Een reputatie op drijfzand

Wat steeds weer opviel bij het schrijven van Wilhelmina. Mythe, fictie en werkelijkheid (dat medio april 2018 verschijnt) was de moeite die ministers zich gaven om het gedrag van Hare Majesteit te verdoezelen. Al eerder was me iets dergelijks bij prins Bernhard opgevallen. Ook daar stuitte ik op eindeloos gedraai en gemanipuleer om de waarheid te verhullen.

Wij als burgers mogen niet weten hoe ons staatshoofd denkt, handelt of tot beslissingen komt. Hij staat boven de partijen. De koning (de Grondwet spreekt altijd van de koning) is niet verantwoordelijk voor wat hij doet. Dat zijn de ministers, hoewel zij samen met de koning de regering vormen. Onze Grondwet stelt sinds 1848: ‘de Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk’.

Voor die Grondwetswijziging had Nederland `Koninklijke kabinetten’, waarin de koning een dominante rol speelde. Met zijn Grondwet van 1848 heeft Thorbecke de koning een groot deel van zijn macht ontfutseld. Voortaan waren de ministers verantwoordelijk voor het regeringsbeleid. De koning was goeddeels buiten spel gezet.

De hechte band die sindsdien tussen de koning en zijn ministers zou bestaan noemen we de ‘eenheid van de Kroon’.  Die eenheid is niet bij wet geregeld. Het is gewoonterecht dat te pas (en nog vaker) te onpas wordt toegepast. Het wekelijkse beraad tussen de premier en de koning valt er bijvoorbeeld onder. Over dat wekelijkse onderonsje mag niets uitlekken; het zou namelijk de ‘eenheid’ kunnen schaden.

De ministeriële verantwoordelijkheid was in principe beperkt tot slechts één persoon: de koning. Maar ministers die te maken kregen met (bijvoorbeeld) het onacceptabele gedrag van prins Bernhard (waardoor ook de positie van koningin Juliana in het gedrang dreigde te komen) zochten naar een manier om het laakbare gedrag van de prins buiten de publiciteit te houden. Zo ontstond de afgeleide ministeriële verantwoordelijkheid.
De afgeleide ministeriële verantwoordelijkheid is door de jaren heen steeds verder opgerekt. De minister-president wil geen gedoe met de koning en zijn familie. Daarvoor is het koningshuis te populair. Kwesties rond de monarchie dreigen voor de zittende premier vrijwel altijd electoraal verlies met zich mee te brengen; soms zelfs politieke zelfmoord.
Als Den Uyl destijds prins Bernhard vanwege de Lockheed-affaire voor de rechter zou hebben gesleept, had de premier dat politiek vermoedelijk niet overleefd. Bernhard was en bleef – daar veranderde Lockheed niets aan – razend populair. Dus moest de boel zoveel mogelijk worden toegedekt.

De ‘ministeriële verantwoordelijkheid’ is door ministers ook wel misbruikt om zichzelf tegen kritiek of politieke tegenwind te beschermen. Affaires kunnen immers met een beroep op die verantwoordelijkheid min of meer naar eigen inzicht worden afgewikkeld of door geheimhouding buiten het zicht van het parlement en de kiezer worden gehouden. Óók wanneer dat ongewenst is en mogelijk zelfs in strijd met de wet. Dat is een ongezonde en vooral ook ongewenste situatie. Thorbecke heeft een dergelijke toepassing van de regel nooit zo voor ogen gestaan.

Die ruim anderhalve eeuw oude regel fnuikt nog steeds onze geschiedschrijving. Ook in het geval van Wilhelmina, de koningin met de meest solide reputatie ooit. Ministers hadden bijkans dagwerk om haar onkunde, gestuntel en vlagen van razernij verborgen te houden.  Premier-in-ballingschap Gerbrandy zei ooit: ‘De koningin moet [in Nederland] terugkomen zo blank als sneeuw’.  Als hij er dan zelf zou uitzien ‘als een moriaan’ kon hem niet veel schelen.
Als we Hare Majesteit nader onder de loep nemen, blijft er van haar roem en prestige maar weinig over. Dat is niet alleen toe te schrijven aan haar onkunde, zwakke regeereigenschappen of omdat ze een onmogelijk mens was om mee samen te werken. Wat het zo moeilijk maakte was haar overtuiging dat ze samen met God Nederland bestuurde. Als je daarvan overtuigd bent glijdt alle kritiek van je af en wordt die zinloos. Vanuit haar goddelijke positie meende ze als enige te weten wat goed was voor het land. Dat leverde niet zelden onverkwikkelijke situaties op, die echter met een beroep op de ministeriële verantwoordelijkheid zorgvuldig buiten de publiciteit werden gehouden.

Tijdens de ballingschap in Londen (1940-1945) greep Wilhelmina haar kans en deed ze vooral wat ze zelf wilde. De ministers hadden nog maar weinig grip op haar. Er was geen parlement waarop ze konden terugvallen om de koningin in toom te houden. Menigmaal hebben de ministers in Londen zich afgevraagd of Hare Majesteit wel helemaal normaal was. Ze gedroeg zich vaak als het spreekwoordelijk scheldende viswijf; niet als de eerbiedwaardige koningin van Nederland.

Na de oorlog heeft de Parlementaire Enquête Commissie Regeringsbeleid 1940-1945 (PEC) het Londense beleid geëvalueerd. Dat leverde maar liefst 14.901 pagina`s op in folioformaat. Maar Wilhelmina komt er nauwelijks in voor. Prins Bernhard, vanwege de afgeleide ministeriële verantwoordelijkheid, al evenmin.

Essentiële zaken komen niet aan bod, omdat de naam van Hare Majesteit dan in het geding zou komen. De ministers die in Londen met Wilhelmina hadden samengewerkt (voor zover je dat althans door haar geruzie zo kon noemen), wilden er niets over kwijt tegenover de PEC. De ministeriële verantwoordelijkheid verbood dat.
Ook andere getuigen (ambtenaren etc.) stelden zich terughoudend op omdat het prestige van het koningshuis in het geding kon komen. Vaak ook stemden getuigen hun verklaringen onderling op elkaar af vóórdat ze voor de commissie verschenen. De weerstand om iets over Wilhelmina (of Bernhard) te zeggen, zat diep. Vanzelfsprekend heeft dat grote (en kwalijke) gevolgen gehad voor de geschiedschrijving. De PEC geeft een zwaar gemanipuleerd beeld van de Nederlandse regering in ballingschap.

Wilhelmina, had overigens zelf geen bezwaar om vragen van de PEC te beantwoorden. Maar de Commissie wees dat af op grond van de ministeriële verantwoordelijkheid.

Koningin Wilhelmina was er alles aan gelegen haar reputatie en die van het koningshuis te beschermen. Veel documenten die een minder gunstig licht op haar koningschap wierpen, heeft ze laten vernietigen. Ook zijn archieven in binnen- en buitenland gekuist van materiaal dat Hare Majesteit niet welgevallig was. Wie voor informatie bij het Koninklijk Huisarchief aanklopt, krijgt het advies de dubbelbiografie van Cees Fasseur te raadplegen. Daar zou alles instaan, wat de nieuwsgierige onderdaan ook maar zou willen weten. Er staat inderdaad veel in, maar lang niet alles. En heel veel essentieels ontbreekt.

Het is lastig een beeld van Wilhelmina (en leden van haar familie) te schetsen. De ministeriële verantwoordelijkheid en de ‘eenheid van de Kroon’ staan dat eenvoudigweg niet toe. Archieven zijn grondig gewied of op grond van geheimhoudingsbepalingen niet toegankelijk. Materiaal wat niet geschikt wordt geacht om te bewaren in openbare overheidsarchieven, wordt hoogstwaarschijnlijk ondergebracht in het Koninklijk Huisarchief. Het KHA is officieel een particuliere stichting – overigens wel volledig door de overheid gefinancierd – en valt daarom niet onder de archiefwet die de toegang tot onze nationale archieven regelt. Stukken in openbare archieven kunnen bij wet maar beperkte tijd geheim blijven. Stukken in particuliere archieven zo nodig voor eeuwig.

De officiële geschiedschrijving van de regering in ballingschap is vanwege de koningin drastisch gemanipuleerd en per definitie onvolledig en onbetrouwbaar.  Ondanks al haar tekortkomingen, rare beslissingen en wereldvreemde inschattingen is Wilhelmina er in geslaagd een solide reputatie van standvastige oorlogskoningin op te bouwen. Dat is te danken aan de ministeriële verantwoordelijkheid, de eenheid van de Kroon en de doelgerichte archiefvernietiging.
Maar toch heeft haar persoonlijk ingrijpen en het gemanipuleer van de overheid niet kunnen verhinderen dat er voldoende materiaal bewaard is gebleven (vooral in buitenlandse archieven) dat aantoont dat haar prestige op drijfzand is gebaseerd.

Vandaag (1 december) verschijnt het onderzoeksverslag van een door Rutte ingestelde commissie. De opdracht was onderzoek te doen naar een belastingdeal die in de jaren zeventig met de Oranjes zou zijn gemaakt.
Op verzoek van prins Bernhard.
Het klonk allemaal heel waarschijnlijk maar de commissie onder leiding van prof. dr. Carla van Baalen heeft geen spoor van bewijs gevonden voor een geheime belastingdeal met de Oranjes.

In mijn blog van eind juli schreef ik al dat ik niet veel vertrouwen had in de samenstelling van de commissie. Niet omdat ze als mens of wetenschapper niet zouden deugen. Het probleem was dat ze niet over de specifieke eigenschappen beschikten die nodig zijn voor een onderzoek als dit.

Carla Van Baalen is hoogleraar parlementaire geschiedenis, Paul Bovend’Eert doceert staatsrecht en Mark van Twist is bestuurskundige. Er blijken inmiddels nog twee mensen aan de commissie te zijn toegevoegd, allebei verbonden aan de School voor Openbaar Bestuur. Dat kan vast geen kwaad moet de premier hebben gedacht. Zolang er maar geen echte experts inzitten.

Het zou logisch zijn geweest om leden van de Algemene Rekenkamer tijdelijk vrij te stellen voor een grondig onderzoek. Accountants zijn ook geschikt voor dat soort speurwerk en er zijn vast nog hele roedels deskundigen te verzinnen die een gedegen, diepgaand onderzoek hadden kunnen instellen. Dat is niet gebeurd.
Wat we nu voorgeschoteld krijgen is de geschiedenis van de Wet Financieel Statuut Koninklijk Huis. Daarin wordt het inkomen van de koning, zijn opvolger en zijn voorganger (inclusief echtgenotes) geregeld. Daarover was echter al genoeg bekend en je hebt echt geen zware commissie nodig om dat allemaal nog eens opnieuw omstandig uit de doeken te doen.
In de tijd dat we nog koningin tegen Beatrix moesten zeggen, heb ik daarover al eens een artikel geschreven, gebaseerd op de vele literatuur die voorhanden is. Dat stuk staat ook op deze site voor wie een snel overzicht wil hebben.

Het rapport dat ook als boek is uitgekomen bij Uitgeverij Boom in Amsterdam heet Het inkomen van de koningen is dus geschreven door maar liefst vijf auteurs die daar ongeveer een jaar de tijd voor hebben gekregen van Rutte. Ze hebben niets onoirbaars gevonden wat me – zoals gezegd – niet verbaasd.

Ik wil en kan bij gebrek aan bewijs absoluut niet beweren dat die deal wél is gemaakt. Maar de auteurs kunnen evenmin concluderen dat hij niet is gesloten. Ze hebben alleen niets gevonden. Dat geloof ik best maar het is geen bewijs dat er nooit een afspraak is gemaakt.

Waarom laat Rutte de conclusie schuil gaan achter een dik rapport dat Het inkomen van de koning heet? Ongetwijfeld om vertrouwen in te boezemen maar bij mij blijft de twijfel knagen.

Hoedt u voor republikeinen

Soms levert mijn republikeinse overtuiging problemen op voor mijn familie. Niet dagelijks, maar het komt voor, zoals mijn neef Hans ervoer toen hij zich meldde bij Huis ten Bosch. Hans werkt voor een servicebedrijf en hij kwam die dag, samen met een medewerker, zijn werk doen op het paleis. Dat was althans de bedoeling.

Zoals dat hoort was hij vooraf door de AIVD gescreend. Hans bezoekt behalve Huis ten Bosch ook andere woongelegenheden van de Oranjes en dan moet natuurlijk wel vast staan dat je op geen enkele wijze een gevaar vormt voor de Koninklijke Familie.

Zo’n screening gebeurt schriftelijk. De waakhonden van de AIVD willen je naam en functie weten, wat logisch is, maar ook of je broers en zussen hebt, wat iets minder logisch lijkt. Maar wie zijn wij om de werkwijze van de AIVD te kritiseren? De dienst stelt ook vragen over je ouders en wat ze doen in het dagelijks leven. De rest van de familie blijft buiten schot, tenzij er zich een onverwachte situatie voordoet. Dan beepen de computer alarm.

Zo ging het ook op de dag dat neef Hans zich nietsvermoedend met zijn medewerker ten paleize vervoegde. Bij de poort noemde hij zijn naam en overhandigde hij als legitimatie zijn rijbewijs aan het dienstdoende lid van de Koninklijke Marechaussee. De man verdween in zijn kantoortje om de naam van de bezoekers in zijn computer te controleren.

Er moet een waarschuwing over het scherm zijn geflitst, want hij was al snel terug met de vraag of Hans een moeder had. Dat kon Hans niet ontkennen, maar de marechausseeman bleek haar meisjesnaam te willen weten. ‘Aalders’, zei mijn neef naar waarheid.

‘Oh’. Hij liep terug naar zijn computer. Plotseling stond hij er weer om dé hamvraag te stellen: kende Hans misschien Gerard Aalders? Jazeker, dat was zijn oom, de broer van zijn moeder.
De beleefde glimlach verdween. Hans vroeg of er een probleem was. Daar ging hij niet op in maar hij vroeg wel of Hans en ik elkaar wel eens spraken. Hans antwoordde bevestigend. Waarover spraken we dan? Hans vond terecht dat hem dat niet aanging. Spraken we wel eens over een andere staatsvorm dan de monarchie, bleef hij aandringen. Dat ging hem evenmin aan, meende Hans, maar hij de man wel terloops doorschemeren dat hij de monarchie zelf ook niet als zaligmakend beschouwde. Een gekozen staatshoofd is naar zijn democratische overtuiging te verkiezen boven een koning.

Hans had nog veel meer willen zeggen, hij is uit het juiste republikeinse hout gesneden, maar bedacht zich. Hij kwam tenslotte om zijn werk te doen; niet om een kansloze discussie aan te gaan. Wel vroeg hij de man nog stralend – maar eigenlijk dus heel pesterig – of zijn oom als staatsgevaarlijk werd beschouwd. De marechausseeman zag er de humor niet van in.
Tot verwondering van de medewerker kregen zie die dag bewaking mee, terwijl hij anders – hij kwam regelmatig  op het paleis – gewoon zijn gang kon gaan.

Na afloop van de klus werden Hans en zijn collega naar de uitgang begeleid. Op zijn ’tot ziens en bedankt voor de gezelligheid’ kreeg hij geen antwoord.
Toch fijn om te weten dat de veiligheid van het Koninklijk Huis is zulke goede handen is.

Dit artikel verscheen eerder in Argus

Op 14 december meldde RTL Nieuws dat Rutte opdracht had gegeven voor een onderzoek naar de belastingdeal die het Koninklijk Huis begin jaren zeventig sloot. Zorgvuldig geselecteerde hoogleraren gaan de zaak reconstrueren. In juni op zijn laatst werd ons het resultaat beloofd. Het is nu juli.

Resultaten hebben we echter nog niet gezien en ik verwacht eerlijk gezegd ook niet veel van het onderzoek. Niet dat de hoogleraren, Van Baalen, Bovend’eert en Van Twist niet zouden deugen. Zeker wel. Carla Van Baalen is hoogleraar parlementaire geschiedenis, Bovend’eert doceert staatsrecht en Van Twist bestuurskunde.

Rutte heeft dus mensen uit de verkeerde disciplines gekozen. Het trio is voor zover bekend niet bedreven in het speuren naar verborgen rekeningen en dat is precies wat Rutte wil. We moeten hier denken aan een soort van Panamaconstructie al kan Panama als land natuurlijk best zijn vervagnen door Zwitserland, Liechtenstein, of Belise. Ik noem maar een paar dwarsstraten.

Prins Bernhard zat destijds (in de jaren zeventig) achter de deal die was bedoeld om de belastingafdracht van het Koninklijk Huis te compenseren. Over hun staatsinkomen hoefde het Koninklijk Huis door een nieuwe regeling nog steeds geen belasting te betalen, maar voortaan wel (en dat was nieuw) over hun inkomsten uit aandelen, beleggingen en dergelijke.
Toen aan hun vrijstellingsfeestje een einde dreigde te komen, eiste Bernhard – altijd al tuk geweest op geld – dat de familie gecompenseerd zou worden. De Oranjes hoefden toch niet onder de belastingfratsen van het parlement te lijden? Daar heb je onderdanen voor.

Er zouden afspraken zijn gemaakt, en je mag er zonder meer vanuit gaan dat dat daadwerkelijk gebeurd is, want ministers kropen (en kruipen vaak nog steeds) als de Familie wat wil. Dit geval zal daarop geen uitzondering zijn geweest. De vraag is alleen naar welk land, welk rekeningnummer en onder welke rekeningnaam het geld is overgemaakt.
De wereld is groot, een nummer is een nummer en aan de naam zal je echt niet kunnen zien dat het bestemd was voor Bernhard en Juliana, of later voor Beatrix en nu voor Willem-Alexander.

Op het ministerie van Financiën zal vast geen betaalpost te vinden zijn onder de naam van Compensatie Belastinggelden Koninklijk Huis of iets vergelijkbaars.
Wellicht staat de rekening op naam van Ons Genoegen, Nooit Genoeg, WeWantMore of de Welcome Foundation en ze kan in elk land, waar ook ter wereld, geregistreerd staan. Bernhard had wel ervaring met dat soort dingen, die hoefde je niets te vertellen. Zijn Lockheedsteekpenningen bijvoorbeeld had hij heel bekwaam naar een geheime rekening in Zwitserland gesluisd.

Dit is heel evident geen klus voor hoogleraren uit bovengenoemde disciplines. Dat weet Rutte en dat zal de reden voor hun benoeming zijn geweest. Inschakeling van de Algemene Rekenkamer, het ligt zo voor de hand, had aanzienlijk meer kans op succes gehad. De Rekenkamer weet de weg en ook dat weet Rutte. Vandaar dus.

Vandaag (5 juli) begint in Buenos Aires de advocaat van de oud-Transaviapiloot Julio Poch aan de tweede dag van zijn slotpleidooi. De Nederlands-Argentijnse piloot zou betrokken zijn geweest bij dodenvluchten ten tijde van de Argentijnse junta (1976-1983).
Een andere geboren Argentijn, Jorge Zorreguieta, wordt al jarenlang verdacht van medeplichtigheid aan de verdwijning van politieke gevangenen in Argentinië. Hem is tot dusver weinig in de weg gelegd want de schoonvader van koning Willem-Alexander voor de rechter slepen doen we liever niet. Dat was zo in het verleden en dat is nog steeds zo.

Voor een gevalletje van majesteitsschennis mag je het OM altijd uit bed bellen maar voor een aanklacht die de Koninklijke familie raakt ligt dat anders. Tegen een type als de `Damschreeuwer’ rukt het OM voortvarend uit en de man die een waxinelichthouder naar de Gouden Koets gooide zag zich eveneens geconfronteerd met een onverbiddelijk OM. Hoe de aanklachtprocedure precies in zijn werk gaat blijft geheim, maar duidelijk is wel dat Beatrix destijds als dienstdoende koningin nooit heeft laten blijken bezwaar te maken tegen zo’n ferme aanpak. Maar als je niet tot de familie behoort ligt dat anders. Vindt blijkbaar ook het OM.

Het OM bemoeide zich namelijk wél met Julio Poch, de Transaviapiloot die tijdens de ‘vuile oorlog’ in Argentinië deel zou hebben genomen aan ‘dodenvluchten’.
De zaak kent een lange voorgeschiedenis. Tijdens het Videlaregime (1976-1981) was Zorreguieta onderminister van Landbouw; van 1979 tot 1981 was hij minister. Videla kwam via een coup aan de macht. Argentijnen herinneren zich zijn schrikbewind als een periode waarin ongeveer 30.000 linkse landgenoten spoorloos verdwenen. Gemartelde, maar nog levende slachtoffers, werden gedrogeerd vanuit een vliegtuig in zee gedumpt om te verdrinken. Poch zou daaraan hebben meegedaan. Zorreguieta heeft altijd beweerd nooit iets te hebben geweten van de verdwijningen. Uniek, want praktisch geen Argentijn is dat ontgaan. De hele wereld kende de beelden van de `Dwaze Moeders’ op het Plaza de Mayo in Buenos Aires. Ze liepen daar iedere donderdag hun rondjes uit protest tegen de verdwijning van hun zonen en dochters. Het kantoor van Zorreguieta stond praktisch op het Plaza. Maar nooit was hem iets opgevallen.
Voor Nederland werd Zorreguieta`s selectieve blindheid een politiek probleem toen zijn dochter ging trouwen met Willem-Alexander. Voor premier Wim Kok was het een nachtmerrie. Mocht de vader van Máxima het huwelijk van zijn dochter bijwonen? Was hij als lid van de regering niet (mede)verantwoordelijk voor de verdwijningen?

In 2000 stuurde Kok prof. Michiel Baud, Latijns-Amerikadeskundige, voor onderzoek naar Argentinië. Dat Zorreguieta persoonlijk betrokken was geweest bij de verdwijningen sloot Baud praktisch uit maar anderzijds vond hij het ondenkbaar dat Zorreguieta niets van de verdwijningen zou hebben geweten. Al in 1979 publiceerde de Organisatie van Amerikaanse Staten een rapport over de moorden en verdwijningen in Argentinië. Veel regeringsfunctionarissen – in het besef dat Videla`s regime niet eeuwig was – hebben met een smoes een goed heenkomen gezocht. Maar Zorreguieta, door Videla persoonlijk benoemd, bleef op zijn post. De dictator, zelf tot levenslang veroordeeld (en inmiddels overleden), had kennelijk alle vertrouwen in hem.

Sinds het rapport-Baud is er veel veranderd in Argentinië, maar Zorreguieta heeft nooit iets laten blijken van spijt, laat staan van medegevoel voor de slachtoffers. Zijn Nederlandse schoonzoon en toen nog kroonprins Willem-Alexander zweeg niet, maar bleek weinig van de kwestie te hebben begrepen. Toen de RVD even niet oplette, beweerde de prins dat je ook anders naar de zaak kon kijken. De conclusie van Baud was ook maar een mening waar andere tegenover stonden. De prins doelde op een ingezonden brief (uit `open bron’, zoals hij het noemde) die – naar spoedig zou blijken – door Videla zelf was geschreven.

Máxima noemde het inschattingsfoutje van haar verloofde, in Leiden afgestudeerd als historicus, `een beetje dom’. Dat vonden we toen allemaal heel charmant maar we weten tegenwoordig (dankzij oud-premier Wim Kok) dat haar opmerking zorgvuldig was ingestudeerd.
Laat dat maar aan de RVD over. Máxima gelooft heilig in de onschuld van haar vader. Ze heeft het hem recht op de man af gevraagd, maar pappa had echt géén idee dat het regime dat hij als minister diende – en waarvoor hij dus medeverantwoordelijkheid draagt – zich aan misdaden en beschuldigingen had schuldig gemaakt. Je kan het een dochter moeilijk kwalijk nemen dat ze haar vader verdedigt.

Toch wilde het maar niet rustig worden rondom Zorreguieta. In 2002 deed ex-ambassadeur Maarten Mourik aangifte tegen hem bij het college van procureurs-generaal in Den Haag wegens medeplichtigheid aan foltering en misdaden tegen de menselijkheid. Het OM weigerde de aangifte in behandeling te nemen. Samen met nabestaanden van spoorloos verdwenen gevangenen diende Mourik een klacht in tegen het college dat de aanklacht had afgewezen. Tevergeefs. Het OM stelde geen `rechtsmacht’ te hebben over de aanstaande schoonvader van Willem-Alexander.

Alejandra Slutzky was een van de nabestaanden die samen met Mourik tegen Zorreguieta ten strijde trok. Ze is de dochter van een linkse arts – in de ogen van het regime dus een `subversieve terrorist’ – die na gruwelijk te zijn gemarteld spoorloos verdween. In een gesprek met Máxima, inmiddels getrouwd, vertelde ze wat haar vader en vele andere Argentijnen was overkomen. Ze verzocht Máxima om papa Zorreguieta bij officiële gelegenheden op de achtergrond te houden. Zijn aanwezigheid was kwetsend voor nabestaanden. Máxima beloofde haar best te zullen doen. Het bleef bij die belofte. Toen ze in mei 2011 veertig werd, stond Zorreguieta stralend naast de koningin op de rode loper van het Concertgebouw. De `prinses van het volk’, de ‘flonkerende ster’, de ‘zon zelve’, zoals de Volkskrant destijds zwijmelde, kreeg daar haar verjaardagfeestje aangeboden. En vader Zorreguieta was er prominent bij.

Na de grootscheeps gevierde verjaardag van zijn dochter liet een opgetogen Zorreguieta via het Algemeen Dagblad weten zich niet langer persona non grata te voelen. Integendeel. Hij had de indruk er helemaal bij te horen.
Slutzky en Matte Mourik, zoon van de inmiddels overleden diplomaat, reageerden op de provocatie met een nieuwe aanklacht. Hun advocaat Elizabeth Zegveld wees erop dat Nederland in 2011 een VN-verdrag had ondertekend dat landen verplicht tot vervolging van personen die betrokken zijn bij `gedwongen verdwijningen’. Daaronder valt ook indirecte betrokkenheid van mensen met regeringsverantwoordelijkheid. Zoals Zorreguieta.

Het blijft daarom opmerkelijk dat de Nederlandse justitie wel heeft meegewerkt aan de arrestatie van Poch. De piloot werd in 2010 in Spanje aangehouden en uitgeleverd. Nederland heeft geen uitleveringsverdrag met Argentinië en daarom was voor de Spaanse omweg gekozen. Dat gebeurde vóór de ondertekening van het VN-verdrag. Poch wordt net als Zorreguieta verdacht van betrokkenheid bij de verdwijning van gevangenen. Maar er is ook een fundamenteel verschil: Poch heeft geen banden met het koningshuis. In maart 2012 besloot het OM tegen vervolging. Er waren geen aanwijzingen voor persoonlijke betrokkenheid van Zorreguieta bij schending van mensenrechten. En evenmin zouden er aanwijzingen zijn dat hij als regeringslid van doen had gehad bij verdwijningen of dat hij informatie daarover had achtergehouden.

Wie goed oplette had die beslissing kunnen zien aankomen. Het OM weigerde in februari 2012 een interview met voormalig D`66-leider Boris Dittrich af te drukken in het personeelsblad Opportuun. Hij zou `te gevoelige’ opvattingen hebben geventileerd over de vervolging van Zorreguieta. Dittrich had namelijk gepleit voor een `grondig strafrechtelijk onderzoek zonder politieke afweging’. Hij waarschuwde ook dat áls het OM tot berechting zou besluiten de minister van Justitie dat alsnog via een aanwijzing kon verhinderen. Het deel over Zorreguieta werd uit de concepttekst van het interview geschrapt. Dittrich protesteerde. Het gevolg was dat de publicatie niet doorging. De eindredacteur van Opportuun mailde Dittrich dat hij zelf ook niet van censuur hield, en dat maar zelden toepaste. Het geval-Zorreguieta behoorde tot die schaarse uitzonderingen.

De auteur van het artikel mocht voortaan niet meer interviewen. Volgens het OM had dat niets te maken met het gewraakte artikel, maar was dat het gevolg van een `grote reorganisatie’. De afweging om Zorreguieta niet te vervolgen, – zei Dittrich ook nog – was door `bange mensen’ gemaakt. Willem van Genugten, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit van Tilburg gaf als zijn commentaar: `De regels zijn helder en als er zonder aanzien des persoons wordt opgetreden, is het razend eenvoudig. Toch zou ik nu niet graag in de schoenen staan van het Openbaar Ministerie, omdat het ook rekening zal en mag houden met de politieke en maatschappelijke context van Jorge Zorreguieta.’ ‘Zal en mag’. Riekt dat niet naar een vorm van geaccepteerde klassenjustitie?

Begin 2013 maakte de Argentijnse justitie bekend een onderzoek te beginnen naar de vader van Máxima. Zorreguieta zou hebben gelogen. Liesbeth Zegveld kondigde aan opnieuw aangifte doen. Ze vond dat Nederland Zorreguieta niet langer de hand boven het hoofd mocht houden. Niet ingrijpen zou klassenjustitie zijn.  Maar klassenjustitie bestáát zoals uit het geval van Bernhards moeder blijkt.

Prinses Armgard moest begin jaren vijftig voor de rechter verschijnen. Hemel en aarde werden bewogen dat te voorkomen. Armgard woonde (nog) in Duitsland waar Michael Graf Soltikov haar had aangeklaagd voor meineed en laster. Ze had Soltikov in een beëdigde verklaring beschuldigd tijdens de oorlog ene Hans-Ewald von Kleist te hebben verraden. Hij zou ter dood zijn veroordeeld en onthoofd. Maar Von Kleist was nog springlevend.

In Den Haag en Bonn gingen alle alarmbellen af. Een proces tegen de schoonmoeder van de Koningin der Nederlanden was `beslist hoogst ongewenst’ en moest worden voorkomen. Verschillende opties om een proces te voorkomen passeerden de revue.
In Bonn braken juristen op de ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie, in nauw overleg met de Nederlandse collega’s, zich het hoofd over de kwestie. Kón Armgard wel worden aangeklaagd, was een vraag die men zich hoopvol stelde. Genoot ze vanwege de positie van prins Bernhard geen gerechtelijke immuniteit? Juristen bezagen de mogelijkheid van alle kanten, maar ondanks inventief denkwerk bleek die optie onhaalbaar. Armgard kon wel degelijk voor de rechter worden gesleurd. Een strafproces tegen Juliana`s schoonmoeder  – zo staat er letterlijk in de Duitse stukken – zou buitengewoon vervelend zijn voor de betrekkingen met Nederland. Een civiel proces (Soltikov had ook schadevergoeding geëist) was al evenzeer ongewenst.

Armgard was intussen – door toedoen van Bernhard – naar Nederland verhuisd. Kon ze dan nog wel – als `extratoriaal’ –  voor een Duitse rechter worden gedaagd? Dat bleek (helaas voor haar en Bernhard)) mogelijk te zijn. Het voorstel om Armgard een diplomatiek paspoort te verschaffen (en daarmee immuniteit) sneuvelde eveneens als onhaalbaar. Openbare bemoeienis met de rechtsgang was uitgesloten. Dat zou immers rieken naar klassejustititie en dat willen we niet.
De juristen besloten daartoe toen bleek dat de Duitse pers lucht van de zaak had gekregen. De Nederlandse pers zweeg, net als in het geval van Greet Hofmans in de jaren vijftig. Vermoedelijk is de zaak uiteindelijk afgekocht. Dat is een redelijke veronderstelling want Soltikov zat in geldnood. Het dossier op het Auswärtiges Amt in Berlijn is onvolledig en stopt om duistere reden abrupt. Aan Nederlandse zijde is in de archieven niets te vinden. Vermoedelijk zijn de stukken ‘geheim’ gestempeld, zoals vrijwel alles dat het koningshuis in negatieve zin raakt.

Zorreguieta ontkwam, net als Armgard destijds, aan rechtsvervolging. Als Poch schuldig wordt bevonden zal hij daarvoor, volkomen terecht, moeten boeten. Had hij zijn schoonfamilie maar beter moeten uitkiezen.

Wilfried meets Willy. Tijdens het met veel bombarie aangekondigde interview van Wilfried de Jong met koning Willem-Alexander ging Wilfried soepel om met het protocol. Met een royaal armgebaar richting bibliotheek (‘zullen we dan maar’?) gloorde er even hoop dat Wilfried de leiding had genomen en alles uit de koning zou halen wat er te halen viel. Nam Wilfried echt het voortouw in een interview waarover hij in de auto op weg naar De Eikenhorst al had gezegd dat het zou gaan over de mens achter de koning? Dat wel (een beetje), maar de openheid was ver te zoeken. Het gesprek was, net als alle andere interviews met leden van de Koninklijke Familie, pijnlijk nauwkeurig geregisseerd en voorbereid. Zoals gewoonlijk reageerden de media dolenthousiast: wat hebben we het toch getroffen met de Oranjes en deze koning.

Als we niet eens mogen weten hoe Willem-Alexander als koning fungeert, wat moeten we dan met de mens achter die functie? Natuurlijk, we zien Willem-Alexander regelmatig in allerlei zinnige (maar veel vaker nog onzinnige) reportages waarin de verslaggevers van vrijwel alle nieuwszenders er voortdurend in slagen zichzelf in een toestand van orgastische opwinding te flippen. Astrid Kerseboom bijvoorbeeld is zo ademloos van bewondering dat ze voortdurend tot tien moet tellen om niet uit pure verafgoding in zwijm te vallen. Maar ook de koningshuisverslaggever van RTL-nieuws geraakt al gelukzalig glimlachend in een oranje-extase over wat er zich voor zijn ogen afspeelt. Dat het in de meeste gevallen iets totaals onbenulligs is doet er niet toe.

Wilfried zocht dus naar de mens achter de koning hoewel wij met zijn allen, zoals gezegd, eigenlijk geen flauw idee hebben wíe die koning (als staatshoofd) nou eigenlijk is. Ook niet wat hij als koning doet. Het koningschap is een poppenkast waarin het staatshoofd voortdurend optreedt, maar zo te zien weinig anders doet dan dineren, handen schudden, lintjes knippen, lachen, speechen en proosten. In de Grondwet staat dat we een koning hebben die zijn functie krijgt toebedeeld op grond van zijn geboorte. Zijn capaciteiten spelen geen enkele rol. Dat is al erg genoeg, maar haast nog erger is dat we niks over ’s konings taakinvulling mogen weten. Daarvoor dragen de ministers de verantwoordelijkheid.

Die ministeriële verantwoordelijkheid, oorspronkelijk een prima gedachte omdat de ministers vóór de Grondwetswijziging van 1848 uitsluitend verantwoording aan de koning schuldig waren – de vorst bezat alle macht – is allengs verworden tot een middel om alles wat de koning (en zijn familie) doet af te schermen voor het publiek. We mogen niet weten hoe (of wat) hij denkt. Tekent hij wetten en Koninklijke Besluiten met instemming of ligt hij ook wel dwars? Zet hij wel een vraagtekens? Of zet hij gewoon zijn handtekening onder ieder stuk dat dat vereist. Zonder ook maar één letter te lezen. We hebben geen flauw benul. Als hij in het buitenland vertoeft zet hij zijn handtekening via zijn Ipad. Het zetten van handtekeningen, het openen van de Staten Generaal op de derde dinsdag in september en het in ontvangst nemen van geloofsbrieven van buitenlandse ambassadeurs. Dat zijn, kort samengevat, de officiële taken van Willem-Alexander. Overspannen zal hij er niet van raken.

Vermoedelijk ondertekent Willem-Alexander iedere wet die hem wordt voorgelegd. De procesgang van de wet is immers traceerbaar en als hij hardnekkig dwars zou liggen, zou dat vast uitlekken. En als hij eens geen zin heeft om op Prinsjesdag in de Gouden Koets te stappen? Daarvoor bestaan oplossingen. Toen koningin Wilhelmina dat een keer in een halsstarrige bui weigerde omdat Hare Majesteit iets niet beviel ging de opening gewoon door. Staatsbezoeken legt de koning uit vrije wil af. Niemand kan hem dwingen. En natuurlijk verschijnt hij op recepties en geeft hij ontvangsten, maar hijzelf bepaalt waar hij naar toe gaat. Met de samenstelling van een nieuw kabinet mag hij zich niet meer bemoeien. Kortom, het officiële koninklijke bezighedenpakket is niet loodzwaar. Ik zou graag willen weten hoe Willem-Alexander daar zelf tegenaan kijkt. Leeg? Zinloos? Of ziet hij zijn baantje wel zitten omdat het hem in staat stelt het luxueuze leven te leiden dat hij leeft?
Het is tenslotte niet toevallig dat iedere monarchie zijn eigen voortbestaan de hoogste prioriteit toekent. De familie heeft niet voor niets zo’n moeite gedaan een partner voor Wilhelmina en Juliana te strikken. Hun zwangerschap was voor de dynastie letterlijk van levensbelang. De partnerkeuze van moeder Wilhelmina en dochter Juliana pakte weliswaar verre van gelukkig uit, maar het Huis van Oranje was wél gered.

Wilfried de Jong had een buitengewoon interessant interview kunnen maken over de koning als hoofd van de Nederlandse staat en de mens achter het staatshoofd gewoon buiten beschouwing kunnen laten. Maar dat mocht niet vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid. De RVD die over zijn imago waakt vond het evenmin goed. Bedenk wel dat alle vragen vooraf zijn voorgelegd en dat Willem-Alexander het interview tot in de details heeft zitten oefenen. Het eindresultaat had niet voor niets de zegen van de RVD. Een sprankje oorspronkelijkheid zit er niet in; alles was door- en voorgekauwd. Zelfs de beroemde (‘vertederende’) uitspraak destijds van Máxima dat haar verloofde een beetje ‘dom’ had geantwoord op een vraag naar haar vader was minutieus ingestudeerd. Toen dat een tijdje geleden in een interview met voormalig premier Wim Kok naar buitenkwam was dat voorpaginanieuws en voer voor talkshows.
Leren we dan niets, of willen we niets leren als het op de Oranjes aankomt? Waarom die slaafse aanbidding? A.W.P Weitzel, minister van Oorlog onder koning Willem III beantwoordt die vraag in zijn dagboek: ‘Men kan in Nederland veel kwaad zeggen van Jezus Christus, van den Heiligen Geest, zelfs van den Goeden God, zonder dat iemand het u ernstig kwalijk neemt, maar het Huis van Oranje staat eenige sporten hoger in de openbare mening.’
Het zou mij niet verbazen als Willem-Alexander tezijnertijd na zijn bijzetting in Delft via een achterdeurtje terug ten hemel vaart om daar zijn rechtmatige plaats naast zijn echte Vader weer in te nemen. We hebben hem immers slechts tijdelijk van ‘den Goeden God’ in bruikleen.

Hoe Willem-Alexander fungeert als staatshoofd weten we dus niet, maar over de mens achter de koning kregen we ook maar bitter weinig nieuws voorgeschoteld. Dat is niet de schuld van De Jong maar van de RVD en het apparaat dat de koning moeten afschermen. Er zaten best wel een paar opmerkelijke momenten tussen. Zo zei Willem-Alexander op een gegeven ogenblik dat je van je fouten moest leren. Welke fouten dan? vroeg Wilfried terecht. Feesten, partijen en ‘wildebrassen’ was het antwoord. Dat zijn toch geen fouten? verwonderde De Jong zich terecht. Nee, nee, maar zo leerde je wel je grenzen kennen. Oh. Maar hoe dan? De koning had daarop  geen zinnig antwoord. Maar het leverde wel mooie beelden op.
De ramp met de MH17 werd maar weer eens uitgemolken en zijn voorspelbare, houterig gepresenteerde, kersttoespraken geroemd. De koning is geen begaafd redenaar, hoe je het ook wendt of keert. Hij leest teksten voor van zijn vaste speechschrijver die zo slaapverwekkend zijn dat je wanhopig op zoek gaat naar een nooduitgang. We mochten vernemen dat het overlijden van prins Friso de koning zeer had aangegrepen. En zijn moeder had er ook veel verdriet van gehad. Het zou pas nieuws zijn als dat niet zo was geweest. Toch toonden de media zich volslagen overdonderd door deze openbaring en ze roemden om strijd ’s konings ‘openhartigheid’.

Koot en Bie kwamen aan de orde en de jarige koning zei dat hij het platte Haags uitstekend kon imiteren. Sander van de Pavert van Luckytv mag ons dat graag laten horen en dit was een uitstekende gelegenheid hierover een vraagje te stellen. Iets in de trant van: “klinkt u ongeveer net als Willy in Luckytv?’ Aan Wilfried zal het vast niet gelegen hebben, en aan de koning zelf misschien evenmin, maar het mocht vermoedelijk simpelweg niet. Op het herhaalde aandringen van De Jong om iets op zijn Haags te zeggen, bleef de koning hardnekkig weigeren. Mensen die me kennen weten dat ik het kan, dus het voegt niets toe, meende de koning. Voor zijn vriendenclub niet, nee, maar de kijker had het schitterend gevonden en daar ging het om. De hele operatie was tenslotte bedoeld om de populariteit van het Koningshuis (verder) op te krikken.

Op geen enkele vraag die iets naders over de mens achter de koning kon verduidelijken kwam antwoord. Niets kwamen we aan de weet.
Niettemin toonden de media zich lyrisch met deze dode mus. De Volkskrant probeerde duidelijk te maken dat ze geen echte Oranjeklanten waren, maar na enige moeilijk navolgbare redeneringen over verbondenheid en het gevoel dat de Oranjes aanvoelen als verre familieleden concludeerde de krant dat wij het met zijn allen toch maar goed hadden getroffen met ons vorstenhuis, ook al vond het dagblad erfopvolging ‘lichtelijk belachelijk’.  Voor iemand als ik die de monarchie en erfopvolging niet ‘lichtelijk’ maar ‘volstrekt belachelijk’ vindt, was het koningsintervieuw niettemin best zinnig: het was het zoveelste bewijs dat de Oranjes hun onderdanen zo goed weten te bespelen dat ze in een kudde kwijlende schapen transformeren die alles accepteert wat het Opperschaap uitkraamt.

Van het gesprek, hoe onderhoudend soms ook dankzij de interviewer, werd je niets wijzer. Daarom verbaasden me al die jubelende commentaren van kranten en tv-zenders des te meer. En dan al die BN’ers die hun vreugde met zó’n koning en zó’n vorstenhuis op Facebook en Twitter beleden. Bang om een uitnodiging op de Eikenhorst mis te lopen?

We maken ons wel eens vrolijk over de berichtgeving van het Noord-Koreaanse staatshoofd maar eerlijk gezegd zie ik weinig verschil in de omgang met ons eigen staatshoofd. Hooguit gaan de Koreanen er wat meer ontspannen mee om.

In juni doet KLM Cityhopper alle toestellen van het type Fokker 70 de deur uit. Dat betekent tegelijk het einde van de PH-KBX, het regeringsvliegtuig dat onderhouden en gevlogen wordt door Cityhopper. ‘PH’ is de luchtvaartcode voor ‘Nederland’ en ‘KBX’ staat voor ‘Koningin Beatrix’. Net als de naamgeefster gaat de Fokker Executive Jet 70 met pensioen. Naar verwachting zal het nieuwe vliegtuig PH-KWA (koning Willem-Alexander) gaan heten. De regering is op zoek naar een vervangend toestel, dus is het tijd om premier Rutte alvast te waarschuwen voor de onvermijdelijk bijkomende extra kosten. Zo ging het tenslotte ook met die goede oude KBX.

De KBX is een aangepaste Fokker en kostte bij aanschaf (1995) 75 miljoen gulden (34 miljoen euro). Beatrix vond de werkruimte aan boord aan de krappe kant en ze gruwde van de cabinekleuren. Dat was gemakkelijk te verhelpen door de Fokker voor een half miljoen te verbouwen.

In 2009 kreeg het toestel voor 4,3 miljoen euro een grondige opknapbeurt. Dat was 800.000 euro meer dan begroot, maar daar kreeg de koningin ook wat voor. De KBX heeft plaats voor 24 passagiers, terwijl de reguliere uitvoering 70 reizigers kan vervoeren. Beatrix kreeg de ruimte  waarvan de economy passagier alleen maar kan dromen.

De koningin wilde wel de vinger aan de pols houden bij de verbouwing, maar om haar helemaal naar Schiphol te laten komen was wat veel gevraagd. Om Hare Majesteit tegemoet te komen werd er in de Koninklijke stallen een proefopstelling gebouwd. Zo kon ze op haar gemak de nieuwe stoelen uitproberen en – ook niet onbelangrijk – de nieuwe verlichting testen want de oude was haar een gruwel. De opstelling kostte 103.317,64 euro extra; voor dat geld kun je echt niet een paar keer polshoogte gaan nemen op Schiphol.

De stoelen in het VIP-gedeelte vond ze niet comfortabel genoeg. Een mens wil tenslotte ook wel eens liggen, al is het maar voor eventjes. De oplossing: zes op maat gemaakte luchtbedden die de stoelen omtoverden in een ligplek. Wellicht een tikkeltje primitief, maar voor het geld, 8535 euro, was het een prima oplossing. Echt noodzakelijk waren die bedden eigenlijk niet want het vliegbereik van de KBX is maar 1900 kilometer. In de praktijk zijn dat vluchten van ruim een paar uur, met tegenwind wat langer.

Als Willem-Alexander een staatsbezoek brengt aan bijvoorbeeld Australië pakt hij een lijnvlucht. Bij aankomst staat de KBX klaar. Vanwege het beperkte vliegbereik moet het toestel een aantal keren onderweg tanken en daar zit je als koning niet op te wachten. Dus vliegt het toestel, volgestouwd met bagage, hoedendozen en galajurken van Máxima, alvast vooruit.

Niet bepaald milieuvriendelijk. Maar dat hoef je de koning en zijn echtgenote niet te vertellen:`Om de gevolgen van CO2-uitstoot te verkleinen wordt door middel van investeringen in een CO2reductieproject de uitstoot per gevlogen uur van de KBX gecompenseerd.’
Niet duidelijk is of voor de lijnvluchten van het stel ook een CO-2 compensatie wordt betaald.

De KBX vloog in 2015 ongeveer 550 uur. Daarvan nam de Koninklijke familie 12 procent voor zijn rekening. Best veel als je bedenkt dat ook de ministers en staatssecretarissen (20 stuks) het vliegtuig gebruiken. De koning en de koningin hebben echter altijd voorrang. Het koppel wordt namelijk geacht al hun reizen in naam van  het nationale belang te maken. Dus ook als Máxima even zou willen shoppen in Milaan.
Het Bureau Luchtvaartzaken Koninklijk Staldepartement coördineert alle vluchten van de leden van het Koningshuis en de hofhouding. Niet alleen de KBX, maar ook lijndiensten en – als de nood aan de man mocht komen – vliegtuigen en helikopters van de Koninklijke Luchtmacht.

Minister Schulz van Infrastructuur en Milieu zoekt nu ter vervanging van de KBX een tweedehands toestel en neemt ergens begin 2017 een beslissing. Een nieuwe machine zou te duur uitvallen; tenslotte is er de laatste tijd nogal wat kritiek geweest op de kosten van het koningshuis.
Een van de voorwaarden is dat het toestel zonder te tanken de grenzen van het Koninkrijk moet kunnen bereiken. Dus non stop naar Curaçao of Aruba. Het ding mag niet duurder uitpakken dan 90 miljoen en hij moet een jaartje of twintig meekunnen.

De verbouwingskosten zullen aanzienlijk zijn en naar verwachting zal het budget – zoals te doen gebruikelijk bij het Koningshuis – fors worden overschreden. Ben benieuwd welke smoes de dienstdoende premier dan gaat verzinnen.

Prins Bernhard was een meester in het ritselen van geld. Hij gebruikte zijn invloed en aanzien om ministers onder druk te zetten. Ministers hadden weliswaar grote moeite met zijn gezeur en gedram maar gaven hem toch steeds weer zijn zin. Voorwaarde was altijd wel dat een deal geheim bleef en dat het parlement er buiten werd gehouden. Desnoods zouden ze tegen de volksvertegenwoordiging liegen. Normaal gesproken is dat een politieke doodzonde, maar de Kamerleden zouden het wel begrijpen, mochten de ministers onverhoopt worden betrapt. Het ging immers om het Koninklijk Huis en dat was heilig. Toen en nu nog steeds. In 1960 sleepte Bernhard een miljoen D-mark in de wacht waarop hij geen recht had. De prins had echter meer deals gemaakt en de staat vaker lucratieve overeenkomsten afgedwongen. Dus waarom niet een belastingcompensatie?

Vrijwel niemand in de Kamer gelooft Rutte als hij beweert dat er geen bewijzen voor de omstreden belastingdeal zijn gevonden. Dat wantrouwen lijkt me terecht. De premier heeft er een handje van om alles wat de Oranjes betreft te bagatelliseren. Een ‘steigertje’, ‘containertje’ of een ‘verbouwinkje’, het doet er volgens Rutte allemaal niet toe. Het parlement moet niet zo zeuren. Rutte balanceert tijdens zijn verdediging soms gevaarlijk op het randje van de waarheid.

Uit de stukken die RTL Nieuws online heeft gezet blijkt zonneklaar dat er een deal is gemaakt.
Dat verwondert me niets. Bernhard was er sterk in en de ministers durfden nooit nooit nee te zeggen. Zolang een deal in de mist – die permanent rond de uitgaven voor het Koninklijk Huis  wordt opgetrokken – verborgen blijft is er niets aan de hand. Alleen moet je er altijd wel voor zorgen dat de Rekenkamer geen argwaan krijgt. Die wordt daarom misleid en dan is er verder geen haan die er nog naar kraait.

We weten dat er een compensatiedeal is gemaakt, maar we weten niet hóe dat het geld naar het staatshoofd wordt sluisd. In ieder geval natuurlijk niet naar zijn gewone bankrekening. Vanzelfsprekend kan Rutte deze affaire snel tot klaarheid brengen, maar omdat de waarheid er vervelend dreigt uit te zien, doet hij dat liever niet. Op het Nationaal Archief is vermoedelijk verder niets te vinden, dus laat Rutte daar eerst zijn speurhonden los.

De geheime overboekingen zullen onherkenbaar zijn vermomd en er vooral onschuldig uitzien. ‘Onkosten’, ‘declaratiegelden’, ‘studiefinanciering’ of ‘fonds bestrijding kinderarmoede’. Het kan alles zijn, behalve dan ‘compensatiegereling belastinggelden’.
Goede kans dat het wordt overgemaak naar een rekening in Zwitserland of een ander land met een streng bankgeheim. Maar het kan natuurlijk ook op een rekening op ‘onze’ Antillen of een ander belastingparadijs worden gestort. Het liefst via een aantal tussenrekeningen. Dan komt er nooit iemand achter. En natuurlijk op een gefingeerde naam; dus niet Van Oranje of Van Buren. Liever: ‘In de Luren’, ‘Van der Luren’ of ‘M. Azzel’.
Als de ministers zelf niet in staat zijn geweest iets te verzinnen, had Bernhard de heren persoonlijk kunnen adviseren. Hij kende de weg. Zo kreeg hij zijn smeergeld van  Lockheed op een rekening in Zwitserland gestort. Bernhard begreep  hoe je zoiets moest regelen.

Bernhards miljoen was geld dat door Duitsland was uitgetrokken voor de slachtoffers van de Holocaust, een groep waartoe de prins beslist niet hoorde. Volgens de Britse koning George VI had Berhard had als enige van de oorlog genoten, Met  ‘Wein, Weib und Gesang’ zouden ze in zijn oude Heimat zeggen.
Duitsland heeft lang geweigerd Bernhard zijn zin te geven, maar ging tenslotte door het jarenlange, aanhoudende gezeur van der Prinz overstag. Duitsland weigerde echter de politieke verantwoordelijkheid te dragen. De overeenkomst was immers niet legaal;  het geld werd op oneigenlijke gronden uitgekeerd. Geen enkele wet rechtvaardigde de gulle geste.
Het geld werd als een ‘bijzonder geval’ (Sonderfall) in het Financieel Verdrag ‘verstopt’ dat Duitsland en Nederland hebben ondertekend in het kader van de Wiedergutmachung (compensatiegeld voor Nederlandse joden).

Er zijn over dat geval, net als over het belastingcompensatiegeval, heel wat nota’s geschreven. In de ambtelijke wereld is dat onvermijdelijk. Om de Rekenkamer zand in de ogen te strooien bedacht de minister een ‘vertrouwelijke notawisseling’ met de Duitse ambassade in Den Haag `ter definitieve regeling van een verder, in het financieel verdrag niet uitdrukkelijk genoemd, schadegeval’. Vaag genoeg om er mee weg te komen. De Rekenkamer nam er in ieder geval genoegen mee.
Als de Tweede Kamer onverhoopt lucht mocht krijgen van Bernhard’s financiële mazzel kon het gewoon worden ontkend. De zaak was immers geregeld in een geheime notawisseling en dat ging de Kamer niets aan.

Het is moeilijk te zeggen welk departement opdracht heeft voor de jaarlijkse overdracht. Het zou Economische Zaken, Financiën, Algemene Zaken of zelfs Buitenlands Zaken kunnen zijn geweest, het ministerie waaronder onwikkelingssamenwerking valt en waarmee Bernhard uitstekende relaties onderhield. Minister Berend Jan Udink had hem geholpen af te komen van zijn onrendabele boerderij in Tanzania. De boerderij, Rift Wall Estate, was een domme investering waar Bernhard vanaf moest: het kostte alleen maar geld. Maar zelfs voor niets wilde Tanzania het niet hebben.

Bernhard bedacht toen een plannetje: er kon een opleidingscentrum voor boeren in worden gevestigd. Hij liet een pasklaar plan opstellen, legde dat aan de minister van ontwikkelingssamenwerking voor en de zaak was gepiept. Tanzanie wilde Rift Wall nu wel hebben omdat het ‘geschenk’ gepaard ging met een enorme zak ontwikkelingsgeld. Bernhard’s gedrag heeft de belastingbetaler ongeveer twee miljoen gulden gekost.
Rift Wall Estate gewoon laten verkommeren en zijn verlies nemen was geen optie omdat de prins zich contractueel had verplicht het gebied rondom zijn boerderij in cultuur te brengen.

Heer Rutte, het wordt best een beetje lastig zoeken, maar onmogelijk is het niet. Vooropgesteld natuurlijk dat je het echt wilt. En zouden accountants dit werk niet beter kunnen doen dan de historici die u nu inzet? Of is dat onderdeel van uw plan de boel te laten stranden?

Een nieuwe biografie over Juliana met Bernhard in de hoofdrol

De NOS zond dinsdagavond (20-10-2016) een documentaire uit, gebaseerd op de nieuw biografie van Jolande Withuis.
Het boek ligt morgen in de winkel, maar kreeg vandaag al grote aandacht is diverse media. Vooral de aandacht voor prins Bernhard is opvallend en de verrassing over het laakbare optreden van Z.K.H. lijkt onverminderd groot.
Alsof we niet al lang wisten hoe de prins-gemaal in elkaar stak. Maar prima dat Withuis het nog eens bevestigt. Horen we het ook eens van een ander.
Het boek heb ik nog niet kunnen lezen, dus ik beperk  me hier tot een paar eerste indrukken uit kranten en de NOS-documentaire.
Withuis had al eens eerder geschreven dat de rol van Juliana in Canadese ballingschap groter was geweest dan aanvankelijk gedacht. Ik vraag me bij zo’n frase altijd af wie dat dan dacht, maar dit terzijde. De prinses sprak in ieder geval opbeurende woorden voor de radio en ze ging bij president Roosevelt op bezoek om voor de Nederlandse zaak te pleiten.
Aan haar streven en inzet wil ik niets af doen – en het hoort zeker in deze biografie thuis – maar je kunt je wel afvragen hoe relevant dat allemaal voor het Nederlandse thuisfront is geweest.
Heeft haar inzet enig effect gehad? En heeft Roosevelt en zijn vrouw Eleanor zich extra bezorgd gemaakt over Nederland? Dat de Amerikaanse president en zijn vrouw Juliana wel mochten (maar geen hoge pet op hadden van haar moeder koningin Wilhelmina ) wist ik wel.

Dat ze wilde scheiden, wist ik ook; niet dat ze die wens tot twee maal toe heeft geuit.
Toch bleef ze haar levenlang verliefd op ‘der Biesterfelder’ die haar als oud vuil behandelde.
Bernhard nam zijn vriendin Lady Ann Orr-Lewis zelfs mee op een gezinsvakantie met Juliana en de kinderen naar Zwitserland. Daar zijn foto’s van.
Withuis weet niet of Juliana van het bestaan van zijn (vele) vriendinnen op de hoogte is geweest, maar het lijkt mij onwaarschijnlijk dat ze tijdens dat gezellige, gezamenlijke reisje naar Zwitserland niets zou hebben gemerkt.
De man van Lady Ann wilde vanwege die affaire scheiden en was vast besloten de reden daarvan aan de grote klok te hangen. De regering in Londen vond dat even onwenselijk als de onze in Den Haag. Stel je voor dat Sir Duncan Orr-Lewis wilde scheiden vanwege de buitenechtelijke verhouding die zijn echtgenote had met prins Bernhard. Dat mocht nooit in de krant komen en onder druk van de Britse regering heeft de bedrogen echtgenoot zijn plan laten varen.

Bernhard zou ook de kamer van een zestienjarige logé zijn binnengedrongen en haar hebben betast en gezoend. Zeg maar Donald Trump-gedrag. Bernhard grossierde in zowel ongewenste als gewenste seksuele intimiteiten. De voorbeelden zijn legio, sla er mijn Niets was wat het leek maar op na.
Op paleis Soestdijk deden vrouwen (gasten en personeel) ’s avonds uit angst voor de prins de deur van hun kamer op slot, maar dat gebeurde ook onderweg op de plekken waar hij tijdens zijn talloze reizen verbleef. Vrouwen waren nergens voor hem veilig.

Ik vind dat Greet Hofmans een te grote rol krijgt toebedeeld. Dat is overigens te danken aan Bernhard
zelf. Hij bracht immers het verhaal over de gebedsgenezeres via het Duitse weekblad Der Spiegel naar buiten. Niemand had toen in de gaten dat Bernhard de bron was.
De affaire heet nog steeds de ‘Hofmanscrisis’, maar ‘Bernhard-Julianacrisis’ was een treffender benaming geweest. Via Der Spiegel dwong Bernhard de regering zijn huwelijkscrisis op te lossen.
Hij gooide alle schuld op Hofmans en manoeuvreerde zichzelf in een slachtofferrol.
Juliana kon Bernhard weliswaar gestolen worden, maar zijn huwelijk moest tot elke prijs worden gered. Zijn status, plezierreizen, inkomen, snelle auto’s en vliegtuigen; kortom: zijn hele zeer gekoesterde jet-setbestaan hing er vanaf.
Een scheiding zou zijn luxueuze leven hebben verwoest. Bernhard wilde koste wat kost getrouwd blijven met Juliana, al heeft hij zich van zijn huwelijksplichten nooit iets aangetrokken. Hij deed altijd waar hij zin in had, ook als dat ten koste ging van zijn vrouw, van Nederland of zelfs de monarchie.

Dat alles neemt niet weg dat Hofmans invloed heeft gehad op de koningin. Dat haar invloed groot was ben ik met Withuis eens, maar toch niet of nauwelijks in staatsaangelegenheden. Juliana was vanuit religieus oogpunt altijd al een wat zweverig type.
Door Hofmans is dat hooguit versterkt. Maar religieus besef zat diep in haar, net als bij haar moeder, koningin Wilhelmina, die ook behoorlijk kon zweven. Zo moeder zo dochter.
Ook na het vertrek van Hofmans bleef Juliana vatbaar voor religieus gezwijmel en ze was ook gevoelig voor verschijnselen die we doorgaans met ‘bovennatuurlijk’ aanduiden.
Ze toonde zich zelfs vatbaar voor een type als George Adamski. De Amerikaan beweerde dat hij in een vliegende schotel, bemand met buitenaardse wezens, een bezoek aan de planeet Venus had gebracht. De matteklappe ruimtereiziger kreeg zelfs een uitnodiging om zijn spectaculaire reis op paleis Soestdijk nader toe te komen lichten.

Tijdens de Lockheed-crisis hield Juliana haar man de hand boven het hoofd.
Volgens Withuis was dat ingegeven door de hoop dat het tussen haar en Bernhard ooit weer goed zou komen. Zijdelings zal het wel een rol hebben gespeeld (ze bleef tegen beter weten in altijd van hem houden), maar het aanzien van de monarchie speelde – denk ik – een grotere rol.
Als Juliana haar echtgenoot had laten vallen was het kabinet Den Uyl wellicht strenger tegen de corrupte prins opgetreden.
Beatrix had al laten weten dat ze zou weigeren haar moeder op te volgen als die de uiterste consequentie zou trekken uit het criminele gedrag van haar echtgenoot: aftreden.
Dat zou het einde kunnen zijn geweest van de Oranjedynastie en de eerste prioriteit van een koningshuis is nu juist dat ze de troon ten koste van alles wil behouden.
Het koningschap beknot weliswaar je vrijheid, maar er staan veel privileges in de maatschappelijke, financiële en sociale sfeer tegenover.

Prins Bernhard had dat als geen ander begrepen, ook dat er aan die vrijheidsbeknotting vele mouwen zijn te passen.

 

Bhumibol, de grote Stabilisator

De koning van Thailand heeft zich bij zijn voorvaderen gevoegd. Heel Thailand is van de kook en huilt tranen met tuiten. Bhumibol kwam in 1946 op de troon en maakte een grote reeks staatsgrepen mee. Toch zorgde de koning, zo wil althans de legende, voor stabiliteit en eenheid in zijn land. Volgens monarchisten legitimeren alleen al die eigenschappen het koningschap. Het stalinistische Noord-Korea roemt president Kim Jong-un om precies dezelfde kwaliteiten. Ergens klopt er iets niet.

Wie nuchter naar de monarchie (en Nood-Korea) kijkt zal tot de conclusie moeten komen dat niet eenheid en stabiliteit, maar blinde, van staatswege opgelegde verering zowel de Thaise monarchie als dictator Kim Jong-un op de been houden. Wat betreft de dictator is iedereen het wel over eens dat de angst voor het regime de verklaring is voor zijn grote ‘populariteit’. Daarentegen wordt de Thaise fabel van de buitengewoon geliefde vorst in vrijwel alle media klakkeloos uitgedragen.
Natuurlijk, koning Bhumibol wordt in Thailand alom geprezen en als een godheid aanbeden. Het land is vergeven van de portretten van ‘onze geliefde koning’. Wie in Bangkok nietsvermoedend uit het vliegtuig stapt, ziet meteen dat de Thaise RVD de boel uitstekend onder controle heeft. Er hangen portretten in vrijwel iedere winkel en je struikelt over de billboards met ‘lang leve de Koning’.

Kritiek op de koning zul je nergens horen. Ten eerste mag het niet en ten tweede kan het je voor de rest van je leven naar de gevangenis sturen.
Wie majesteitsschennis pleegt kan tot vijftien jaar de bak indraaien. Per overtreding wel te verstaan, want wie Bhumibol in één kritisch stuk  – ik verzin maar wat – een slechte koning noemt, hem voor partijdig uitmaakt en bovendien twijfelt aan zijn intelligentie kan een straf tot 45 jaar tegemoet zien. Je wordt namelijk per overtreding veroordeeld en dat kan lekker doortikken.

In Noord-Korea wordt je in het ergste geval door een batterij luchtdoelgeschut aan flarden geschoten als je de partijleider beledigt. Maar de Koreanen verzinnen op hun tijd ook wel alternatieve, even gruwelijke straffen.

Kim Jong-un houdt nu eenmaal net zo min van kritiek als de koning van Thailand. (Hij houdt wél van volvette Hollandse kaas, wat hem is aan te zien).

Vanwege die barbaarse straffen durft geen mens nog kritiek te uiten. Het is levensgevaarlijk en je vergooit tegelijkertijd al je maatschappelijke kansen. Het gevolg is dat iedereen het tegenovergestelde doet: weeklagen, huilen en in het openbaar intens verdriet belijden. Maar je kunt er zeker van zijn dat er hectoliters krokodillentranen worden geplengd. De rouwtaferelen bij de dood van Kim Jong-il, de vader van de huidige machthebber, grensden in westerse ogen aan het hilarische omdat de hypocrisie er zo duimendik boven op lag. Maar geef die straatarme Noord-Koreanen eens ongelijk. Ze kunnen immers niet anders. Net zo min als de Thai.

Bij de dood van Bhumibol kondigde de militaire junta een rouwperiode af van dertig dagen. De televisiezenders zullen in die periode allemaal hetzelfde, door de regering voorgeschreven, programma uitzenden. De vlaggen gaan een maand halfstok en het publiek wordt ‘verzocht’ – lees: bevolen –  af te zien van feestelijkheden en plezier maken in het openbaar. Bruidsparen verschuiven om die reden hun trouwdag naar een latere datum. Zogenaamd omdat ze kapot zijn van verdriet, maar in werkelijkheid omdat ze niet anders kunnen. Wie niet genoeg verdriet om de overleden koning uitstraalt, heeft grote kans een aanklacht wegens majesteitsschennis aan de broek te krijgen. Dus rouwen de Thailanders tegen de klippen op.

De eenheid van Thailand die te danken zou zijn aan de monarchie is een mythe. Het land is onderling ernstig verdeeld. In de hoofdstad Bangkok en de omliggende gebieden bestaat een zekere welvaart, maar de boeren in het landelijke noorden zijn doorgaans straatarm. Dat steekt en het bevordert de eenheid allerminst. In het zuiden vechten moslims voor meer onafhankelijkheid van de centrale regering.

Stabiliteit is er al evenmin. Er zijn verscheidene militaire coups geweest sinds Bhumibol’s aantreden in 1946. Toen hij zijn carrière begon was er een militair regime, en bij zijn overlijden was er ook een militaire regime. Het zoveelste. De koning deed nooit moeilijk over het erkennen van een nieuw regime. Een enkele keer uitte hij weliswaar kritiek op een verse couppoging, maar tijdens zijn zeventigjarig regime heeft hij de nodige politieke kennis opgedaan om een goede inschatting van de nieuwe machthebbers te maken. Hij wist precies hoever hij kon gaan met zijn kritiek op de nieuwe machthebbers.

Alleen al in de laatste tien jaar vonden er twee militaire staatsgrepen plaats. De koning deed er niets tegen, of kon er niets tegen doen. De nieuwe regimes die de goedkeuring van de koning kregen (of hem die afdwongen), handhaafden hem vanzelfsprekend graag in zijn functie. Door zijn lange staat van dienst en dankzij de monarchistische propaganda en de afgedwongen koningsgezindheid was Bhumibol tot een symbool van de natie uitgeroeid. Zijn medewerking en instemming hielpen de coupplegers alleen maar vaster in het zadel.

Wat Bhumibol, geboren in de Verenigde Staten en geschoold in Zwitserland, echt voor Thailand heeft betekend, is door de mist van propaganda en mythes rondom zijn persoon moeilijk uit te maken. Zeker is wel dat hij er nooit in is geslaagd van Thailand een stabiele natie te maken; door de vele staatsgrepen leek zijn land nog het meest op een bananenmonarchie. Hij is trouwens nooit van plan geweest van Thailand een democratie te maken. Al evenmin was hij geïnteresseerd in rechtsgelijkheid. Met parlementen had hij niets; ze waren voor hem gemakkelijk inwisselbaar zoals hij tijdens zijn lange regeerperiode menigmaal heeft laten zien.
Zijn Amerikaanse afkomt en Zwitserse scholing hebben hem niet van zijn overtuiging kunnen afbrengen dat de monarchie een superieur staatsvorm is; zeker met hemzelf als koning.
Met democratie had de overleden koning niets; waar het om draaide was de restauratie van de ouderwetse, autoritaire monarchie.

Generaal Sarit Thanarat heeft na zijn coup in 1957 de koning voor zijn karretje gespannen. Zijn slechte gezondheid dwong hem echter naar de Verenigde Staten uit te wijken voor een medische behandeling, maar een jaar later was Sarit terug en greep met steun van de CIA opnieuw de macht. Zijn militaire regime was een de meest repressieve uit Thailands recente geschiedenis.
Sarit begreep hoe hij de koning voor zijn eigen politieke doeleinden kon gebruiken en Bhumibol liet het allemaal gebeuren. Als dank voor Bhumibol’s diensten aan zijn dictatuur, stelde Sarit het beledigen van de koning strafbaar. Daarmee deed hij Bhumibol met zijn antieke ideeën over het koningsschap een groot plezier. En zichzelf natuurlijk ook, want Sarit had immers de zegen van de koning en wie kritiek op de koning uitte, sprak zich in feite uit tégen het militaire regime dat de koning had goedgekeurd. Majesteitsschennis dus.
Thailand kan Bhumibol verwijten dat hij iedere discussie over de politiek, en verder alles wat de staat betreft, in het openbaar onmogelijk gemaakt.
Bhumibol was een marionet van de vele coupplegers die hij in zijn lange leven heeft meegemaakt en die hij steeds weer heeft erkend.

Dat alles wil niet zeggen dat Bhumibol het niet goed bedoelde. Hij sprak soms zijn bezorgd uit over de situatie van de arme boeren in het noorden. Dat maakte hem populair. De koning wilde hun lot verbeteren, maar de militaire regimes – sporadisch afgewisseld met een gekozen, maar altijd zeer kort functionerend gekozen parlement – zaten de koning steeds in de weg. Hij wou wel maar hij kon niet. Zo zorgde de koning voor hoop die er in feite niet was.

In veel interviews over de dood van de aanbeden koning druipt het verdriet van de pagina’s. Natuurlijk zal niemand kritiek uiten, want dat is majesteitsschennis en de Thaise gevangenissen zijn zoals bekend geen lolletje.
Toch zijn er nog moedige Thai die weigeren te zwijgen. Zoals een vrouw waarover de Guardian (17-10-2016) berichtte. De aard van haar kritiek is niet bekend, maar het moet iets zo onbetekenends zijn geweest dat ze er niet eens voor werd opgesloten. Buiten het politiebureau dwongen agenten haar te knielen voor een portret van de koning, terwijl honderden omstanders schreeuwden dat ze haar excuses moest aanbieden.

Bij het lezen van al die loftuitingen op Bhumibol moest ik onwillekeurig even terugdenken aan de avond van 28 januari 2013 toen koningin Beatrix haar aftreden aankondigde.
Op televisie en radio noch in de geschreven pers viel een onvertogen woord over Hare Majesteit te bespeuren. Alleen maar lof. Haar toch niet geringe eigengereidheid en zelfoverschatting transformeerden die avond op wonderbaarlijke wijze in staatsmanschap, visie en wijs, nooit falend inzicht.
De nationale eensgezindheid en aanhankelijkheid bereikten die avond recordhoogtes. Even waande ik me Thailand. Of Noord-Korea.