Deze week is het 50 jaar geleden dat Den Uyl het onderzoeksrapport van de Commissie van Drie over de Lockheed-affaire met daarin de rol van prins Bernhard openbaar maakte. Voor Bernhard liep het met een sisser af. Maar Nederland stond internationaal voor paal.

Het Lockheedschandaal maakte de regering mede-corrupt
Het Lockheed-schandaal dat Nederland midden jaren zeventig op zijn kop zette, draaide om corruptie, smeergeld en wapenhandel. De affaire bracht de regering van de Verenigde Staten, Japan en een aantal West-Europese in grote verlegenheid. In Den Haag zoemde ‘het gerucht’ rond dat prins Bernhard zich had laten omkopen door straaljagerfabrikant Lockheed. Aanvankelijk weigerde iedereen, het kabinet Den Uyl incluis, de berichten uit Washington te geloven. Dat de echtgenoot van koning Juliana corrupt zou zijn, was ondenkbaar.
Den Uyl stelde een onderzoeksteam in, de ‘Commissie van Drie’, om de affaire te onderzoeken. Het ondenkbare bleek toch denkbaar. De Commissie vond zulke sterke aanwijzingen dat het kabinet onder ogen moest zien dat de prins inderdaad corrupt was. Het probleem was echter dat Bernhard, ondanks zijn belofte om mee te werken, alle schuld ontkende. Het kabinet durfde daarom de stap hem daadwerkelijk te beschuldigen niet aan. Van meet af aan was trouwens besloten dat van een rechtszaak geen sprake kon zijn.

Drie gevallen van smeergeld
De Commissie van Drie heeft drie gevallen gedocumenteerd. Het eerste betrof een JetStar die Lockheed Bernhard cadeau wilde doen. Hij weigerde omdat hij het toestel zou moeten registreren. De prins prefereerde een miljoen dollar op zijn geheime Zwitserse bankrekening, wat laat zien dat hij precies wist hoe hij met zwart geld moest omgaan. Tegenover de Commissie van Drie ontkende hij dat miljoen te hebben ontvangen.
Het tweede geval staat bekend als ‘Victor Baarn’. Naar overtuiging van de Commissie was dat een schuilnaam van Bernhard. Het ging om 100.000 dollar smeergeld op naam van ‘Victor Baarn’ maar ontkende Bernhard beweerde van niets te weten. Het eerste geval (het miljoen) gaf hij later wel toe in een interview met de Volkskrant. Hij zou dat bedrag hebben geschonken aan het Wereld Natuur Fonds (WNF). Maar in de boeken van het WNF viel zijn ‘gift’ niet te traceren. En corruptie blijft corruptie; ook als je het geld weggeeft aan een goed doel.
In het derde geval eiste Bernhard een bedrag van tussen de vier en de zes miljoen dollar, wat Lockheed te gortig vond. De Commissie ontdekte twee handgeschreven brieven van Bernhard waarin hij bij Lockheed om miljoenen bedelde. Bernhard beweerde ditmaal zich niet te kunnen herinneren de brieven ooit te hebben geschreven, hoewel ze slechts een jaar oud waren.

Den Uyl
Premier Den Uyl heeft het laatste geval aangegrepen om zich uit de affaire te redden. De andere twee zaken bleef Bernhard ontkennen, maar die brieven uit het derde geval bewezen dat hij wel degelijk om geld had gevraagd. Alleen had hij het nooit ontvangen. Dat ging ook niet omdat iedereen die er bij Lockheed toe deed juist in die tijd door een speciale onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat onder leiding van Frank Church werd verhoord. De smeergeldmachinerie van Lockheed was tijdelijk tot stilstand gebracht.
Voor Den Uyl was het derde geval ideaal. Bernhard had onbetwistbaar de intentie getoond steekpenningen van Lockheed te willen. Hij had er zelfs om gevraagd maar het geld had hij nooit daadwerkelijk gekregen. In de woorden van Joop den Uyl had hij zich ‘toegankelijk getoond voor onoorbare verlangens en aanbiedingen’ en hij had zich ‘laten verleiden tot het nemen van initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren’. Het woord corruptie viel niet maar zich ‘toegankelijk’ tonen voor ‘onoorbare verlangens en aanbiedingen’ betekent precies hetzelfde.

Straf
In mijn boek Het Lockheed Schandaal (2011) beperkt ik me niet tot het geval van Bernhard maar ik besteed ook ruim aandacht aan politici en ministers in andere landen die ook smeergeld van Lockheed opstreken. Zonder uitzondering en zonder aanzien des persoons werden ze tot gevangenisstraffen veroordeeld. Bernhards ‘straf’ bestond uit een ‘dringend verzoek’ voortaan geen militair uniform meer te dragen. Dat ging maar een paar jaar goed. Daarna verscheen hij (soms) weer in uniform. Het buitenland heeft die gang van zaken met verbazing gade geslagen. De RVD maakt er zich tot op de dag van vandaag als volgt vanaf:
‘Medio jaren 70 bleek dat de Amerikaanse vliegtuigfabrikant Lockheed in diverse landen regeringsfunctionarissen had benaderd, teneinde bepaalde aankopen te stimuleren. Hierbij werd ook de naam van Prins Bernhard in zijn functie van inspecteur-generaal der krijgsmacht genoemd. In 1976 stelde het kabinet-Den Uyl de Commissie van Drie in om onderzoek te doen naar eventuele betrokkenheid van Prins Bernhard hierbij. Naar aanleiding van het onderzoek legde de Prins zijn militaire functie neer.’
Den Uyl is Bernhard ook in dit geval zeer ter wille geweest door hem te manen met onmiddellijke ingang zijn functie van inspecteur-generaal der krijgsmacht neer te leggen. Bernhard kon zo de eer aan zichzelf houden en ‘eervol’ ontslagen worden. Een afgedwongen ontslag kan nooit eervol zijn, maar die schande bleef de prins dankzij Den Uyl bespaard.

Politieke onrust
De omkoping van volksvertegenwoordigers, militairen, politici en regerings- en bedrijfsfunctionarissen leidde tot politieke onrust en argwaan jegens overheden, de krijgsmacht en multinationale bedrijven. Ook in Duitsland waar Franz Josef Strauss minister van defensie was. Vermoedelijk heeft Strauss de bui zien hangen want op zijn departement was geen document meer over Lockheed te vinden. Alle stukken waren vernietigd. Dan kon onmogelijk toeval zijn, maar bij gebrek aan bewijzen verscheen in Duitsland niemand voor de rechter.
In België was ook de vraag gerezen of de 122 Lockheed Starfighters volgens de regels waren aangeschaft. Jean-Pierre Bonsang, de Belgische agent van Lockheed, had die vraag kunnen beantwoorden maar hij stierf kort voordat de hoorzittingen van de Amerikaanse senaat begonnen. Direct na zijn overlijden hebben vertegenwoordigers van Lockheed zijn bureau zo grondig ‘gekuist’ dat er niets meer was te vinden. Net als in de Duitse Bondsrepubliek bleef het daarom bij vermoedens en verdenkingen, maar het ontbrak aan hard bewijs in de vorm van documenten.
In het Midden-Oosten speelde de Lockheed-affaire een minder opvallende rol. Perzië, het huidige Iran, en Saudi-Arabië, twee spreekwoordelijk corrupte monarchieën, laten zich door corruptie, ook al is die grootschalig, niet van de wijs brengen.
In Japan ontketende ‘Lockheed’ een storm van verontwaardiging. Zonder aanziens des persoons moesten verdachten uit het bedrijfsleven en de politiek zich voor de rechter verantwoorden. In Italië, dat op het gebied van corruptie toch wel wat gewend was, gebeurde dat ook. De aandacht voor het Lockheed-schandaal was wereldwijd zo groot, dat het niet mogelijk zou zijn geweest de zaak met de traditionele mantel der liefde te bedekken. In beide landen vielen zware gevangenisstraffen.
In Nederland veroorzaakte Lockheed een schok onder zowel de bevolking als in politieke kringen. Men kon het niet geloven of men weigerde het te geloven. Prins Bernhard, de ‘oorlogsheld’, de ‘ambassadeur van het bedrijfsleven’, de vleesgeworden charme; het kón gewoon niet waar zijn.

Monarchie in het geding
Toen bleek dat de beschuldigingen niet uit de lucht waren gegrepen, kwam dat hard aan, maar het vertrouwen in Bernhard werd er nauwelijks door aangetast. Velen (ook in de politiek) vonden dat de prins door alle publiciteit al voldoende was gestraft. Dat corruptie een misdrijf was waarop een maximale gevangenisstraf van zes jaar stond was natuurlijk waar, maar Bernhard op zijn corrupte gedrag aanspreken vond vrijwel iedereen te ver gaan. En bovendien onnodig omdat Juliana er ook onder zou lijden terwijl ze het toch al zo zwaar had.
Met de monarchie in het geding toonde zowel de politiek als de bevolking zich bereid dit staaltje van rechtsongelijkheid te accepteren. De prins straffen, zoals dat in andere landen was gebeurd, stuitte op weerstand. Nederland voelde meer voor een benadering zoals die gebruikelijk was in monarchieën als Saudi-Arabië en Perzië, waar corruptie doodgewoon was.
De PvdA van Den Uyl vreesde dat een harde aanpak van Bernhard de partij grote schade zou toebrengen en reageerde – op een uitzondering na – mild op de prinselijke corruptie. De confessionele partijen hadden vanuit hun traditionele liefde voor het koningshuis evenmin behoefte aan ingrijpen. Alle partijen, behalve de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), vonden dat een koningscrisis koste wat kost moest worden voorkomen. Juliana had gedreigd met aftreden als haar man naar de gevangenis moest en Beatrix zou dan geweigerd hebben (beweerde ze) haar moeder op te volgen. Een constitutionele crisis zou het gevolg zijn geweest. Dreigen met zo’n crisis is de Oranjes wel toevertrouwd. Het is een effectief drukmiddel dat praktisch altijd het gewenst resultaat oplevert.
Dat de prins met zijn gedrag het belang van de Nederlandse staat had geschaad en afbreuk had gedaan aan ons internationaal aanzien deed er evenmin toe. Politiek Den Haag (met uitzondering van de PSP) beschouwde de omkoopbaarheid van de prins niet zozeer als een juridisch (wat het was) dan wel als een politiek probleem.

Rechtsgelijkheid te grabbel
Hans Teengs Gerritsen, met wie Bernhard bevriend was, en ir. F. Besançon, directeur van de KLM (1953-1974), waar Bernhard commissaris was geweest, profiteerden van de milde houding jegens Bernhard die zelf overigens nooit heeft begrepen waarom men zich druk maakte over de paar cent die hij had ontvangen voor zijn diensten. Zo ging dat toch in het bedrijfsleven? Als hij spijt heeft gehad, heeft hij het ‘verdomd goed’ verborgen weten te houden, stelde een vriend van de prins.
Teengs Gerritsen vertegenwoordigde Lockheed maar hij had zijn commissiegeld op een geheime Zwitserse bankrekening laten storten en daarmee belasting ontdoken. Wat betreft Besançon bestond er geen twijfel dat hij $ 25.000 van de vliegtuigfabrikant als smeergeld had geïncasseerd, maar hij bleef, net als Teengs Gerritsen, tegenover de Commissie van Drie zijn schuld ontkennen. Daarmee was voor de Commissie de kous af. Het ging niet aan de ontkenningen van prins Bernhard wél en die van Besançon niet te accepteren. Van het aangekondigde FIOD-onderzoek naar Teengs Gerritsen is niets meer vernomen. Net als Besançon kwam hij met de schrik vrij.
Een rechtszaak tegen beiden zou de schijnwerpers weer vol op Bernhard en zijn corrupte gedrag hebben gezet. Dat moest vanzelfsprekend worden voorkomen. Het kabinet heeft bij het Lockheeddebat in de Tweede Kamer niets aan het toeval overgelaten. Den Uyl heeft uitgebreid geanticipeerd op mogelijke vragen over Besançon en Teengs Gerritsen. Een klokkenluider had de FIOD op het onderzoek naar Teengs Gerritsen gezet, maar de man zou volstrekt onbetrouwbaar zijn geweest en daarom was het onderzoek gestaakt. En als Besançon ter sprake kwam zou Justitieminister Dries van Agt vragen pareren met de opmerking dat wat er rondom de KLM-directeur speelde niets te maken had ‘met de gebeurtenissen met betrekking tot Z.K.H. Prins Bernhard’.

De monarchie gered
Vanwege het hogere doel, het aanzien van de monarchie, deed de belastingontduiking van Teengs Gerritsen en de corruptie van Besançon er niet toe en werd en passant de rechtsgelijkheid te grabbel gegooid. Onder geen beding mocht de monarchie schade oplopen.
Dat was ook de reden dat de 100.000 dollar smeergeld die vliegtuigfabrikant Northrop aan Bernhard had betaald door Den Uyl werd verzwegen. Één schandaal ging nog maar twéé tegelijk kon hij niet behappen. De premier lost dat probleem soepel op. Hij had de Commissie van Drie opdracht gegeven Lockheed te onderzoeken. Northrop kwam in de onderzoeksopdracht niet voor. De Northropstukken borg hij op de kluis. Probleem opgelost en de monarchie was weer gered.

De geopolitiek van de VS staat op gespannen voet met democratie en internationaal recht

Wie luistert naar de openlijke taal waarmee president Trump spreekt over grondstoffen in Venezuela, Groenland en Oekraïne, zou kunnen denken dat hier sprake is van een breuk met het verleden. Trump zegt hardop wat eerdere presidenten verhulden: strategische controle, veiligheid en toegang tot bodemschatten zijn geen bijzaak, maar kernbelang. Landen die over olie, gas, zeldzame metalen of strategische ligging beschikken, worden niet primair als soevereine staten gezien, maar als schakels in een groter geopolitiek en economisch systeem. Eerlijk is het wel. Vorige presidenten spraken altijd –  als ‘Leider van de Vrije Wereld’ – zalvende woorden over democratie, vrijheid en zelfbeschikking. Dat met ‘vrijheid’ primair zo ruim mogelijke investeringsmogelijkheden voor Amerikaanse bedrijven werd bedoeld hoorde je presidenten niet zeggen.

In mijn boek Nieuw-Guinea Verraden heb ik hard gemaakt dat dit denken een structureel kenmerk van Amerikaanse machtspolitiek is. De titel overschaduwt enigszins waar het in mijn boek werkelijk om gaat: de Amerikaanse geopolitiek sinds 1900 en de alsmaar toenemende greep van multinationals (met hulp van de CIA) op dat beleid.  Wat Trump vandaag expliciet maakt, werd decennialang impliciet uitgevoerd. Het drama van West-Nieuw-Guinea vormt daarvan een exemplarisch, maar vaak vergeten voorbeeld. Niet omdat het uniek was, maar juist omdat het zo herkenbaar is binnen een patroon dat zich wereldwijd heeft herhaald.

Trump en de openlijke herwaardering van grondstoffenpolitiek

De aantrekkingskracht van Venezuela ligt voor de hand: ’s werelds grootste bewezen oliereserves, jarenlang onttrokken aan Amerikaanse invloed door nationalisatie en sancties. Groenland is strategisch interessant vanwege zijn ligging, maar vooral vanwege zeldzame aardmetalen, uranium en toekomstige exploitatiemogelijkheden onder het smeltende ijs. Oekraïne bezit grote voorraden lithium, titanium en andere kritieke grondstoffen die essentieel zijn voor moderne technologie en de defensie-industrie.

Wat deze dossiers verbindt, is niet Trump als persoon, maar  zijn (onbesuisde) eerlijkheid over het motief. Waar eerdere presidenten spraken over democratie, stabiliteit of mensenrechten, spreekt Trump van ‘deals. En ‘soms ook wel over ruil: veiligheid en steun in ruil voor toegang. De façade is dunner geworden, maar de architectuur is al meer dan bijna anderhalve eeuw oud.

In Nieuw-Guinea Verraden (met als subtitel Amerikaanse multinationals, geopolitiek en de CIA, leg ik dit mechanisme bloot. Ook in onze voormalige kolonie ging het niet primair om zelfbeschikking, mensenrechten of internationale rechtsprincipes, maar om de vraag wie toegang kreeg tot de rijkdom onder de grond – en wie daarvoor moest wijken. De rijkdom van Nieuw-Guinea bestond uit immense voorraden kopen en goud.

De Amerikaanse geopolitiek sinds 1900: economische toegang als kernbelang

Al voor de twintigste eeuw is Amerikaanse buitenlandse politiek nauw verweven met economische expansie. De Verenigde Staten ontwikkelden zich niet als klassieke koloniale mogendheid met vlag en bestuur, maar als een macht die toegang wilde tot markten, grondstoffen en investeringsmogelijkheden. Dat beleid is tijdens de Tweede Wereldoorlog wel doordacht in de steigers gezet en na 1945 consequent uitgevoerd.

Het sleutelbegrip was steeds: openheid. Open havens, open markten, open investeringsklimaat. Maar die ‘openheid’ was hoogst eenzijdig. Het betekende primair dat landen open moesten staan voor Amerikaanse bedrijven, kapitaal en invloed. Vooral de Latijns-Amerikaanse landen kregen voor de Tweede Wereldoorlog te maken met die Amerikaanse ‘openheid’.

Na de Tweede Wereldoorlog werd deze logica geïnstitutionaliseerd. De VS kwamen als dominante macht uit de oorlog en bouwden zeer welbewust een nieuwe wereldorde waarin politieke loyaliteit, economische integratie en militaire samenwerking samenvielen. Voor het eerst in de wereldgeschiedenis vestigde Amerika een imperium met een minimum aan militair geweld. Landen mochten formeel onafhankelijk zijn, zolang zij binnen dit kader bleven opereren. Wie daarbuiten dreigde te treden – door nationalisatie, neutraliteit of links-nationalistisch beleid – werd al snel als probleem gezien.

De Tweede Wereldoorlog betekende het einde van Groot-Brittannië als wereldmacht. President Roosevelt van de Verenigde Staten heeft van de geallieerde landen geëist dat ze hun koloniën zelfbeschikkingsrecht moesten verlenen. Die eis kon niet worden genegeerd want de oorlog werd grotendeels door de Verenigde Staten gefinancierd en ook het meeste oorlogsmateriaal kwam uit Amerika. Premier Churchill maar ook de Nederlandse regering in ballingschap, de Belgen en de Fransen hebben tijdens de oorlog twee keer een document ondertekent waarin ze instemden met zelfbeschikkingsrecht van hun koloniën. Ze konden niet anders onder de zware Amerikaanse druk. Na de oorlog in de herfst van 1945 ondertekenden alle geallieerde landen het Handvest van de Verenigde Naties waarin het zelfbeschikkingsrecht opnieuw bevestigd werd. De insteek van Roosevelt was zeker niet van Amerikaans eigenbelang ontbloot. De  toegang tot de markten en grondstoffen van de koloniën was vrijwel altijd exclusief voorbehouden aan de ‘moederlanden’. Dat moest veranderen. Namelijk door het zelfbeschikkingsrecht dat de koloniën het recht gaf hun eigen regering te kiezen. Uiteraard het liefst met een welwillend oog voor Amerikaanse belangen. Er zat echter toch ook een humane kant aan het beleid van Roosevelt. Hij vond het koloniale systeem volstrekt achterlijk en achterhaalt  en hij schiep er genoegen in om Churchill dat flink in te peperen.

De CIA als instrument van economische geopolitiek

Na 1946 kreeg de Amerikaanse geopolitiek een nieuw en krachtig instrument: de CIA. Officieel opgericht voor inlichtingenwerk, maar al snel ingezet voor actieve beïnvloeding en regimeverandering.

De methoden waren divers en flexibel:
– financiering van politieke partijen en media
– omkoping van militaire elites en politici
– verspreiding van desinformatie
– aanwakkeren van interne conflicten
– bewapening van bevriende facties
– en in uiterste gevallen: eliminatie van politieke tegenstanders

Deze instrumenten werden niet willekeurig ingezet, maar vrijwel altijd gebruikt in landen waar regeringen de controle over eigen grondstoffen en economie wilden behouden of herwinnen. Landen met olie, mineralen, strategische ligging of grote afzetmarkten.

Het patroon is telkens hetzelfde: een nationalistische of links georiënteerde leider wordt neergezet als instabiel, gevaarlijk of ‘onbetrouwbaar’ en uiteraard ook als een vijand van democratie. Interne spanningen worden vergroot en aangewakkerd. Economische druk volgt. Vervolgens verschijnt een ‘betere’ leider: altijd pro-Westers, anticommunistisch en bereid tot concessies. Een corrupte president is geen bezwaar, eerder een voordeel: een chantabel regime is immers een handelbaar regime.

Indonesië als scharnierstaat in de Koude Oorlog

In Zuidoost-Azië kreeg dit patroon een bijzondere intensiteit. Indonesië was groot, strategisch gelegen en politiek instabiel. President Soekarno koos een koers van niet-gebondenheid, verzette zich tegen buitenlandse economische dominantie, weigerde na verloop van tijd Amerikaanse investeringen en wantrouwde westerse multinationals. Daarmee werd Soekarno een probleem.

In deze context kreeg Nieuw-Guinea een betekenis die niets te maken had met de bevolking van Nieuw-Guinea. Het gebied was geen Papoea-kwestie, maar een schaakstuk in een groter spel. Voor de gelegenheid werden de Papoea’s afgeschilderd als mensen uit het stenen tijdperk die nog lang niet op eigen benen konden staan. Toezicht was nodig zolang ze nog niet met mes en vork aten. Nederland wilde blijven om die schone taak belangeloos te verwezenlijken, net als Indonesië. De Amerikanen steunden na verloop van tijd Indonesië want Nederland zou zich toch niet kunnen handhaven; investeerders zijn nu eenmaal dol op politieke stabiliteit want die is nodig voor veilige investeringen. De vraag was niet wat rechtvaardig was, maar wat strategisch wenselijk werd geacht.

Voor Washington was het ook cruciaal dat Indonesië niet richting China of de Sovjet-Unie zou kantelen. Dat belang woog zwaarder dan internationale afspraken over zelfbeschikking. Nieuw-Guinea werd daarmee een ruilobject: Nederland moest wijken en Indonesië tevreden gesteld om de Amerikaanse belangen veilig te stellen

De rol van Nederland en prins Bernhard

Nederland presenteerde zich graag als hoeder van Papoea-zelfbeschikking, maar handelde ambivalent. Officieel werd gesproken over voorbereiding op onafhankelijkheid; maar het belangrijkste voor minister  van Buitenlandse Zaken Joseph Luns was toch om Nieuw-Guinea niet in handen van de door hem gehate Soekarno te laten vallen. Een tijdlang verdedigde hij ook het standpunt dat Nederland een steunpunt in Zuidoost Azië nodig had. Een bizar argument dat hij na verloop van tijd inwisselde voor zijn bezorgdheid over het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea’s.

Prins Bernhard speelde een opmerkelijke rol. Hij opereerde niet als formeel diplomaat, maar als netwerker, vertrouweling en belangenbemiddelaar voor onder meer de Groep-Rijkens, een ondernemerslobby die de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië bepleitte, in de hoop dat een overdracht de hun nog resterende economische belangen in Indonesië ten goede zou komen. De Groep was vernoemd naar Paul Rijkens, directeur van Unilever, die doorging voor een vriend van de prins. Het is zeker niet uitgesloten dat Bernhard ook nog andere (niet-Nederlandse) bedrijven vertegenwoordigde, maar daarvoor is geen bewijs.

Bernhards bezoek aan president Kennedy, waarbij hij pleitte voor overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië  – dwars tegen de lijn van minister Luns in – illustreert hoe informele macht functioneert.

Bernhard maalde niet om Papoea-rechten; het ging hem vooral om economische belangen en Atlantische solidariteit. Dat hij daarbij toegang had tot de hoogste Amerikaanse besluitvormingskringen, onderstreept nog weer eens hoezeer het formele beleid werd aangevuld – en soms ondergraven – door informele kanalen.

Freeport en het vooraf vastgelegde lot van Nieuw-Guinea

Het meest onthullende element in Nieuw-Guinea Verraden is het tijdstip waarop economische belangen werden vastgelegd. Al vóórdat de Papoea-bevolking zich zogenaamd mocht uitspreken in de ‘Act of Free Choice’ over haar eigen toekomst (zelfstandig of als deel van Indonesië), had de Amerikaanse multinational Freeport dat de rijke koper en goudvoorraden wilde ontginnen zijn contract al binnen. Op uiterst gunstige voorwaarden, wat logisch is als je bedenkt dat het bedrijf het contract zelf mocht opstellen. Soekarno was toen met behulp van de CIA al vervangen door Soeharto die precies deed wat de Amerikanen van hem verlangden. Dat was onder meer het opheffen van de communistische partij. Het leidde tot een gigantische slachtpartij die een half tot één miljoen al dan niet vermeende ‘communisten’ het leven heeft gekost. Iedereen die niet voor Amerika was, heulde volgens Washington met het communisme. Een derde weg bestond niet. Het zal niet verbazen dat Soeharto Amerikaanse investeerders een meer dan warm hart toedroeg.

Het contract van Freeport met Soeharto ontneemt elke geloofwaardigheid aan het idee dat de uitkomst nog open lag. Wie miljarden dollars in exploitatie investeert, doet dat niet in een politiek vacuüm. De overdracht aan Indonesië was geen risico, maar een voorwaarde.

De ‘Act of Free Choice’ was geen beslissend moment, maar een rituele bevestiging van een reeds genomen besluit. Het zelfbeschikkingsrecht functioneerde als legitimatie achteraf, niet als uitgangspunt vooraf. Het was een ‘Act of No Choice’.

Soeharto: de ideale partner

De machtswisseling van Soekarno naar Soeharto paste naadloos in dit scenario. Waar Soekarno lastig, ideologisch en onvoorspelbaar was, bleek Soeharto pragmatisch, hiërarchisch en gevoelig voor economische prikkels.

Zijn corruptie was geen obstakel, maar een instrument. Een leider die persoonlijk profiteert van buitenlandse investeringen, zal die investeringen beschermen. Onder Soeharto werd Indonesië opengesteld voor westerse bedrijven, werden contracten gerespecteerd en werden lokale protesten met harde hand onderdrukt. Volgens Transparency International heeft de familie Soeharto en haar kliek (corrupte politici, generaals en politieofficieren die opdracht hadden de Papoea’s in toom te houden) ongeveer 32 miljard dollar aan steekpenningen opgestreken.

Voor Washington was dit geen moreel dilemma, maar een rationele keuze. Stabiliteit woog zwaarder dan democratie. Toegang tot grondstoffen woog zwaarder dan mensenrechten.

 De Papoea’s: structureel kansloos

In deze constellatie hadden de Papoea’s geen enkele reële kans op zelfstandigheid. Niet omdat zij geen recht hadden, maar omdat hun recht botste met machtige belangen. Zelfbeschikking bleek een leeg begrip zodra het economisch inconvenient werd.

De Papoea-bevolking werd nooit als een volwaardige gesprekspartner gezien, maar als variabele. Hun land werd een mijnbouwgebied, hun leefomgeving een kostenpost, hun cultuur een obstakel.

Wat volgde was geen tijdelijke achterstelling, maar een structurele tragedie: militarisering, landonteigening, ecologische verwoesting en sociale ontwrichting. De rijkdom van de bodem werd de armoede van de bevolking. De firma Freeport heeft zijn positie grenzeloos uitgebuit. Nieuw-Guinea beschikte op de een na grootse kopervoorraad én de grootste voorraad goud ter wereld. Vrijwel niets daarvan is bij de Papoea’s terechtgekomen. Integendeel.

Continuïteit tot vandaag

De parallel met het heden is onmiskenbaar. Of het nu gaat om Venezuela, Groenland, Oekraïne of Nieuw-Guinea: telkens opnieuw blijkt dat wie over strategische grondstoffen beschikt, zijn soevereiniteit slechts mag uitoefenen zolang die niet botst met grootmachten en multinationals.

Trump heeft dit mechanisme niet uitgevonden. Hij heeft het wel benoemd. Hij wil altijd en overal deals sluiten maar verhult dat niet zoals zijn voorgangers. Diplomatie interesseert hem niet. Hij heeft zichtbaar gemaakt wat decennialang werd verhuld: dat geopolitiek en economie geen gescheiden domeinen zijn, maar elkaars verlengstuk. Wellicht ten overvloede: dit is een constatering; niet een huldebetoning aan Trump

Nieuw-Guinea Verraden biedt behalve een historische reconstructie ook een sleutel tot begrip van de hedendaagse wereldpolitiek. Het laat zien hoe idealen worden ingezet als instrumenten, hoe rechten worden opgeschort in naam van stabiliteit, en hoe volkeren kunnen worden geweerd uit het besluitvormingsproces zodra hun land waardevol wordt.

Het lot van de Papoea’s was geen ongeluk van de geschiedenis, maar het gevolg van een systeem. En zolang dat systeem intact blijft, is Nieuw-Guinea geen uitzondering, maar een waarschuwing.

Geen club van samenzweerders maar wel uiterst invloedrijk

De jaarlijkse Bilderbergconferenties genieten al sinds de oprichting in 1954 veel belangstelling. De laatste jaren neemt dat iets af, vermoedelijk omdat er steeds meer conspiratietheorieën in omloop zijn gekomen waardoor Bilderberg minder opvalt. De meeste publicaties over Bilderberg zijn ook van conspiratieve aard. Dat heeft de organisatie vooral aan zichzelf te danken. Er worden nooit mededelingen gedaan over de discussies en jarenlang waren de agenda en deelnemerslijst geheim. Wat gebeurt er achter die gesloten deuren. En kan dat het daglicht verdragen?

Bilderberg opereert onder de Chatham House Rule. Dat betekent dat er niets naar buiten wordt gebracht. De deelnemers kunnen onderling in volstrekte openheid praten en naderhand niet aangesproken worden op hun discussiebijdrage. Er zijn daarom geen notulen of verslagen van de vergaderingen wat er allemaal toe bijdraagt dat de deelnemers zich in beslotenheid openlijk durven te uiten. Ze stellen het op prijs over gevoelige thema’s van gedachten te kunnen wisselen zonder bang te hoeven zijn voor politieke risico’s.

Prins Bernhard staat samen met de Pool Josef Retinger te boek als de oprichter van ‘Bilderberg’ dat vernoemd is naar het gelijknamige hotel in Oosterbeek waar de eerste conferentie plaatsvond en dat nog steeds bestaat. De Atlanticus Bernhard vond dat Europa en de Verenigde Staten van elkaar vervreemden en meende dat er iets moest gebeuren om dat proces te stoppen. Overigens was het Retinger die met het initiatief op de proppen kwam. Hij beschikte echter niet over voldoende internationale contacten en kwam zo bij Bernhard terecht die er wel een imposant internationaal netwerk op na hield. De prins kon prominenten in Europa (behalve de Oostbloklanden), Amerika en Canada uitnodigen en desnoods wat druk uitoefenen als ze geen trek hadden om te komen, wat in de begintijd nogal eens het geval was. Het enthousiasme voor Bernhards plan was aanvankelijk – vooral in Amerika – gering.

De beoogde deelnemers waren vooraanstaande politici, chefs van multinationals, vakbondsleiders, bankiers, wetenschappers, militairen en enkele ‘moguls’: directeuren van grote mediaconcerns. Die konden er voor zorgen dat een bepaald idee anoniem in de pers werd gelanceerd maar ze waren tegelijkertijd een garantie dat hun concern niet inhoudelijk over de conferentie ging berichten (wat de samenzweringstheoriën over Bilderberg in de hand heeft gewerkt).

Wie de lijst van deelnemers bekijkt komt onwillekeurig onder de indruk van de enorme concentratie van politieke, financiële en economische macht die in een zaal bijeen is gebracht. Veel deelnemers zijn ook lid van invloedrijke organisaties zoals de denktank Council on Foreign Relations (met uitmuntende connecties in Washington) of de Trilaterale Commissie (TLC). De TLC is net als Bilderberg een privéorganisatie maar heeft – anders dan Bilderberg, dat zich op Europa en Noord-Amerika richt – ook deelnemers uit Zuidoost-Azië. De oprichter/miljardair David Rockefeller beoogde met de TLC de politieke en economische samenwerking tussen de genoemde gebieden te verbeteren.

Op een Bilderbergconferentie worden geen besluiten genomen zoals complotdenkers, die in Bilderberg een wereldregering menen te zien, graag beweren. Maar ze hebben gelijk als ze stellen dat de machtigste mensen van deze planeet op Bilderberg de grote wereldproblemen aankaarten. De onderwerpen staan ieder jaar in het teken van de dan heersende problematiek. Dat zijn altijd vraagstukken op het gebied van politiek, bedrijfsleven, geopolitiek, financiën, energie en defensie. De agenda varieert per jaar maar de onderwerpen zijn altijd actueel.

In Stockholm (2025) is veel gepraat over Oekraïne. Hoe weten we dat eigenlijk als er geen verslagen en notulen worden gemaakt en niets openbaar wordt gemaakt? Ieder jaar is er wel een lek maar de individuele deelnemers maken zelf ook vaak uitgebreide aantekeningen van de discussies en die komen in een aantal gevallen in een openbaar archief terecht. Zelf heb ik voor mijn boek De Bilderbergconferenties. Organisatie en werkwijze van een geheim trans-Atlantisch netwerk (2007) aantekeningen van Canadese, Nederlandse, Zweedse, Duitse en Amerikaanse deelnemers kunnen inzien en vergelijken. Ze kwamen qua inhoud vrijwel overeen. In de verslagen en notities wordt regelmatig gesproken over proefballonnetjes die ministers en CEO’s oplaten om te zien hoe hun ideeën vallen bij de conferentiegangers. Daaruit kunnen ze opmaken of hun plannen levensvatbaar zijn of toch maar beter achterwege kunnen worden gelaten. Het kan dus helpen bij de besluitvorming van een bedrijf of een regering maar besluiten nemen doen de conferentiegangers zelf niet. Dat zou ook geen zin hebben.

Stel dat de Bilderbergers bij nader inzien de euro toch geen goed idee vonden en meenden dat de mark, de franc, de gulden enzovoort zouden moeten terugkeren. Om dat te testen vragen ze Mark Rutte (hij was kind aan huis op Bilderberg) om in Nederland de gulden weer in te voeren. Dat kan Rutte niet in zijn eentje, maar hij kan het idee wel aankaarten in de ministerraad. Hij zal dan een wetsvoorstel moeten indienen, dat beide Kamers moet passeren voor goedkeuring. Daarnaast had hij te maken gekregen met Europese verdragen waarin de positie van de euro is geregeld. Een ander voorbeeld is de Brexit. Die is wel degelijk uitgebreid op Bilderberg onder de loep genomen maar niet door Bilderberg tot stand gebracht. Op de uitkomst van het Brexit-referendum had de organisatie geen invloed.

Ontegenzeggelijk heeft Bilderberg invloed. Regeringsleden en CEO’s horen ideeën en voorstellen en nemen die mee naar huis. Mogelijk gaan ze deel uitmaken van een wetsvoorstel of van een bedrijfsplan maar dat is nauwelijks traceerbaar. En hoe erg is het als een idee – dat van origine afkomstig is van Bilderberg – wordt goedgekeurd door het concernbestuur of – in het geval van een wetsvoorstel – door de volksvertegenwoordiging wordt aangenomen?

De agendapunten worden ter conferentie kort door twee deelnemers toegelicht. Het liefst door een voor- en een tegenstander die bij voorkeur een verschillende politiek wereldbeeld hebben, want dat bevordert de discussie.

De aanwezigen nemen officieel deel op persoonlijke titel maar in werkelijkheid worden ze geselecteerd vanwege hun functie of invloed. Een koning, een minister of een topbankier is geen toevallige gast, maar is aanwezig  om wie hij of zij is. Een vuilnisman zul je er niet aantreffen. Mark Rutte was aanwezig als de heer Rutte en niet als minister-president (of zoals dit jaar als secretaris-generaal van de Navo), hoewel zijn functie wel achter zijn naam stond vermeld. Iedereen krijgt een functievermelding maar de fictie van privé-persoon wordt angstvallig in stand gehouden. Dat houdt ook in dat iemand als Rutte zijn eigen reis moet betalen, maar dat liet hij aan de belastingbetaler over.

Zoals in 2019 toen zowel Willem-Alexander als Mark Rutte waren uitgenodigd voor de Bilderbergconferentie in Zwitserland. Het regeringsvliegtuig was wegens onderhoud niet beschikbaar; dus werd een privéjet ingehuurd.

Rutte en een medewerker mochten meevliegen, maar moesten wel 13.695 euro overmaken. De koning liet een rekening sturen omdat hij zo’n  € 400.000 euro per jaar aan privéjets en helikopters mag uitgeven. Als hij Rutte liet betalen zat hij minder snel aan die limiet.

De koning heeft altijd vrij reizen maar Rutte als privé-persoon niet. Hij reisde niet in het landsbelang en dus had hij de reis zelf moeten bekostigen. Net als de 1772,78 euro voor drie hotelovernachtingen.  Kathalijne Buitenweg, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, was ook uitgenodigd. Vloog zij mee in de door Willem-Alexander op staatskosten gehuurde privéjet? Nee. Buitenweg kent de regels: ‘Ik ben per trein gegaan (vier keer overstappen) en heb de kosten zelf betaald.’

Tijdens het niet officiële gedeelte van Bilderberg – bij de borrel en het diner – wordt er stevig genetwerkt en er zullen ongetwijfeld afspraken worden gemaakt, maar dat heeft niets met het officiële gedeelte te maken.

Men spreekt dan wel op persoonlijke titel maar de inzichten, standpunten of onderlinge afspraken kunnen wel degelijk invloed hebben op beleid of (geo)politieke koers. Deelnemers als David Rockefeller en Henry Kissinger (de tientallen jaren prominent aanwezig waren) zaten er niet vanwege hun mooie ogen maar als iconen van respectievelijk economische macht en geopolitiek die hun best deden om deelnemers van hun persoonlijke inzichten te overtuigen.

Prins Bernhard had ook zo zijn belangen. Tijdens het Lockheed-schandaal kwam uit hoe hij zijn invloed had omgezet in klinkende munt. De Amerikaanse deelnemers eisten toen trouwens zijn vertrek als voorzitter, anders zouden ze de conferenties voortaan links laten liggen, wat het einde van Bilderberg had betekend. Amerikanen houden niet van corruptie, in ieder geval niet als die naar buiten komt.

Ons huidige staatshoofd heeft (net als zijn moeder Beatrix) al menige conferentie bezocht. Niet als koning maar als ‘Netherlands, H.M. the King of the (NLD).’ De RVD meldt dat hij er op persoonlijke titel zit, maar dat is in strijd met artikel 42 van de Grondwet. Die zegt dat de ministers verantwoordelijk zijn voor alles wat de koning doet. Dat betekent dat hij een Bilderbergbezoek niet privé kan afleggen. Hij mag niet zomaar even op eigen houtje (ook niet als toehoorder of informeel aanwezige) aan internationale overlegstructuren deelnemen zonder dat een minister daarvoor verantwoordelijkheid neemt. Zeker op Bilderberg onttrekt de koning zich aan iedere vorm van democratische controle. Niemand weet wat hij daar zegt, belooft of anderszins uitvreet. Maar de Tweede Kamer laat hem ongemoeid zijn gang gaan en ook de zogenoemde kwaliteitskranten maken er nauwelijks of geen woorden aan vuil. Het is trouwens de vraag hoe de in Stockholm aanwezige minister van Justitie David van Weel met die verantwoordelijkheid zou moeten omgaan want hij valt immers onder de Chatham House Rule wat betekent dat hij zijn mond moet houden over alles wat hij op de conferentie hoort of ziet.

De deelnemerslijst is ook een indicatie waarover de conferentie gaat debatteren. In Stockholm stonden dit jaar de volgende punten op de agenda: trans-atlantische betrekkingen, waarmee de verhouding tussen de Europese Unie en de Trumpregering werd bedoeld. Verder de strategische en militaire impact van de oorlog in Oekraïne, nucleaire proliferatie (toegespitst op Iran en Noord-Korea), de toegang tot strategische grondstoffen, de oorlog in het Midden-Oosten en ‘Depopulation & Migration’. Daarin meenden complotdenkers het begrip ‘omvolking’ te herkennen, maar het kan  evengoed te maken hebben met droogte in delen van Afrika die kleine volksverhuizingen teweeg brengen of met de oorlog van Rusland tegen de Oekraïne. Die heeft immers een migratiegolf teweeg  gebracht en gebieden grotendeels ontvolkt.

Maar de meeste aandacht in Stockholm ging toch uit naar Artificial Intelligence (AI), haar toepassingen en gebruik in moderne oorlogvoering. Kunstmatige intelligentie is niet langer een utopie maar harde werkelijkheid die vele en vooralsnog onvermoed grote implicaties voor de mensheid met zich kan mee kan brengen. In Stockholm waren er meer hightech-bazen en defensie-CEO’s dan gewoonlijk en ook het aantal hoge militairen was hoger dan normaal.

De aanwezigheid van hightech op Bilderberg neemt al jaren toe. Jeff Bezos van Amazon werd al in 2011 en 2013 gesignaleerd. Bill Gates van Microsoft was in 2010 aanwezig. Elon Musk (onder meer Tesla) en Mark Zuckerberg (Meta) zijn tot dusver niet geweest. Daarentegen heeft Sam Altman van Open AI zich al drie keer laten zien, net als Eric Schmidt van Alphabet/Google. Peter Thiel is eveneens een regelmatig terugkerende gast. Hij is de man achter PayPal maar ook medeoprichter van softwarebedrijf Palantir dat werkt voor inlichtingendiensten en het Pentagon. Alex Karp, ook van Palantir, komt de laatste jaren eveneens trouw opdagen. En niet te vergeten Demis Hassabis, een Britse onderzoeker op het gebied van kunstmatige intelligentie en bovendien CEO en medeoprichter van Google DeepMind.

In Stockholm was het gebruik van AI voor militaire operaties een centraal onderwerp. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in 2022 komen er meer toplieden uit de defensie-industrie naar Bilderberg. Het zijn de eerste tekenen van een nieuw militair-industrieel complex, met een significante invloed van AI.
President Eisenhower waarschuwde bij zijn aftreden in 1961 voor té nauwe banden tussen het leger en de wapenindustrie: het ‘militair-industrieel complex’. De innige samenwerking en de gedeelde belangen van de defensie-industrie, het leger en vooraanstaande politici zou een te grote invloed op het nationale beleid krijgen wat ten koste zou kunnen gaan van andere overheidstaken. Wat nu gaande is met AI lijkt nog vele malen bedreigender omdat het zo onvoorspelbaar en ondoorzichtig is.

Voormalig Google-topman Eric Schmidt waarschuwde dat de wereld afstevent op een  wedloop die we nooit eerder hebben meegemaakt. Het draait daarbij om super intelligente AI; een technologie die volgens Schmidt de sleutel is tot totale militaire dominantie. Wie als eerste super AI ontwikkelt, krijgt ‘de sleutels tot wereldheerschappij’ in handen. De ontwikkeling daarvan vereist wel enorme hoeveelheden energie, mogelijk honderd keer meer dan nu beschikbaar is. Dat is op zichzelf al verontrustend want het zal de strijd om energie en kritieke grondstoffen verder aanwakkeren en zo nieuwe spanningen in de wereld oproepen

Zolang de super AI er nog niet is zijn autonome drones het meest dodelijke AI-product van dit moment. Het was geen toeval dat in Stockholm toonaangevende bedrijven aanwezig waren die AI combineren met defensietechnologie: naast het al genoemde Palantir was er Thales: de marktleider op het terrein van onbemande vliegtuigen. Verder Helsing, een Duits AI-dronebedrijf en Anduril, een Amerikaans defensietechnologiebedrijf gespecialiseerd in autonome systemen. Hun boodschap was dat er (nóg) meer vaart achter de nieuwe technieken moet worden gezet wil het Westen niet gedomineerd gaan worden door China. Verontrustend is dat een handjevol techmiljardairs met hun ‘toys for the boys’ verhalen hoge militairen in vervoering wisten te brengen.

Er zijn grote gevaren verbonden aan de nieuwe AI-wapens en dat zal in de toekomst alleen maar erger worden. De toekomstige wapens kunnen onafhankelijk van menselijk ingrijpen worden ingezet en fatale ‘beslissingen’ nemen. Er komt geen mens meer aan te pas. De kans op dodelijk slachtoffers neemt toe want AI beschikt niet over een geweten en is vrij van iedere vorm van empathie. De gevolgen zullen worden afgedaan als collateral damage (‘bijkomende schade’) maar daar schieten al die doden en hun nabestaanden niets mee op.

Het risico van fouten en misinterpretaties door AI, zonder dat er een mens aan te pas komt, kan verreikende consequenties hebben en wellicht zelfs (ongewild) een nieuwe oorlog of zelfs wereldoorlog veroorzaken. Immers, als de raketdetectie van binnenkomende projectielen op de een of andere manier faalt door het uitvallen van bijvoorbeeld een chip kan dat tot een vals aanvalsalarm leiden. Als daarop volautomatisch door AI wordt gereageerd met de lancering van atoomwapens (die juist zijn bedoeld om in het kader van de wederzijdse afschrikking niet te worden gebruikt) in het gedaan met de wereld. Als AI onafhankelijk van menselijk oordelen  een alarm over inkomende raketten moet beoordelen kan het binnen luttele seconden het vergeldingssysteem in werking stellen.

Een ander nadeel is dat militaire AI‑beslissingen volstrekt onvoorspelbaar kunnen zijn. Parlementen en burgers verliezen hun invloed; de techniek neemt beslissingen over leven en dood over. Het risico op een ‘geautomatiseerd conflictis levensgroot. Evenzeer verontrustend is dat spilfiguren als Peter Thiel rechts-liberaal zijn georiënteerd en niets moeten hebben van regels en toezicht. Meer ethisch gestemde mensen zijn in de AI-wereld in de minderheid.

Een brief van het Pentagon aan Army leaders van 1 mei 2025 laat zien waar de militairen op uit zijn:

‘Slagvelden over de hele wereld veranderen in rap tempo. Autonome systemen worden dodelijker en goedkoper. Sensoren en afleidingsmanoeuvres zijn overal. Dual-use technologieën evolueren voortdurend en overtreffen onze processen om ze te verslaan. Om onze voorsprong op het slagveld te behouden, zal ons leger transformeren naar een slankere, dodelijkere strijdmacht door de manier waarop we vechten, trainen, organiseren en materieel aanschaffen aan te passen. In overeenstemming met de richtlijn van de Minister van Defensie van 30 april 2025 implementeert het leger een uitgebreide transformatiestrategie: het Army Transformation Initiative (ATI). Dit initiatief zal alle vereisten opnieuw bekijken en onnodige vereisten elimineren, meedogenloos prioriteit geven aan gevechtsformaties om direct bij te dragen aan dodelijke aanvallen, en leiders op het hoogste niveau in staat stellen om harde beslissingen te nemen om ervoor te zorgen dat middelen worden afgestemd op strategische doelstellingen. Om dit te bereiken, omvat ATI drie inspanningslijnen: het leveren van kritieke oorlogscapaciteiten, het optimaliseren van onze strijdkrachtstructuur en het elimineren van verspilling en verouderde programma’s.’

Wat is dat dual use eigenlijk? Het is technologie die oorspronkelijk is ontwikkeld voor de civiele industrie maar die ook kan worden ingezet voor de ontwikkeling, productie of verspreiding van chemische en biologische wapens. En niet te vergeten raketten waarmee nucleaire bommen en andere massavernietigingswapens naar hun doel worden geleid. Software en technologie kunnen eveneens dual use zijn.

Tot slot: De Wallenberg-familie die als gastheer van de Bilderbergconferentie optrad (het Grand Hotel Stockholm waar de conferentie plaats vond is ook eigendom van de familie) is niet alleen de machtigste familie van Zweden met belangen in het bankwezen, de industrie en AI-bedrijven, maar ze is ook een invloedrijke speler binnen de Europese AI- en defensiewereld. De Wallenbergs hebben grote belangen in Saab, dat jachtvliegtuigen en ander wapentuig produceert maar het bedrijf investeert jaarlijks ook miljarden in de ontwikkeling van AI.

Alles overziend zou een tikkeltje minder Chatham House Rule en wat meer openheid over Bilderberg het overwegen waard zijn. Het lot van onze wereld moet je niet aan zwijgende investeerders, techneuten en militairen overlaten. Al helemaal niet als ze, zoals daar in Stockholm, op een overheerlijk stuk spek worden gebonden.