in één boek op een rij moeten zetten. Je vraagt je af of het OM – toen maar ook vandaag de dag – niet wat beters te doen heeft dan zijn tijd te verspillen aan zulke kolder.

Je mag niet ‘fuck de koning’ roepen, en vast ook niet ‘FUCK het OM’, maar ik kan niet anders. En fuck ook de majesteitsschennis!

Kersttoespraak

Even dacht ik dat LuckyTV de NOS had gehackt om de kersttoespraak van de koning te parodiëren. Maar nee, het was de sportvorst zelf. Toen dat besef eenmaal was doorgedrongen – dat je dus niet naar satire zit te kijken – zou je als toehoorder uit plaatsvervangende schaamte het liefst willen wegglijden in een comateuze toestand: weg van al die gemeenplaatsen, afgewisseld met open deuren en clichés die stoelendansje spelen met obligate dooddoeners.
In een aantal krantencommentaren las ik dat Willem-Alexander zijn tekst staande had uitgesproken. Het werd ademloos geconstateerd: de koning stond en sprak. Staand! Veel verschil met vorig jaar, toen hij houterig in een fauteuil zat opgesteld, omringd door portretten van zijn dochters, zag ik eerlijk gezegd niet. Jan Hoedeman van de Volkskrant wél. Hij repte van een ‘paleisrevolutie’. Ík zag eerder een robot die een tekst stond op te dreunen, onderwijl zijn handen om de zoveel seconden ritmisch open- en dichtvouwend. Alsof hij werd bestuurd door een mechaniekje dat geheel los van hem stond.
De harde waarheid is dat de dienstdoende Oranje niet kan speechen en het ook nooit zal leren. Volgens Cees Fasseur (‘Karate Cees’) is het voordeel van een monarch dat hij zich een leven lang kan voorbereiden op zijn ambt. Na zijn inhuldiging kan hij tijdens diners moeiteloos met zijn bestek omgaan. En speechen als Brugman. De praktijk laat anders zien.

Het ergste is misschien nog wel dat hij een tekstschrijver heeft aangetrokken. Alles wat Jan Snoek hem in de mond legt dreunt hij zonder blikken of blozen op. Staand! Het pleit niet voor de koning dat hij zelfs de onbenullige tekst die hij op eerste Kerstdag uitsprak niet zelf kan produceren. Kennelijk kan hij zich wel vinden in het zielloze geschrijf van Snoek. Net als Hoedeman die versteld stond van de kerstboodschap. Zelden zag ik een slijmeriger stuk. Maar goed, hij weet zich weer verzekerd van de gunst van de Familie en niet te vergeten van de RVD. Nee, dan het verfrissende stuk van zijn collega Bert Wagendorp in dezelfde Volkskrant. Bert snakte naar een ‘snufje authentieke eigenzinnigheid’.

De Telegraaf vond dat we ‘gezegend’ zijn met een ‘moderne en toegankelijke vorst’, die  – jawel! – staande zijn tekst opzegt. Wim-Alex had het woord ‘selfie’ uitgesproken en dat maakt hem pardoes tot een ‘moderne vorst’. De woorden van onze koning zullen volgens Jan-Kees Emmer nog ‘lang nadreunen’ in onze samenleving. Zou Jan-Kees hier wel helemaal eerlijk zijn? Zou hij niet –  als iemand anders die Snoektekst had opgelepeld –  geeuwend en gruwend de knop hebben omgedraaid?

Ademloos volgden beide bewonderaars Willem-Alexanders uitspraken over de MH17. ‘Alinea`s grepen’ ,volgens Hoedeman, ‘als vanzelfsprekend in elkaar’. Laat dat maar aan Snoek over. Als ik dat vluchtnummer hoor uitspreken – dagelijkse kost in de media waar Snoek handig op inspeelt – moet ik steeds denken aan de vliegtuigramp op Teneriffe in 1977. Toen botste een KLM-vliegtuig op de grond met een machine van Pan Am. Er vielen 583 doden. Voor hen geen nationale rouw- en herdenkingsdagen zoals die nu in opdracht van Mark Rutte zijn gehouden. Teneriffe was de grootste vliegramp uit de geschiedenis. Andere tijden, andere spindoctors, denk ik dan maar. Maar als nabestaande zou ik me zo langzamerhand aardig tekort gedaan voelen. Maar dat terzijde.

De koning repte ook van ‘tirannie’. Een oud woord dat als tegenhanger van het moderne ‘selfie’ lekker lang nadreunt in je hoofd. Stiekem hoopte ik nog even dat hij er ‘die my mijn hert doorwondt’ (zesde couplet Wilhelmus) aan toe zou voegen, maar dat genoegen mocht ik niet smaken.

Hoe komt het toch dat normaal gesproken verstandige mensen volledig uit hun dak gaan van eerbied en bewondering als een lid van de Koninklijke familie zijn mond opendoet, zwijgt, wuift, voorleest, staat, iets zegt, niest, van een glaasje nipt, een hap neemt, een hand geeft, een boek leest of een lintje doorknipt? Alsof er zich voor hun ogen iets goddelijks voltrekt.
Henk Hofland heeft eens opgemerkt dat sommigen bij de aanblik van een Oranje in zo’n tomeloze staat van vervoering raken dat alle andere geestelijke vermogens defect raken. Hij vond het een pijnlijk gezicht: ‘die regelmatige uitbarstingen van mateloze bewondering, niet voor een bepaalde prestatie maar voor alles en alles wat zo’n medesterveling doet en laat.’

Op eerste Kerstdag hebben we weer krasse staaltjes van vervoering kunnen zien. Daarvoor hoeven we niet naar het Korea van Kim Jong-un.

 

Edwin de Roy van Zuydewijn

Hoe kan een belastingdienst in een rechtstaat beslag beleggen op de schadevergoeding van een advocaat? En waarom schrijft geen krant – afgezien van ThePostonline – over dit zeldzame staaltje van intimidatie? Er is toch alle reden tot verbijstering als de overheid op gronden die niet nader worden toegelicht tot zo’n daad overgaat? Het overkwam mr Gabriël Meyers, raadsman van Edwin de Roy van Zuydewijn.

Het Amsterdams gerechtshof had geoordeeld dat Meyers cliënt ten onrechte was vervolgd en kende de advocaat een schadevergoeding (kosten raadsman) toe van 16.000 euro. Toen Meijers informeerde waar zijn geld bleef, hoorde hij tot zijn stomme verbazing van het OM dat de belastingdienst beslag had gelegd. Absurd, want er ligt geen beslag op het inkomen van mr. Meijers.

Zou de naam van Meyers’ cliënt de reden zijn van het oorverdovende zwijgen in de media? De Roy van Zuydewijn, ooit getrouwd met prinses Margarita, een nichtje van onze voormalige vorstin, ligt al jaren met de koninklijke familie overhoop. Het heeft hem al zijn baan, zijn huwelijk, zijn carrière en zijn sociale leven gekost, maar dat is blijkbaar niet genoeg. Nog steeds wordt hij door of namens Nederlands eerste familie achtervolgd, dwarsgezeten en geïntimideerd.

Er zijn Kamervragen gesteld over wat De Roy van Zuydewijn is aangedaan. De minister-president heeft die `beantwoord’ met een beschamend smoesverhaal. En nu is het dan zover dat ook zijn raadsman wordt aangepakt, maar de meeste media doen er het zwijgen toe. NRC Handelsblad publiceerde wel een recensie van een toneelstuk (Anne Frank) over de volle breedte van de voorpagina en de Volkskrant vond het gegeven dat sportkoning Willem-Alexander op de voetbaltribune in Brazilië zou plaatsnemen buitengewoon nieuwswaardig. Maar een bericht dat het OM een niet te tolereren inbreuk had gemaakt op de verhouding advocaat-cliënt vinden die kranten kennelijk niet van belang. De andere dagbladen en nieuwsrubrieken op radio en tv trouwens ook niet.

Het is al vaker opgevallen dat berichten over De Roy van Zuydewijn worden geweerd, wanneer ze positief voor hem uitpakken. Hij heeft menige rechtszaak tegen leden van het koningshuis gewonnen, maar dat krijgt in de meeste gevallen geen of nauwelijks aandacht. Maar als er iets soms wat minder gunstig voor hem uitpakt, zijn ze er wel als de kippen bij om dat nieuws wereldkundig te maken.

Of het koninklijk huis in deze al jaren slepende kwestie zelf zijn invloed doet gelden of dat er lieden binnen het OM zijn die een wit voetje willen halen bij de enige familie van Nederland wier rechten exclusief in de Grondwet zijn geregeld, valt moeilijk na te gaan. Maar stel dat het uitslovers van het OM zijn: een seintje dat hun dienstbaarheid wel een tandje lager kan, krijgen ze evident niet.

Wat betalen de Oranjes aan belastingen? Dat ze een uitzondering vormen – vastgelegd in de grondwet – is bekend, maar waarom is dat? `Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld’, stelt artikel 1. De spreekwoordelijke adder zit hem in die `gelijke gevallen’. Alle families in Nederland zijn gelijk. Op één na.

Volgens de RVD betalen de leden van het Koninklijk Huis `de belastingen die ook voor andere burgers van toepassing zijn’. Afgezien dan van een aantal bij wet geregelde specifieke vrijstellingen, zo voegt de dienst daar aan toe. Wie de uitzonderingen leest, kan zich niet aan de indruk ontrekken, dat de RVD het eerlijkheidshalve beter andersom had kunnen formuleren, namelijk dat Koninklijk Huis, enkele uitzonderingen daargelaten, vrijgesteld zijn van fiscale lasten.
Er moet wel onderscheid worden gemaakt tussen Koninklijk Huis en Koninklijke Familie. Van de familie ben je lid door geboorte, terwijl lidmaatschap van het Koninklijk Huis in een speciale wet is geregeld. Alle voorrechten van de familie liggen vast in de Grondwet of een daaruit voortvloeiende speciale wet. Kom daar als Henk en Ingrid maar eens om.

In de praktijk is het sinterklaasje spelen voor de familie beperkt en geregeld bij (opnieuw) een speciale wet: de `wet financieel statuut van het Koninklijk Huis’. Daarin wordt de hoogte van hun `uitkering’ geregeld. Wie zijn die uitkeringstrekkers en wat krijgen ze? Koning Beatrix ontvangt € 4.757.359 en prins Claus kreeg tot aan zijn overlijden € 821.946 per jaar. Prins Willem-Alexander toucheert als de ‘vermoedelijke troonopvolger’ € 1.281.313 en zijn echtgenote prinses Maxima € 578.077.
Als koningin Juliana nog had geleefd zou ze € 1.288.730 per jaar hebben gekregen, terwijl prins Bernhard recht zou hebben gehad op € 4.929.18. In de praktijk zijn de uitkeringsgerechtigden dus beperkt tot de koning en zijn echtgenote (de wet spreekt altijd van koning), de vermoedelijke troonopvolger (en zijn eventuele echtgenote) en de afgetreden koning plus eventuele echtgenote. Dat betekent dus dat niet alleen het zittende staatshoofd een forse uitkering opstrijkt, maar ook een aantal naaste familieleden.
In principe kan het monarchale staatshoofdschap ons € 9.220.343 per jaar aan uitkeringen kosten, maar omdat Claus, Juliana en Bernhard inmiddels zijn overleden is dat ‘maar’ € 6.616.749. Let wel: alleen aan ‘uitkeringen’. De werkelijke kosten van de monarchie belopen volgens verantwoorde schattingen zo’n 125 miljoen Euro per jaar.

Componenten
De vorstelijke uitkeringen zijn verdeeld in twee onderdelen, de A- en B-component.  Van de € 4.757.359 die Beatrix ontving op grond van de wet financieel instituut (d.d. 21 juli 2011), kreeg ze € 764.304 als `uitkering’ direct in het handje (de A component). Van de overige € 3.993.055 moet ze personele en materiële kosten betalen (de B-component).
Artikel 40 van de Grondwet bepaalt dat de koningin, de kroonprins en de andere hier al genoemde uitkeringsgerechtigden hun geld krijgen volgens bij wet (financieel instituut) te stellen regels. De leden van beide kamers van de Staten Generaal moeten ieder jaar opnieuw met minstens driekwart van de stemmen met de voorgestelde bedragen akkoord gaan, maar sinds de invoering van de wet financieel instituut in 1972 is dat nooit een probleem geweest. Alsof het gênant zou zijn om over de hoogte van de uitkering te debatteren.
In artikel 40, lid 2, staat ook dat de koning en de overige leden van het koninklijk huis die een uitkering ontvangen daarover geen belasting betalen. Evenmin betalen ze belasting over hun vermogen als ze dat gebruiken voor de koninklijke klussen die ze moeten uitvoeren omdat die nu eenmaal tot hun taak worden gerekend. De koning en zijn opvolger, in dit geval dus Beatrix en Willem-Alexander betalen evenmin belasting als ze erven van een lid van het Koninklijk Huis.

Verder laat de Grondwet (artikel 40) de mogelijkheid open om via aparte wetten ook andere leden van het Koninklijk Huis (behalve hier de genoemde) fiscaal uit de wind te houden. Wetsvoorstelletje, stemminkje in beide Kamers (waar zelden een woord van protest klinkt) en het is gepiept. Maar afgezien van de kerngroep van maximaal zes personen (de afgetreden, zittende en toekomstige koning met echtgenotes) komen die vrijstellingen  – voor zover bekend – weinig voor. De enige die werkelijk inzicht heeft is de Inspecteur van Belasting, maar hij heeft zijn ambtsgeheim.

Heeft koningin Beatrix een paar jaar geleden uit diep mededogen met haar familieleden die wel aan het Nederlandse belastingregime zijn onderworpen die stakkerds gelegenheid geboden om via haar `werkpaleis’ Noordeinde de fiscus te omzeilen? Mogelijk.  Haar zus, prinses Christina, die niet is vrijgesteld van belasting, kreeg van Beatrix – een van de zes belastingvrijgestelden in Nederland dus – de kans om haar werkpaleis als administratief ontduikingsadres te gebruiken, zodat ze in staat was geld weg te sluizen naar het Britse belastingparadijs Guernsey.

Ook de familie De Bourbon Parme, met wie zowel Beatrix als haar zus prinses Irene nauwe banden onderhouden, kreeg de gelegenheid fiscaal op Noordeinde onder te duiken. Strikt genomen waren deze constructies niet in strijd met de wet (wel met de geest), maar het blijft bizar dat het staatshoofd via haar paleis – ze heeft er maar liefst drie gratis ter beschikking van de staat – gelegenheid biedt de haar persoonlijk zo welgezinde fiscus te ontwijken.

Erfbelasting
De vrijheid van erfbelasting (successierechten) is gebaseerd op een buitengewoon merkwaardige gedachtegang.  Om een onafhankelijke positie te kunnen waarborgen moet de Koning over een eigen vermogen beschikken. En wij maar denken dat de koning van nature en vanwege zijn afkomst automatisch boven de partijen stond. Nee dus. Het lijkt eerder op een door de staat afgekochte onafhankelijkheid.  ‘Anders dan bij de vermogensbelasting tast immers het successierecht – en hetzelfde geldt ook voor het schenkingsrecht en het recht van overgang – het vermogen aan’, zo luidt de redenering.
De angst lijkt te zijn dat een Beatrix zonder eigen vermogen wel eens onder druk zou kunnen komen te staan van rijke snoodaards die haar een gunst willen afpersen. Bemiddeling bijvoorbeeld voor vestigingsvergunningen van buitenlandse bedrijven.
Zou ze echt tijdens haar jaarlijkse bezoeken aan de Bilderbergconferentie om gunsten worden belaagd door de top van het transatlantische zakenleven? Toch vervelend dat ze potentieel als omkoopbaar wordt gezien. Maar ja, het zit natuurlijk wel in de familie.
Op 27 oktober 1970 verdedigde premier Piet de Jong het geen-successierechten-beleid in de Tweede Kamer. De koning had volgens de minister-president eigen vermogen nodig om incidenteel excessieve uitgaven te doen en privé-bestedingen op te vangen. Dat maakte hem onafhankelijk van `zogenaamde weldoeners, waartegenover de koning zich verplicht zou kunnen voelen, indien zij uitgaven voor hun rekening nemen’.
Staatssecretaris van Financiën F. Grapperhuis ging in november 1970 in de Eerste Kamer op dit onderwerp door. De koning was niet in staat zelf een vermogen te verdienen. Hij kon naast zijn ambt geen andere functies in het economische leven vervullen, want dat zou zijn onafhankelijkheid in gevaar kunnen brengen.

Opmerkelijk is dat de koningen in de negentiende eeuw geen vrijstelling van successierechten genoten. Dat gebeurde voor het eerst bij het overlijden van Wilhelmina. Krachtens een ministeriële beschikking is over haar vermogen geen erfbelasting geheven. In 1947 heeft Piet Lieftinck, toenmalig PvdA-minister van Financiën, het vermogen van de vorstin per brief van successierechten vrijgesteld. Overigens woedt het debat over het wel dan niet betalen van erfbelasting door tot op de dag van vandaag. PvdA-kamerlid Jeroen Recourt had daarover op 4 oktober 2011 vragen gesteld. Rutte baseerde zich in zijn antwoord van 6 oktober – net zoals De Jong en Grapperhuis dat deden – op het rapport van de `commissie belastingvrijdom koninklijk huis’ (de commissie Simons) van 22 april 1967. De onafhankelijkheid van het staatshoofd moest gewaarborgd zijn. PvdA-kamerlid Recourt vroeg dus naar de bekende weg, want sinds de commissie Simons is er niets veranderd.

Rutte
Het was dezelfde Rutte die medio oktober 2011 beweerde dat het koningshuis in het kader van de bezuinigingen al genoeg had geleden. Hij voelde er niets voor om de Koninklijke familie die haar bijdrage al ruimschoots zou hebben geleverd nog eens aan te pakken. Maar hoe was de familie dan gekort? Waren hun riante uitkeringen gedecimeerd? Dat had in principe best gekund want Beatrix woont gratis, haar personeel (en dat van haar zoon en schoondochter) wordt door het Rijk betaald en ze kunnen alle onkosten declareren.
Een blik op de Rijksbegroting 2011 biedt uitkomst. De vliegregeling is iets ingeperkt, al geldt dat niet voor Hare Majesteit zelf. Maar het betekent wel dat Máxima nu minder gemakkelijk (althans in theorie) even het regeringsvliegtuig kan nemen om in Milaan een terrasje te pakken of een paar schoentjes te kopen. Verder wordt iets bezuinigd op de toch al exorbitante onkostenregeling voor het Koninklijke plezierjacht de Groene Draeck alsook de Koninklijke trein. Voorts is er iets minder geld beschikbaar voor het onderhoud van de drie paleizen die het staatshoofd van staatswege ter beschikking staan. Gezien de recente grote opknapbeurten en renovaties (denk aan het Paleis op de Dam) lijkt daar best mee te leven.
Van bezuinigingen op het gebied van beveiliging is geen sprake, terwijl dat de grootste post is. De beveiliging van de pleziertochtjes van de kroonprins en zijn gezin naar exotische oorden en buitenlands vastgoedbezit kost kapitalen.

Vermogensbelasting
Ook bij de betalingsregeling van vermogensbelasting is wazigheid troef. Rutte antwoordt in zijn brief aan Recourt dat artikel 40 van de Grondwet bepaald `dat vermogensbestanddelen van leden van het koninklijk huis, die dienstbaar zijn aan de uitoefening van het koningschap, niet worden meegenomen bij de berekening van de grondslag voor de vermogensrendementsheffing (dit is een onderdeel van de inkomstenbelasting).
De inspecteur van de Belastingdienst die de aanslag inkomstenbelasting oplegt, bepaalt welke vermogensbestanddelen dat zijn’. Helaas mag de belastinginspecteur daarover geen nadere mededelingen doen. De commissie Simons meende al in 1967 dat de inspecteur vast niet geneigd zou zijn tot een streng beleid jegens de koningin. Als er gerommeld wordt (en zo ja in welke mate) onttrekt zich dat geheel aan onze waarneming, maar dat de inspecteur het niet op een conflict met Hare Majesteit zal laten aankomen, laat zich raden.
We weten natuurlijk niet wat de belastingmoraal van onze koningin is, maar haar medewerking aan de bedenkelijke belastingconstructies van zus Christina en de familie De Bourbon de Parme doet het ergste vrezen. Ook blijft volstrekt onduidelijk op welk deel van het privévermogen de regeling slaat. Want wat is eigenlijk het deel dat nodig zou zijn om het koningschap op adequate wijze uit te oefenen? De regering vindt het vreselijk moeilijk dat vast te stellen. Stel je voor dat Beatrix je om de een of andere reden op de thee nodigt. Is dat dan een privé- uitgave van de koningin? Of juist niet? De regering komt daar dus niet uit en laat daarom belastingbetaling liever maar helemaal achterwege. Toch zou het `probleem’ door een eenvoudig declaratiesysteem kunnen worden opgelost, maar dat lijkt nu juist niet de bedoeling.

Obama, Merkel, Sarkozy en Cameron
Tot slot wil ik een banale vergelijking niet uit de weg gaan. Banaal, omdat het hier immers om democratische principes gaat en niet om geld. Wat doen een Beatrix of een Willem-Alexander voor hun uitkering? Het antwoord is simpel: gewoon koningin of kroonprins zijn. Hoe ze dat invullen is afgezien van een aantal verplichtingen grotendeels hun eigen zaak.
De verantwoordelijkheden van moeder en zoon steken (nog afgezien van het feit dat niet zijzelf maar de ministers daar vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid voor opdraaien) wel heel schril af bij die welke staatshoofden als Obama, Merkel, Sarkozy, Cameron of zelfs Rutte dragen. Met de beloning is het al niet anders. Obama krijgt als president van zeg maar een beduidend groter land jaarlijks 400.000 dollar (ongeveer 265.000 Euro), Merkel 200.000, Sarkozy 230.000 en Cameron 208.000 Euro als vergoeding (koersen van begin november 2011).
Voor allen geldt dat daar nog (tamelijk bescheiden) onkostenvergoedingen bijkomen.  Maar hun vader, moeder, echtgenoot of eerstgeboren kind (met partner) moeten het allemaal zonder een staatsuitkering stellen. Mark Rutte krijgt zo’n 144.000 Euro per jaar. Inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering. Bruto.  Zijn `B-component’ is ongeveer 40.000 Euro.

Dat zo’n armoezaaier pal staat voor het exorbitante inkomen van het staatshoofd getuigt van een onbaatzuchtig karakter.